Moeten dan alle dominee’s naar het Noorden?

Overspannen woningmarkt

Ik lees in het nieuws dat de woningmarkt overspannen aan het raken is. Huizen worden verkocht boven de vraagprijs. De honderdduizenden euro’s vliegen je om de oren. Mijn vrienden hebben als huizenbezitters al heel wat meegemaakt. Prijzen die daalden, weer opliepen, door de jaren heen waren er steeds weer pieken en dalen. Wie voor langere termijn kocht kon dat allemaal aanzien vanaf de bank (de luie) en hoefde zich weinig zorgen maken. Veel van deze ouderen hebben nu een huis wat hypotheekvrij is. Of met kleine hypotheken voor verbouwingen. Dat zijn goeie investeringen geweest. En ik gun het hun van harte!

Maar voor wie niet voor lange termijn iets kocht, of helemaal niets kocht zijn de tijden zuurder. Want de huren stijgen en de huizen die je huurt voor hoge prijzen slinken. Ik zag vandaag een advertentie voorbij komen voor een appartement in de plaats waar ik woon, voor 700 euro. Wat krijg je voor die som geld? Een studio van van dertig vierkante meters. Dertig vierkante meter! Dat is schandalig vind ik. Maar een student zal het er zo voor neertellen. Schaarste en vraag doen de prijzen stijgen.

Een middengroep

Ik ga geen blog schrijven over de woningmarkt. Nou ja, een beetje wel dus. Het gaat me om een groep in onze samenleving die vanwege hun beroep geen huis hebben kunnen kopen en nu in toenemende mate met toch enigszins zure gebakken peren zitten (om maar wat beeldspraken door elkaar heen te gebruiken). Het gaat om predikanten. Ik kan niet voor alle predikanten spreken. Zeker niet voor de jongere omdat die weer in in heel andere situatie zitten, soms wel met eigen huis. Maar ik weet dat ik zeker voor een aantal spreek. Namelijk voor gepensioneerde predikanten. Tot die groep behoort echtgenoot.

Het Traktement, bron van vergissingen

Ga ik een zielig verhaal ophangen? Alsjeblieft niet. Wel wil ik een realistisch verhaal vertellen. Waarom? Omdat er over deze groep misverstanden bestaan die tot onbegrip leiden en daarom tot een soort isolement.
Over wat voor misverstanden heb ik het dan? Bijvoorbeeld deze, dat ze toch altijd gratis gewoond hebben in een pastorie, zo’n mooi groot pand? Of dat ze toch een hoog salaris hadden? Dat is publiek bekend want een keer per jaar wordt namelijk de begroting van de kerk besproken, in een vergadering van de gemeente, en dan staat er een enorm hoog bedrag op die begroting met daarachter “salaris predikant”. Geen huur en zo’n salaris? Wie wil dat niet?

Nou, zo zat (zit) het dus niet. ‘Vrij wonen’ werd bijvoorbeeld al lang geleden door de belastingdienst afgeschaft. Er moet dus altijd een percentage huur betaald. En dat kan ook niet (ver) beneden de waarde van het pand. Je kunt dus bijvoorbeeld niet voor 200 euro per maand wonen in een pand dat 300.00 waard is.  Ten tweede verzon de belastingdienst in de jaren negentig dat de waarde van het het pand (de dienstwoning) mee ging tellen in de inkomsten van de bewoner.

Vraag me niet hoe dat technisch zat. Ik weet alleen dat het betekende dat er op een gegeven moment alweer meer belasting betaald moest worden. Meer belasting van dat zg.’hoge’ bedrag dat op de begroting stond. Een soort bedrag dat ik zelf als ‘gewone’ werknemer ( ik werkte een aantal jaren part-time als secretaresse) nooit op mijn salarisstrookje zag. Wat ik zag aan het einde van de maand waren bruto en netto bedragen, maar wat op die kerkelijke begroting stond was een totaalbedrag waar alle premies, en alle verdere verplichtingen aan de Nederlandse staat nog vanaf moesten. En aangezien Nederland een uiterst goed ingericht systeem heeft, waar we allemaal de vruchten van plukken, slonk dat hoge bedrag na alle afdrachten als een berg spinazie in heet water.

Ongunstige positie, belastingtechnisch

Beweer ik nu dat die predikanten dus arme sloebers waren? Nee, natuurlijk niet. Het waren gewoon leraren zeg maar, (zoals een docent op de middelbare school), die alleen wel veel meer uren moesten draaien voor hun inkomsten. Om de zes, zeven jaar verhuisden en dan nog het gekke dat (in de kerken waar wij lid van zijn)  ‘leraren’ voor een kleine klas minder salaris krijgen dan leraren die een grote klas hebben. Maar goed, da’s een ander verhaal. Het voordeel van de positie van een ‘echte’ leraar is weer dat die een gewone werknemer is. Zo niet de predikant. De belastingdienst heeft beslist dat de predikant een zelfstandig ondernemer is. Zo moet de arme man een winst-en-verliesrekening bijhouden. Ook schafte de belastingdienst alle aftrekposten af. Voor studeerkamer en zo. Oh ja een pc mocht je nog afschrijven in drie jaar. Maar dan was alle welwillendheid afgelopen. Nou ja, het leek er in onze tijd op alsof iedere nieuwe belastingregeling in het nadeel van predikanten uitviel. Goed. Er zit vast geen opzet achter. Vervelend was het wel.

De beruchte vrije sector

Nu is het zo dat predikanten vanwege het tijdelijke van hun beroep cq woonplaats meestal geen eigen huis hebben gekocht/kunnen kopen. Wanneer dus het pensioen aanbreekt moet er gezocht worden naar een onderkomen in de huursector. Op zich niets mis mee, ware het niet dat die sector zeer prijzig is geworden. Sociale huurwoningen (tot 750) zijn uitgesloten. Kopen eveneens. Hypotheekverstrekkers zijn niet scheutig voor deze mensen. Tenzij hun vrouwen werken, maar dat is meestal niet (meer) het geval en zeker niet fulltime. Wellicht een tip voor de volgende generatie! Koop op tijd! Als het kan.

Zo kom je dus noodgedwongen terecht in de vrije sector. En we weten het allemaal, tussen de sociale huur en de hoge huur ontbreekt het middensegment. De huur begint dus meestal bij de 850 -1000. Waar je ook zoekt. En dan heb ik het niet over villa’s. Maar gewoon over driekamer appartementen. Projectontwikkelaars hebben dat marktsegment volledig ingepikt. Van Groningen of Zwolle naar Assen of Amersfoort overal start de vrije sector boven de 850 euro voor een redelijke ruimte. En voor huizen van een middenhuur bestaan lange wachtlijsten.
Dat betekent dus dat bij een normale teruggang in salaris bij het pensioen (70%) de bizar hoge huur een onevenredig grote hap uit de inkomsten neemt.

Een andere situatie

En wat dan nog? De reden dat ik dit zo uitgebreid vertel is dat er naar mijn inschatting weinig inzicht is in de impact van dit aspect van de economische omstandigheden van gepensioneerde predikanten. Opnieuw ik spreek niet voor iedereen en wie eindelijk geniet van een Zwitser Leven, het zij je gegund. Maar dat is niet het geval voor degenen die ik ken en ik vang uit mijn omgeving genoeg signalen op. De hoge woonlasten van deze groep pensionado’s  zijn bij veel mensen niet bekend.  Bij vrienden, eveneens gepensioneerde leeftijdgenoten, creëert de (bijna) afbetaalde hypotheek ruimte voor andere zaken.  Wie nog studerende kinderen had in de tijd dat er van vrijgemaakte predikanten werd verwacht dat ze naar gereformeerd onderwijs gingen, soms ver van huis, weet dat er voor een eenverdiener met een groter gezin van sparen in die periode weinig kwam. Wie dat wel lukte: Chapeau! Maar bij ons slokten trein- en busabonnementen de guldens op als gulzige biggen. Om nog maar niet te spreken van het vervangen van de eindeloos gestolen stationsfietsen…Vaak was er aan het einde van het salaris nog een stuk maand over, om met Loesje te spreken.

De hoge huren in de vrije sector

Voordat dit nu op een klaagzang gaat lijken, nog dit. Het gaat me erom bewustzijn te kweken voor een groep die na hun pensionering vooral door de hoge huren het niet makkelijk heeft. En ik denk vaak ongezien. Goed dat de overheid meer aandacht heeft voor de middeninkomens en de middenhuur. En dat ChristenUnie en SGP het onrecht aankaarten dat eenverdieners zoveel meer belasting moeten betalen.

Ik denk dat we maar naar Delfzijl gaan verhuizen. Daar is nog wel iets te vinden dat betaalbaar is. Of in Ernstheem.

flatje in Delfzijl
Ernstheem

Vrouw van een dominee 2, 1988-2011- De eerste gemeente

Het rare van domineesvrouw ‘zijn’ is dat het eigenlijk niks is. Bakkersvrouwen werken alle eeuwen door in de bakkerswinkel en boerinnen in de stal of op het land, maar wat doet een domineesvrouw? Dat is in ieder tijdperk anders. Vroeger vergezelde zij haar man vooral op bezoeken, ze ging zelf de gemeente in om goed te doen en soep te brengen bij armen. Vaak was ze ook een van de weinigen met een opleiding en leidde Bijbelstudies en dergelijke. Maar die tijden waren zelfs in 1988 al lang voorbij.

Toen ik ‘begon’ als domineesvrouw was ik 33 jaar en ik had geen flauw idee wat er eigenlijk van mij verwacht werd. Ik had geen rolmodel want we waren lang weg geweest en nog niet zo lang voor ons vertrek lid geworden van de kerk waarin echtgenoot predikant was geworden. Als kind herinner ik me weinig van de rol van de vrouw van de predikanten van mijn ouders. Dus wie of wat was ik nu geworden? Ik was het vanuit Korea wel enigszins gewend om gezien te worden vanwege het beroep van mijn man. Ik werd tenslotte ‘weledele vrouw van de geleerde(saamoniem)’ genoemd. Maar verder dan dat ging het niet. Af en toe mocht ik mee naar een etentje

Als onbeschreven blad zou ik dus starten. Waar? Dat werd nog een hele klus voor we onze bestemming wisten. Vijf gemeentes nodigden ons uit om kennis te maken. Harderwijk, Dedemsvaart, Zaanstad, Rozenburg en Roden. In iedere gemeente werden we verwacht om een dag door te brengen. Kennismaken met de kerkenraad. Kennismaken met de stad/het dorp/de regio en ’s avonds kennismaken met de gemeente. Wat ik me nog heel scherp herinner is dat ik iedere keer halverwege de dag barstende koppijn had en darmkrampen. Ik kan het nu makkelijk plaatsen (te veel indrukken, spanning) maar ik werd er toen steeds door overvallen en verweet het mezelf.

Omdat het de eerste gemeente na de Korea-periode zou zijn mochten we in plaats van drie er zes weken over nadenken. Waar wilden we heen? Waar riep God? Dat laatste vond ik moeilijk. Alle vijf gemeenten waren zonder predikant en kwamen daarom in aanmerking voor mijn gevoel. Hoewel de kleinere gemeentes wat ons betrof het wel meer nodig hadden om iemand van buiten te hebben. We keken ook naar praktische zaken. Passen we in het huis met z’n zessen? Ik was nog jong genoeg om op eventuele gezinsuitbreiding te hopen. Kunnen we na jaren stad wennen op het platteland? Dat soort vragen.

Een andere belangrijke vraag was die van de school. Het is 1988 en kinderen van de kerk gaan allemaal, met een uitzondering daar gelaten, naar de eigen scholen in Rotterdam, Groningen, Amersfoort of Zwolle. Onze oudste is een VWO kind. We leggen Amerikaanse/Koreaanse maatstaven aan wat betreft afstanden reizen en vertrouwen op de vele ouders die zeggen dat ver reizen naar school geen enkel probleem is. De kinderen raken snel gewend en maken huiswerk (of lol)  in de trein. Ouders hebben er meer problemen mee, zegt men over het algemeen.

Dat geeft voor ons de doorslag om naar Noord-Holland te gaan. Een soort verzet tegen de gangbare trend dat men wegtrekt uit steden waar geen eigen onderwijs is om met duizenden op een kluitje rond de middelbare scholen te gaan zitten. Zo keken we er toen tegen aan. Heldhaftig. Later  heb ik daar spijt van gekregen. Niet voor mezelf. Ik hoefde niet iedere dag in de trein of bus. Maar spijt voor onze oudste die dat reizen wél moeilijk vond. Heldhaftig zijn ten koste van anderen is makkelijk..

Mijn eerste ervaringen als domineesvrouw begon ik dus op te doen in het Zaanse. De eerste pastorie die ik bewoonde was die aan de Schepenlaan.

Vrouw als ouderling of predikant? – intro

Voor velen een volkomen achterhaalde discussie in deze tijd: Hoezo zou een vrouw een bepaalde functie niet kunnen bekleden alleen vanwege het simpele feit dat ze vrouw is? Is ze minder dan of zo? Dat is meestal als vanzelf de conclusie. Wie iets niet mag zijn of doen is minder. Gelijkwaardigheid leidt tot gelijke behandeling. Het gaat alleen om geschiktheid voor de functie. Opleiding, karakter, enzovoorts. In sommige gevallen gaan bij gelijke geschiktheid vrouwen zelfs voor.

Zo niet in mijn kerk (Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt). Die gelijkheid is er niet. Vrouwen kunnen qua opleiding en karakter geschikt zijn voor diaken, ouderling of predikant maar omdat ze vrouw zijn komen ze voor die functie niet in aanmerking. Die is voorbehouden aan mannen.

Hopeloos ouderwets dus, kun je denken. Van buitenaf gezien is dat ook zo. Het doet denken aan het SGP vrouwenstandpunt waarbij vrouwen niet lid mogen worden van de partij en officieel ook niet mogen (mochten) stemmen. En zeker niet verkozen worden. Nu mogen vrouwen in mijn kerk wel stemmen en overal over meepraten, maar zelf tot diaken, ouderling of dominee verkozen worden, nee.

Ik merk dat ik er steeds meer moeite mee heb dit te accepteren. Ik kan het niet uitleggen aan mijn niet-gelovige vrienden en familieleden die bijna denken dat ik lid ben van een of andere sekte, maar me daar te goed voor kennen. En ook de sfeer in de kerk (wanneer ze er eens komen voor iets bijzonders) niet herkennen als benauwd en rigide. Ze zijn dan juist verbaasd over de openheid, de moderne uitstraling en de mix van generaties.

Nu vind ik het argument “ik kan het niet meer uitleggen’geen sterk genoeg argument om te denken: daarom moet het anders. Er zijn meer standpunten die als achterhaald worden gezien waarvan ik toch overtuigd ben dat de Bijbel ze leert. Over het huwelijk, over seksuele relaties buiten het huwelijk om enz. Het dwingt me wel om bepaalde tradities en gewoonten opnieuw te doordenken. Wat zit daar nu achter? Is het puur traditie of gaat het dieper?

Ik wil er dus over na gaan denken. Tenminste ik wil wat van mijn gedachten delen met wie dit blog leest. Is wat bijbels is, altijd achterhaald? Is wat ‘achterhaald’ in de moderne westerse cultuur soms toch bijbels? Is het wijs om met je cultuur rekening te houden om geen aanstoot te geven? Of moet je je juist alleen maar onderscheiden? Er staat immers in de Bijbel dat we vervolgd zullen worden en bespot?

Ik ben uiteraard een huis-tuin en keuken lezer van de bijbel en geen theoloog. Maar dat is mijn uitgangspunt, de bijbel.

Waar ik uitkom is niet zeker. Ik ben loyaal tegenover mijn eigen kerken, maar ook daar verschillen de meningen. Lees met me mee, zou ik zeggen. Alvast een link naar de site van ds. Smouter van de Nederlands Gereformeerde Kerk in Apeldoorn, die een pleidooi voert (2007) voor de ‘vrouw-in-het-ambt’. Ik ga zoeken naar online artikelen die tegenovergestelde argumenten gebruiken!

Engelenwoede

Prachtige titel, die meteen intrigeert. Het gaat in het boek met die titel om mensen. Mensen met engelengeduld dat op een gegeven moment op is. Wat dan ontstaat is engelenwoede. Die woede leidt tot verdere ontwikkelingen in de onderlinge verhoudingen.
Fascinerend voor mij is de plot van het boek: de ik-figuur is een predikant die geconfronteerd wordt met de frustratie van zijn vrouw. Zij is het, in haar ogen, verkrampte leven in de pastorie zat. Ze stelt hem voor een keus, of haar of een ander beroep en ze vertrekt. In een schriftje volgen we de worsteling van de predikant. Met haar bezwaren, met zijn eigen dilemma’s en met de eindeloze gebeurtenissen in  het bestaan van een dominee. Geboorte, ziekte, sterven, preken, vergaderingen, bijeenkomsten enz. Ondertussen doen de twee tieners die bij vader zijn gebleven, hun uiterste best het de beide ouders naar de zin te maken, ieder op eigen wijze. In de hoop dat het allemaal snel weer goed komt. Het is de engelenwoede die uiteindelijk maakt dat zaken in een stroomversnelling komen.

Mooi boek, dat me wel overtuigde. Er zit echt ontwikkeling in de personen. Wel wat snel, maar dat is toch geloofwaardig gemaakt. En subtiel.

Zelf getrouwd met een predikant herken ik veel van de gevoelens en situaties zoals beschreven in het boek. Vooral dat alles altijd maar doorgaat, wat ook je eigen persoonlijke situatie is. De telefoon kan maar zo gaan en hoppa, weg is manlief, letterlijk of figuurlijk. Tegelijk is ook mooi beschreven hoe de predikant, ondanks alles, heel sterk een roeping voelt naar de gemeente en die ook niet kan verloochenen. Niet hoogdravend maar je proeft goed zijn eigen worsteling daarin. Ook de sterke behoefte van de vrouw af en toe los te komen van de verstrengelde (persoonlijk/werk) situatie in de pastorie herken ik goed. Zij kiest ervoor stewardess te zijn. Een eigen leven voor de vrouw naast de gemeente maakt het mogelijk om juist het in de gemeente uit te houden. Zo kun je beiden tot je recht komen.

Engelenwoede-Verbaas, uitg. Boekencentrum, Mozaiek Zoetermeer (ISBN 9789023992431)

%d bloggers liken dit: