Afhankelijkheid

klagen.jpg (500×500)
bron: hein de haan overvloeiendegenade

Wat maakt afhankelijkheid zo moeilijk? Die vraag speelt voortdurend door mijn hoofd. Persoonlijke omstandigheden zijn de aanleiding. Die hebben een soort ‘met de billen bloot’ situatie doen ontstaan. Iedereen heeft daarvan wel een eigen versie te vertellen. De details verschillen, maar je kent dat gevoel wel. Dingen die je het liefst onder controle hebt, de baas bent, onder eigen beheer houdt, niet wil delen met jan en alleman, enzovoort.

En dan is er een bepaalde noodzaak dat toch te doen en hoppa: daar sta je dan in je blootje! Zo voelt het. Geen beschermend laagje, geen facade, geen ‘alles- is -dik -voor -mekaar, hoor’ muurtje waarachter het zo veilig schuilen is. Dat is iets wat we hier in het westen (of is het menselijk?) ontzettend moeilijk vinden, autonoom en onafhankelijk als we willen zijn. Ziektes, ok, die willen we nog wel delen. Allerlei lichamelijke kwalen vormen onderwerp van gesprek. Maar alle andere sores? Psychische problemen? Mondje dicht, men zou eens kunnen denken dat je zwak bent. Relatieproblemen? Welnee! Daar zwijgen we over, want iedereen om je heen lijkt zo gelukkig, dat ga je niet in de groep gooien! Opvoedingsproblemen? Financiële problemen? Kom op, wie zou daar nu over praten? Alleen als je als een loser gezien wil worden. En daarbij: Klagen mag niet, hebben we geleerd.

Zo kwakkelen we met z’n allen door het leven. Gordijnen dicht en deuren op slot. Tot het niet meer gaat en er de meest vreselijke situaties zijn ontstaan. Kan dat nou niet beter?

Ik ben dankbaar voor de huiskringen in onze kerk. Kleine groepen die om de twee weken bij elkaar komen en bidden en bijbellezen en over God en de dingen van het leven praten. Er is een sfeer van vertrouwen en openheid. Wordt alles gedeeld? Nee, niet altijd en iedere keer, maar het is wel een omgeving waar het kàn. Een omgeving die ertoe uitnodigt, omdat ieder bereid is facades af te leggen en iets van achter de gordijnen te tonen. Dan is het niet zo erg als ik dat ook doe. Ik ben gewoon één van de ‘losers’ onder velen. Dingen worden relatief, vloeiend en niet meer zo opgeklopt. Voor God staan we allemaal als losers en worden we allemaal winners, door Jezus.

Dan ontstaat ook een energie om te zoeken naar hoe we elkaar kunnen helpen. Geestelijk, lichamelijk, concreet en practisch.

Kringen zijn (net als familie) een broedplaats voor het ontwikkelen van een gezonde onderlinge afhankelijkheid.

En zonder (kerkelijke) kringen? Dan pleit ik er toch voor om minder krampachtig over onze persoonlijke problemen te zijn. Iedereen worstelt immers met van alles in het leven? We kunnen elkaar zo goed helpen door allereerst te luisteren. En nog eens te luisteren. En dan nóg eens te luisteren. En vragen te stellen. Niet gelijk met je eigen verhaal komen. Maar het verhaal van die ander aanhoren en door vragen te stellen te proberen begrijpen. Je verplaatsen in de ander. Meeleven. Zo kostbaar!

Soms is luisteren het enige wat je hoeft te doen. Uit eigen ervaring weet ik dat je verhaal kunnen vertellen soms genoeg verlichting geeft om er weer tegenaan te kunnen. Maar meedenken kan ook tot andere hulp leiden. Practische hulp, concreet in het helpen plannen, in het (helpen) bedenken van oplossingen.

Onze worstelingen en problemen (bijna) net zo vrijmoedig delen als onze verkoudheden en buikpijnen, wat zou dat heilzaam zijn!

Wat vinden jullie? Delen we te weinig met elkaar? Schamen we ons teveel voor de sores in onze levens? Ik hoor graag in een reactie van jullie wat je ervan vindt!

 

Huppakee, weg?

Huppakee, weg. Er is veel geschreven over de uitzending van de Levenseindekliniek over hulp bij het sterven van mensen die ‘klaar zijn met leven’. Een vrouw met dementie in haar spraakvermogen kon het alleen maar zo verwoorden: ‘huppakee, weg’. Volgens haar man bedoelde ze te zeggen dat ze dood wilde. (overigens had ze eerder een verklaring opgesteld over haar wens niet te willen leven met dementie). Ze kreeg dus het drankje dat de dood tot gevolg had.

Gelukkig was er veel ophef over de documentaire. Waren dit nu mensen die moesten stérven? Konden ze niet op een andere manier geholpen worden? Maar blijkbaar vonden hun naasten en de mensen van de kliniek van niet. Huppakee, weg.

Lijden is niet fijn. Je zoekt het niet op. Als we lijden willen we dat het weg gaat. En het liefst ‘huppakee’, snel! En waarom zouden we lijden? Waarom moeilijke dingen verdragen? Er zijn zoveel manieren om te vluchten. In alcohol, in shoppen, in eten, in drugs, in roken, in duizend ontsnappings mogelijkheden. Of je stapt eruit, uit het leven. Of je doet die NIPT-test zodat gehandicapt leven (eventueel) voorkomen kan worden. Want je kunt het niet (meer) aan.  

Maar wat, als lijden nu eens een weg is die God met je gaat om juist heel dichtbij te komen? Door alle schijn ’goden’ weg te nemen. Ga maar eens door een periode van hevige pijn. In je lijf, in je hart of in je leven, dat maakt niet uit. Dan helpt uiteindelijk niks meer. Alleen God en de mensen door wie Hij naast je wil komen staan. Dat is zó bijzonder als de tijden duister zijn. Dan verzamelen de mensen die jou liefhebben zich om je heen, op een manier die anders nooit gebeuren zou. Het leven krijgt een diepgang die je er zelf nooit in aan had kunnen brengen. Ik hoor het zoveel mensen zeggen, gelovig of niet: de liefde en saamhorigheid toen die en die stierf , tijdens mijn ziekte, enz. was zo groot, het was in zeker opzicht de mooiste periode van mijn leven, hoe raar dat ook klinkt. 

De leegheid die oude mensen ervaren als niemand meer naar hen omkijkt en die hen naar de dood doen verlangen,  is een aanklacht tegen onze samenleving, tegen ons. Palliatieve zorg bij lichamelijke pijn aan het einde van het leven doet de vraag naar euthanasie dalen. Die ‘palliatieve zorg’ moeten we ook ontwikkelen voor ouderen die eenzaam zijn en geen ‘zin’ meer in hun leven ervaren. Een taak die bij uitstek opgepakt kan worden door geloofsgemeenschappen als de kerk. Zij kunnen de omhelzende armen vormen van God op aarde.

Problemen dus opgelost? Geen lijden meer? Huppakee, weg? Nee. Dat zit er niet in. Maar lijden hoeft niet het begin van de ondergang te zijn, het kan een opmaat zijn naar betoon en ervaring van liefde en bewogenheid, van God en mensen. Jezus Christus heeft ontzettend geleden. Hij werd juist totaal van God en mens verlaten. Voor ons! Zo hoeven wij nooit te lijden.  Hij loopt nu vlak  naast je, of je dat nou voelt of niet. Tot het allerlaatste einde. En ook dan worden we opgevangen in liefdevolle armen. En mogen we eindelijk bijkomen. Van alle verdriet en alle pijn en al het lijden. Helemaal getroost worden zoals een kind dat het uitbrult, tot rust komt bij mamma op schoot.

Heb de weg die God met je gaat lief
Het is Zijn weg met jouw ziel en leven

(vrij naar) Augustinus

NB Ik wil ter verduidelijking toevoegen dat ik hier niet bedoel te zeggen dat we ieder leven tot het uiterste moeten rekken; wie stervende is mag sterven. Noch dat we het lijden moeten verheerlijken of zoeken. Lijden zelf is niet goed. Het is iets wat God niet bedoeld heeft oorspronkelijk. Maar nu het er is, in een wereld na de zonde, kan zelfs dát niet een barriẽre vormen voor Gods liefde voor en Zijn doel met ons.  Integendeel! Hij maakt het kwade goed.

Vrouw van een dominee 5, Sommige perikelen

Echtgenoot preekt op verschillende plaatsen in Nederland. Ik vergezel hem af en toe. Niet vaak, omdat ik het eigenlijk lastig vind in ‘vreemde’ gemeentes alleen binnen te komen en weg te gaan. Dat werkt ongeveer zo.

Voor aanvang van de dienst kom ik binnen in de hal van de kerk waar nog maar enkele mensen zijn. We zijn vroeg vanwege instructies die echtgenoot voorafgaand aan de dienst zal krijgen. Ik sta en bedenk wat ik ga doen. Blijven staan? Twintig minuten is lang. De aanwezige kerkleden zijn druk met voorbereidingen maken voor koffie, bezig met techniek en geluid. Ik drentel wat rond en bekijk de muren op zoek naar iets leesbaars. Een poster, een prikbord. Hoopvol zoek ik nog een boekentafel, een uitstekend middel om onopvallend toch zeker een kwartier door te kunnen brengen. Tevergeefs. Het prikbord ontbreekt ook. Dat is dus snel klaar.

Ik neem een beker koffie, maak een praatje met de koffieschenker en drentel verder. Ik kan natuurlijk iemand aanspreken, maar ik heb eigenlijk geen zin in kletsen. Goed, niet praten dan. Wil ik dat iemand mij aanspreekt? Ja, want dan gaat de tijd sneller en nee, ik wil niet zielig gevonden worden of zo.  En opnieuw, vertel ik mezelf, ik heb niet zo’n zin in een praatje.

Ik sta nu in dubio. In de kerkzaal gaan zitten, rond blijven drentelen, naar de WC gaan (ik hoef niet) of even naar buiten. Ik besluit aan deze overvloed van keuzes er één toe te voegen: gaan zitten op de koele bank in de hal, een beetje uit het zicht. Maar dan moet ik  wel een neutrale blik hebben. Niet een blik van zieligheid (kijk die vrouw daar eens alleen zitten), maar ook geen chagrijnige blik (geen wonder dat dat mens daar alleen zit). Neutraal dus. Ik trek een soort plooi met mijn lippen tussen een glimlach en een pruillip. Een soort Mona Lisa expressie. Maar al snel voel ik me een zombie. Ook geen succes.

Inmiddels zijn er nauwelijks 5 minuten voorbij. Een echtpaar dat zich bij de voordeur heeft opgesteld, duidelijk in afwachting van familie of vrienden, kijkt in mijn richting. Help, straks komen ze hier naast me zitten en moet ik van alles vragen van mezelf. Ik sta op en gooi mijn plastic bekertje weg. Dat is weer even een wandelingetje.

Zucht. Enigszins vroeg, ga ik dan toch maar in de kerkzaal zitten.

Kerkdiensten in 5 staten van Amerika

Vijf diensten in vijf heel verschillende kerken wat cultuur betreft. Duits, Amerikaans, Nederlands.

Overeenkomst? Gemengde etnische groepen in drie (heel veel Aziatische leden), traditionele liturgie in vier van de vijf, goeie preken in vier van de vijf, gastvrijheid in 2 van de vijf, bijbelse prediking, alle vijf,

moderne muziek in nul. 

Back to the US of A – St. Louis, Missouri 1

Bij St. Louis komen de rivieren Mississippi en de Missouri samen, Twee machtige rivieren die het land doorsnijden, de Missouri vanuit het westen, richting het oosten en de Mississippi vanuit het Noordwesten in zuidelijke richting worden één grote rivier: de Mississippi, die naar het zuiden stroomt en uitmondt in de Golf van Mexico bij New Orleans,

Hier, in wat wel de meest westerse stad in het oosten wordt genoemd zijn we nu twee dagen. Van het ‘platteland’ zijn we weer in de grote stad aangeland. Rijdend door Kansas merkten we al aan de toename van het verkeer en de dichtere bebouwing dat we het oosten naderden. Vanouds het dichtst bevolkte deel van Amerika. Bij St. Louis begon het Wilde Westen, de grote prairievlaktes en de gevaarlijke tochten van de kolonisten. Als symbool daarvoor staat er in St. Louis een gigantische (uiteraard..) zilverkleurige poort, als venster naar het Westen.

vanuit de auto, The Arch

Ergens las ik dat het contrast voor ons niet meer voor te stellen is omdat ook het westen van de VS nu bewerkt, beplant en bebost is door menselijk ingrijpen. Maar in de eerste helft van de 18e eeuw was er niets. Vanuit het dichtbeboste oosten keek men een niemandsland in. Kolonisten hadden geleerd om te overleven door het gebruik van hout (voor warmte en huisvesting), water en land. Maar hier in het westen vielen twee van de drie weg. Alleen land bleef over. Ook nog bevolkt met zeer vijandige indianenstammen die de blanke mensen liever dood dan levend zagen.

Die pioniers moeten mannen en vrouwen van staal geweest zijn. Ik begrijp iets meer van de grote vrijheidsdrang van dit volk, wanneer je het landschap ziet, de enorme gebieden die men tot zijn beschikking heeft en ik me realiseer dat de genen van zulke pioniers in hun bloed gieren.

Amerikanen zijn aanpakkers, doorzetters, actief, pragmatisch, ‘kom op, niet praten maar doen!’ers. En dat moet  natuurlijk ook met die geschiedenis te maken hebben.

Vandaag waren we in de kerk en zagen we er iets van terug. Een Presbyterian Church in America. Op internet gevonden en de naam en missie sprak ons aan:  New City Church, een kerk met een missie voor de stad St. Louis. Vanuit de liefde en verzoening die Jezus voor ons heeft bewerkt verzoening bewerkstelligen tussen de rassen, mn tussen de blanke en  afro-Amerikaanse bevolking. Inmiddels zijn er leden met 20 verschillende etnische achtergronden. Een tweede missie is het bijstaan van de arme bevolking in bepaalde wijken in St. Louis. Zeg maar Kanaleneiland of de Bijlmer.

In 1996 is een groep gestart met kleine projecten als het doen van klusjes voor weduwen en alleenstaande moeders. Inmiddels is er een kerkgemeenschap van rond de 200 toegewijde mensen. En heeft men zich georganiseerd in verschillende maatschappelijke, dienstverlenende takken. Veel wordt gedaan voor kwetsbare groepen als de jeugd, tienermoeders, alleenstaande moeders met tig kinderen van verschillende vaders. Ook afkick hulp en naschoolse opvang en vakantiekampen waar jongeren het nuttige met het aangename kunnen verenigen: Van klussen in de buurt, zoals verven, tuinieren tot programma’s waar ze kunnen leren voegen in de bouw.

Een andere groep die men probeert te helpen zijn vrouwen die het slachtoffer zijn van seksuele uitbuiting en exploitatie.

Kijk maar eens op hun site. Het is een combinatie van Stichting Present, Hip, Stichting de Haven in Den Haag enzovoort. Deze kerk heeft een aparte stichting opgericht Restore St. Louis, waarin alles gebundeld is, Daarin werken ze ook samen met andere kerken en christelijke organisaties en bedrijven, en maken gebruik  van elkaars kracht en voorzieningen.  Vooral de coördinatie en het door en door christelijke (Jezus Christus kan werkelijk verandering brengen) karakter vond ik Inspirerend! Tegelijkertijd was men erg nuchter. Hel lijkt mooi en idealistisch maar het is hard werken en steeds weer teleurstellingen incasseren. ‘Maar ook dat is onderdeel van de weg die God met ons gaat, zo leren we afhankelijk te blijven van Jezus Christus zelf en niet van onze organisatie” aldus een van de oudelringen   bij wie we lunchten met een stel scholieren.

Goeie zaak die nazorg

Ik heb me voor het eerst gemeld bij de ‘nazorg’ van onze gemeente, afgelopen zondag. Na iedere dienst staan twee mensen in de kerkzaal met een badge ‘Nazorg’. Wie wil kan hen aanspreken, napraten over iets in de dienst dat hen raakte, met hen bidden, whatever.

Het loopt geen storm. Er zijn geen wachtrijen, er hoeven geen nummertjes te worden getrokken. Integendeel, er is voor zover ik kan zien zelden iemand die zich meldt. Hoe komt dat, vroeg ik me af.

Op mezelf afgaand heeft het te maken met een onbekend fenomeen. Gereformeerden zijn erg goed in het over van alles te hebben na een dienst, behalve over de dienst. Hoe geraakt men van binnen misschien ook is. Het is (nog) niet de gewoonte er met elkaar over verder te praten. Dat is één reden, misschien.

Samen bidden zijn we ook nog niet zo gewend. We hebben onze vaste momenten, bij de maaltijd, in de diensten, wellicht alleen of met vriend/partner. Maar zomaar, in een lege kerkzaal met iemand die je persoonlijk misschien niet eens goed kent, dat is wat onwennig.

Verder, wat is er de meerwaarde van? Opnieuw voor mezelf redenerend, ik kan het thuis aan iemand vertellen en er eventueel met diegene ook voor bidden. Of ik bid in mijn uppie. Waarom hier en waarom direct na een dienst?

Eigenlijk ook erg gereformeerd, om zo na te denken over iets..Maar het zijn gedachten die ik nu pas formuleer, die in feite in mijn onderbewustzijn speelden, blijkbaar.

Hoe dan ook. Afgelopen zondag raakte de dienst me. Het Bijbelgedeelte, Romeinen 12, de liederen, de boodschap over het Bijbelgedeelte, alles paste in elkaar en vormde een boodschap voor me: laat je enthousiasme niet bekoelen, zet je gaven in voor de gemeente en vertrouw de Geest van Christus dat je er weer zin in krijgt. Ik worstel daar mee, na voor de zoveelste keer opnieuw te moeten starten in een gemeente.

Na afloop van de dienst dacht ik, weet je wat, ik ga naar de nazorgdame. We kregen een goed gesprek, samen gebeden en wat de meerwaarde was? Ik denk het onmiddellijk delen terwijl de indruk nog vers en nieuw was. Het me opgevangen weten door een ander, als een teken van Gods zorg voor mij. Het vormde een natuurlijke afsluiting van de dienst voor me.

Toch een goeie zaak, die nazorg.

Voor dag en dauw…

bron:Bijbelseplaatsen.nl

Het is tien over half twaalf en ik heb er al bijna een halve dag opzitten! Ik ben lid van een kerk die voor haar samenkomsten een gebouw huurt van een andere kerk. Aangezien die om 10 uur begint zijn wij genoodzaakt om half negen te starten. Juist ja, half negen. Dat is vroeg, erg vroeg. Ik stond om tien over acht buiten in het halfdonker te wachten op mijn lift. Mijn echtgenoot die in de Randstad zou gaan preken was nog thuis. Hij ging later de deur uit dan ik, die in 10 minuten in de kerk kan zijn, met de auto.

Nou ja, genoeg geklaagd. Ben je een keer wakker en buiten dan is het verder allemaal niet meer zo moeilijk. We hebben een heerlijk jonge dominee die frisse preken houdt en mooie liederen laat zingen. Hij heeft bij mijn jongste dochter in de klas gezeten, dus aanvankelijk een baby in mijn ogen, maar daar ben ik nu overheen.
Het moeilijkste moment is meestal bijna aan het einde van de preek, die overigens meestal kort maar krachtig is. Dan krijg ik een slaapaanval. Mijn ogen gaan tranen, en willen eigenlijk alleen maar dicht. Gelukkig is er dan weer een lied aan het eind om helder te worden.
Kern van de boodschap: Jezus kwam het goede nieuws van God brengen. Wat me opviel in Marcus 1, waarover de preek ging, was dat twee van de apostelen die later het goede nieuws gaan door vertellen, al leerlingen van Johannes de Doper waren en met Jezus mee naar huis waren gegaan om Hem beter te leren kennen. Het waren vissers, maar vissers die al geraakt waren door de nieuwe beweging van Johannes die bij de Jordaan mensen opriep tot bekering en doopte. Ze hadden zich blijkbaar aangesloten bij die groepering die niet erg populair was bij de kerk van toen. Net zo min als Jezus later.

Toen Jezus later zijn leerlingen uitkoos kenden ze Hem al langer. Als je Marcus leest lijkt het of Hij willekeurige vreemdelingen uitkiest, maar uit Johannes 1 blijkt dat ze al een hele dag persoonlijk met Jezus gesproken hadden. En dan wordt het een kwestie van mond op mond reclame. Andreas haalt zijn broer Simon Petrus erbij, Filippus kwam uit dezelfde plaats, dus kende waarschijnlijk de broers. Hij haalt Nathaniël erbij. Maar dan blijkt dat Jezus hem al lang kende.
Fascinerend, zulke details.

Vrouw als ouderling of predikant?- 2

Vrouwen horen, volgens Paulus, de schrijver van een aantal brieven aan christenen in de tijd (tussen 50-65 AD) van het Nieuwe Testament in de bijbel, geen leidinggevende positie te bekleden in de kerk. Tot nu toe hebben de kerken waar ik lid van ben (Gereformeerde Kerken, vrijgemaakt) daar gehoor aan gegeven. Er zijn bij ons geen vrouwelijke predikanten, ouderlingen of diakenen.

Vrouwen doen wel veel, in commissies en werkgroepen. En niet alleen maar fröbelen met kinderen of borduren met bejaarden. In de laatste gemeente waar ik lid was hadden we een vrouwelijke voorzitter van een commissie die alles regelde wat betreft onderhoud, techniek en financiën van de kerk. Studiecommissies naar allerlei onderwerpen worden voorgezeten door zowel vrouwen als mannen al naar gelang van aanwezige kennis en interesse. Er heerst dus geen cultuur van onderschatting van vrouwelijk talent. Integendeel. Eerder een soort verlegenheid dat er zoveel talent is dat nog niet adequaat genoeg wordt ingezet. Veel gebeurt op vrijwillige basis en daar ontbreekt dan weer de structuur, zodat initiatieven afhankelijk zijn van het enthousiasme van de vrouw in persoon. Vertrekt zij, dan dreigt ook het initiatief te verdwijnen.

Waarom vrouwen wel gerespecteerd en gewaardeerd worden maar geen predikant of ouderling kunnen worden heeft te maken met de interpretatie van een aantal teksten in het nieuwe testament. In onze kerken geloven we dat de bijbel door gewone mensen is geschreven, maar dat zij op een bijzondere manier geleid werden door God Zelf, door de Heilige Geest. We nemen die teksten heel serieus. Ik ook. Iedere redenering die ervan uitgaat dat Paulus puur voor zijn eigen tijd schreef kan mij niet overtuigen. Ik accepteer de bijbel als Gods woord voor alle tijden.

En dat is lastig. Want onze tijd is echt anders dan het jaar 60 AD om maar wat te noemen. In die tijd heerste de Romeinse cultuur in een groot deel van de wereld van het Middenoosten wat zijn invloed had op de verhouding tussen man en vrouw, ook onder de (Joods-)christelijke gemeenschappen in die tijd. Wat was de situatie waarin Paulus schreef? Hij schrijft ook over de verhouding tussen meesters en slaven. Slaven bestaan niet meer, maar het is een onderwerp dat in het NT regelmatig terugkomt. Wat moet je daar nu mee in onze tijd van vakbonden en stakingen?

Ik lees de bijbel dus loyaal. Ik zoek oprecht naar Gods bedoeling voor ons in onze eigen tijd van leven, omdat ik ervan overtuigd ben dat God door de Bijbel een boodschap heeft voor alle mensen, tijden en culturen die alleen maar opbouwend is en heling brengt aan mensen en maatschappijen.

Als voorbeeld noem ik de tien woorden van het verbond in het OT (o.a Exodus 20). Tien geboden of leefregels voor volgelingen van de God van de Bijbel. Duizenden jaren geleden opgetekend maar nog steeds de basis van onze westerse cultuur, zij het dat de Auteur niet meer in de picture is. Wat ik ermee wil zeggen is dat de bijbel zo primitief en tijdgebonden dus niet is.

Natuurlijk zit er ook een element van tijdgebondenheid aan de bijbel. Of ontwikkeling. Je ziet dat duidelijker als je bij het begin begint te lezen en stug doorleest tot aan het eind. En dat telkens weer. Met echte literatuur gebeurt dat ook. Hoe vaker je een (goed) boek leest des te meer zie je de verschillende lagen, verhaallijnen en dieptes. Ik zie steeds meer verband, patronen en rode lijnen in de (heel) verschillende boeken van het Oude en Nieuwe Testament. Een spannend verhaal in hoofdstukken, met grote pennenstreken opgetekend door God. C.S Lewis, een Engelse schrijver en filosoof, zei eens: het verhaal van de Bijbel is een echte mythe (zoals de Griekse mythen), maar dan één die waar gebeurd is.

Ik sta er open voor dat God, die tenslotte de Bedenker is van de mens en alles wat er rondloopt, -vliegt of -kruipt op aarde,  de man in het bijzonder voor het éne en de vrouw specifiek voor het andere ontworpen heeft. Een tafel en een stoel, een kop en een schotel, een linker en een rechterhand, wat maakt het uit? Niets meer of minder, het een kan niet zonder het ander. Dat is in elk geval meer dan duidelijk wanneer je het begin leest van de mens in Genesis. En tegenwoordig zijn we gelukkig over het extreme feminisme uit de jaren ’60 heen waarbij vrouwen eigenlijk mannen moesten worden, geen vrouwelijke eigenschappen mochten bezitten, zeker niet betrapt mochten worden op een aanleg tot zorg, gevoel, en meer van dat soort talenten. We mogen weer verschillen van elkaar als man en vrouw, Venus en Mars zijn.

Maar. Hoe zit het nu met de zg. zwijgteksten in het NT? Geen leiding geven, niet het woord voeren tijdens een dienst, bij de kwalificaties voor ouderlingen worden alleen mannelijke zaken genoemd, als er nieuwe diakenen gekozen moeten worden, vlak na Pinksteren is de keuze beperkt tot mannen, terwijl veel vrouwen toch een vooraanstaande rol speelden als volgelingen van Jezus. Hij werd financieel gesteund door rijke, invloedrijke vrouwen van het hof van Herodes. Maar ook Jezus kiest geen vrouwen als apostel. Het zijn twaalf mannen die Hij een stoomcursus van drie jaar geeft.

Je kunt Jezus geen angst voor de heersende cultuur verwijten. Hij raakt een melaatse aan (Marcus 1), zeer tegen de Joods religieuze gebruiken in van die tijd, Hij spreekt een Samaritaanse vrouw aan (Johannes 4) op klaarlichte dag, helemaal ‘not done’  voor Joden in die tijd. Hij gooit het hele onderwijs van de ‘kerk’ over rein en onrein en wat je wel of niet mag doen op de sabbat ondersteboven. En nog opvallender: Hij toont veel respect voor vrouwen in Zijn omgang met hen. Hij spreekt zelfs het éérst met vrouwen na Zijn opstanding uit de dood. Zij  moeten het dan gaan vertellen aan de rest. Vrouwen, die door de heersende kerkcultuur van de Farizeeën nog niet eens mochten getuigen in de rechtbank omdat ze onbetrouwbaar zouden zijn.

Ligt daar nu een begin van verandering of niet?
(voor wie interesse heeft de ‘zwijgteksten’ op te zoeken in de bijbel volgt hier een lijstje: 1 Korintiërs 14: 33-39, 1 Timotheus 2:11-15)

Duivels, demonen, genezingen en de woestijn van psalm 63

Ik weet het niet… Ik krijg een onprettig gevoel, iedere keer dat ik een oproep lees of hoor om toch vooral meer aandacht te schenken aan duiveluitdrijvingen (CV Koers van maart), meer te zoeken naar genezingen en heelmaking van het lichaam omdat dit toch de belofte van de Bijbel zou zijn. Op de omslag van EO visie prijkt prominent het verhaal van een vrouw die plotseling genezen werd. (Ik ben om misverstanden te voorkomen blij voor deze vrouw. Het gaat me meer om de aandacht die ik disproportioneel vind).

Waarom treft me dit onaangenaam? Is het onbijbels om te zeggen dat je genezen bent? Nee, natuurlijk niet! Ik ondervind m’n hele leven door genezingen. Het blijft een wonder iedere keer dat mijn lichaam zich herstelt na griep, of een verwonding of anderszins. Is het dan onbijbels om te geloven in de duivel en z’n demonen en dat die er op uit zijn ons te vernietigen? Evenmin. Ik geloof op grond van de bijbel dat  satan grote macht heeft en evenzeer dat God’s macht nog veel groter is. Satan loopt mooi wel aan de leiband en kan kinderen van God niet uit Zijn hand trekken. Maar wel knap lastig vallen en z’n best doen om hen te verleiden tot allerlei, voor hun heil niet bevordelijke, zaken. Daarom zegt Jezus dat we moeten bidden: verlos ons van de boze. Zonder die boze zou het een stuk beter met ons gaan….

Volgens Jezus was dat gebed voldoende.  Het Onze Vader  is eigelijk een heel simpel gebed. Zo simpel dat je de neiging hebt het toch maar wat langer te maken. Want tja, of je nu in 5 minuten alles kan zeggen?

Volgens mij was dat nu juist wat Jezus bedoelde aan te geven met dat gebed. Wij denken veel omhaal van woorden en rituelen nodig te hebben om te geloven dat er echt wat zinvols gebeurt. Maar dat hoeft voor God helemaal niet. Die weet immers al wat we gaan vragen voor we er om gebeden hebben? Is bidden dan nog wel zinvol? Ja, want God zegt dat Hij het zo wil. Hij gebruikt onze gebeden om Zijn plan uit te voeren. Maar we moeten vooral niet gaan denken dat succes gegarandeerd is als je iets 100x herhaalt in een soort mantra.

Hier ligt voor mij de zere plek met allerlei bewegingen die van bidden een uitgebreid ritueel gaan maken, boven en verder dan ik in de Bijbel lezen kan. Ja, we moeten volhouden in het gebed, we mogen veel vragen in het gebed, we moeten zowel met elkaar als individueel bidden, tijdens samenkomsten en daarbuiten (wie bijbelteksten wil mag me mailen :)). maar nergens vind ik terug dat we aparte genezingsdiensten moeten beleggen, duiveluitdrijving moeten beoefenen, speciale trainingen daarin moeten ontwikkelen omdat de ene demoon hardnekkiger is dan de ander, bepaalde houdingen moeten aannemen tijdens het bidden enz. enz. Het komt allemaal zo ‘menselijk’ over, tegengesteld aan de simpele directheid van de Bijbel en dan met name het NT. Het gebed van een gelovige heeft veel kracht, dat staat er.  Punt.  Blijf kloppen aan God’s deur. Laat het overige bij God.

Dat geloof ik en daarom bid ik. Daarom bid ik vaak en herhaaldelijk. Zeker voor mensen die ziek zijn of in moeilijke omstandigheden verkeren. Ik bid met met mensen die lijden aan het leven, die in de woestijn verkeren en dorsten naar God. Voor mezelf mag ik bidden. Ik ken die woestijnervaringen. En ik geloof dat God mijn gebeden hoort. Om Jezus wil. Dat is uiteindelijk toch de kracht van je gebed. Dat je put uit wat Jezus heeft aan kracht voor ons als zwakke stervelingen.

Ik ben, denk ik, niet zo van de bewegingen. Zal ook wel met m’n karakter te maken hebben. Ik voel me vaak een bepaalde kant opgeduwd en dan ga ik tegenstribbelen. Ik wil dus ook niet beweren dat alles fout is aan een beweging, maar ik mis toch vaak ruimte en zelfkritiek.

Het verschil tussen een ‘beweging’ en de kerkelijke gemeente is, denk ik, dat een beweging er naar tendeert een natuurlijke selectie te ondergaan. Iedereen die erbij hoort ervaart en voelt dezelfde dingen en men bevestigt elkaar daarin. Wie die niet zo ervaart, voelt zich al heel snel ‘minder’ en buitengesloten, ook al is dat zeker niet de bedoeling van de ‘beweging’ en de volgelingen.
De kerkelijke gemeente is van naure veel meer divers en kent allerlei ervaringen en belevingen. Uitdaging is dan om elkaar daarin te aanvaarden en begrijpen en niet weg te lopen als er verschillen van opvattingen zijn maar het te zien als de ‘veelkleurigheid van Gods wijsheid’. Want dat is de valkuil voor de kerk: alle neuzen een kant uit.

Daarom is de kerkelijke gemeente voor mij nog steeds de plek waar het gebeuren moet. Genezingen, bemoediging, troost, gebed, lof, aanbidding en het luisteren en gevormd worden door het Woord en de Geest. Samen in de Naam van Jezus. Daar krijgt het echt betekenis want hier moet ik leren liefhebben die me tegenstaan, leren geven aan wie het in mijn ogen niet verdient, leren ontvangen van wie ik eigenlijk niet weten wil.
Hier vinden nu echt wonderlijke genezingen plaats!

Vanavond lazen we uit 2 Kor. 12, het beroemde hoofdstuk waarin Paulus vertelt over zijn ‘kwelling’, satan die hem met vuisten slaat. Wat het geweest is, daarover bestaan verschillende meningen. Een ziekte? De vervolgingen en het harde, ontmoedigende leven dat hij leidde? Het wordt niet verteld. Wat hij wel zegt is dat God hem er niet vanaf hielp, maar hem duidelijk maakte dat hij het moest doen met wat hij kreeg van God: genade, liefde. Punt. Die zou meer dan genoeg blijken. Met doorn kon God hem beter gebruiken dan zonder. Zwak was hij veel sterker dan als hij ‘genezen’ zou worden.

Onze predikant leidde vanmorgen de begrafenissamenkomst van een vrouw uit onze gemeente. In een half jaar is ze letterlijk weggeteerd aan kanker. Maar haar Godsvertrouwen was onaangetast. De tekst was ps. 63: Uw liefde is beter dan het leven. De schrijver van de psalm is in de woestijn,’een dor en dorstig land’. Daar ontdekt hij dat, daar waar het leven gereduceerd is tot slechts overleven, er een dieper, meer existentieel verlangen is dan alleen maar naar water en brood. En dat verlangen wordt door God gestild. Met die woorden op de lippen stierf Hilda, er was van haar lichaam niet meer over dan een skelet. ‘Uw goedertierenheid is beter dan het leven’ zongen we met elkaar. Ik voelde me getroost en bemoedigd.

Wonderlijke genezingen blijven een uitzondering, slopende ziektes en de dood de pijnlijke realiteit van iedere dag, totdat Jezus terugkomt. Daarom ben ik zo blij dat God’s liefde dieper reikt dan het lichaam en mijn hart geneest van zonde en schuld. En me daardoor ontvankelijk maakt voor Zijn aanwezigheid, Zijn zorg en liefde voor mij.

Ook als ik niet meer genees, door de dood heen. Jezus is het bewijs, Hij is de Enige die van de dood is teruggekomen en Hij belooft ons een plaats bij Hem.

%d bloggers liken dit: