Spinnen, naaktslakken en de was

Toen ik vanmorgen eindelijk weer eens de stofzuiger ter hand nam kwam ik ze tegen: spinnen en spinnenwebben, overal, in de hoogte langs de plafonds en deuren. En laag, langs de vloer. En van die stoffige in elkaar geschrompelde nestjes met ongedierte in vlokkerige, witte coconnetjes en verder nog wel meer niet nader te definiëren beestjes. Heerlijk zo’n stofzuigerslang, met één grote zuig alles naar binnen.   Een poos niet zuigen geeft veel meer bevrediging wanneer je het eindelijk wel doet. Straks wel even de zak eruit halen, bedenk ik me nu.

Toen ik eindelijk vanmorgen de tuin weer eens ging opruimen en hoopvol tussen de bladeren van de vrouwenmantel zocht naar eventuele knoppen (ik heb ze laat geplant) zag ik ze: Naaktslakken. Vieze, bruine, glibberige, licht geribbelde,  op een bedje van oranje slijm rustende slakken. Naakt gespuis. Met een tang heb ik ze verwijderd. Mijn stofzuiger zou er te verstopt van raken. In de GFT bak ermee en deksel dicht.

Toen ik eindelijk vanmorgen weer eens een was ging draaien vond ik ze. De sporen van mensen in mijn huis in de vorm van handdoeken (en lakens). Stapels. De kleinzoons hadden een handdoekenparadijs gemaakt. Geen idee waar het vandaan kwam dat idee, maar het waren wel veel handdoeken op het terras naast het zwembadje. En de badhanddoeken van het strand vol zand. En de handdoeken van de dochters en vriendin die na het zwemmen nog even lekker gedoucht hadden. En de handdoeken van de logé’s. Ik telde er vijftien in totaal. Hier bood noch tang noch stofzuiger een oplossing. Alleen het gat van de wasmachinedeur.

Van de positieve kant bekeken, spinnen eten muggen en die zijn er hier veel, langs de IJsselsteinse sloot. En die handdoeken (wat heb ik er eigenlijk ook veel van) duiden op geliefden die hier heerlijk hebben genoten van tuin, zwembad  en douche. Daar heb ik ze immers voor?

Maar die naaktslakken. Daar heb ik nog geen positieve duiding voor.

Woudenberg boys

Woudenberg brothers

Ik heb weer een paar volle genietdagen achter de rug met mijn twee stoere kleinzoons van zeven en vier. Het was warm, dus we zijn veel buiten geweest, o.a. in het Julianapark in Utrecht. De jongens hadden niet zoveel trek in de speeltuin daar. Ik neem het ze niet kwalijk want het was er bloedje warm. Jammer genoeg is er geen zwembadje of iets dergelijks. Zou nog wel een idee zijn voor dit prachtige park. Er zijn een paar springfonteinen, maar je moet er aardig flink op stampen voor er water gaat spuiten. Niek en Kris zagen het niet zo zitten. Kris sprong drie keer achter elkaar heel hoog en kreeg aardig wat water aan het sproeien met dat stevige lijf van hem en viel vervolgens van het speeltuig. Niek is zo licht als een veertje dus hij moest zo hard springen dat het de moeite niet waard was.

speeltuin

We hebben zitten kijken naar een groepje kinderen van een NSO, met warme, paarse, polyester hesjes waarop de naam van het instituut stond. Saartje. Nou, zei Niek, met verachting in zijn stem, op zo’n opvang zou ik niet willen zitten, hoor. En veel zin om met ze te spelen hadden ze ook niet. Dus liepen we een rondje langs de dieren. Deze zaten achter gaas. Er lopen ook dieren rondjes langs de mensen in het park, kippen en hanen. Vooral voor de hanen moet je oppassen. Kris werd in zijn bil gepikt toen hij hem wilde wegjagen van ons eten.

Toen we alle dieren gezien hadden en we terug waren op onze plek, dreigde de verveling. Wat nu?   Als door een wonder, stond er opeens een ijscowagen in het park. Ik gaf Niek geld om ijsjes te kopen. De stemming schoot met een piek omhoog. Kris had opeens weer enorme energie en Niek zag de uitdaging zitten om zelf de bestelling te plaatsen.

Daar gingen ze samen. Ik wil een Skeleto, zei Niek. Ik ook, zei Kris, wat meestal zijn antwoord is op Niek’s plannen. In de verte zag ik Niek omhoog praten naar de meneer in het raampje van de wagen. De Man boog zich diep voorover, naar Niek, om te horen wat hij zei. Zou het lukken? Toch maar er even heen. Halverwege kom ik ze tegen, de mannetjes. Kris heeft een ijsje, maar huilt tranen met tuiten. Niek heeft zijn arm om hem heen. Wat is er aan de hand?
‘Ik wíl geen Cornetto’, roept Kris dramatisch door zijn tranen heen, ‘die lust ik niet!’
‘Ja’, zegt Niek, ‘die meneer begreep mij niet en toen gaf hij twee Cornetto’s.  Ik zei twee Skeleto’s, want ik wist niet meer precies hoe het heette. En nou wil Kris zijn ijsje niet’.

Oh, gelukkig, dit is op te lossen. Ik loop terug en bestel het ijsje dat Kris wilde, een Calypso cola. Helemaal gelukkig droogt hij zijn tranen. Calypso’s, Cornetto’s, ach ja waarom ook geen Skeleto’s?

Pannenkoeken eten met tante Sas

De volgende dag zijn we gaan zwemmen in het Henschotermeer. Een leuke plas in de buurt van Woudenberg, maar erg druk op een warme dag. ‘Wat gaan we doen, dan?’ vraagt Kris. Zwemmen natuurlijk. Oh..OK. Bandjes om en het water in. Een lauwwarme plas, maar Kris vind het steenkoud. ‘Ik hoef niet’, kondigt hij aan en loopt zo kordaat als hij kan in het water, naar de kant. Kris voegt meestal onmiddellijk de daad bij het woord.

Met veel moeite krijg ik hem het water weer in (ik laat mezelf nat maken met een waterflesje, een offer) en als hij eenmaal door is vindt hij het heerlijk. Als een hondje spartelt hij door de plas. Maar Niek heeft het al snel koud. We gaan er uit en liggen te bakken in de zon. Er is weinig ruimte om te spelen in de schaduw en in de zon is het te heet. ‘Ik wil naar huis’, zegt Kris,  ‘het is hier zo heet… En ik wil een ijsje’. Jammer genoeg voor hem heeft oma zich voorgenomen vandaag nog geen ijsjes te gaan kopen.

Tussen de dikke pannenkoek van de vorige avond en een hele snoepketting (met dank aan het pannenkoeken restaurant, kunnen ze niet een beker snoeptomaatjes meegeven of zo?) zit slechts een moeizaam ontbijt (‘dit is ander brood dan dat van mamma’).
‘Ik zie suiker uit je oren komen’, zeg ik. Kris vindt het niet grappig.

Ze hebben er geen van beiden meer zo’n zin in. Niek heeft een poos een Amerikaanse voetbal heen en weer gegooid met opa en is moe.

We leveren de jongens af bij hun mamma vanwege een afspraak bij de oogarts en rijden zelf linea recta naar Kijkduin, waar een andere dochter woont en springen de (koude!) zee in.

Kijkduin

Die zee…wat is dat toch een verrukkelijke plas.

%d bloggers liken dit: