Droom en compassie

64-compassie.jpg (441×214)

Een droom

Opeens was ze er weer. Niet al 25 jaar dood, maar weer springlevend. In mijn droom. Zoals ze was: 45 jaar, ouder dan ik, mijn grote zus. Dromen halen rare trucjes met je uit. Ik was weer jong, jongere zus, jongste zusje. Dat ben ik ook in werkelijkheid (jongste van vijf) maar de gevoelens die daar nu bijhoren zijn anders dan vroeger. In de droom was het er weer. Het onmachtige ‘zij weten alles beter’ gevoel. Maar minder wrang en meer doordrongen van wat ik als kind niet wist, namelijk dat mijn grote zus, met haar grote, scherpe mond zo kwetsbaar was. Wat me als kind beangstigde, omdat ik vaak geen weerwoord had, was in de droom meer een gevoel van acceptatie en compassie. Gevoelens die niet passen bij een kind. Dit was de magische werkelijkheid van de droomwereld, waarin alle ervaringen zich mengen en vervlechten.

Mijn moeder

Loes, mijn oudste zus is gestorven door zelfdoding. Ik heb daar eerder op dit blog al over geschreven. Een zeer traumatische gebeurtenis voor de familie. Met name natuurlijk voor mijn moeder. Die zich slecht kon uiten en alleen kon huilen als ‘er niemand bij is’. Toen we haar het vreselijke bericht kwamen vertellen kon ze niets anders dan zeggen: Wat ben ik blij dat Pa dit niet meer mee hoeft te maken. Ze vroeg ons ook om maar weg te gaan. Alleen kon ze het beter verwerken.
Naarmate ik ouder word en mijn eigen kinderen allang volwassen zijn(en zelfs al kleinkinderen heb die naar de middelbare school gaan)  dringt de tragiek van de gebeurtenis steeds meer tot me door. Loes haar eigen leven, maar zeker ook wat het voor mijn moeder betekend moet hebben. Zowel mijn vader als mijn moeder hebben veel voor hun dochter gedaan, veel met haar opgetrokken. Op hun eigen, soms onhandige manier (ouders eigen!), intens van haar gehouden. En dan haar zo te moeten verliezen is met recht smartelijk, om een ouderwets maar prachtig woord te gebruiken.
Omdat mijn moeder niet kon praten over haar verdriet, verdween Loes tot op zekere hoogte uit de gesprekken en het familiebewustzijn. Ik verviel zelfs in een zekere kribbigheid wanneer mijn moeder bij een verjaardag soms met een somber gezegd zoiets zei als, ‘maar er mist er wel een…’ ‘Maar wíj zijn er toch allemaal!’,  dacht ik dan, als een egoïstisch, verwend kind dat alle aandacht voor zichzelf wil. Dat bevreemdde me dan zelf ook wel, dat je zelfs als volwassen vrouw zo bleef streven voor die unieke aandacht van je moeder.

Obsessieve aandacht

Mijn moeder sprak ook zelden over mijn vader, wat ik haar enigszins kwalijk nam. Waarom miste ze hem niet méér? Ik begrijp dat nu beter. De band met je kinderen is fysiek, die bloedband en als die voortijdig afgesneden wordt blijft dat trekken en pijn doen. Zeker als de band zo wreed verscheurd wordt als bij een zelfdoding. Ik had zelf ook kinderen, maar ze waren jong. Dat maakte het toch anders wat betreft inleving.
Toen mijn moeder dementeerde kwam al het verborgen verdriet eruit in een obsessieve aandacht voor alles wat met mijn gestorven zus te maken had. Foto’s van haar waarvan ze vertelde hoe ze die iedere avond voor het slapen gaan streelde, haar naam fluisterde en dan moest huilen. Oude schoolrapporten, diploma’s, ieder papiertje van vroeger, inclusief de inentingsboekjes, lagen in een kistje onder haar stoel en werden bij ieder bezoek van een van ons tevoorschijn gehaald. ‘Kijk eens wat ik gevonden heb?’, kondigde ze dan aan. Ik heb daar eerder over geschreven. Ik haatte dat kistje.

In mijn droom  is mijn zus vrolijk aanwezig. Het verdriet voorbij lijkt het, terwijl ik haar scherpe tong verdraag omdat die een zachte, zeer gevoelige binnenkant beschermen moet. De smart en de somberheid van mijn moeder zou ik graag eens in een droom willen tegenkomen met meer zachtheid, begrip en compassie, zoals ik die nu voel. Vergeef me Mam, voor alle kribbigheid en ongeduld.

Loes op het strand

loesheaundai
Deze foto vond ik (eindelijk weer) terug bij het opruimen van papieren die al máánden op mijn bureau lagen. Het is een fantastische momentopname uit 1986. Plaats: Zuid Korea, Busan, Haeundae strand. Het strand was toen nog redelijk ongerept en de boulevard nog niet zo dicht bebouwd als nu.  Heel in de verte zie je het hotel dat wij liefhadden omdat beneden een winkel was waar je Duits zuurdesembrood kon kopen. We reden wel een uur door de stad soms om een voorraadje brood te halen. Er was toen nog slechts plakbrood verkrijgbaar bij de bakkers, wit brood dat zich tot levensbedreigende cementballetjes vormde als de kleintjes erop sabbelden. We woonden in Busan (nieuwste spelling) van 1980 tot 1988, in verband met het werk van echtgenoot. Een mooie tijd, met uiteraard zijn ups en downs. Maar het leven in een andere cultuur, het leren van een totaal onbekende taal was heel uitdagend op een (meestal) positieve manier.

Op de foto sta ik niet zelf, maar mijn zus Loes. Ze is zes jaar later overleden door een zelfgekozen dood, dus deze foto is me heel dierbaar. Ze is hier zo blij en vrolijk dat ik me haast niet kan voorstellen dat het zes jaar later toch nog zo fout kon gaan. Loes logeerde bij ons indertijd en had haar verblijf verlengd omdat ik in het ziekenhuis terecht kwam met een buitenbaarmoederlijke zwangerschap. Ik heb hier over dat verblijf geschreven en over hoe Loes mij  toen (Hollandse Pot in Korea) verzorgde en wat dat voor me betekende.

Ik vind deze foto zo leuk omdat alle vier de kinderen erop staan, met de paraplu’s als bescherming tegen de regen. Loes houdt ze alle drie vast, wat klopte met haar rol van verzorgende voor mijn kinderen. Ze genoot daarvan. En ik had er rust door ondanks het gemis. En het is altijd weer heerlijk om een foto te zien die me herinnert aan de goeie tijden van mijn grote zus, voordat ze zo de weg kwijt raakte!

hae.jpg (280×333)

Wie overigens mocht denken dat Haeundae een idyllisch strand is op een vergeten plekje….zie de foto! Anno nu.

De foto van het strand hierboven, met de papraplu’s, is genomen tijdens ‘zangmachul’, het regenseizoen (van midden juni tot eind augustus). Wij zijn verstokte strandgangers, zeker als de temperatuur rond de 30 gr. is. Met grijze luchten en een hoge luchtvochtigheid (soms wel 80/90%) is de zee het meest verfrissende wat je je kunt voorstellen!

La Place, een neutrale plek?

Ik sprak af bij La Place met een goede vriendin van mijn overleden zus Loes (die ik alleen op haar begrafenis gezien had) om over haar laatste jaren (Loes overleed in 1992) te praten. Een neutrale plek leek me goed. Ook had ik besloten me niet voor te bereiden met een lijst vragen, maar het gewoon over me heen te laten komen. Ik had geen idee wie ik zou ontmoeten zou, geen enkel vermoeden hoe het verloop van het gesprek zou zijn. We hadden gemaild en via WhatsApp wat uitgewisseld over hoe en waar. Het zijn kleine dingen, maar ergens leidde ik eruit af dat deze vrouw redelijk toegankelijk zou zijn. Ik voelde me dus vrij rustig.

We ontmoeten elkaar op de afgesproken plek. Ik zie een wat gezette vrouw van mijn leeftijd (ze blijkt een paar jaar jonger), ietwat gespannen. We bestellen koffie en zitten eigenlijk direct in ons onderwerp van gesprek: Loes. De relatie van deze vriendin met Loes was niet ongecompliceerd. De vriendschap van Loes ging allereerst uit naar de (lesbische) partner van deze vriendin. Die was van Loes haar leeftijd. En als ik het me goed herinner een collega op het gymnasium waar Loes in de jaren zeventig/tachtig lerares Nederlands was. De vriendin die ik spreek blijkt een oud-leerling van Loes te zijn. Dat verbaast me even, maar bij nader inzien is dat natuurlijk goed mogelijk. Loes was waarschijnlijk een jaar of 27, 28 toen ze begon met lesgeven. En dan heb je in de bovenbouw leerlingen die 10 jaar met je schelen in leeftijd.

Hoe dan ook. Ik zit nu tegenover degene die Loes tot vlak voor haar dood als een van haar beste vriendinnen beschouwde. Mijn prangende vraag ( die bleek er dus wel degelijk te zitten) was hoe zij had aangekeken tegen de psychische gesteldheid van mijn zus. Was zij er ook schuldig aan dat Loes geen hulp zocht in het reguliere medische circuit? Kwam ze ook uit die vreemde, alternatieve do-it-yourself hoek? Niets bleek minder waar. Ook zij had herhaaldelijk erop aangedrongen hulp te zoeken, te stoppen met de kostbare ‘trainingen’ bij goeroe Godefriede die nergens toe leidden. Uiteindelijk verbrak Loes het contact met de vriendinnen. Ik weet nog dat ze dat vertelde aan me: Ik heb gebroken met vrienden die een slechte invloed op me hebben.…Ik had toen geen idee wat ze bedoelde. Zoals ik haar zo vaak niet volgen kon.

In het adressenboekje staan bij sommige namen een kruisje. Ook bij de namen van de vriendin met wie ik sprak. Ik heb het boekje aan haar laten zien. Kon zij een patroon ontdekken? Kende zij de mensen die aangekruist waren? Na een poosje gebladerd te hebben kwam ze tot de conclusie dat de meeste kruisjes stonden bij namen van de beste vrienden Loes. Zeer waarschijnlijk omdat ze aandrongen op het zoeken van hulp, heeft ze het contact met hen verbroken. De vriendin heeft een fotoboek meegenomen. Ze wandelden veel samen. Echte tochten, dat was Loes haar grote hobby. Eén keer eerder sprak ik een kennis van Loes, die ook foto’s meenam van wandeltochten die ze met een groepje maakten. Wandelen door Toscane, door Limburg, door Zwitserland. Ze maakte prachtige tochten met verschillende reisgezelschappen, en ook alleen. En met deze vriendinnen.

Ik zie een jonge Loes. De vervreemdende ervaring van een jongste zusje, die nu haar grote zus ziet als een jonge vrouw. Zo heb ik haar nooit gezien in het werkelijke leven, want ze was altijd ouder dan ik. Ook als we foto’s van vroeger keken was ze er bij, leefde ze, 8 jaar ouder. Nu ben ik 14 jaar ouder dan zij ooit geworden is. 45 jaar. Heel raar is dat, het voelt onwerkelijk, het klopt niet. Nog steeds niet. Al 22 jaar niet.

Maar de foto’s zijn mooi. Limburgse valleien, zonnige heuvels, luierende koeien in een schaduwrijke plek onder de bomen en daarnaast een lachende zus, met haar eeuwige Samson ‘shaggie’ in de hand. Toen was het leven nog goed, denk ik. Mijn zoektocht is naar wanneer de ommekeer kwam. Ook de vriendin verwijt goeroe Godefriede Loes te hebben weerhouden van een realistische kijk op zichzelf. Maar Loes heeft daar natuurlijk ook een aandeel in. Ze was hoogbegaafd denk ik, pienter genoeg om te kunnen beslissen wat het verschil is tussen ziekte en  gezondheid. Maar ze weigerde in die termen te denken. Het was uiteindelijk ook een keuze die ze maakte.

Het adresboekje van Loes

22 jaar geleden stierf mijn oudste zus Loes. Op 28 juni, op een snikhete dag. Ze benam zichzelf het leven, niet meer in staat verder te gaan op de manier zoals ze de laatste jaren leefde en zich voelde. Omdat ze iedere vorm van medische hulp weigerde werd haar toestand alleen maar erger. Ik vermoed dat ze leed aan een bipolaire stoornis. In Rotterdam volgde ze jarenlang zg. trainingen bij een psychologe die zonder meer in de alternatieve hoek behoorde. Ze adverteert nog steeds in de paranormale/alternatieve hoek.

Alles werd uit de kast gehaald om cliënten te doen geloven dat de goddelijke vonk, de eigen kracht, de innerlijke ziel enzovoort het uiteindelijk zou winnen. De kracht was er, die moest je alleen kunnen mobiliseren. Door rebirthing, door schreeuwsessies, door massages, door weet ik wat voor andere methodes werd er jaren (!) getracht mensen te ‘helen’. Dit was uiteraard een kostbare zaak. Mijn zus heeft in de loop der jaren duizenden guldens (toen nog) besteed aan de ‘lessen’ (het was GEEN therapie) van deze vrouw. Het waren de jaren zeventig en tachtig. De jaren van de sensitivity trainingen, de jaren dat we alles eruit moesten gooien, onszelf moesten vinden ten koste van alles en iedereen. Ik denk dat dit tegenwoordig zou vallen onder het misbruik maken van iemands kwetsbaarheid.

Mijn zus werd er niet door ‘geheeld’, al verkeerde ze zelf vaak wel in die overtuiging. Hoe meer ze het ‘decorum’ losliet, des te ‘sterker’en ‘vrijer’ voelde ze zich. Terwijl haar omgeving zich er steeds ongemakkelijker bij voelde. Ze had veel vrienden. Ik kende die niet, omdat we in verschillende werelden leefden. Loes was 8 jaar ouder, had gebroken met kerk en geloof, en ook binnen de familie waren de verhoudingen bepaald niet warm. Ik heb wel blogs (bijvoorbeeld deze) geschreven over mijn relatie met haar. Na een periode in het buitenland waarin ze bij ons logeerde toen ik in het ziekenhuis terecht kwam, (kabeljauw in Korea) waren we dichter tot elkaar gekomen. Ik was altijd voor haar het lieve jonge zusje geweest, maar zij was voor mij een oudere zus met wie ik moeilijk om kon gaan. Ze deed vreemd, won het verbaal altijd van mij, was zeer dominant aanwezig, kortom ik was na een bezoek van haar altijd gevloerd.  Na de logeerpartij en haar hulp toen, groeide er voor het eerst een gevoel van verbondenheid, van genegenheid. Toen haar kleine waanzin toenam heb ik me veel om haar bekommerd. Haar dood kwam als een opluchting aan de ene kant maar ook als een dolksteek. ‘Na alles wat ik had gedaan doe je me dit aan??’ Er is niets wat zoveel gemengde en verwarde gevoelens oproept als de zelfdoding van een geliefde.

Feit bleef dat ik pas een paar jaar voor haar dood Loes enigszins leerde kennen. Haar kon zien zonder de angst voor haar scherpe tong, die ik altijd ervoer als kind en tiener. En toen was ze er niet meer. Vijftien jaar later is mijn moeder gestorven. Ze leed aan de ziekte van Alzheimer en was een aantal jaren geobsedeerd door de herinnering aan Loes. Een zware tijd, voor ons allemaal. Het gesprek ging nergens anders over. Steeds weer dezelfde verhalen, de herinneringen, haar lieve Loesje. In een houten kistje bewaarde ze alle documenten die Loes had nagelaten. Rapporten, diploma’s, foto’s enzovoort. Elke keer als ik op bezoek kwam brak het moment weer aan dat mijn moeder onder haar stoel naar het kistje greep: heb je dit al gezien, Margreet? Voor haar steeds weer nieuw, voor mij de zoveelste maal. Ik heb dat kistje niet zelden verwenst. In het kistje zat ook een adressenboekje en een agenda.

Bij het opruimen van de spullen van mijn moeder heb ik de inhoud van het kistje meegenomen. Het kistje zelf mocht mijn andere zus hebben. In de laatste 22 jaar zijn er momenten geweest dat ik de papieren uit mijn archiefkast haalde en ze door bladerde. Het adressenboekje, de agenda bekeken. Maar steeds legde ik alles weer terug, ik vond het te pijnlijk. Ik heb me ook vaak afgevraagd of ik het wel bewaren moest.

Twee, drie weken geleden vatte ik moed en ben gaan googlen om te zien wie van haar vrienden uit het adressenboekje nog te traceren waren. Ik begon met de namen van twee vrouwen, in die periode een lesbisch stel, over wie Loes het vaak had. Zonder enige moeite vond ik de gegevens. En ik heb een van de vriendinnen gemaild. We hebben afgesproken en een paar uur gepraat met elkaar. Heel bijzonder om Loes te zien door de ogen van een ‘vreemde’ die haar zeer goed kende. In een volgende blog wil ik wat meer vertellen over de ontmoeting.

 

Vrouw van een dominee 7, Wat als?

Iedereen loopt wel eens rond met de vraag, wat als? Wat als dit of dat niet was gebeurd, wat als ik toen zus of zo had besloten. Niet altijd in negatieve zin bedoeld. Stel je voor dat ik bijna 40 jaar geleden niet had besloten naar l’Abri te gaan in Eck en Wiel voor een paar maanden, dan had ik nu niet Batteau als familienaam gevoerd. Ik zeg maar wat. Natuurlijk, ik hoop dat God  misschien wel iets anders bedacht

Geen enkele gebeurtenis is toeval, geloof ik. De goeie en de slechte krijgen allemaal hun plek in het kunstwerk dat God van ons wil maken. Nu zeg ik er wel direct bij dat ik dat kunstwerk niet altijd kan waarderen, zo ik er al zicht op mag hebben in het hier en nu. Het is grotendeels een kwestie van vertrouwen op wat God daarover zegt in de bijbel. Wij hopen op iets dat we nog niet zien, en we wachten daarop met volharding.(Romeinen 8)

Ik kom hierop, omdat ik mijn vorige blog eindigde met de vermelding van mijn zus Loes. Hoe haar leven een grote invloed had op het mijne tijdens de eerste jaren in de pastorie, na onze terugkeer in Nederland. Ik wilde me voor de volle 100% inzetten als gemeentelid, als vrouw van de dominee, maar het moeizame leven van mijn zus maakte dat het anders liep. Zij was een tweemaal gescheiden vrouw, 9 jaar ouder dan ik, met psychische problemen die door haarzelf niet genoeg onderkend werden. Inmiddels is het 25 jaar geleden en hoe ‘populair’ tot op zekere hoogte therapieën toen aan het worden waren, het taboe op psychisch ziek zijn was nog niet veel minder.

Mijn zus verkeerde in het alternatieve circuit waarin men niet over ziekte of kwalen wilde spreken, maar steeds bezig was om (uitsluitend) vanuit zogenaamde innerlijke kracht het pijnlijke in de ziel te overwinnen. Terugkijkend geloof ik dat zij aan een bipolaire stoornis leed, die zich steeds sterker manifesteerde, omdat de alternatieve ‘trainingen’ een averechts effect hadden. Ze versterkten het ongeremde in haar en na periodes van hoge adrenaline pieken, stortte ze in en kon dan dagen en weken alleen maar slapen en huilen.

Ik beschrijf het zo uitvoerig omdat ik een indruk wil geven van hoezeer het mij bezig hield. Ik heb in vorige blogs, o.a. Kabeljauw in Korea, verteld hoe Loes ruim een maand bij ons was in Korea tijdens een periode waarin ik in het ziekenhuis lag. Zij heeft toen voor me gezorgd (in Koreaanse ziekenhuizen verzorgt de familie de patiënt, uitgezonderd medische handelingen) en er was een sterke zussenband tussen ons gegroeid. Daarom viel ze later vaak op mij terug wanneer ze zich slecht voelde. En juist in die eerste periode in Nederland, waarin ik mijn weg moest zoeken in nieuwe levensomstandigheden, kwam dat op mijn pad.

Ik zag dat toen als een hinderlijke, storende factor. Het was zo belangrijk voor me om een goeie start te maken, om bezig te zijn met wat ik misschien wel zag als een roeping, dat ik een huilende, psychisch gekwelde zus helemaal niet gebruiken kon. Ik wilde het dus graag oplossen voor haar. Als zij zich beter voelde en het leven weer aan zou kunnen, kon ik eindelijk met het mijne verder. Ik had dan wel niet gestudeerd, maar ik ging carrière maken als domineesvrouw.

Hoe help je een zieke zus die geen hulp wil, geen medicijnen, geen therapie, geen arts?  Wat ik me vooral herinner uit die tijd was dat onbeschrijfelijke gevoel van machteloosheid. Het is erop uitgelopen dat mijn zus een einde aan haar leven heeft gemaakt. Ze zette een streep door haar eigen toekomst en indirect ook door al mijn grootse toekomstplannen. Als nabestaande van een familielid dat suïcide pleegt heb ik vooral dit ervaren: er loopt vanaf dat moment een scheur door de bodem van je bestaan. Tegelijk is het zo dat die scheur ervoor zorgde dat ik op den duur gedwongen werd te kijken naar de gesteldheid van de bodem die ik zo stevig achtte. Die was misschien wel brozer dan ik dacht.

Wat als Loes een andere zus was geweest? Zonder problemen en eerder een steun voor mij dan andersom? Zou alles anders gelopen zijn? Zou ik inmiddels bevorderd zijn tot engel? Want dat was immers waar ik naar streefde (besefte ik later), zo sterk te zijn dat ik er voor anderen helemaal zou kunnen zijn. De eerste symptomen van wat in vaktermen wel het Messiascomplex genoemd wordt.

Ook zonder de tragiek van Loes zou het tot een ‘scheur’ gekomen zijn hebben.

van dingen die niet voorbij gaan

‘Ben jij misschien familie van Loes S.?’ Voor mijn werk had ik veel telefonisch contact met tientallen mensen in heel Nederland en zo kwam ik aan de telefoon nog wel eens oude kennissen tegen of mensen die mij of echtgenoot ergens van (vroeger) kenden. Maar deze vraag was nieuw.

‘Loes was mijn zus’, zei ik voorzichtig. Het bleef even stil aan de andere kant, tot de vrouw me vertelde dat zij Loes goed had leren kennen tijdens een aantal wandelvakanties in Italie. Mijn zus is in 1992 overleden en ik had eigenlijk nooit contact gehad met vrienden of vriendinnen van haar. Dit vond ik heel bijzonder. De laatste jaren van haar leven herinner ik me alleen als uiterst moeizaam en zwaar, maar zowaar, hier sprak iemand die tijdens de laatste jaren nog goed contact had gehad en genoten van haar gezelschap. Dat deed een ander licht op de laatste jaren schijnen.

Toen ik de vriendin later sprak, tijdens een kop koffie in een cafeetje, bleek wel dat de barsten in het leven van Loes ook bij de wandelvriendinnen al wel zichtbaar waren, (woedeuitvallen) maar zonder de rest van haar geschiedenis toch minder ernstig werden ingeschat, leek het.

Ik kreeg ook nog wat foto’s van de zomers ’89 en ’90. Ik herinner me alleen een zeer frequent huilende zus uit die tijd. Veel lange zware gesprekken die nooit echt ergens toe leidden. Maar hier zie ik haar  met bergschoenen en in wandeloutfit door Toscane banjeren.

Loes heeft uiteindelijk een einde aan haar leven gemaakt. Een beslissing die een enorme impact op ons als nabestaanden heeft gehad. Ook de wandelvriendin vertelde hoe geschokt zij was toen ze uit de krant vernam dat Loes gestorven was, een jaar na dato. Vanwege de zwaarte van de relatie had de wandelclub nl. wat afstand genomen, niet beseffende hoe zwaar ziek Loes eigenlijk was. Je kunt niet op vakantie gaan met iemand die in feite psychiatrisch patient is (dit had de wandelclub niet door overigens!) tenzij je daarvoor de kracht en energie hebt. Maar wanneer je zelf die vakantie hard nodig hebt om hebt bij te komen, kun je van niemand verwachten dat te doen. Hoe moeilijk die beslissing soms ook is en hoe je blijft kampen met een gevoel van tekort schieten..

Ik was blij om te zien en horen hoe er in die laatste jaren echt nog lichtpunten waren en vrolijke periodes voor Loes. Je geheugen speelt je parten als er zoiets dramatisch is gebeurd. Daarna kun je je haast niet meer voorstellen dat het ooit anders was. Maar zelfs in de al maar moeilijker wordende periode, was er toch nog Toscane, waren er goeie vrienden, gezelschap, goeie gesprekken. Het bewijst temeer dat suicide geen vrije keuze is, maar voortkomt uit een brein dat door ziekte is aangetast en de werkelijkheid niet meer kan onderscheiden van de waan.

Loes zou nu de respectabele leeftijd van 61 hebben bereikt (10-03-1947). Iemand met veel talenten en een grote intelligentie.

Mijn grote, kattige, bazige en toch heel lieve zus. Ik zal haar altijd blijven missen.

Kabeljauw in Korea

Iemand schreef in een reactie dat ze, op zoek naar een recept voor kabeljauw, op mijn site terecht was gekomen. In m’n blog over mijn vader en vis eten op vrijdag.

Ik herlas de blog nog eens en realiseerde me toen hoe diep eigenlijk dat kabeljauw-eten in me geworteld is. Het staat gelijk aan veiligheid en thuis.

Het is 1986. Ik lig al bijna een week in het ziekenhuis in Zuid-Korea. Ik sterf van de buikpijnaanvallen en wordt volgestopt met anti-biotica omdat de artsen meenden dat ik een bekkenontsteking heb. De pijn bleef terugkomen en na een kijkoperatie blijkt dat ik een buitenbaarmoederlijke zwangerschap heb. Daar lig ik dan. Al zes dagen in een Aziatisch ziekenhuis, met echtgenoot Kim in één  kamer. Die moet namelijk voor me zorgen. Verpleegkundigen komen me alleen pilletjes brengen en de infusen controleren. Verder moet alles door de familie gebeuren.

kimchiin

Al zes dagen eet ik driemaal per dag Koreaans. Wel een wat verwesterde versie. Maar of dat nu zo’n verschil maakt?
’s Ochtends rijst met soep, ’s middags rijst met soep en ’s avonds aardappels en soep en kimchi. Helemaal niet vies, ik at wat ik op kon en dat was het.

Als uiteindelijk blijkt dat ik een zwangerschap van een week of 7 in de eileider heb, er groot risico op perforatie is, moet ik geopereerd. Kim vertrekt daarna uitgeput naar huis (sliep slecht op z’n harde ziekenhuisbedje) en Loes, mijn zus, die ‘toevallig’ bij ons in Pusan logeert, neemt zijn plaats in.

Na de operatie, wanneer ik als een postpakketje in een laken word overgetakeld naar mijn bed, neemt zij de regie in handen. Ze had de kamer al gesopt (naar Nederlandse maatstaven was het er wat groezelig) en biedt aan voor me te gaan koken omdat ik het Koreaanse voedsel even niet meer kan zien of ruiken.

Op iedere afdeling in het ziekenhuis zijn keukens waar gekookt kan worden door familie. Het ziekenhuiseten is zoals overal matig van kwaliteit en het maakt de rekening ook een stuk hoger. Dus de meeste familie komt iedere dag naar het ziekenhuis om een potje te koken voor geliefden.

Loes mengt zich opgewekt onder de Koreaanse dames die iedere kookbeweging van haar met een brandende nieuwsgierigheid volgen. Loes moet ieder pannetje laten zien en uitleggen wat ze aan het maken is. Dat valt niet mee als je geen woord Koreaans spreekt! Loes amuseerde zich kostelijk. Ze was ook al op de markt geweest immers, waar ze met handen en voeten duidelijk gemaakt had wat ze wilde.

Want wat wilde ik? Ik mocht kiezen zei Loes. En vanuit het diepst van m’n ziel kwamen de maaltijden van m’n moeder naar boven: aardappeltjes met boontjes en een balletje gehakt. Aardappelpuree, kabeljauw en boterjus met kabeljauw-bloem worteltjes. Die worteltjes konden me vroeger gestolen worden maar nu lachten ze me toe als het meest exquise voedsel.

En zo peuzelen Loes en ik op mijn Koreaanse ziekenhuiskamer gezellig samen Nederlandse maaltijden.  Later heb ik wel tegen Loes gezegd dat ik het een soort vervulling vond van ps.23: U richt een tafel voor mij aan..

Het was een moeilijke tijd. Vier kinderen thuis, ik behoorlijk ziek, zwak na de operatie. Geen familie, weinig vrienden. En dan toch: zo ver van Nederland vandaan je eigen grote zus die voor je zorgt en lekkere “kabeljauw met botersaus” voor je klaarmaakt.

Ik kon letterlijk proeven hoe goed God was…

%d bloggers liken dit: