Tagarchief: kleinkinderen

Long time no write

Verschillende volgers van Parelpad informeerden al bezorgd of de Black Dog weer op bezoek was, zo lang hadden ze al niets meer gehoord. Meestal is radiostilte wel een indicatie bij mij. Maar deze keer was het anders. Heel ordinair, gebrek aan inspiratie en (hoe gek dat ook klinkt) tijd. Om te schrijven heb ik ononderbroken tijd nodig. Niet dat het schrijven zelf heel veel tijd kost, maar het is vóór die tijd dat ik het idee moet hebben dat niets me gaat storen.

Hoe dan ook, tijd voor een blog. In de afgelopen weken ben ik veel oppas-oma geweest, tot mijn grote vreugde want ik ben nu dikke vriendjes met mijn jongste, wat eenkennige, kleinzoon.

Een baasje die met weinig woorden de omgeving vertelt wat er op het programma staat. Praten doet hij niet veel, hij is zeer efficiënt in woordgebruik. De hoognodige woorden en voor de rest doet een vingerwijzing en luid en duidelijk ‘méé’ het werk wel. Allerleukst is zijn spel met ons: hij wijst en wij moeten zeggen wat het is, waarop hij heel blij ‘jaaaa!’ roept. Bij schaap en oor geen probleem. Lastiger wordt het wanneer hij naar onze abstracte Kandinsky poster wijst en we met geen mogelijkheid iets kunnen bedenken wat zijn instemming krijgt. Vierkanten? Rood? Strepen? Blauw? Ballen? Vogel? Néééee, nééeeeee!! Tot opa op een lumineus idee komt: Is het een Raket?? ‘Jáááaaaaaa!!’ Dat bracht opluchting alom. En we kijken weer met andere ogen naar ons schilderij.

Van peuter naar puber nu. Oudste kleinzoon maakt zich op om naar de middelbare school te gaan. Straks niet meer lopend om de hoek naar de dorpsbasisschool, maar fietsend naar de grote stad. Van oudste en wijste op school naar brugpieper en jongste. Denker, dromer, creatief en atletisch. Wat gaat er uit hem groeien? Nu al een mooi mens!

Ja, het is merkbaar, oma zijn geeft een hele nieuwe betekenis aan mijn leven. Ik weet dat er onder mijn volgers mensen zijn die ongewenst kinderloos zijn en dat het juist in de kleinkinderenfase van vrienden weer pijn gaat doen. Ook die periode maak je dan niet mee. Tegelijk weet ik van vrienden dat nichten en neven die plaats kunnen innemen, en tot op zekere hoogte de pijn van het gemis verzachten.

Van betekenis zijn is een wisselwerking. Ik wens al mijn volgers betekenisvolle relaties toe. Er zijn voor anderen, door de dalen en de hoogtes, geeft het leven zin. Meer en meer onderzoek wijst dit ook uit. Echt geluk is te vinden in de relationele sfeer. In verbondenheid met elkaar. Kijk bijvoorbeeld eens op de zeer lezenswaardige site van ‘De Geluksdoctorandus.nl. Over sociale relaties en hoe die te koesteren, als bron van geluk.

Want automatisch goed gaan die relaties natuurlijk niet.Je kunt ook flink op je neus gaan, teleurgesteld raken. Als christen ben ik niet idealistisch op dat gebied, de bijbel zegt het al: vestig op prinsen geen vertrouwen. Maar toch. Met voldoende besef dat ultiem geluk niet van enig mens kan komen, kun je tegelijkertijd veel blijdschap ervaren in goeie, eerlijke relaties met vrienden en geliefden.

Advertenties

Nederlands voor peuters

‘Ooooootoooo’, zeg ik heel overdreven en nadrukkelijk met mijn lippen in een rondje. En ik wijs op het autootje dat kleinzoon in zijn handje heeft. Die kijkt ernstig naar mij en dan naar zijn meest geliefde speelgoed van het moment, autootjes, en weer naar mij en zegt: ‘tatuúu’…. We herhalen onze simpele conversatie nog een paar keer. Oóotoóoo, glazige blik in mijn richting, tatuúuu…Ik leg me erbij neer. Deze pientere boy van 20 maanden heeft absoluut geen zin een ander woord voor zijn mini bolide te accepteren. Wat maakt het ook uit. Ik verval af en toe in mijn NT2 rol, buitenlandse studenten Nederlands aanleren. Maar kleinzoon heeft daar helemaal geen boodschap aan, die spreekt namelijk al perfect Nederlands. Een auto is een tatuuu, dat is toch logisch?

Tegenwoordig mag ik op hem passen. Na aanvankelijke eenkennigheid die een jaar of zo duurde was hij er klaar voor. Een dagje bij ‘mmmaaa en ‘ppaaa is prima. De eerste uren vermaakt hij zich met de autootjes. Door de jaren heen zijn er veel wat verzameld. Vier kleinzoons hebben de voorraad speelgoed een onmiskenbaar mannelijk karakter gegeven. Hoewel de Lego en Duplo door zoon én dochters gebruikt werden vroeger. Maar de Little Pony, de Barbies en de andere poppen liggen onaangeraakt in een  stoffig hoekje op zolder.

De auto’s echter zijn indruk gebruik, vooral door deze miniman. Af en toe zegt zijn pappa in een met tranen en nostalgie verstikte stem: oh..ik weet nog dat ik met die auto speelde..

Een zwarte Lada, een rode Audi…deurtjes die open en dicht gaan..dierbaar. De grotere jongens malen niet om auto’s. Nooit echt gedaan. Fascinerend hoe ook speelgoedvoorkeuren blijkbaar al ingebakken zitten.

Na alle auto’s, pardon, tatuuu’s naast mij geparkeerd te hebben op de bank is het tijd om op onderzoek te gaan. Alles wat deze peuter niet mag hebben, de telefoon, het zware houten nijlpaard (onze Rudi), de mobieltjes, de pennen, de koffiekopjes enzovoort worden nu eveneens naar me toegebracht cq gezeuld: ‘mmmaa! dat betekent dus zoveel als, niet voor mij maar van jou. Ook weer een keiharde logica.

Als we alles weer enigszins opgeruimd hebben is het tijd om naar buiten te gaan. We wonen in een speeltuinrijke omgeving dus dat is genieten! We gaan naar een hele grote. met schommels, zand en een glijbaan. Nathan rent heen en weer, speelt met zand, rent heel hard! Níet naar waar hij 5 vierkante kilometer ruimte heeft om te rennen. Nee, hij rent zo hard hij kan richting een smal paadje, met daarlangs, juist, WATER. ‘Mmmaaaa is not amused. Maar ik moet ook lachen om die snelle gast.

Na veel heen en weer geloop gaan we lekker richting huis in de wandelwagen. Het koppie ligt steeds schever en ja hoor, na twee minuten is hij in diepe slaap.

Nog maar een extra rondje lopen.

Dagen om nooit te vergeten

‘Ik kan echt niet meer slapen, hoor…’
Het is pikdonker buiten, voor mijn gevoel nog middenin de nacht, en er staat een vierjarige kleinzoon aan ons bed.
‘Kom maar even bij ons liggen dan’, mompel ik.
Hij springt op het bed en kruipt tussen ons in. Het warme kleuterlijfje kruipt dicht tegen me aan.  Wie weet, niets zeggen, ogen dicht, misschien valt hij nog even in slaap. Het is stil. Maar eigenlijk ben ik stiekum toch wel benieuwd hoe laat het is. Misschien is het wel half acht en moet ik er gewoon uit met hem.
Ik pak mijn telefoon en kijk op het schermpje. Mijn eerste vermoeden blijkt waar. Het is vroeg. Niet meer middenin de nacht, maar, even pijnlijk: zes uur…
Ik doe mijn ogen weer dicht.
‘Oma’, hoor ik opeens luid en duidelijk naast me, ‘nu kan ik echt helemaal niet meer slapen, hoor!’
‘Hoezo dan?’
‘Nou, ik heb pappa en mamma en Nathan op je telefoon gezien..!’
Ik probeer het nog even, maar het mannetje wordt onrustig en begint het geluid van vliegtuigen te imiteren, dus ik besluit echtgenoot nog wat slaap te gunnen en ga naar beneden.

De dag verloopt goed. Noah speelt veel zelf, met het duplo Legovliegtuig dat zijn geld dubbel en dwars waard is geweest. Voor de oudste kleinzoon tweedehands aangeschaft, is het nu al 10 jaar in gebruik. Hij tekent ook enthousiast, hoewel ik vaak even iets moet ontwerpen.
‘Oma, teken jij even een onderzeeboot? Nee, niet zo, maar zó! Neée-eeh, zó-oo..!’
‘Doe jij het dan zelf!’
‘Nee, dat kan ik niet, oma, jij moet me helpen.’
Goed, ik doe mijn best mijn tekentalent te ontwikkelen. Legertrucks met badges (Badges?? Wat voor badges? Gewoon, een badge, oma! ok dan…), ambulances enzovoort.

2015-11-14 15.26.32

Het Indianenpak dat oudste dochter aan me uitleende is een doorslaand succes. We bekijken boeken over Indianen. Opa leert hem indianengeluiden, doet een indianendans en rijdt paard.  Als we naar buiten gaan, kan ik hem alleen overtuigen een jas aan te doen, mits die open mag blijven: ‘anders zien ze niet dat ik een indiaan ben.’ Als we vrijdag op de markt lopen om een patatje te halen, vraagt iemand hem waar zijn hoofdtooi is. Wat dat dan wel is? Ja, iets met veren en zo.

Thuis is het enige wat ik kan vinden een soort Hawaii-krans en daar steken we een vogelveer in. Voorlopig is Noah weer tevreden.

Tijdelijke hoofdtooi

Tijdelijke hoofdtooi

 

Echte hoofdtooi, later...

Echte hoofdtooi, later…

Ook zaterdag gaan we een frisse neus halen. Het regent al bijna de hele dag, maar het is even droog. We lopen naar de winkel. Met zijn kaplaarzen aan (én het indianenpak) stapt hij goed door. We komen langs een speeltuin, niet geheel toevallig, waar we even pauzeren. Er is een houten loopbrug waar hij een paar maanden geleden nog bang voor was, maar waar hij nu zonder aarzelen over heen loopt. We doen de boodschappen, kopen uiteraard iets lekkers en als we thuis komen kijken we de aankomst van Sinterklaas. Noah heeft weinig interesse. Al gauw pakt hij zijn tablet en kijkt eigen filmpjes. Zijn ogen gaan langzaam dicht. Even een dut. Voor hem en ook voor mij.

Geen spectaculaire dagen. Maar wel dagen die ik koester en meedraag in mijn herinneringen.

Back to normal?

Het leven is weer terug naar normaal. Maar wat is normaal eigenlijk? Van de infectieziekte en alles wat daarmee te maken had kan ik zeggen, dat is afgesloten en voorbij. De pijn is hanteerbaar en verder doe ik (bijna) alles weer zoals anders. En wanneer ik teveel doe waarschuwt mijn lichaam me. Heel nuttig af en toe een pijnscheut!

Nu moet ik de dingen weer gaan oppakken die ik voor de ziekteperiode deed. Mijn vrijwilligerswerk met buitenlandse vrouwen heeft stil gelegen en dat gaat na de vakantie weer van start. Ik heb er een taalklasje bij, wel met buitenlanders, maar ditmaal gemengd en van Duits en Engels sprekenden. Dat is weer een ander soort aanpak, want dit zijn hoogopgeleide mensen. Een uitdaging dus.

Verder ga ik voor ons vertaalbedrijfje Claritas weer wat klussen doen. Genoeg om me niet te vervelen dus. Maar ik zit wel in een raar tussenland. Heel lang kon ik alles op afstand houden vanwege mijn ziekte. En nu begint ‘ het gewone leven’ weer. Daar zou ik heel dankbaar en blij om moeten zijn, maar ik merk een soort aarzeling. Ik wil nog even vasthouden aan het beschermde, zeg maar afgeschermde, leventje. Misschien dezelfde heimwee als die ik voelde na de ziekenhuisopname?

Het is wel echt een genot weer eropuit te kunnen gaan. De kinderen en kleinkinderen zien en dingen te ondernemen. Kleinzoon Noah van 4 zet nog steeds een hoge stoel klaar met een ‘ kussen – voor -de – zere rug’. Nu ik beter ben mag hij weer komen logeren, iets wat hij het liefste doet, logeren bij anderen. Ik kan ook broertje Nathan (3 mnd) weer dragen en op schoot hebben. Een minpuntje: hij is eenkennig en omdat hij me niet veel heeft gezien kijkt hij me eerst met grote ogen aan en trekt dan een langzame pruillip, waarna hij klagelijk in huilen uitbarst. Mamma moet dan snel ingrijpen!

Met de grote kleinzoons van 10 en 7, de Woudenberg boys, is het minder een probleem. Die hebben meegeleefd en zijn blij me weer in normale doen te kunnen zien. Nu is kleinzoon Niek het middelpunt van de belangstelling met zijn gebroken pols. De pols moest onder narcose  gezet worden in het ziekenhuis. Nu hebben we gedeelde ziekenhuiservaring en keuvelen we gezellig samen over infusen en narcoses.

Ik heb een lichttherapielamp besteld in de hoop dat die me wat door de grauwgrijze dagen heen gaat loodsen. Want wat trekt mijn bed dan hard aan me. Slapen wil ik. Zodat het weer snel avond is….Dan kunnen de gordijnen dicht en de lampen aan en lijkt het weer wat tenminste. En naar buiten toe, ook dat is een opdracht iedere dag. Lopen en fietsen. Conditie opvijzelen en goed voor de rug en de grijze cellen. Maar ik moet mezelf wel aan de haren meeslepen op de grijze dagen. Het natte, schimmelige, koude, met naaktslakken bedekte pad langs ons huis is niet erg aantrekkelijk…

Ik heb van alles gelezen in de afgelopen maanden. Ik zal er in een volgend blog wat over vertellen.

Logeren

Samen tekenen

Samen tekenen

‘Je moet niet steeds met een nieuwe bladzijde beginnen, dat is verspilling!’, zegt kleinzoon Kris van zeven tegen zijn neefje Noah van vier. Ze zitten samen aan onze tafel te tekenen en te knippen en plakken.

Noah knipt en plakt

Noah knipt en plakt

Noah tekent met stift een opzetje (sinds we NEMO bezochten, satelieten), maar beslist dan al snel dat het niet helemaal is wat hij wil en gaat door naar de volgende, blanke pagina in zijn schetsboek.

Hij kijkt grote neef Kris met glazige ogen aan en vraagt dan: ‘Wat is verspelling, Kris?’ Ik zie dat hij enigszins onder de indruk is, maar niet helemaal zeker waarvan.

‘Nou’, zegt Kris, ‘dat is wanneer je teveel papier gebruikt, want papier wordt van bomen gemaakt en als jij steeds een nieuwe bladzijde neemt dan moeten er weer bomen worden omgehakt. Dus dat is verspilling want bomen hebben we nodig om te ademen.’

Noah kijkt ernstig. ‘Oh ja’, zegt hij aarzelend. Meestal niet om een antwoord verlegen, is dit nu even het enige dat hij bedenken kan. Hier worden feiten verkondigd die helemaal nieuw zijn voor hem. Dat zijn witte papier ooit een groene boom is geweest lijkt haast niet te geloven. Maar als zijn grote neef het zegt dan moet het wel zo zijn. Hij kijkt naar zijn schetsboek. Hoe gaan we dit oplossen, zie ik hem denken.

‘Je kunt ook de achterkant van je bladzijde gebruiken, of een ander stukje ervan. Je hoeft heus niet steeds een nieuwe te nemen’, onderwijst Kris hem. ‘Ja’, zegt Noah. En kijkt naar zijn papier dat drijft van de lijm en bezaaid is met uitgeknipte vormen van gekleurd vouwpapier. Is er ergens nog een gaatje waar hij een nieuwe tekening kan maken? Hij slaat de bladzijde om en ziet dat het papier doorweekt is.

‘De volgende tekening ga ik ook op de achterkant doen, goed Kris? Dan ga ik niet meer verspellen!’

Kris kijkt mijn richting uit, met een blik van ‘wat is hij schattig, hè oma?’

En vredig gaan ze weer verder.

 

 

Vakantie-ervaringen met ons nageslacht I

Vakanties zijn aangebroken, ook de late, dus het is tijd voor ‘quality time’ met de kleinkinderen. De eerste die bij ons logeren kwam, was onze zesjarige Kris. Gebracht door mamma gaf hij haar al snel te verstaan dat het eigenlijk niet de bedoeling was dat ze nog bleef koffiedrinken. Als kind vond ik dat ook vervelend. Logeren betekent dat jij het onderwerp van aandacht bent en niet je moeder. Mijn moeder bleef altijd eindeloos kwekken en plakken omdat ik nogal heimwee-achtig was aangelegd. Maar dat kwam altijd pas later.

Kris raakte helemaal ongeduldig toen bleek dat zijn moeder ook nog een cd’tje met foto’s van haar recente promotie bij zich had. Of we die allemaal gingen kijken? Dat was wel de bedoeling. We vluchtten dus naar boven, terwijl opa zich over de logé ontfermde.

Eindelijk vertrok mamma en konden we tot zaken komen. Wat gaan we doen? Dat wil Kris altijd graag weten. Gefocust als hij is op zijn ruim twee jaar oudere broer Niek (9), is hij meestal wat gedesoriënteerd in het begin van een partijtje logeren. Hij loopt wat rond. Haalt vervolgens de spelletjes uit zijn rugzak die hij van huis heeft meegenomen en stelt een rondje UNO voor. Ik ben geheel op twee dagen spelletjes doen voorbereid (Kris is de spelletjesman), dus stem van harte in. Tuurlijk! Gezellig!

krispizzaHet regent buiten. Minder geslaagd. Maar niet getreurd, opa is de filmman, en Kris is een kleinkind van deze opa, dus de bioscoop is een goeie optie voor de middag. Welke film er speelt, wil Kris wel eerst weten. Planes 2, zegt opa. Hmmm, reageert Kris twijfelend: ik ben niet zo van Cars en zo… is er niet een andere film? Helaas nee, IJsselstein heeft maar één theater, met één filmzaal. Daar zijn we al trots op. Nou ja, ok dan, zucht Kris. Dan gaan we wel naar Planes. Ook hier blijkt de invloed van zijn broer van 9…Die vindt Cars ‘kinderachtig’…(Hoewel die op zijn zesde er nog mee speelde). Na afloop blijkt dat Kris genoten heeft!

En nu? Even TV kijken, stelt Kris voor. Nee joh, je hebt net 2 uur een film gezien! We gaan boodschappen doen, op de fiets! Dat blijkt nog een hele onderneming, want Kris converseert graag en doet dat het liefst met oogcontact en een omgedraaid hoofd. Als ik achter hem rijd is dat bij tijden niet geheel zonder gevaar. Ik kies zoveel mogelijk achteraf paden. Bij ‘rechts’ verstaat Kris soms ‘rechtdoor’ wat tot twee bijna valpartijen leidt. Oma…!! Je moet ook zeggen waar je heen wil!! Kris staat zijn mannetje. Thuis maakt hij pizzadeeg, met overgave, en houdt nauwkeurig in de gaten dat er op zijn helft géén tomatenschijfjes gelegd worden. Alleen salami en kaas, oma! De pizza smaakt geweldig. De vitamientjes eten we door er rauwe paprika bij te eten. Géén groene, oma.

kriskimstrand14De volgende dag is het stralend weer en besluiten we naar het strand te gaan. Dit keer niet naar Scheveningen maar naar Wassenaarse Slag. Prachtig strand, woelige zee, felle zon. We genieten. De tocht erheen was zo voorbij door het eindeloos spelen van ABC zoeken langs de weg en ‘Ken je mijn vriend?’, een spelletje dat ik al speelde met mijn moeder in de auto. Als we even geen spelletjes spelen is er altijd nog de vragende Kris. Kris reflecteert namelijk op alles wat hij ziet. Hij slikt ook niets voor zoete koek. Waarom? Dat is zijn levenshouding. Analyseren van de werkelijkheid tot op het bot, zeg maar. Het strand bestaat uit zand, maar waarom? En waar komt al dat water in de zee eigenlijk vandaan? Waar was dat eerst? En de schelpen? waarom zitten die in het zand? En wat zit er onder het zand, als je diep graaft? Eerst water, maar dan? Wat dan? Soms heeft Kris zijn eigen antwoorden, en daar kun je dan niet veel aan toevoegen, of het nu juist is of niet. Ook hier staat Kris zijn mannetje. Dat blijkt op de terugweg ook weer tijdens een hernieuwde ronde van het ABC-spel. Volgens Kris komt eerst de O en dan de N. Als ik volhoud dat het alfabet echt vaststaat is Kris het daar zeer mee oneens. Kijk oma, ik doe het gewoon op mijn eigen manier. Jij weet niet hoe dat moet. Als ik (riskant, ik weet het) erop sta dat we het spel volgens mijn alfabet spelen, zoals hij het ook op school leert heerst er eerst een pijnlijk en diep stilzwijgen achterin. Okay dan…, zegt Kris. Als het dan per se moet van jou…

Op de terugweg observeerde Kris nog dat als er helemaal geen andere mensen op de aarde waren het wel heel zielig voor één persoon zou zijn. Wel dieren en zo maar niemand om mee te praten. Je hoorde daarin zijn eigen grote behoefte aan gesprekspartners. Ik zei dat het me deed denken aan het verhaal van Het Begin, over hoe God alles maakte en ook Adam. En dat Adam zei dat hij zich alleen voelde. Nou, zei Kris, dat kan ik me wel voorstellen. Dieren zijn leuk, en wij zijn ook een soort dieren maar toch anders. En vervolgens moesten we verder zingen, want dat vindt Kris ook ontzettend leuk.

En toen kwam na het eten pappa hem weer ophalen.

 

Zacht en knapperig, pitjespap

Eenmaal in de week kook ik bij de kleinzoons. Ik haal ze uit school, één gaat na de boterham weer terug en de jongste blijft thuis. Dat is de spelletjes-man. Dit keer gaat hij uit spelen, dus de middag is rustig. Tegen vijven, de jongens achter de tv, begin ik aan de maaltijd. Vandaag wordt het nasi. Groente snijden, rijst koken, en oh ja, ik zou ook boontjes maken. Met sajoer kruiden. En saté saus.

Ik maak het zelf wel, had ik tegen mijn dochter gezegd. Is ook simpel. Uitje, knoflookje, pindakaas, water erbij en kruiden. Niet te pittig, want dat vinden de kinderen niet lekker. Geen sambal dus. Ik schud vrolijk met de potjes kerrie, de koriander en zoek nog iets anders lekkers. Ah, komijn, ook altijd pittig van smaak. Ik strooi wat in de saté en zie tot mijn schrik dat het zaadjes zijn. En in mijn enthousiasme waren er best veel zaadjes in de prut gevallen. Ik proef. De smaak is prima, maar oh, oh, de substantie is wat vreemd. Het heeft iets weg van pitjespap…

Weet je wat, denk ik, ik zeg niks. Over de rijst heen merk je er vast niets van. Ik weet namelijk dat de jongste kleinzoon niet van zaadjes en pitjes houdt. Op brood. Maar dit is anders. Hoop ik. Alles staat op tafel, de jongens hebben trek en we scheppen de borden vol. De eerste happen gaan naar binnen. Ik kijk stiekem richting de jongste en zie aan zijn gezicht dat er iets niet helemaal in orde is. Nu zul je het hebben!  ‘Mamma, ik proef iets wat ik niet ken. Iets raars’. ‘Oh ja?’, zegt mamma met een stalen gezicht. Ze eet rustig verder. ‘Ja’, hij draait zich in haar richting ‘ik weet niet wat het is’, hij zoekt naar woorden en kijkt er niet vrolijk bij. ‘Het is’, (smak, smak) ‘het is zacht en knapperig…en ik vind het niet lekker’,

Uit alle combinatie van groente, rijst, vlees en kruiden haalt hij precies de vermaledijde komijnzaadjes eruit. Inderdaad, zacht en knapperig. Pitjespap, zeg maar.