Tagarchief: kikker gaat fietsen

Braakbal – haarbal

Onze kat Tommy heeft een haarbal. Hij is een beetje sneu, wil wel eten, maar gaat dan braken en sluipt ongemakkelijk rond. Hij heeft die haarbal gekregen door het verwoede likken wat hij elke dag doet. Nu het zomer is slikt hij door al dat gelik zijn halve wintervacht door. Geen wonder dat hij daar last van krijgt. Gelukkig zorgt het kattenlichaam er zelf voor dat al die onverwerkte prut er weer uitkomt.

Niet zo smakelijk verhaal, sorry. Je hebt, om het toch even af te maken, ook nog de ‘braakbal’. Die komt voor bij roofdieren die op een gegeven moment alle onverwerkte delen van de dieren die ze gevreten hebben kwijt moeten. In een soort balletje samengeperst komt het spul naar buiten gespuugd. Botjes, nagels, veertjes, hele schedeltjes komen erin mee. Ik las op internet dat er mensen zijn die ze verzamelen, de braakballen dus. Er bestaat een levendige handel in op Marktplaats.

Ik kwam op de braakbal toen ik tijdens mijn fietstocht door de polders rond IJsselstein mijn bui probeerde te ontleden. Er was niet echt iets, maar het voelde zo. Gewoon zo’n onbestemd gevoel van ‘iets-niet-pluis’, iets wat dwars zit, maar ik wist niet wat. Er gebeuren in de weken die voorbij zoeven altijd mooie en minder mooie dingen. Teleurstellingen, botsingen, onbegrip hier en een verwijt daar. Maar er staan duizend mooie dingen tegenover. Waardering van iemand, een compliment, uitingen van liefde, aangename verrassingen, de heerlijke geur van de lindebomen of de lathyrus die bloeit in de tuin. Dat telt toch veel zwaarder?

En toch, dat nare, knagende gevoel. Ik heb natuurlijk last van depressies die me kunnen overvallen, maar dit is anders. Er schoot een kat voorbij mijn wiel en de braakbal kwam in mijn gedachten. Zoiets moet het zijn, bedacht ik.  Ik leef, beleef, onderga; converseer en communiceer. Hoor, zie, neem tot me. Overweeg, bedenk, beslis, wijfel en twijfel. En in al die (inter)actie en belevenissen, stapelen over een periode de moeilijk te verteren deeltjes zich op. De botjes en de veertjes, zeg maar en al die zaken die niet vermalen worden door het voorbijgaan van de tijd. Dan heb ik dus een soort braakbal. Die zit te zieken in mijn ziel. Hij moet eruit. Als je een braakbal vindt kun je door hem uit te pluizen zien wat (bijvoorbeeld) de uil gegeten heeft.

Ik zal mijn braakbal maar eens gaan uitpluizen om te zien welke graadjes in mijn keel zijn blijven steken. Dat helpt wellicht bij het ‘oplossen’ van dat ding. Lijkt me beter dan uitspugen, want als ik ergens een hekel aan heb is dat het wel!

Kikker en fietsen

Ik ben aan het fietsen geslagen. Wie mij kennen weten dat ik liever lui dan moe ben en, áls ik dan moet bewegen, wandelen prefereer. Fietsen heb ik mijn hele leven gedaan. Naar en van school (waarbij de wind altijd draaide in mijn nadeel onder schooltijd. Heen wind tegen, terug wind tegen..). Naar de winkels, naar de kerk, naar mijn werk. Het valt me dus zwaar fietsen als iets te zien dat ontspanning brengt. Het is een noodzakelijk kwaad, laten we zeggen. Functioneel, handig, beter dan de auto, maar meer ook niet. Behalve misschien dan op windstille dagen

Edoch, nu de zwarte hond mij weer achtervolgt zocht ik naar een manier om flink te bewegen. Tenslotte schreeuwt iedere krantenpagina mij tegenwoordig toe dat bewegen de goeie therapie is. Ik liet me meeslepen door echtgenoot die een ware wielrenner is. En zowaar, na een uur of zo fietsen begon ik me beter te voelen. Het gemaal in mijn hoofd vermindert, ik voel me lekkerder en het beklijft langer dan het ene uur of wat.

Ik zit dus nu in de Kikker gaat Fietsen modus. Zelfs de wind houdt me niet tegen. Hoe meer wind des te meer beweging, dus minder gemaal.

Black dog

The Black Dog is upon me again. Churchill heeft voor zijn depressieve periodes die term bedacht. Black Dog. Hij ging dan o.a. muurtjes metselen, uren lang. Geen gekke bezigheidstherapie. Je moet wat doen wanneer de depressie toeslaat, maar het kan ook weer niet teveel van je vragen. Concentratie is verminderd, je hoofd wil niet zo best en je geest wil helemaal niet.

Foto’s plakken. Was vouwen. Beetje lezen. Boodschap doen. ’t Klinkt allemaal zo gezellig en ontspannen maar zo ervaar ik het niet. Gewoon normale dingen blijven doen, terwijl je daar met een griep niet over zou denken. Ziek is ziek en dan kruip je in bed. Maar helaas, onder de wol kruipen tijdens een depressie draagt niet bij aan mijn gevoel van welzijn. Het is één van de paradoxen van deze ziekte. Juist datgene waar je het meest tegen opziet moet je doen om je ietsje beter te gaan voelen, of in elk geval niet slechter. Gedoseerd onder de mensen zijn, bewegen, W.C’s schoon maken, enzovoort. Maar wat kan een lijf zich moe voelen.

En nu weer wachten op de dag dat de medicijnen gaan werken en dat alles weer vanzelf gaat. Niemand voelt zich zo gelukkiger met de gewone dagelijkse gang van zaken als iemand die een periode van depressie achter de rug heeft, geloof ik. Er hoeft niets bijzonders op de agenda te staan. Maar weer de gewone dingen doen zonder die bodemloze vermoeidheid en tegenzin is bijna paradijselijk.

Ik las bij Maarten van Buuren in ‘Kikker gaat fietsen’ (Lemniscaat, een verslag van een depressie) dat in zijn opinie depressie o.a. leidt tot een vergroot bewustzijn. Voortdurend ben je je ervan bewust dat je reacties niet normaal zijn. De emotie is verstoord dus bij alles realiseer je je dat er iets ontbreekt. Dat leidt tot de vreemde situatie dat je pijn ervaart om wat je niet voelen kunt. Dat is weer zo’n paradox. Van Buuren noemt het de ervaring van verlies. De glazen stolp waaronder jij je bevindt en waar het lijkt dat niemand jou en jij, andersom, niemand werkelijk bereiken kunt. Dat beeld wordt door alle depressieve mensen gebruikt, de glazen plaat die scheiding aanbrengt tussen jou en de realiteit.

Ik ervaar het zelf als desintegratie. Het is alsof er een puzzelmal over mijn werkelijkheid gegaan is waardoor die in puzzelstukjes uiteen gevallen is. De verleiding is om steeds te proberen alles aan elkaar te passen, wat niet lukt. Pas als ik me weer goed voel passen de stukjes als vanzelf in elkaar en is er weer sprake van een geheel. Van integratie.

(Nu ik dit publiceer voel ik me weer wat beter trouwens. Maar in het kader van taboe doorbreking wil ik er toch een paar blogs aan wijden.)