Alles onveilig – Maarten van Aes, gedichten

alles onveiligAls een goede bekende (Maarten van Aes, synoniem voor ds. Simon van de Lugt; waarom eigenlijk een synoniem?) een gedichtenbundel publiceert ben ik natuurlijk zeer benieuwd naar de inhoud. De schrijver kennende verwachtte ik geen versjes. Ik was dan ook onder de indruk van de diepte van de gedichten. En de kracht. Ik ben geen literatuurexpert, dus ik beoordeel wat ik lees puur op mijn eigen intuïtie en gevoel.

Mijn gevoel na het lezen van de bundel was enigszins ontregeld. De gedichten zijn donker, kruipen onder je huid: De aarde is een heikele plek om te wonen. Er is dreiging, en gebrokenheid. Er heerst dood, verval, het stormt er en voor je het weet ligt er een boomstam over je pad of kraakt een houten mast in tweeën…Je bent je leven niet zeker. En de mens is zo kwetsbaar en beklagenswaardig in zijn demente ouderdom. (twee ontroerende gedichten, ik citeer er één)

De gedichten zijn heel beeldend. Je hoort het krijsen van de meeuwen in de snoeiharde storm, de wolken jagen langs de hemel. Je ziet de verwarde bejaarden schuifelen in het verpleeghuis, je ruikt het bloed bij de eerste hulp, je word meegenomen in de verbijstering en wanhoop van slachtoffers van rampen.

Ik moest even een rondje stad doen, gewone aardse dingen als de Hema en de Blokker, om de gedichten te laten bezinken. Ze maakten echt iets los bij me. Nu ben ik gevoelig voor het donkere en het gebrokene. Wil daar ook niet voor weg lopen. Het valt inderdaad niet mee op aarde. En het is er zeker onveilig. Daar vloeit ons intense verlangen naar geborgenheid uit voort. En het is te gemakkelijk om bij grote levensvragen of -verdriet te snel te roepen: Maar God maakt alles goed! Soms moet je de pijn ervaren. Dat lees ik in de gedichten. Soms wat al te cryptisch naar mijn smaak. Maar wel met succes.

De moeite van het lezen en herlezen zeker waard!

Men heeft zijn das de broekband ingestoken.
Hij glimlacht op pantoffels,schuifelt langs de wand.
Hij streelt de stalen klink, voelt met zijn vale hand
de deur op slot. Straks wordt er ingebroken.

Hij wacht, want dat is met hem afgesproken.
Zijn plaats is in de hoek, vlakbij de plastic plant.
Hij weigert de tablet, hier zit hij voor het vaderland

op wacht. Hij weet, straks wordt er ingebroken.

Dan voelen de bewoners de aarde trillen.
Vrachtwagens komen aan, of zijn het bussen?
Dit is verzet. Hij roept zijn wapenbroeder,
hij hoort zijn naam. Wat zou hij anders willen
dan nu naar buiten gaan, de zuster kussen,
en dan de stad in, thee drinken bij zijn moeder?

°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°

Alles onveilig – gedichten
Maarten van Aes
2013 Uitgeverij Aspect
ISBN 978-94-6153-306-7
NUR 306

Veertigdagen (6) – Johannes de Doper

Bent u het echt?

Ik was een late vrucht van liefde
van hoogbejaarde ouders
een enig kind –
mijn levensdoel: de God die zij
vereerden voor het wonder –
dat was ik.

Ik leefde in het stof van de woestijn om
me te wijden aan wat ik worden zou,
een soort heraut  –
Ik gaf niet veel om kleding en om wat ik at,
wat honing, heilzaam, zoet en hier en daar
een sprinkhaan

Toen  leek de tijd gekomen,
het gonsde van geruchten –
de mensen leken overspoeld
door een vloed van spijt en schuld.
Ik moest ze dopen en vergeven
in de naam van hem die komen zou
en al onder ons bleek rond te lopen

Toen zag ik Hem, mijn neef, mijn leven.
Ik was zo blij hem eindelijk te zien
tussen die massa mensen.
Ik had zo lang gewacht
en nu stond hij hier,
pal voor mijn neus en
moest ik hem dopen!

Lachwekkend, waar moest hij, dat lam
dan voor vergeven worden?
Ik deed maar wat hij zei, hij zou het wel weten –
en de hemel lachte,
vrede, vrede

Nu ging het dan beginnen
al die lange jaren van bezetting en vernedering
voorbij, de vrijheid gloorde voor ons volk-
Zie hier de lang verwachte Koning!

Maar na een jaar of zo knaagde
de twijfel, ik merkte niets
van overwinning –
wat deed hij nu behalve praten?

Ik zit in de gevangenis, alleen,
ik heb Herodes op zijn kop gegeven.
Maar het duurt vast niet lang
ik reken op de daadkracht van
mijn neef, Israëls nieuwe Koning –

Nu hoor ik net dat prinses Salomé,
de dochter van Herodes,
mijn hoofd eist op een blaadje

Ik snap er niets meer van, waar is nu Jezus,
Hij  kwam ons toch bevrijden?
Nu  zit ik hier van God en mens verlaten
in een donkere cel te wachten op mijn dood –

ik hoor de beulen komen

Grutterslied

Voor mijn schrijfcursus moest ik een gedicht schrijven over de plaatselijke super. Ik vond het een moeilijke opdracht maar kreeg er allengs wel lol in terwijl ik langs de schappen liep op zoek naar poëzie. Hier volgt het resultaat:

Grutterslied

Tussen krakende zakjes, gonzende,
fluisterende, zuigende geluiden,
rinkelende flessen op de
motor van de koeling, dansend
ritme voor de Activa,
droom ik weg bij Olvarit’s pyamapapjes

schiet weer wakker bij de
Snack ‘a Jack Chocolate Chip
zwelg ik bij de Zoete Zaligheid
van Appeltjes en Wijnrode
Kersen gevangen in een net.

Ik dans weg bij Duvel, Leffe,
Wieckse Witte en Rosé
Lingens blond en Liefmans fruitesse.
Ik hop door Honig hoepels
zo blij met de kleine, kleinste prijsjes.

Grootgrutters poëzie
als onverwachte bonus

Omdat ik een online cursus doe en alleen feedback krijg van de docent vind ik het leuk om van volgers van mijn blog meer respons te krijgen!