Loving, de film

lovingVorige week gezien: Loving. Loving betekent zoveel als liefhebben, maar de film heet allereerst zo vanwege de naam van de hoofdpersoon, Richard Loving. Hij trouwt als blanke man in de jaren vijftig met een Afro-amerikaanse vrouw uit hetzelfde gehucht in Virginia. Een gemengd huwelijk is in die tijd nog illegaal en de twee worden gearresteerd en er is een reëele mogelijkheid dat ze tot een gevangenisstraf zullen worden veroordeeld. Mits ze voor minstens 25 jaar de staat verlaten en zich elders vestigen. Ze geven gehoor aan die eis en gaan in het zwarte ghetto wonen van Washington DC. De film laat zien wat er met hen gebeurt wanneer ze besluiten terug te gaan naar Virginia omdat Mildred het leven in de stad slecht verdraagt en haar kinderen meer ruimte gunt.

De zaak Loving bereikt uiteindelijk de Hoge Raad. Er wordt een positieve uitspraak gedaan. Maar de schade en vernedering die ze inmiddels hebben ondergaan laat hun sporen na.

Zeer goed geacteerd. Men heeft zoveel mogelijk de ware feiten gevolgd en ook de karakters van Mildred en Richard lijken op de ware personen, zowel uiterlijk als innerlijk. Dat blijkt uit een interview dat na het einde van de film nog wordt vertoond met de echte Mildred en Richard. Bescheiden, enigszins verlegen, met weinig woorden.

mildred-loving-2-800.jpg (800×600)
Richard en Mildred Loving
the-loving-family.jpg (456×303)
Mildred en Richard met hun drie kinderen

Mijn schoonvader was eerder getrouwd met een Afro-amerikaanse vrouw in de jaren vijftig. Ze woonden in New York en Boston en ondervonden daar nauwelijks problemen. Maar ze konden niet samen naar het zuiden van Amerika wmarriagechrisruth2017-01-27 15.22.52aar Ruth vandaan kwam. Het was illegaal en ook zij zouden worden gearresteerd. Het is onvoorstelbaar hoe kort dit in feite nog maar geleden is. En zelfs toen de wet was aangepast waren niet alle geesten als bij toverslag zo veranderd dat men het accepteerde. De uitspraak was in 1967. Toen begón eigenlijk pas de strijd tegen discriminatie. Veel zwarten in Amerika ervaren nog steeds veel racisme.

De zwarte Pieten discussie in Nederland is in feite een nieuwe poging tot bewustwording/making dat ook wij teveel uitgaan van een witte meederheidspositie. Het is gecompliceerd. Een film als deze en andere (Hidden Figures bijv.)  die onlangs gemaakt werden waarin het verschijnsel racisme pijnlijk wordt aangekaart, maakt dat je er anders naar gaat kijken. Hoe zit het eigenlijk met mijzelf?

Trump country en MLK day

Iedereen om me heen hier in Amerika houdt de adem in. Het weer in Boston weerspiegelt de sfeer, regenachtig, somber. Wat gaat er gebeuren? Hoe gaat deze onberekenbare, door zelfliefde schijnbaar verblinde Trump, straks het land leiden? Zonder alternatieven worden nu al regelingen van de Obama regering weggestemd, met name de voorzieningen in de gezondheidszorg, zoals wat in de volksmond Obamacare ging heten (Affordable Care Act). Wat komt er voor in de plaats? Ik las het verhaal over predikanten van kleine gemeenten die meestal niet kunnen deelnemen aan grotere, gezamenlijke verzekeringen, dat het voor hen desastreus is. Zelfs Obamacare is niet goedkoop en een van de klachten was dat de premies (onze dochter in New York betaalde $200 en had een eigen risico van $1000 voor ze zich via haar bedrijf  kon verzekeren) steeds duurder werden. Maar vergeleken met daarvoor waren duizenden en nog eens duizenden voor het eerst verzekerd voor medische kosten. Er heerst onrust en onzekerheid bij velen.

Waarschijnlijk is er niet eerder zo’n conflictueuze situatie rondom een presidentsverkiezing geweest als nu. Het doet me doet denken aan de hevige emoties bij  een kerkscheuring.  De scheiding tussen pro- en anti loopt dwars door gezinnen, vriendschappen , kerken en zelfs huwelijken. Politiek is een taboe geworden. Op feestjes wordt er niet meer over gepraat, tenminste als je het gezellig wil houden. Het wederzijds onbegrip is enorm. De mening over Trump’s karakter is redelijk gelijk (een ‘wonderlijk’ persoon op zijn zachts gezegd), maar zo gauw men het heeft over al het andere verdwijnt de overeenstemming snel. Men is cynisch, bitter, of ronduit vijandig en agressief. Obama is voor de ene groep als een messias. Trump is satan. Voor de andere groep is hij het middel, misschien wel niet ideaal, maar hij is een weg naar vrijheid voor een deel van de bevolking dat zich niet gezien en erkend voelde in de 8 jaar van de regering van Obama. Hoe charmant en vriendelijk ook, veel gevoeligheid ten opzichte van bijv. christenen en hun positie in onderwijs en zorg heeft hij volgens hen niet laten zien. Onder Hillary Clinton vreesden ze een nog grotere inperking van hun vrijheid. Een genuanceerd gesprek over onderwerpen is met velen niet meer mogelijk. Het is vóór of tégen. Heb je standpunten die soms bij het ene kamp liggen en soms bij het andere dan kun je hier maar beter je mond houden. Wat ik christelijk-sociaal noem wordt hier vanwege het christelijke al gauw als republikeins gezien en dús pro-Trump, en vanwege het sociale als socialistisch, dús democratisch. Prolife dat zijn pro-fundamentalistische, haatzaaiende, achterlijke mensen die de tijd terug willen draaien. Anti-particulier wapenbezit is een bijna onmogelijke positie als je Republikein bent.

Er is angst en pessimisme. En enthousiasme en hoop. Verering en bewondering. En haat en in beide kampen een compleet gebrek aan respect.  Niemand lijkt enig ontzag voor overheden en politici te hebben. Men gaat uit van corruptie en bedrog. Waarschijnlijk terecht, gezien het systeem. Maar het stemt me droevig. Hoe kan een land overleven waar zo weinig geloof mogelijk is in de goede intenties van overheden? En de verantwoordelijkheid van burgers als kiezers van die overheid.

1-19-Martin-Luther-King-ftr.jpg (1240×775)Maandag was ik getuige van iets wat hoopvoller stemde. Het was Martin Luther King dag en we besloten naar een van de festiviteiten te gaan.  In Faneuil Hall, MA-2.jpg (550×367)

 

een historisch gebouw uit de 18e eeuw, werd King herdacht. Met muziek (een mix van jeugdorkesten uit, zeg maar ‘krachtwijken’, toespraken en samenzang. Voor het eerst zong ik We shall overcome hand-in-hand met zwarte mensen die in hun eigen leven nog hebben meegemaakt dat ze als minderwaardig werden behandeld. Ik sprak een zwarte vrouw van 77  uit Mississippi (het zuiden van Amerika) en daar aan den lijve de vreselijk rassendiscriminatie had ervaren. Tijdens het zingen van bekende liederen zoals Amazing Grace, voelde je in de zaal de ontroering, maar ook de pijn uit het verleden en heden. Ik zag veel tranen. De dame uit het Zuiden, Clovis, gaf een treffend commentaar toen we wat napraatten. Er is hoop, er is een droom en er moet gestreden worden tegen racisme en discriminatie. Maar wat we vooral nodig hebben is gebed. Alleen de Heilige Geest kan onze harten werkelijk veranderen zodat we elkaar niet meer haten en vernederen.  

Dat is altijd waar, overal. Maar hier in dit land bid ik om een bijzondere uitstorting van de Geest. Hoe zal het anders overleven?

Arirang en adoptie

Onze Koreaanse dochter  is sinds een paar jaar actief in Arirang, een vereniging van geadopteerde Koreaanse ‘kinderen’, nu allemaal volwassen (onze dochter is inmiddels 39!). De internationale adoptie is eigenlijk met hen gestart. Ik lees op de website van Andere Tijden dat de oorlog in Korea (1950-1952) de directe aanleiding was tot het ‘redden’ van vele wezen of verstoten kinderen daar.

In Korea werden kinderen, geboren uit een Koreaanse moeder en een  blanke of zwarte Amerikaanse soldaat (gestationeerd in Zuid Korea vanwege de oorlog), verstoten.  Niet alleen in de vijftiger jaren, ook in de jaren tachtig, toen wij er woonden merkte je nog heel duidelijk  dat er een taboe lag op het mengen van rassen. Korea is lang geïsoleerd geweest van de rest van de wereld en dat heeft ertoe geleid dat het land uiterst homogeen was en is. Er zijn altijd wel immigranten geweest, maar dat waren overwegend andere Aziaten. Chinezen en Japanners bijvoorbeeld. En die leven op zichzelf. Niet snel zul je een relatie zien tussen de verschillende nationaliteiten.

De schrijver Jan den Hartog en zijn vrouw waren de eersten die twee kinderen vanuit Korea adopteerden. Zij waren zeer bewogen met het lot van de verstoten kinderen  na de burgeroorlog daar, aan het begin van de jaren vijftig. Zij lobbyden in Nederland om meer kinderen geadopteerd te krijgen. Internationale adoptie was toen nog een onbekend fenomeen. Maar de behoefte aan adoptiekinderen was toegenomen door het gebruik van de pil. Er waren daardoor minder ongewenste zwangerschappen, en als gevolg minder babies die ter adoptie werden aangeboden.

In de jaren zestig werd  met groot idealisme begonnen om kinderen vanuit Zuid Korea naar Nederland te halen. Het was een vorm van ontwikkelingswerk bijna. De kinderen die in eigen land geen kansen hadden, werden naar hier gehaald om ze een beter leven te bezorgen. In de jaren zeventig was het een heel normaal beeld: gezinnen met één of twee buitenlandse kinderen. Toen ook al uit andere landen, behalve Zuid-Korea. Het sprak mij ook erg aan. Zo gaf je kansloze kinderen een nieuwe kans op een goed leven.

Er werd nog heel weinig nagedacht over de vraag in hoeverre je er goed aan doet een kind uit de eigen, sociaal culturele omgeving weg te halen. Een baby is een onbeschreven blad, dus die is nog helemaal te vormen, was de gedachte. Maar de buitenkant veranderde niet. Het Aziatische, Afrikaanse of Colombiaanse uiterlijk bleef zichtbaar. En niet alle kinderen kwamen als baby. Bij het opgroeien ervoeren de kinderen vaak een leegte in hun leven. Op wie leken ze? Waar kwamen hun karaktertrekken vandaan?

Na verloop van tijd ging blijken dat adoptie niet zo eenvoudig was als het leek. Bij de vereniging Arirang, die ik hierboven noemde, vertellen de leden allemaal een eigen verhaal. Sommigen voelen zich thuis, aangepast en tevreden. Anderen ervaren een gemis en zijn op zoek, naar familie, naar identiteit, naar wortels. Velen gingen door moeilijke periodes. Rebels of depressief.

Zelf adopteerden wij onze dochter terwijl we in Zuid-Korea woonden, in de jaren tachtig. We leerden haar kennen in een weeshuis/revalidatiecentrum waar een Nederlandse vriendin werkte. Zij bracht ons in contact met elkaar. Onze dochter was toen 6 jaar. Gevonden op straat, ruim een jaar daarvoor. Een veel voorkomend verschijnsel in die tijd. Kinderen met een lichamelijke of verstandelijke handicap werden als een schande gezien en vaak afgestaan of achtergelaten. In bussations of andere drukke plekken. In de hoop dat ze gevonden zouden worden en meegenomen naar een weeshuis om wellicht naar het buitenland geadopteerd te worden. In de jaren tachtig was er nog veel armoede in het land. En iedere afwijking in het kind werd toegeschreven aan de moeder. Het was haar schuld. In de Confuciaanse maatschappij hoort een vrouw haar man een gezonde zoon te schenken. Zodat de generaties elkaar op gepaste wijze mogen opvolgen en vereren. En zo niet, dan bleef de vrouw in gebreke.

Een wreed lot dus, voor de vele kinderen met polio, CP (spastisch), downsyndroom enzovoort. We zagen de kinderen en volwassenen bedelen op straat, soms op heel vernederende wijze. Dat deed in ons de wens  groeien om te helpen. Iets te doen. Ons oude verlangen te adopteren en het nieuwe verlangen iets te doen om het lot van al die gehandicapte medemensen op straat te verbeteren, kwamen eigenlijk samen toen we het meisje ontmoetten, dat onze dochte zou worden. Door CP kon ze moeilijk lopen. Waarschijnlijk om die reden was ze achtergelaten in een drukke straat en door de politie naar het weeshuis in Masan gebracht. Getraumatiseerd had ze een jaar niets gezegd, tot ze langzaamaan zich thuis ging voelen en veilig. Veel meer dan naam en leeftijd vertelde ze aanvankelijk niet.

Toen wij haar ontmoetten was ze een vrolijk meisje geworden, verknocht aan haar Amerikaanse ergotherapeut en zeer bereidwillig om af en toe met ons mee naar huis te gaan. We hadden toen drie kinderen van wie de jongste 2 was en de oudste 8 jaar. Niet een makkelijke startsituatie voor haar, zo’n bestaand gezin waar jij dan in moet gaan passen. School was in het Nederlands, thuis werd Engels gesproken en met de vriendjes op straat weer Koreaans of Nederlands. Ga dan je talen maar eens leren….

Wordt vervolgd.

 

%d bloggers liken dit: