Long time no write

Verschillende volgers van Parelpad informeerden al bezorgd of de Black Dog weer op bezoek was, zo lang hadden ze al niets meer gehoord. Meestal is radiostilte wel een indicatie bij mij. Maar deze keer was het anders. Heel ordinair, gebrek aan inspiratie en (hoe gek dat ook klinkt) tijd. Om te schrijven heb ik ononderbroken tijd nodig. Niet dat het schrijven zelf heel veel tijd kost, maar het is vóór die tijd dat ik het idee moet hebben dat niets me gaat storen.

Hoe dan ook, tijd voor een blog. In de afgelopen weken ben ik veel oppas-oma geweest, tot mijn grote vreugde want ik ben nu dikke vriendjes met mijn jongste, wat eenkennige, kleinzoon.

Een baasje die met weinig woorden de omgeving vertelt wat er op het programma staat. Praten doet hij niet veel, hij is zeer efficiënt in woordgebruik. De hoognodige woorden en voor de rest doet een vingerwijzing en luid en duidelijk ‘méé’ het werk wel. Allerleukst is zijn spel met ons: hij wijst en wij moeten zeggen wat het is, waarop hij heel blij ‘jaaaa!’ roept. Bij schaap en oor geen probleem. Lastiger wordt het wanneer hij naar onze abstracte Kandinsky poster wijst en we met geen mogelijkheid iets kunnen bedenken wat zijn instemming krijgt. Vierkanten? Rood? Strepen? Blauw? Ballen? Vogel? Néééee, nééeeeee!! Tot opa op een lumineus idee komt: Is het een Raket?? ‘Jáááaaaaaa!!’ Dat bracht opluchting alom. En we kijken weer met andere ogen naar ons schilderij.

Van peuter naar puber nu. Oudste kleinzoon maakt zich op om naar de middelbare school te gaan. Straks niet meer lopend om de hoek naar de dorpsbasisschool, maar fietsend naar de grote stad. Van oudste en wijste op school naar brugpieper en jongste. Denker, dromer, creatief en atletisch. Wat gaat er uit hem groeien? Nu al een mooi mens!

Ja, het is merkbaar, oma zijn geeft een hele nieuwe betekenis aan mijn leven. Ik weet dat er onder mijn volgers mensen zijn die ongewenst kinderloos zijn en dat het juist in de kleinkinderenfase van vrienden weer pijn gaat doen. Ook die periode maak je dan niet mee. Tegelijk weet ik van vrienden dat nichten en neven die plaats kunnen innemen, en tot op zekere hoogte de pijn van het gemis verzachten.

Van betekenis zijn is een wisselwerking. Ik wens al mijn volgers betekenisvolle relaties toe. Er zijn voor anderen, door de dalen en de hoogtes, geeft het leven zin. Meer en meer onderzoek wijst dit ook uit. Echt geluk is te vinden in de relationele sfeer. In verbondenheid met elkaar. Kijk bijvoorbeeld eens op de zeer lezenswaardige site van ‘De Geluksdoctorandus.nl. Over sociale relaties en hoe die te koesteren, als bron van geluk.

Want automatisch goed gaan die relaties natuurlijk niet.Je kunt ook flink op je neus gaan, teleurgesteld raken. Als christen ben ik niet idealistisch op dat gebied, de bijbel zegt het al: vestig op prinsen geen vertrouwen. Maar toch. Met voldoende besef dat ultiem geluk niet van enig mens kan komen, kun je tegelijkertijd veel blijdschap ervaren in goeie, eerlijke relaties met vrienden en geliefden.

Nederlands voor peuters

‘Ooooootoooo’, zeg ik heel overdreven en nadrukkelijk met mijn lippen in een rondje. En ik wijs op het autootje dat kleinzoon in zijn handje heeft. Die kijkt ernstig naar mij en dan naar zijn meest geliefde speelgoed van het moment, autootjes, en weer naar mij en zegt: ‘tatuúu’…. We herhalen onze simpele conversatie nog een paar keer. Oóotoóoo, glazige blik in mijn richting, tatuúuu…Ik leg me erbij neer. Deze pientere boy van 20 maanden heeft absoluut geen zin een ander woord voor zijn mini bolide te accepteren. Wat maakt het ook uit. Ik verval af en toe in mijn NT2 rol, buitenlandse studenten Nederlands aanleren. Maar kleinzoon heeft daar helemaal geen boodschap aan, die spreekt namelijk al perfect Nederlands. Een auto is een tatuuu, dat is toch logisch?

Tegenwoordig mag ik op hem passen. Na aanvankelijke eenkennigheid die een jaar of zo duurde was hij er klaar voor. Een dagje bij ‘mmmaaa en ‘ppaaa is prima. De eerste uren vermaakt hij zich met de autootjes. Door de jaren heen zijn er veel wat verzameld. Vier kleinzoons hebben de voorraad speelgoed een onmiskenbaar mannelijk karakter gegeven. Hoewel de Lego en Duplo door zoon én dochters gebruikt werden vroeger. Maar de Little Pony, de Barbies en de andere poppen liggen onaangeraakt in een  stoffig hoekje op zolder.

De auto’s echter zijn indruk gebruik, vooral door deze miniman. Af en toe zegt zijn pappa in een met tranen en nostalgie verstikte stem: oh..ik weet nog dat ik met die auto speelde..

Een zwarte Lada, een rode Audi…deurtjes die open en dicht gaan..dierbaar. De grotere jongens malen niet om auto’s. Nooit echt gedaan. Fascinerend hoe ook speelgoedvoorkeuren blijkbaar al ingebakken zitten.

Na alle auto’s, pardon, tatuuu’s naast mij geparkeerd te hebben op de bank is het tijd om op onderzoek te gaan. Alles wat deze peuter niet mag hebben, de telefoon, het zware houten nijlpaard (onze Rudi), de mobieltjes, de pennen, de koffiekopjes enzovoort worden nu eveneens naar me toegebracht cq gezeuld: ‘mmmaa! dat betekent dus zoveel als, niet voor mij maar van jou. Ook weer een keiharde logica.

Als we alles weer enigszins opgeruimd hebben is het tijd om naar buiten te gaan. We wonen in een speeltuinrijke omgeving dus dat is genieten! We gaan naar een hele grote. met schommels, zand en een glijbaan. Nathan rent heen en weer, speelt met zand, rent heel hard! Níet naar waar hij 5 vierkante kilometer ruimte heeft om te rennen. Nee, hij rent zo hard hij kan richting een smal paadje, met daarlangs, juist, WATER. ‘Mmmaaaa is not amused. Maar ik moet ook lachen om die snelle gast.

Na veel heen en weer geloop gaan we lekker richting huis in de wandelwagen. Het koppie ligt steeds schever en ja hoor, na twee minuten is hij in diepe slaap.

Nog maar een extra rondje lopen.

Dagen om nooit te vergeten

‘Ik kan echt niet meer slapen, hoor…’
Het is pikdonker buiten, voor mijn gevoel nog middenin de nacht, en er staat een vierjarige kleinzoon aan ons bed.
‘Kom maar even bij ons liggen dan’, mompel ik.
Hij springt op het bed en kruipt tussen ons in. Het warme kleuterlijfje kruipt dicht tegen me aan.  Wie weet, niets zeggen, ogen dicht, misschien valt hij nog even in slaap. Het is stil. Maar eigenlijk ben ik stiekum toch wel benieuwd hoe laat het is. Misschien is het wel half acht en moet ik er gewoon uit met hem.
Ik pak mijn telefoon en kijk op het schermpje. Mijn eerste vermoeden blijkt waar. Het is vroeg. Niet meer middenin de nacht, maar, even pijnlijk: zes uur…
Ik doe mijn ogen weer dicht.
‘Oma’, hoor ik opeens luid en duidelijk naast me, ‘nu kan ik echt helemaal niet meer slapen, hoor!’
‘Hoezo dan?’
‘Nou, ik heb pappa en mamma en Nathan op je telefoon gezien..!’
Ik probeer het nog even, maar het mannetje wordt onrustig en begint het geluid van vliegtuigen te imiteren, dus ik besluit echtgenoot nog wat slaap te gunnen en ga naar beneden.

De dag verloopt goed. Noah speelt veel zelf, met het duplo Legovliegtuig dat zijn geld dubbel en dwars waard is geweest. Voor de oudste kleinzoon tweedehands aangeschaft, is het nu al 10 jaar in gebruik. Hij tekent ook enthousiast, hoewel ik vaak even iets moet ontwerpen.
‘Oma, teken jij even een onderzeeboot? Nee, niet zo, maar zó! Neée-eeh, zó-oo..!’
‘Doe jij het dan zelf!’
‘Nee, dat kan ik niet, oma, jij moet me helpen.’
Goed, ik doe mijn best mijn tekentalent te ontwikkelen. Legertrucks met badges (Badges?? Wat voor badges? Gewoon, een badge, oma! ok dan…), ambulances enzovoort.

2015-11-14 15.26.32

Het Indianenpak dat oudste dochter aan me uitleende is een doorslaand succes. We bekijken boeken over Indianen. Opa leert hem indianengeluiden, doet een indianendans en rijdt paard.  Als we naar buiten gaan, kan ik hem alleen overtuigen een jas aan te doen, mits die open mag blijven: ‘anders zien ze niet dat ik een indiaan ben.’ Als we vrijdag op de markt lopen om een patatje te halen, vraagt iemand hem waar zijn hoofdtooi is. Wat dat dan wel is? Ja, iets met veren en zo.

Thuis is het enige wat ik kan vinden een soort Hawaii-krans en daar steken we een vogelveer in. Voorlopig is Noah weer tevreden.

Tijdelijke hoofdtooi
Tijdelijke hoofdtooi

 

Echte hoofdtooi, later...
Echte hoofdtooi, later…

Ook zaterdag gaan we een frisse neus halen. Het regent al bijna de hele dag, maar het is even droog. We lopen naar de winkel. Met zijn kaplaarzen aan (én het indianenpak) stapt hij goed door. We komen langs een speeltuin, niet geheel toevallig, waar we even pauzeren. Er is een houten loopbrug waar hij een paar maanden geleden nog bang voor was, maar waar hij nu zonder aarzelen over heen loopt. We doen de boodschappen, kopen uiteraard iets lekkers en als we thuis komen kijken we de aankomst van Sinterklaas. Noah heeft weinig interesse. Al gauw pakt hij zijn tablet en kijkt eigen filmpjes. Zijn ogen gaan langzaam dicht. Even een dut. Voor hem en ook voor mij.

Geen spectaculaire dagen. Maar wel dagen die ik koester en meedraag in mijn herinneringen.

Back to normal?

Het leven is weer terug naar normaal. Maar wat is normaal eigenlijk? Van de infectieziekte en alles wat daarmee te maken had kan ik zeggen, dat is afgesloten en voorbij. De pijn is hanteerbaar en verder doe ik (bijna) alles weer zoals anders. En wanneer ik teveel doe waarschuwt mijn lichaam me. Heel nuttig af en toe een pijnscheut!

Nu moet ik de dingen weer gaan oppakken die ik voor de ziekteperiode deed. Mijn vrijwilligerswerk met buitenlandse vrouwen heeft stil gelegen en dat gaat na de vakantie weer van start. Ik heb er een taalklasje bij, wel met buitenlanders, maar ditmaal gemengd en van Duits en Engels sprekenden. Dat is weer een ander soort aanpak, want dit zijn hoogopgeleide mensen. Een uitdaging dus.

Verder ga ik voor ons vertaalbedrijfje Claritas weer wat klussen doen. Genoeg om me niet te vervelen dus. Maar ik zit wel in een raar tussenland. Heel lang kon ik alles op afstand houden vanwege mijn ziekte. En nu begint ‘ het gewone leven’ weer. Daar zou ik heel dankbaar en blij om moeten zijn, maar ik merk een soort aarzeling. Ik wil nog even vasthouden aan het beschermde, zeg maar afgeschermde, leventje. Misschien dezelfde heimwee als die ik voelde na de ziekenhuisopname?

Het is wel echt een genot weer eropuit te kunnen gaan. De kinderen en kleinkinderen zien en dingen te ondernemen. Kleinzoon Noah van 4 zet nog steeds een hoge stoel klaar met een ‘ kussen – voor -de – zere rug’. Nu ik beter ben mag hij weer komen logeren, iets wat hij het liefste doet, logeren bij anderen. Ik kan ook broertje Nathan (3 mnd) weer dragen en op schoot hebben. Een minpuntje: hij is eenkennig en omdat hij me niet veel heeft gezien kijkt hij me eerst met grote ogen aan en trekt dan een langzame pruillip, waarna hij klagelijk in huilen uitbarst. Mamma moet dan snel ingrijpen!

Met de grote kleinzoons van 10 en 7, de Woudenberg boys, is het minder een probleem. Die hebben meegeleefd en zijn blij me weer in normale doen te kunnen zien. Nu is kleinzoon Niek het middelpunt van de belangstelling met zijn gebroken pols. De pols moest onder narcose  gezet worden in het ziekenhuis. Nu hebben we gedeelde ziekenhuiservaring en keuvelen we gezellig samen over infusen en narcoses.

Ik heb een lichttherapielamp besteld in de hoop dat die me wat door de grauwgrijze dagen heen gaat loodsen. Want wat trekt mijn bed dan hard aan me. Slapen wil ik. Zodat het weer snel avond is….Dan kunnen de gordijnen dicht en de lampen aan en lijkt het weer wat tenminste. En naar buiten toe, ook dat is een opdracht iedere dag. Lopen en fietsen. Conditie opvijzelen en goed voor de rug en de grijze cellen. Maar ik moet mezelf wel aan de haren meeslepen op de grijze dagen. Het natte, schimmelige, koude, met naaktslakken bedekte pad langs ons huis is niet erg aantrekkelijk…

Ik heb van alles gelezen in de afgelopen maanden. Ik zal er in een volgend blog wat over vertellen.

Vakantie-ervaringen met ons nageslacht I

Vakanties zijn aangebroken, ook de late, dus het is tijd voor ‘quality time’ met de kleinkinderen. De eerste die bij ons logeren kwam, was onze zesjarige Kris. Gebracht door mamma gaf hij haar al snel te verstaan dat het eigenlijk niet de bedoeling was dat ze nog bleef koffiedrinken. Als kind vond ik dat ook vervelend. Logeren betekent dat jij het onderwerp van aandacht bent en niet je moeder. Mijn moeder bleef altijd eindeloos kwekken en plakken omdat ik nogal heimwee-achtig was aangelegd. Maar dat kwam altijd pas later.

Kris raakte helemaal ongeduldig toen bleek dat zijn moeder ook nog een cd’tje met foto’s van haar recente promotie bij zich had. Of we die allemaal gingen kijken? Dat was wel de bedoeling. We vluchtten dus naar boven, terwijl opa zich over de logé ontfermde.

Eindelijk vertrok mamma en konden we tot zaken komen. Wat gaan we doen? Dat wil Kris altijd graag weten. Gefocust als hij is op zijn ruim twee jaar oudere broer Niek (9), is hij meestal wat gedesoriënteerd in het begin van een partijtje logeren. Hij loopt wat rond. Haalt vervolgens de spelletjes uit zijn rugzak die hij van huis heeft meegenomen en stelt een rondje UNO voor. Ik ben geheel op twee dagen spelletjes doen voorbereid (Kris is de spelletjesman), dus stem van harte in. Tuurlijk! Gezellig!

krispizzaHet regent buiten. Minder geslaagd. Maar niet getreurd, opa is de filmman, en Kris is een kleinkind van deze opa, dus de bioscoop is een goeie optie voor de middag. Welke film er speelt, wil Kris wel eerst weten. Planes 2, zegt opa. Hmmm, reageert Kris twijfelend: ik ben niet zo van Cars en zo… is er niet een andere film? Helaas nee, IJsselstein heeft maar één theater, met één filmzaal. Daar zijn we al trots op. Nou ja, ok dan, zucht Kris. Dan gaan we wel naar Planes. Ook hier blijkt de invloed van zijn broer van 9…Die vindt Cars ‘kinderachtig’…(Hoewel die op zijn zesde er nog mee speelde). Na afloop blijkt dat Kris genoten heeft!

En nu? Even TV kijken, stelt Kris voor. Nee joh, je hebt net 2 uur een film gezien! We gaan boodschappen doen, op de fiets! Dat blijkt nog een hele onderneming, want Kris converseert graag en doet dat het liefst met oogcontact en een omgedraaid hoofd. Als ik achter hem rijd is dat bij tijden niet geheel zonder gevaar. Ik kies zoveel mogelijk achteraf paden. Bij ‘rechts’ verstaat Kris soms ‘rechtdoor’ wat tot twee bijna valpartijen leidt. Oma…!! Je moet ook zeggen waar je heen wil!! Kris staat zijn mannetje. Thuis maakt hij pizzadeeg, met overgave, en houdt nauwkeurig in de gaten dat er op zijn helft géén tomatenschijfjes gelegd worden. Alleen salami en kaas, oma! De pizza smaakt geweldig. De vitamientjes eten we door er rauwe paprika bij te eten. Géén groene, oma.

kriskimstrand14De volgende dag is het stralend weer en besluiten we naar het strand te gaan. Dit keer niet naar Scheveningen maar naar Wassenaarse Slag. Prachtig strand, woelige zee, felle zon. We genieten. De tocht erheen was zo voorbij door het eindeloos spelen van ABC zoeken langs de weg en ‘Ken je mijn vriend?’, een spelletje dat ik al speelde met mijn moeder in de auto. Als we even geen spelletjes spelen is er altijd nog de vragende Kris. Kris reflecteert namelijk op alles wat hij ziet. Hij slikt ook niets voor zoete koek. Waarom? Dat is zijn levenshouding. Analyseren van de werkelijkheid tot op het bot, zeg maar. Het strand bestaat uit zand, maar waarom? En waar komt al dat water in de zee eigenlijk vandaan? Waar was dat eerst? En de schelpen? waarom zitten die in het zand? En wat zit er onder het zand, als je diep graaft? Eerst water, maar dan? Wat dan? Soms heeft Kris zijn eigen antwoorden, en daar kun je dan niet veel aan toevoegen, of het nu juist is of niet. Ook hier staat Kris zijn mannetje. Dat blijkt op de terugweg ook weer tijdens een hernieuwde ronde van het ABC-spel. Volgens Kris komt eerst de O en dan de N. Als ik volhoud dat het alfabet echt vaststaat is Kris het daar zeer mee oneens. Kijk oma, ik doe het gewoon op mijn eigen manier. Jij weet niet hoe dat moet. Als ik (riskant, ik weet het) erop sta dat we het spel volgens mijn alfabet spelen, zoals hij het ook op school leert heerst er eerst een pijnlijk en diep stilzwijgen achterin. Okay dan…, zegt Kris. Als het dan per se moet van jou…

Op de terugweg observeerde Kris nog dat als er helemaal geen andere mensen op de aarde waren het wel heel zielig voor één persoon zou zijn. Wel dieren en zo maar niemand om mee te praten. Je hoorde daarin zijn eigen grote behoefte aan gesprekspartners. Ik zei dat het me deed denken aan het verhaal van Het Begin, over hoe God alles maakte en ook Adam. En dat Adam zei dat hij zich alleen voelde. Nou, zei Kris, dat kan ik me wel voorstellen. Dieren zijn leuk, en wij zijn ook een soort dieren maar toch anders. En vervolgens moesten we verder zingen, want dat vindt Kris ook ontzettend leuk.

En toen kwam na het eten pappa hem weer ophalen.

 

Zacht en knapperig, pitjespap

Eenmaal in de week kook ik bij de kleinzoons. Ik haal ze uit school, één gaat na de boterham weer terug en de jongste blijft thuis. Dat is de spelletjes-man. Dit keer gaat hij uit spelen, dus de middag is rustig. Tegen vijven, de jongens achter de tv, begin ik aan de maaltijd. Vandaag wordt het nasi. Groente snijden, rijst koken, en oh ja, ik zou ook boontjes maken. Met sajoer kruiden. En saté saus.

foto  www.goddelijke-recepten.nl
foto http://www.goddelijke-recepten.nl

Ik maak het zelf wel, had ik tegen mijn dochter gezegd. Is ook simpel. Uitje, knoflookje, pindakaas, water erbij en kruiden. Niet te pittig, want dat vinden de kinderen niet lekker. Geen sambal dus. Ik schud vrolijk met de potjes kerrie, de koriander en zoek nog iets anders lekkers. Ah, komijn, ook altijd pittig van smaak. Ik strooi wat in de saté en zie tot mijn schrik dat het zaadjes zijn. En in mijn enthousiasme waren er best veel zaadjes in de prut gevallen. Ik proef. De smaak is prima, maar oh, oh, de substantie is wat vreemd. Het heeft iets weg van pitjespap…

Weet je wat, denk ik, ik zeg niks. Over de rijst heen merk je er vast niets van. Ik weet namelijk dat de jongste kleinzoon niet van zaadjes en pitjes houdt. Op brood. Maar dit is anders. Hoop ik. Alles staat op tafel, de jongens hebben trek en we scheppen de borden vol. De eerste happen gaan naar binnen. Ik kijk stiekem richting de jongste en zie aan zijn gezicht dat er iets niet helemaal in orde is. Nu zul je het hebben!  ‘Mamma, ik proef iets wat ik niet ken. Iets raars’. ‘Oh ja?’, zegt mamma met een stalen gezicht. Ze eet rustig verder. ‘Ja’, hij draait zich in haar richting ‘ik weet niet wat het is’, hij zoekt naar woorden en kijkt er niet vrolijk bij. ‘Het is’, (smak, smak) ‘het is zacht en knapperig…en ik vind het niet lekker’,

Uit alle combinatie van groente, rijst, vlees en kruiden haalt hij precies de vermaledijde komijnzaadjes eruit. Inderdaad, zacht en knapperig. Pitjespap, zeg maar.

The boys

KRIS6

Als ik mijn blogs van de laatste tijd doorkijk is het of de drie kleinzoons (the boys, zoals echtgenoot en ik ze noemen) er niet meer zijn. Ik heb weinig over ze geschreven. Toen ik erover nadacht waarom, realiseerde ik me dat je makkelijker schrijft over peuters en kleuters dan over grote schooljongens uit groep 3 en 5 (de Woudenberg boys). Ze kunnen tenslotte nu zelf uitstekend lezen en zijn zich maar al te goed bewust van het sociale mediagebeuren.

‘Niet op Facebook zetten, oma’, zegt mijn kleinzoon van 6 die me af en toe toestaat een plaatje te schieten. Dat doe ik dus (bijna) niet meer. Tenzij mijn trotse oma-hart op barsten staat…dan doe ik het stiekem toch, maar alléén als het geen foto’s zijn waarvoor ze zich zouden schamen. De oudste van 8 (bijna 9) heeft een hekel aan foto’s maken dus daar komt het dilemma zelden voor. 

De jongste kleinzoon van 3, (de Utrecht boy) is zeer moeilijk op de foto te krijgen door zijn bewegelijkheid. Fotogeniek is hij wel! Ik wil echter voorkómen dat de drie jongens later zich deze oma herinneren als de oma die altijd foto’s aan het maken was. ‘Oh ja, dat was die oma die de hele tijd riep: ‘joehoe, kijk ’s hierheen!’ En dan moest je stil zitten…verschrikkelijk! Wat een vervelend mens was dat.’

Ik vind het nog steeds fascinerend om te zien hoe persoonlijkheid van kinderen al vanaf de eerste weken 1186981_10201725724285752_522162900_naanwezig is. Ik vond dat al zo opvallend bij mijn eigen kinderen, maar je zit er dan bijna te dicht op om er veel mee bezig te zijn. Iets wat je iedere dag meemaakt valt minder op dan wanneer je het af en toe ziet. Competitief zijn, fantasie hebben, huiselijk zijn, handig zijn, of juist onhandig zijn, interesses, leergierigheid, gevoeligheid, creativiteit, muzikaliteit, allemaal eigenschappen die in beginsel aanwezig zijn en met de jaren zich nadrukkelijker ontwikkelen.

Kort gezegd vermoed ik dat onze oudste kleinzoon acrobaat wordt of Kung Fu meester. Niek KungfuMaar misschien ook wel iets in de richting van survival, of boswachter. Hij is altijd hutten aan het bouwen, pijl-en-bogen aan het maken, en heeft een complete gereedschapskist! Dus het kan ook iets worden als ontwerper, huizenbouwer of kunstenaar. Dat laatste zit er ook nog in.

Zijn broer is anders. Ik ontkom er niet aan met hem urenlang spelletjes te doen, die hij volgens zijn eigen spelregels speelt. Hoewel, nu hij wat ouder wordt begint de redelijkheid ook toe te nemen. De opmerking: ‘Wij doen het altijd zo’ (m.a.w zo wil ík het spelen), valt minder vaak. Zoals de eerste keer dat we samen scrabbelden en hij zijn eigen woorden maakte zonder aan te sluiten. ‘Dat doen wij nooit, oma’, luidde toen gedecideerd de verklaring. Ik denk dat hij directeur wordt van een spelletjesfabriek waar hij de regels bedenkt van nieuwe spelletjes. Of kok. Want hij is gek op lekker eten. ‘Dit is zó lekker, mamma, heerlijk!’, kan hij letterlijk verzuchten terwijl hij bijna zijn ogen sluit. Of filosoof, want hij denkt ook graag na en komt dan met conclusies: als A zo is en B zo, dan kan C natuurlijk niet zo zijn. ‘Dus’, zegt hij dan, terwijl hij zijn handen met de palm omhoog vooruit steekt. Logisch toch?

IMAG0724Scrabble, UNO, Legospelletjes (die ik werkelijk háát), sjoelen, Mens-erger-je-niet, Triominos, schaken, dammen, ik heb met mijn eigen kinderen nog nooit zoveel spelletjes gespeeld als nu. Vreemd, hoe je tegen je eigen kinderen makkelijker zei dat je ergens geen zin in had. Nu maakt het me niet uit wat we doen, het is gewoon zo leuk om die jongens mee te maken en hun reacties te zien en horen.

De jongste van het stel leeft al sinds hij liep en met praten begon (zo rond de 10 maanden), in een fantasiewereld waarin hij afwisselend politie-, brandweer- of ambulanceman is, met de bijbehorende petten, gebaren en geluiden. Je moet goed opletten, want voor je het weet word je als boef, vanuit de gevangenis, het ziekenhuis in gebonjourd, alwaar je ernstig onderzocht word met de ‘blote-buik-bekijker’ ( ik denk een stethoscoop). En hup, je bed weer uitgejaagd omdat er brand is uitgebroken, tu-hu-tu-hu! 

Alle drie de jongens zijn gek op films. Ze hebben geluk want dat zijn opa en oma ook. We kijken graag mee, behalve wanneer het de tiende Sam de Brandweerman is of de twaalfde keer dat we Karate Kid gaan kijken. Maar aangezien er dan even tijd is om het verstand op nul te zetten, zeggen we toch altijd enthousiast: ja, laten we een film kijken!

Last but not least: samen lezen, bedtijd ritueel voor de grote jongens en héél-de-dag-door ritueel voor de jongste. We hebben al wat afgelezen en gekeken in de steeds mooier wordende kinderboeken. Vroeger was ik bij het voorlezen ’s avonds soms zo moe dat ik al lezende van mijn eigen stem in slaap viel en door de kinderen wakker gepord. Dat gebeurt me nu niet meer.noah3

Verhaaltje opa?

Dat is echt het leukste aan kleinkinderen: de lusten….

 

PS De foto’s zijn aan een strenge keuring mijnerzijds onderworpen en ik ben ervan overtuigd dat geen van de jongens bezwaar zal hebben tegen deze foto’s!

Het raadsel mens – toch weer de zee

IMAG1307

Op een gegeven moment in je leven bereik je een plateau. De hevige stormen van de puberteit en adolescentie zijn achter de rug, de kinderen zijn geboren, de hormonen komen tot rust. En vóór je ligt het effen pad van de middelbare leeftijd. Niets geen grote gebeurtenissen meer, het leven is in principe af en nu ga je ervan genieten. Hoop je althans, want diep in je hart is er wel de angst dat het rond die tijd erg saai aan het worden is. Niets meer om naar uit te kijken immers? Oh wacht, kleinkinderen, ze zeggen dat dat erg leuk is. Maar dat moet je natuurlijk maar afwachten. 

Zo ongeveer was het beeld dat ik had van het verloop van mijn leven toen ik, wat zal ik zeggen, een twintiger was? Ik weet het niet precies, want ik wist ook niet dat ik er zo over dacht. Dat zijn vaak verborgen ideeën die je je pas realiseert wanneer het leven anders loopt. Dan denk je opeens: hè? Dit klopt niet! Hoezo niet,  vraagt men dan. Nou, omdat…, en dan komt het hoge woord eruit. Dan blijkt opeens dat je allemaal uitgewerkte beelden met je meedraagt die je op de een of andere manier in je onderbewuste hebt lopen bedenken. Ergens onderweg meegekregen.

Vreemde gewaarwording is dat, vind ik. Want de hevige stormen van puberteit en adolescentie blijken, in mijn leven tenminste, helemaal niet halt te houden voor het grenspaaltje van een bepaalde leeftijd. En het hevige gevoel van tekort gedaan te worden, dat je als kind doet uitbarsten in luid gekrijs, is er af en toe gewoon nog steeds! Even sterk, maar je krijst het niet meer uit natuurlijk. En stampvoeten heb je ook verleerd. Het zou best lekker zijn, zeg, af en toe!

En dan die vlakke, effen weg van de middelbare leeftijd. Laat me niet lachen. In mijn beleving schiet ik van de ene hobbel naar het volgende gapende gat en net als ik op adem kom zit er weer een scheur in de weg waar ik omheen moet laveren.  Middelbaar klinkt zo rustig, zo evenwichtig, zo gemiddeld. En dat voel ik mij zelden. Ik begin nu te hopen dat de meeste middelbaren verborgen onrust kennen. We lijden misschien allemaal wel een beetje onder het verplichte imago van bereikte rust en wijsheid.

Het raadsel mens. Daar komt het op neer. Leven zoals je denkt dat het hoort kan voor veel narigheid zorgen. Ik weet dat uit ervaring. Er is een verschil tussen leven vanuit een overtuiging en dan handelen volgens die overtuiging of  leven vanuit wat je denkt dat anderen vinden dat juist is. Iedereen heeft wel ervaring met de spanning tussen die twee. Meestal hoef je daar niet zo bij na te denken,maar als je vast loopt moet je wel.

En het gekke is dat ik meende dat je tegen de tijd dat je middelbaar was op dat gebied geen vragen meer zou hebben. Dan zou alles klip en klaar en duidelijk zijn. Op alle levensvragen antwoord en met de onbeantwoorde heb je vrede. Zo werkt het dus niet voor mij. Wat dat betreft zie ik eerder een spiraal of een kringloop dan een weg voor me. Vragen of gebeurtenissen die allang aan de orde zijn geweest duiken weer op. Soms ploep, onverwacht, in alle hevigheid. Gebeurtenissen die moeizaam of verdrietig zijn onderga je met ‘gemak’. En de meest triviale tegenslagen ( de koffie is op, je gooit een glas wijn om) brengen soms een vloedgolf aan emotie teweeg.

Inmiddels zullen mijn lezers wel denken dat ik een emotioneel zwaar geteisterd mens ben. Dat ben ik ook tot op zekere hoogte. Al die emoties en gedachten die ik meesleep houden in ieder geval dit blog in stand. Elk nadeel heeft zijn voordeel. Maar één ding heb ik inmiddels wel geleerd en dat is dan toch echt de vrucht van het ouder worden: Alles gaat weer voorbij. Als je 20 bent kun je dat nog niet denken. Weet jij veel? Maar als je zoals ik de middelbare leeftijd hebt bereikt (kijk ik leer het al!) heb je ondervonden dat ook in het leven er getijden zijn. En zolang de Here Jezus niet terug komt, het eb en vloed blijft. En dat je tijdens de gevaarlijk sterke stromingen wordt vastgehouden door Hem en dat je bij warm weer heerlijk mag spartelen in de golven (ik blijf een watermens)

Maar voor wie kleinkinderen heeft of ze kan lenen van nichten en neven: de vreugde die zij geven maakt eb bijna tot vloed!

Nachtbrakertje

Hij is 25 maanden en blijft een nachtje slapen omdat mamma ziek is en pappa muziek moet maken in een geboekte studio. Na het avondeten komen alle kipjes weer in een grote golf, over mijn schouder eruit, wat even tot groot verdriet leidt. Na een lang verhaal over alles wat hij gedaan heeft overdag, zakken eindelijk rond 8 uur de oogjes toe en valt hij in een diepe slaap aan opa’s kant van het bed. Ik blijf er maar bij want anders is hij alleen boven en je weet het maar nooit met dat spugen. Mijn slaap wil nog niet komen, maar ik lig lekker dus geniet ik van dat koppie naast me, dat met hoogrode wangen in dromenland ligt.

Net als rond 1 uur ’s nachts mijn ogen beginnen dicht te vallen richt het koppie zich op en slaakt een huilende kreet: bij pappa slapen…ik wil bij pappa slapen…Daar ben ik op voorbereid, dus ik vertel hem troostend dat pappa in de studio is en mamma een beetje ziek en in al zijn slaperigheid is hij nog vatbaar voor rede: ‘okay…’ De volgende smartelijke huil is de vraag om zijn flesje, voor hem een soort speen. Ik geef hem het flesje waar hij wat op sabbelt en het vervolgens aan mij teruggeeft: klaar. Hij draait zich om en slaapt weer. Oma is echter klaarwakker. Na een uurtje of zo herhaalt zich het gebeuren: ik begin net te doezelen, als zijn hoofdje zich opricht en dezelfde verlangens uithuilt: mamma, pappa! Het flesje brengt weer soelaas. Maar inmiddels is hij hongerig. Tenslotte is zijn avondmaaltijd achtergebleven op onze keukenvloer. ´Een boterham met honing´, wil hij nu smartelijk. Die gaan we morgen eten, ok.., fluister ik geruststellend, hopend op zijn redelijkheid. Ok, zegt hij. En weg is hij, binnen een paar minuten. Nu overvalt mij gelukkig ook een diepe slaap.

Ik word door hem gewekt rond een uur of drie: ‘oma, ik ben wakker!’ Dit keer geen verdriet, geen flesje, maar ook geen slaap, lijkt het. Hij ligt rustig en kijkt wat rond. Begint te blazen en neuriën. Vermaakt zich prima. ‘Kom maar even bij oma liggen’, zeg ik, in de hoop dat hij dan weer slaperig wordt. Dat laat hij zich geen twee keer zeggen. Hij drapeert zich over mijn kussen, drukt zijn neus in mijn wang en onderzoekt, in het donker, met zijn vingers mijn gezicht: ‘wimpers, wenkbrauw..’ en trekt uiteindelijk aan mijn oorlelletjes: ‘waar zijn de oorbellen, oma?’

Ik doe mijn ogen dicht en reageer niet op het gebabbel. Hij draait op zijn buik – op zijn rug – op zijn buik – en duwt mij langzaam maar zeker naar de rand van het kussen en het bed, tot ik op het houten randje lig en nog net niet uit bed val. Tijd om in te grijpen. ‘Beetje opschuiven meneer, zo kan oma niet slapen, hoor’. Ik geef hem een zetje zodat hij weer op zijn kant van het bed ligt en met zijn hoofdje op zijn eigen kussen. ‘Sorry, oma’, zegt hij alert en klaarwakker. Ik, met de ogen dicht, mompel: ‘geeft niet, hoor’. Het duurt wel een uur volgens mij, ik met mijn ogen dicht (en af en toe op een kiertje om te zien of hij al slaapt) en hij met zijn ogen open. Stil, maar wakker. Buiten vertrekt al de eerste auto.

Ik heb wel eens gelezen dat kinderen allemaal een wakkere periode hebben ’s nachts. Dus geen probleem. Op een gegeven moment word ik wakker. Drie uur later. ‘Oma, opstaan. Ik ben wakker!’
Goeiemorgen mannetje. mag ik even bijkomen…? Nee. Wakker is wakker. Er wacht een nieuwe dag. Deze nachtbraker is vol nieuwe energie.

Kleinzoons

noahfietstochtjuni SAM_0380Kleinzoon Kris is nogal vlot van de tongriem gesneden, naast het feit dat hij zeer goed weet wat hij wel en niet wil. Gisteren op zijn verjaardag had hij veel Lego gekregen, wat direct met grote toewijding en concentratie in elkaar werd gezet. We hebben het hier niet over Duplo maar over Ninjago, vrachtauto’s en ander ingewikkeld bouwspul, wat mij in het geheel nooit heeft aangetrokken als kind. Niek (bìjna 8) en Kris (nu 5) zijn experts in Lego-constructie. Ook wel omdat hun moeder er altijd veel plezier in had en hen kan helpen als er even iets niet lukt. Daar had ik gelukkig toen de kinderen klein waren nooit ‘last’ van, van mij was geen steun te verwachten wanneer er iets niet ging zoals het moest. Ik zuchtte meestal diep en zei dat ik het heel vervelend voor ze vond en zo…

Kris was gisteren zo ingespannen bezig met zijn Lego dat andere cadeautjes op een stapeltje werden gelegd. ‘Maak je mijn cadeautje niet open, Kris’, had zijn tante Saskia al een paar keer aan gedrongen. ‘Nou nee, nu even niet, want ik moet eerst mijn lego af hebben’, antwoordde hij nogal vastbesloten. Om er vervolgens  troostend aan toe te voegen: ‘en dan maak ik het open hoor..’ Volgens mij had hij stiekem even gevoeld of er wellicht meer Lego aan zat te komen (het felst begeerd) en constaterend dat er in de platte pakjes andere dingen zaten, mochten ze wel in de wacht. Als kind heb je nog geen last van beleefdheidsconventies en zo. Later onder dwang van moeder gingen de pakjes alsnog open.

Zijn rapport van groep 2 was uitstekend, met een of twee ‘aandachtspuntjes’. Eén ervan was ‘zich presenteren in de groep’. Tot mijn verbazing, ik had niet de indruk dat hij ook maar enige moeite had met zichzelf te presenteren, groep of geen groep. Kris heeft een duidelijke stem, een duidelijke mening en geen moeite om die kenbaar te maken thuis en bij ons. Hij ging zelfs met Sinterklaas in discussie over het een of ander.  ‘Beetje minder mag ook wel’, roepen opa en oma af en toe vertwijfeld wanneer Kris iets in zijn hoofd heeft gezet.

Maar in de klas gaat het dus anders blijkbaar. Juf vertelde dat de kinderen tijdens het kringgesprek allemaal iets mogen vertellen wanneer ze hun vinger opsteken. Kris stak echter niet vaak zijn vinger op. Op een goeie dag wilde de juf Kris er wat meer bij betrekken. ‘En Kris, wil jij ons ook wat vertellen?’ Kris, nooit op zijn mondje gevallen antwoord: ‘heb ik soms mijn vinger opgestoken, dan? Als ik niet mijn vinger opsteek heb ik ook niet iets te vertellen, toch.’ Tja, je wilt je presenteren in de groep of niet….

Niek had een moeilijke dag gisteren tijdens de verjaardag van zijn jongere broertje. Al die aandacht, al die cadeaus…het gaat allemaal aan jouw neus voorbij. Maar na verloop van tijd knapte hij weer op, zeker nadat zijn pappa met hem was gaan tennissen buiten. Ook  Niek’s rapport was goed. Hij tennist, speelt piano bij een hele strenge juf…en knutselt zich drie keer in de rondte. Met zijn elastieken vingers knipt en snijdt en plakt en vouwt en bouwt hij dat het een lieve lust is. Later wil hij robots leren bouwen. Een veelbelovende tak van sport als je het mij vraagt.

Noah (bìjna 2) is volop de wereld aan het ontdekken. Vrolijk, ondernemend, nieuwsgierig (ís dat, oma? oma, dóe je?) en is al net zo’n (duplo)lego fanaat als zijn neefjes.

Prachtig om steeds weer vanaf zero die ontwikkeling te zien van geest en lichaam. Van volkomen afhankelijk babietjes, liggend in een wiegje, tot lopen, spreken, denken en een eigen persoonlijkheid.

Bron van vreugde.

 

%d bloggers liken dit: