Kabeljauw in Korea

Iemand schreef in een reactie dat ze, op zoek naar een recept voor kabeljauw, op mijn site terecht was gekomen. In m’n blog over mijn vader en vis eten op vrijdag.

Ik herlas de blog nog eens en realiseerde me toen hoe diep eigenlijk dat kabeljauw-eten in me geworteld is. Het staat gelijk aan veiligheid en thuis.

Het is 1986. Ik lig al bijna een week in het ziekenhuis in Zuid-Korea. Ik sterf van de buikpijnaanvallen en wordt volgestopt met anti-biotica omdat de artsen meenden dat ik een bekkenontsteking heb. De pijn bleef terugkomen en na een kijkoperatie blijkt dat ik een buitenbaarmoederlijke zwangerschap heb. Daar lig ik dan. Al zes dagen in een Aziatisch ziekenhuis, met echtgenoot Kim in één  kamer. Die moet namelijk voor me zorgen. Verpleegkundigen komen me alleen pilletjes brengen en de infusen controleren. Verder moet alles door de familie gebeuren.

kimchiin

Al zes dagen eet ik driemaal per dag Koreaans. Wel een wat verwesterde versie. Maar of dat nu zo’n verschil maakt?
’s Ochtends rijst met soep, ’s middags rijst met soep en ’s avonds aardappels en soep en kimchi. Helemaal niet vies, ik at wat ik op kon en dat was het.

Als uiteindelijk blijkt dat ik een zwangerschap van een week of 7 in de eileider heb, er groot risico op perforatie is, moet ik geopereerd. Kim vertrekt daarna uitgeput naar huis (sliep slecht op z’n harde ziekenhuisbedje) en Loes, mijn zus, die ‘toevallig’ bij ons in Pusan logeert, neemt zijn plaats in.

Na de operatie, wanneer ik als een postpakketje in een laken word overgetakeld naar mijn bed, neemt zij de regie in handen. Ze had de kamer al gesopt (naar Nederlandse maatstaven was het er wat groezelig) en biedt aan voor me te gaan koken omdat ik het Koreaanse voedsel even niet meer kan zien of ruiken.

Op iedere afdeling in het ziekenhuis zijn keukens waar gekookt kan worden door familie. Het ziekenhuiseten is zoals overal matig van kwaliteit en het maakt de rekening ook een stuk hoger. Dus de meeste familie komt iedere dag naar het ziekenhuis om een potje te koken voor geliefden.

Loes mengt zich opgewekt onder de Koreaanse dames die iedere kookbeweging van haar met een brandende nieuwsgierigheid volgen. Loes moet ieder pannetje laten zien en uitleggen wat ze aan het maken is. Dat valt niet mee als je geen woord Koreaans spreekt! Loes amuseerde zich kostelijk. Ze was ook al op de markt geweest immers, waar ze met handen en voeten duidelijk gemaakt had wat ze wilde.

Want wat wilde ik? Ik mocht kiezen zei Loes. En vanuit het diepst van m’n ziel kwamen de maaltijden van m’n moeder naar boven: aardappeltjes met boontjes en een balletje gehakt. Aardappelpuree, kabeljauw en boterjus met kabeljauw-bloem worteltjes. Die worteltjes konden me vroeger gestolen worden maar nu lachten ze me toe als het meest exquise voedsel.

En zo peuzelen Loes en ik op mijn Koreaanse ziekenhuiskamer gezellig samen Nederlandse maaltijden.  Later heb ik wel tegen Loes gezegd dat ik het een soort vervulling vond van ps.23: U richt een tafel voor mij aan..

Het was een moeilijke tijd. Vier kinderen thuis, ik behoorlijk ziek, zwak na de operatie. Geen familie, weinig vrienden. En dan toch: zo ver van Nederland vandaan je eigen grote zus die voor je zorgt en lekkere “kabeljauw met botersaus” voor je klaarmaakt.

Ik kon letterlijk proeven hoe goed God was…

%d bloggers liken dit: