Loes op het strand

loesheaundai
Deze foto vond ik (eindelijk weer) terug bij het opruimen van papieren die al máánden op mijn bureau lagen. Het is een fantastische momentopname uit 1986. Plaats: Zuid Korea, Busan, Haeundae strand. Het strand was toen nog redelijk ongerept en de boulevard nog niet zo dicht bebouwd als nu.  Heel in de verte zie je het hotel dat wij liefhadden omdat beneden een winkel was waar je Duits zuurdesembrood kon kopen. We reden wel een uur door de stad soms om een voorraadje brood te halen. Er was toen nog slechts plakbrood verkrijgbaar bij de bakkers, wit brood dat zich tot levensbedreigende cementballetjes vormde als de kleintjes erop sabbelden. We woonden in Busan (nieuwste spelling) van 1980 tot 1988, in verband met het werk van echtgenoot. Een mooie tijd, met uiteraard zijn ups en downs. Maar het leven in een andere cultuur, het leren van een totaal onbekende taal was heel uitdagend op een (meestal) positieve manier.

Op de foto sta ik niet zelf, maar mijn zus Loes. Ze is zes jaar later overleden door een zelfgekozen dood, dus deze foto is me heel dierbaar. Ze is hier zo blij en vrolijk dat ik me haast niet kan voorstellen dat het zes jaar later toch nog zo fout kon gaan. Loes logeerde bij ons indertijd en had haar verblijf verlengd omdat ik in het ziekenhuis terecht kwam met een buitenbaarmoederlijke zwangerschap. Ik heb hier over dat verblijf geschreven en over hoe Loes mij  toen (Hollandse Pot in Korea) verzorgde en wat dat voor me betekende.

Ik vind deze foto zo leuk omdat alle vier de kinderen erop staan, met de paraplu’s als bescherming tegen de regen. Loes houdt ze alle drie vast, wat klopte met haar rol van verzorgende voor mijn kinderen. Ze genoot daarvan. En ik had er rust door ondanks het gemis. En het is altijd weer heerlijk om een foto te zien die me herinnert aan de goeie tijden van mijn grote zus, voordat ze zo de weg kwijt raakte!

hae.jpg (280×333)

Wie overigens mocht denken dat Haeundae een idyllisch strand is op een vergeten plekje….zie de foto! Anno nu.

De foto van het strand hierboven, met de papraplu’s, is genomen tijdens ‘zangmachul’, het regenseizoen (van midden juni tot eind augustus). Wij zijn verstokte strandgangers, zeker als de temperatuur rond de 30 gr. is. Met grijze luchten en een hoge luchtvochtigheid (soms wel 80/90%) is de zee het meest verfrissende wat je je kunt voorstellen!

Toch nog de zee

CAM00954

CAM00956

Gisteren voor het eerst sinds lange maanden de zee weer geroken. Mijn ziel opende zich als de longen van iemand die onder water haar adem heeft moeten inhouden. De zoute geur van het water; het kraken van de schelpen langs de vloedlijn waar we liepen; dat voortdurende, zacht aanwezige geruis van het bewegende water. Als balsem op deze enigszins gepijnigde ziel na een lange ziekte- en herstelperiode.

Wanneer je daar loopt, diep ademhalend van genot, zou je bijna vergeten hoe woest en gevaarlijk de zee kan zijn. Orkaan Patricia was nog niet geland in Mexico toen we langs het Scheveningse strand liepen, maar ’s avonds wist ik weer waarom er in de Bijbel staat dat de zee er niet meer zijn zal op de nieuwe aarde, wanneer Jezus terugkomt (Openb.21:1). Voor mij als ‘zeemens’ altijd een lastige boodschap, maar ik denk dat het duidt op de verwoestende kracht van de golven, die een alles vernietigende tsunami kunnen vormen of boten op zee in grote moeite brengen. In vissersdorpen is men niet lyrisch over de oceaan, zoals ik. Als je geliefden verloren hebt op zee, verandert die in een vijand. Kijk de video maar om te zien hoe de zee kan huishouden bij een storm.

Daarvan was zaterdag geen sprake. Veel  mensen liepen aan het strand te genieten van het zachte herfstweer, de golfslag en de wind die je wangen dat rozige gevoel geven naderhand. Er waren nog enkele strandtenten open die het laatste restje omzet binnen probeerden te krijgen met open terrasjes.

Verder was het strand weer bijna in oorspronkelijke staat. Breed, groots en vol merkwaardige voorwerpen die waren aangespoeld. Verwijzingen naar lange, luie, zomerse stranddagen. Flessen, koelboxen, koelelementen en meer van dat soort rotzooi. Spijtig. Maar ach, het strand is geduldig en er is zoveel van, dat we er weinig last van hadden. Hoewel de vraag wel altijd door mijn hoofd blijft spelen wat mensen bezielt om, bij het naar huis gaan, doodleuk hun spullen in te pakken en de rotzooi op een hoopje achter te laten…Hoe krijg je dat voor elkaar?

Maar goed. Het weer was lekker, de zee rook zalig en ik liet mijn stemming niet bederven.

CAM00957

“In den Koekoeksklok”, sneeuw, strand en een verlaten spookdorp

Ons hotel in Metsovo,Griekenland
Het hotel is traditioneel ingericht. Veel (hand)houtsnijwerk, geborduurde gordijntjes met Griekse motieven, kussens van geweefde stoffen in weer andere Griekse patronen die wat aan kelims doen denken. Het is er knus. Het geeft me steeds het gevoel dat we in een koekoeksklok logeren. Buiten is het andere koek(oek)! Zwembad, jacuzzi en een schitterend uitzicht!

hotelmetsovohotelmetsovo1

 

 



 This photo of Metsovo is courtesy of TripAdvisor




metsovo

METSOVO
Het dorpje ligt in het Pindus gebergte. Op 1200 meter hoogte. Het is een schilderachtig, oud dorp. In de Ottomaanse tijd (14e-19e eeuw) genoot het privileges in ruil voor het bewaken van een bergpas voor de Turken, lees ik ik in mijn gidsje. Er staat een zeer oude kerk en langs de steile hellingen zie je nog prachtige oude huizen, met houten veranda’s en leistenen daken. De oorspronkelijke bewoners herken je goed tussen de import en de toeristen. Oudere vrouwen in het zwart, met een hoofddoek-met knoop-in de nek. Eronderuit steken twee lange vlechten. Ze hebben hun eigen taal, die niet gerelateerd is aan het Grieks, maar aan het Latijn. De theorie is dat het nazaten zijn van Romeinse kolonisten. Ze worden Vlachs genoemd of ook wel Aroemenen. ‘De Vlachen stammen voornamelijk af van geromaniseerde Thraciërs en mogelijk ook Illyriërs, en Romeinse kolonisten. Als zelfbenaming gebruiken alle groepen een variant van het woord romani’ (Wikipedia).
Mijn fantasie wordt door zulke informatie enorm geprikkeld.

Op het plein zitten in de schaduw rijtjes oude mannen op een bankje, enigszins verbouwereerd, de hele dag naar de drukte van bezoekers te kijken. Wat is er van ons dorp geworden, zie je ze denken. Pas in de laatste vijf jaar is het dorp ontsloten voor bezoekers en reizigers vanwege de Egnatia Odos, de Via Egnatia. Een prachtige snelweg die door tientallen tunnels voert, van Oost naar West, vernoemd naar de oude Romeinse weg waarop de apostel Paulus van Philippi naar Thessaloniki (en Berea) liep. De weg is met Europese subsidie gebouwd en betekent veel voor zowel de bergdorpen en de westkust. Er is sinds vijf jaar veel meer toerisme op gang gekomen. Goed voor de economie dus!

De bergweiden rondom Metsovo worden al eeuwen begraasd door kuddes geiten. Eind mei gaan ze van de winterweides naar boven en vreten ze hun buik rond aan de sappige begroeiing van planten en bloemen.  Gelukkig kunnen wij nog genieten van de bloemenzeeën. Wilde orchideeën en helleborus, blauwe druifjes, primula’s en wolfsmelk en nog veel meer bloemen die ik niet benoemen kan. Het is er fabelachtig mooi. Tijdens een wandeling pauzeren we aan een bergbeekje, met uitzicht op het grote Aoös stuwmeer en de besneeuwde bergen in de verte.

Orchidee
Orchidee, foto Lukas Batteau

 

In de verte het Aoös stuwmeer
In de verte het Aoös stuwmeer, foto Lukas Batteau

Onze hotelgastheer is vriendelijk, gastvrij en behulpzaam. Wat een verademing, in tegenstelling tot Frankrijk vaak, zijn de mensen hier zonder uitzondering vriendelijk en bereid om Engels te spreken. Eén ‘calimera!’ en ze doen alles voor je. We krijgen een warm, welkom gevoel en het ontbreekt er nog net aan dat de gastheer en zijn vrouw ons komen instoppen ’s avonds!

Sivota
Vanaf Metsovo voert de reis verder naar Sivota, aan de westkust, onder Igoumenitsa, vlak onder de grens met Albanië. Onze B&B ligt aan het strand. De eerste week van de vakantie, in Thessaloniki kon ik me nog niet voorstellen dat ik in zee zou zwemmen, nu is het bijna het eerste wat we doen! Wel langzaam doorkomen, maar dan: ..aaah het heldere water van de Ionische zee! We hebben de stranden bijna voor onszelf. Dit seizoen is ideaal om hier te reizen!

In Sivota geven we ons over aan nietsdoen, strand en familiegenot. Doel van dit onderdeel van de reis is immers voornamelijk het geboortedorp van de opa en vader van onze schoonzoon bezoeken, Gola, hogerop in de bergen. Dat doen we op een gegeven moment met de hele familie. Een hele bijzondere ervaring. Een spookdorp in de bergen, verlaten door de bewoners op zoek naar werk. Alleen in de zomer komen de mensen die er nog huizen en grond bezitten terug, om de hitte van de stad waar ze wonen en werken te ontvluchten.

panorama gola
Panorama Gola. Foto Lukas Batteau

Ik wijd er nog een aparte blog aan. Wordt vervolgd!

Vakantie-ervaringen met ons nageslacht – 3

‘Oma, ik wil bij jou logeren’, kleinzoon Noah’s (3) vaste verzoek. Als pappa en mamma zich opmaken om naar huis te gaan smeekt Noah, met een van verlangen en verdriet uitgestoken onderlip: ik wil bij jou blijven! Alsof hij in geen jaren meer terug zal komen. We beloven dan ook regelmatig dat hij een ‘ander keertje’ mag komen logeren. Noah is niet met een kluitje in het riet te sturen want hij wil dan wel graag weten wanneer.

Zo was het dan vorige week logeertijd. Uit de verte kwam hij aanhollen: ‘Ik kom bij jou logeren!’ Nog een kop koffie voor pappa en dan vertrekt die, enthousiast uitgezwaaid door Noah.

‘Zullen we even naar de speeltuin, oma?’ Ook Noah houdt van samen spelen, net als neef Kris (6). Maar ook met Noah vertrekken we richting het strand in de veronderstelling dat je een kind geen groter plezier kunt doen dan het strand. Van mamma hebben we een hele tas met strandspullen. Zelfs een reddingsvest. Noah wil dat graag aan in de auto. We kunnen hem gelukkig overtuigen dat dat echt te warm is nu.

We arriveren in Scheveningen, waar we naar het Zwarte pad wilden gaan, maar helaas om 10.15 was het daar al vol. Tegenvaller, want nu moeten we even opsplitsen…en het Zwarte Pad is te ver lopen voor een drie-jarige. We spreken af voor het Carlton. Echtgenoot gaat parkeren in de garage, ik neem Noah mee en een deel van de spullen. Het is heet. Noah is gelukkig zijn reddingsvest vergeten. Maar hij wil wel zijn duikerspak aan. Een donkerblauw zwemtopje. Met zwembroek in dezelfde tinten. Noah is namelijk altijd iets of iemand. Als hij ziet dat we vlakbij de reddingsbrigade zitten is hij helemaal gelukkig. ‘Het reddingsteam, oma! Zullen we daar straks even kijken?’ Noah houdt van kijkjes nemen, maar wel onder veilige begeleiding van een volwassene. Hij was er niet bij toen neef Niek bij de EHBO geholpen werd en in het gebouw van de reddingsbrigade naar binnen moest. Jammer. Hij zou ervan genoten hebben! Het laatste reddingsberoep dat hij heeft aangenomen is dat van de dierenambulance. Bij ieder beroep heeft hij ook een hoofddeksel, waardoor hij onmiddellijk in zijn rol zit.

Terug naar het Carlton Scheveningen. Als echtgenoot arriveert vinden we een plek om ons te installeren en spoeden we ons zo snel mogelijk naar de waterkant. Spelen in de golven, of pootjebaden. Maar als we bij de waterkant arriveren slaat Noah linksaf. ‘Zullen we een eindje die kant oplopen, oma?’ En hij dribbelt nogal snel die kant uit. Rennend om hem in te halen roep ik: ‘Noah, we gaan het water in! Kom lekker samen in het water spelen!’

Noah laat zich met moeite overhalen. Ongeveer 30 cm van het water vandaan blijft hij stokstijf staan en kijkt verschrikt naar zijn voetjes die, weliswaar in speciale waterschoentjes gehuld, nat worden en waaronder het zand door de stroming wegspoelt. Oma kan nog zo enthousiast zijn over de zee, Noah heeft ernstige bedenkingen tegen al dit onvoorspelbare gedoe. Het water is eng want er zitten vast haaien in (dat krijg je met al die tekenfilms en animaties van dieren), het water is koud en bovenal het water is NAT. En nat in gezicht of haar is een kwelling, dus hoezo lekker spelen in het water? In de golven al helemaal niet!

Letterlijk en figuurlijk duurt het een lange tijd voordat Noah dóór is. En echt dóór raakt hij nooit. Maar uiteindelijk spoelen de golven over zijn knieën en durft hij opa en oma nat te spetteren waarbij hij zelf ook af en toe natter wordt dan in de bedoeling lag. Gelukkig, want het is één van de warmste dagen en omdat hij ook nog zijn ‘duikerpak’ aan wil hebben, zweet hij wat af.

We gaan niet te laat terug. Alles weer meegesleept. Het blijft een onderneming, dat strand. Maar er gaat niets boven die verrukkelijke zee. Hopelijk gaat Noah het met me eens zijn later!

Noah geeft nauwkeurig de plantjes water
Noah geeft nauwkeurig de plantjes water

De volgende dag doen we een speeltuintocht. Noah kent de weg en brengt me bij de verschillende speeltuintjes in de buurt. We spelen politiebureau waarbij ik aangifte doe van diefstal en Noah nep opschrijft hoe mijn fiets eruit ziet. Dan springt hij in zijn nep politie-auto en vangt de nep-dief en stopt hem in een nep-gevangenis en mijn nep-fiets is gevonden. Als opa zich bij ons voegt herhalen we het spel maar nu is de portefeuille gestolen. Noah geniet. Zijn fantasie is vermakelijk. Het is echt, maar ook echt nep. Zoals hijzelf eigenwijs zegt. Babies in zijn buik, zusjes, dieven, tijgers, huizen in brand..alles nep.

Later speelt hij heel zoet met water in de badkamer. Geen golven, geen wegzuigend zand, maar een beheerste omgeving. Een wasbak met water en een stop erin. In het water drijven de reddingsboot en de politieboot. Redden uit het water is wat Noah wil.

Gered wórden uit het water is nog een brug te ver!

Vakantie-ervaringen met ons nageslacht – 2

We zitten in de auto op weg naar het strand. Ditmaal met kleinzoon Niek van 9. Strandspullen achterin, water bij de hand, rijden maar, naar Wassenaarse Slag. Mooier en schoner strand dan Scheveningen, vinden we inmiddels. Ik ben voorbereid op een interactieve autotocht. Eindeloze spelletjes en zo als een paar dagen daarvoor met broer Kris. Maar Niek vraagt of Sky radio aan mag. Natuurlijk! Ik babbel er gezellig tussendoor, gewillig als ik ben verveling te voorkomen.
‘Oma, ssshtt’, zegt Niek, ‘zo kan ik niks horen!’
‘Oh, ok…goed hoor, sorry’. Ik kijk naar buiten en geniet van de groene Hollandse weilanden.

 

meMMandniek
Niek keurt mijn selfie van nieuwe #MaliaMills tankini uit de VS

We rijden in een weldadige stilte, behalve de muziek dan, naar het strand. Niek droomt. Ik had het kunnen weten. Als klein jongetje al vertrok hij naar zijn eigen wereldje, vooral in de auto. ‘Nu even niet, oma’, zei hij dan, als ik contact zocht. Op mijn vraag waaraan hij dan dacht schudde hij zijn schouders: ‘gewoon, niks’.

Dat vraag ik nu niet meer. Af en toe vragen we of hij iets van het Engels verstaat, maar eigenlijk interesseert hem de tekst niet zo. Het is de muziek die hem betovert, of niet.

Niek bestudeert de andere gasten in het pannenkoekenhuis
Niek bestudeert de andere gasten in het pannenkoekenhuis

De volgende ochtend, na een geslaagde stranddag word ik rond kwart over acht wakker. Er ligt iets over me heen gedrapeerd. Het is het tanige, gespierde lijf van Niek.
‘Oma, word ’s wakker, hoe werken de afstandsbedieningen van de TV?’ Ik wrijf de slaap uit mijn ogen en zeg slinks dat hij dat aan opa moet vragen, die weet precies hoe het moet. En ik draai me nog een keertje om.

Als ik beneden kom is hij de klassieker Karate Kid uit de jaren tachtig aan het kijken. Geweldige film. Twee delen zelfs. Niek is een Kungfu’er en vind de Karate Kid uit 2000 nog interessanter. De oudere gaat over karate, de nieuwere over zijn geliefde kungfu. Ook die is meegekomen in de rugzak.

Ik vraag: ‘Hoe vaak heb je die film al gezien inmiddels?’, in de veronderstelling dat het de tachtigste keer is of zo.
‘Niet zo vaak nog, want als ik hem thuis kijk gaat Kris (6) erdoor heen praten en klieren en dan doen we een andere film’. Het lot van de oudste. Hij kijkt er vrij laconiek bij dus hij lijdt er blijkbaar niet onder. Maar nu wil hij dan ook achter elkaar alle twee delen zien! Om half elf is hij nog aan het kijken. Dan komen de tantes en andere oma en mamma om met deze oma te gaan kringlopen. De mannen gaan naar het strand, met de (klein)zoons.

Na een lange warme middag verzamelen we ons weer om iets te eten van de Chinees. Niek is in een scherpe schelp gestapt (een scheermesje) en is bij de reddingsbrigade geholpen. Nu zit hij met zijn voet in een bak (groene) Biotex sopwater, op aanraden van de EHBO’er daar, verzorgd door opa, die zelfs de Biotex vond. Wat een wonder is, aangezien ik zelf niet wist dat we dat in huis hadden. De vrouwen hebben allemaal erg medelijden, maar Niek is een kanjer. Hij heeft niet gehuild zelfs. Met het laptopkussen op zijn schoot smult hij van het bordje bami+saté, met stokjes.

Een tweede nachtje wil hij niet meer blijven. Dat heeft misschien te maken met de schelpensnee. Of misschien met de kerkgang de volgende morgen…een beetje saai. En nu jongere broer nog wel een nachtje bij de andere oma blijft heeft hij nog mooi gelegenheid de rest van de films af te kijken!

Vakantie-ervaringen met ons nageslacht I

Vakanties zijn aangebroken, ook de late, dus het is tijd voor ‘quality time’ met de kleinkinderen. De eerste die bij ons logeren kwam, was onze zesjarige Kris. Gebracht door mamma gaf hij haar al snel te verstaan dat het eigenlijk niet de bedoeling was dat ze nog bleef koffiedrinken. Als kind vond ik dat ook vervelend. Logeren betekent dat jij het onderwerp van aandacht bent en niet je moeder. Mijn moeder bleef altijd eindeloos kwekken en plakken omdat ik nogal heimwee-achtig was aangelegd. Maar dat kwam altijd pas later.

Kris raakte helemaal ongeduldig toen bleek dat zijn moeder ook nog een cd’tje met foto’s van haar recente promotie bij zich had. Of we die allemaal gingen kijken? Dat was wel de bedoeling. We vluchtten dus naar boven, terwijl opa zich over de logé ontfermde.

Eindelijk vertrok mamma en konden we tot zaken komen. Wat gaan we doen? Dat wil Kris altijd graag weten. Gefocust als hij is op zijn ruim twee jaar oudere broer Niek (9), is hij meestal wat gedesoriënteerd in het begin van een partijtje logeren. Hij loopt wat rond. Haalt vervolgens de spelletjes uit zijn rugzak die hij van huis heeft meegenomen en stelt een rondje UNO voor. Ik ben geheel op twee dagen spelletjes doen voorbereid (Kris is de spelletjesman), dus stem van harte in. Tuurlijk! Gezellig!

krispizzaHet regent buiten. Minder geslaagd. Maar niet getreurd, opa is de filmman, en Kris is een kleinkind van deze opa, dus de bioscoop is een goeie optie voor de middag. Welke film er speelt, wil Kris wel eerst weten. Planes 2, zegt opa. Hmmm, reageert Kris twijfelend: ik ben niet zo van Cars en zo… is er niet een andere film? Helaas nee, IJsselstein heeft maar één theater, met één filmzaal. Daar zijn we al trots op. Nou ja, ok dan, zucht Kris. Dan gaan we wel naar Planes. Ook hier blijkt de invloed van zijn broer van 9…Die vindt Cars ‘kinderachtig’…(Hoewel die op zijn zesde er nog mee speelde). Na afloop blijkt dat Kris genoten heeft!

En nu? Even TV kijken, stelt Kris voor. Nee joh, je hebt net 2 uur een film gezien! We gaan boodschappen doen, op de fiets! Dat blijkt nog een hele onderneming, want Kris converseert graag en doet dat het liefst met oogcontact en een omgedraaid hoofd. Als ik achter hem rijd is dat bij tijden niet geheel zonder gevaar. Ik kies zoveel mogelijk achteraf paden. Bij ‘rechts’ verstaat Kris soms ‘rechtdoor’ wat tot twee bijna valpartijen leidt. Oma…!! Je moet ook zeggen waar je heen wil!! Kris staat zijn mannetje. Thuis maakt hij pizzadeeg, met overgave, en houdt nauwkeurig in de gaten dat er op zijn helft géén tomatenschijfjes gelegd worden. Alleen salami en kaas, oma! De pizza smaakt geweldig. De vitamientjes eten we door er rauwe paprika bij te eten. Géén groene, oma.

kriskimstrand14De volgende dag is het stralend weer en besluiten we naar het strand te gaan. Dit keer niet naar Scheveningen maar naar Wassenaarse Slag. Prachtig strand, woelige zee, felle zon. We genieten. De tocht erheen was zo voorbij door het eindeloos spelen van ABC zoeken langs de weg en ‘Ken je mijn vriend?’, een spelletje dat ik al speelde met mijn moeder in de auto. Als we even geen spelletjes spelen is er altijd nog de vragende Kris. Kris reflecteert namelijk op alles wat hij ziet. Hij slikt ook niets voor zoete koek. Waarom? Dat is zijn levenshouding. Analyseren van de werkelijkheid tot op het bot, zeg maar. Het strand bestaat uit zand, maar waarom? En waar komt al dat water in de zee eigenlijk vandaan? Waar was dat eerst? En de schelpen? waarom zitten die in het zand? En wat zit er onder het zand, als je diep graaft? Eerst water, maar dan? Wat dan? Soms heeft Kris zijn eigen antwoorden, en daar kun je dan niet veel aan toevoegen, of het nu juist is of niet. Ook hier staat Kris zijn mannetje. Dat blijkt op de terugweg ook weer tijdens een hernieuwde ronde van het ABC-spel. Volgens Kris komt eerst de O en dan de N. Als ik volhoud dat het alfabet echt vaststaat is Kris het daar zeer mee oneens. Kijk oma, ik doe het gewoon op mijn eigen manier. Jij weet niet hoe dat moet. Als ik (riskant, ik weet het) erop sta dat we het spel volgens mijn alfabet spelen, zoals hij het ook op school leert heerst er eerst een pijnlijk en diep stilzwijgen achterin. Okay dan…, zegt Kris. Als het dan per se moet van jou…

Op de terugweg observeerde Kris nog dat als er helemaal geen andere mensen op de aarde waren het wel heel zielig voor één persoon zou zijn. Wel dieren en zo maar niemand om mee te praten. Je hoorde daarin zijn eigen grote behoefte aan gesprekspartners. Ik zei dat het me deed denken aan het verhaal van Het Begin, over hoe God alles maakte en ook Adam. En dat Adam zei dat hij zich alleen voelde. Nou, zei Kris, dat kan ik me wel voorstellen. Dieren zijn leuk, en wij zijn ook een soort dieren maar toch anders. En vervolgens moesten we verder zingen, want dat vindt Kris ook ontzettend leuk.

En toen kwam na het eten pappa hem weer ophalen.

 

Woudenberg boys

Woudenberg brothers

Ik heb weer een paar volle genietdagen achter de rug met mijn twee stoere kleinzoons van zeven en vier. Het was warm, dus we zijn veel buiten geweest, o.a. in het Julianapark in Utrecht. De jongens hadden niet zoveel trek in de speeltuin daar. Ik neem het ze niet kwalijk want het was er bloedje warm. Jammer genoeg is er geen zwembadje of iets dergelijks. Zou nog wel een idee zijn voor dit prachtige park. Er zijn een paar springfonteinen, maar je moet er aardig flink op stampen voor er water gaat spuiten. Niek en Kris zagen het niet zo zitten. Kris sprong drie keer achter elkaar heel hoog en kreeg aardig wat water aan het sproeien met dat stevige lijf van hem en viel vervolgens van het speeltuig. Niek is zo licht als een veertje dus hij moest zo hard springen dat het de moeite niet waard was.

speeltuin

We hebben zitten kijken naar een groepje kinderen van een NSO, met warme, paarse, polyester hesjes waarop de naam van het instituut stond. Saartje. Nou, zei Niek, met verachting in zijn stem, op zo’n opvang zou ik niet willen zitten, hoor. En veel zin om met ze te spelen hadden ze ook niet. Dus liepen we een rondje langs de dieren. Deze zaten achter gaas. Er lopen ook dieren rondjes langs de mensen in het park, kippen en hanen. Vooral voor de hanen moet je oppassen. Kris werd in zijn bil gepikt toen hij hem wilde wegjagen van ons eten.

Toen we alle dieren gezien hadden en we terug waren op onze plek, dreigde de verveling. Wat nu?   Als door een wonder, stond er opeens een ijscowagen in het park. Ik gaf Niek geld om ijsjes te kopen. De stemming schoot met een piek omhoog. Kris had opeens weer enorme energie en Niek zag de uitdaging zitten om zelf de bestelling te plaatsen.

Daar gingen ze samen. Ik wil een Skeleto, zei Niek. Ik ook, zei Kris, wat meestal zijn antwoord is op Niek’s plannen. In de verte zag ik Niek omhoog praten naar de meneer in het raampje van de wagen. De Man boog zich diep voorover, naar Niek, om te horen wat hij zei. Zou het lukken? Toch maar er even heen. Halverwege kom ik ze tegen, de mannetjes. Kris heeft een ijsje, maar huilt tranen met tuiten. Niek heeft zijn arm om hem heen. Wat is er aan de hand?
‘Ik wíl geen Cornetto’, roept Kris dramatisch door zijn tranen heen, ‘die lust ik niet!’
‘Ja’, zegt Niek, ‘die meneer begreep mij niet en toen gaf hij twee Cornetto’s.  Ik zei twee Skeleto’s, want ik wist niet meer precies hoe het heette. En nou wil Kris zijn ijsje niet’.

Oh, gelukkig, dit is op te lossen. Ik loop terug en bestel het ijsje dat Kris wilde, een Calypso cola. Helemaal gelukkig droogt hij zijn tranen. Calypso’s, Cornetto’s, ach ja waarom ook geen Skeleto’s?

Pannenkoeken eten met tante Sas

De volgende dag zijn we gaan zwemmen in het Henschotermeer. Een leuke plas in de buurt van Woudenberg, maar erg druk op een warme dag. ‘Wat gaan we doen, dan?’ vraagt Kris. Zwemmen natuurlijk. Oh..OK. Bandjes om en het water in. Een lauwwarme plas, maar Kris vind het steenkoud. ‘Ik hoef niet’, kondigt hij aan en loopt zo kordaat als hij kan in het water, naar de kant. Kris voegt meestal onmiddellijk de daad bij het woord.

Met veel moeite krijg ik hem het water weer in (ik laat mezelf nat maken met een waterflesje, een offer) en als hij eenmaal door is vindt hij het heerlijk. Als een hondje spartelt hij door de plas. Maar Niek heeft het al snel koud. We gaan er uit en liggen te bakken in de zon. Er is weinig ruimte om te spelen in de schaduw en in de zon is het te heet. ‘Ik wil naar huis’, zegt Kris,  ‘het is hier zo heet… En ik wil een ijsje’. Jammer genoeg voor hem heeft oma zich voorgenomen vandaag nog geen ijsjes te gaan kopen.

Tussen de dikke pannenkoek van de vorige avond en een hele snoepketting (met dank aan het pannenkoeken restaurant, kunnen ze niet een beker snoeptomaatjes meegeven of zo?) zit slechts een moeizaam ontbijt (‘dit is ander brood dan dat van mamma’).
‘Ik zie suiker uit je oren komen’, zeg ik. Kris vindt het niet grappig.

Ze hebben er geen van beiden meer zo’n zin in. Niek heeft een poos een Amerikaanse voetbal heen en weer gegooid met opa en is moe.

We leveren de jongens af bij hun mamma vanwege een afspraak bij de oogarts en rijden zelf linea recta naar Kijkduin, waar een andere dochter woont en springen de (koude!) zee in.

Kijkduin

Die zee…wat is dat toch een verrukkelijke plas.

pastinaak, spekjes en strand

We hebben eindelijk een groenteabonnement. Al heel lang van plan om het te nemen maar ’t kwam er maar niet van. Echtgenoot heeft de stap gezet:een formuliertje ingevuld in de reformwinkel in onze straat, that ’s all.

Een groenteabonnement, voor de niet-kenners, is een tas met een wekelijkse groentesurprise.  Voor een vast bedrag kun je iedere week een voorraadje biologische seizoensgroentes van eigen bodem ophalen in de reformwinkel. Heel leuk, want er zitten soms ook zg. ‘vergeten groentes’ bij.pastinaak

Deze week zaten er 4 witte wortels in die ik na enig speuren kon identificeren als ‘pastinaak’. Ziet eruit als een winterwortel, wit en van iets andere substantie. Gebakken of gewokt smaakt ie naar een mix tussen wortel, aardappel en appel. Heel mild en zacht van smaak. Heerlijk gebakken met een uitje, (knoflook)en wat kerrie. Volgens Wikipedia zat in de originele Leidse hutspot pastinaak (de aardappel was nog onderweg uit Zuid-Amerika!)

Zaterdagmiddag nog heerlijk op het strand geweest met o.a. kleinzoon Niek. Na een paar uurtjes strand met Niek komt het zand mijn en zijn oren uit. Ik ben de uitverkoren “bergenbouwer” , heuvels zand, waar Niek met groot plezier vervolgens bovenop springt of valt. Dat ritueel kunnen we uren lang herhalen. Tot hij besluit iets anders te doen: “Niek rennen”, en weg is tie, richting de zee. Net als ik denk dat hij plompverloren het water in rent keert hij zich om en komt even hard weer terug gerend: Help!! roepend, met z’n armpjes in de lucht, als een heuse acteur.

We hadden voor we richting strand gingen in een (nieuw)cafeetje in de Stevinstraat een tosti gegeten. Op de toonbank stond een grote glazen pot te schitteren, gevuld met spekjes. Hoe en wat we ook probeerden, Niek’s arm bleef 1 richting uitwijzen: spekjes. Ok, ik ben opgestaan en heb brutaal een spekje gepakt, waarom zou die pot er anders staan. Niek blij. En toen was het natuurlijk de bedoeling dat het klaar was. De andere spekjes waren voor andere kindertjes. Ja, knikt Niek gewillig. Nu waren de spekjes niet meer voor Niek. Nee, schudde Niek met z’n bolletje: niet voor Niek…ma’nnie, he? Maar z’n oogjes bleven maar staren en het handje ging steeds vaker toch weer wijzen. Nu was Niek nog herstellende van een flinke griep en z’n incasseringsvermogen zeer beperkt. Opeens keek ik naar een jongentje in opperste wanhoop. Mondje wijd open, dikke tranen die over z’n wagen rolden en z’n wereldje bestond nog maar uit 1 ding: SPEKJES!!

Volwassenen beraad. Nu wat? Mamma Jes stond kordaat op en vroeg de dame achter de pot of ze de pot des onheils uit het zicht wilde verwijderen, terwijl ik de net de dag daarvoor verzamelde beukennootjes en kastanjes uit m’n tas toverde. Even was er afleiding. En toen de oogjes zich weer vast wilden zuigen aan de verleidelijke glazen pot-met-inhoud was er slechts lucht. Pot weg. Spekjes weg. Langzaam droogden de tranen en na enige beukennoten trucjes mijnerzijds, brak de zon weer door bij Niek. Pfffff, close call!

Later thuis heb ik hem nog naar bed gebracht, liedjes gezongen (“mamma weg”), over z’n ruggetje gewreven tot twee vermoeide oogjes langzaam dichtvielen. Dagjes Scheveningen staan garant voor groot energieverbruik!

%d bloggers liken dit: