Foto in de krant – Familie dynamiek

paenkinderen1954

En dan staat opeens deze foto in de krant. Mijn zus heeft hem ingestuurd naar de rubriek Dierbare foto’s van het Nederlands Dagblad. Daar wordt aan de hand van een foto, die een lezer instuurt, een kort verhaal verteld over de foto. Wie staan erop, waarom, wanneer en wat betekent de foto voor degene die hem op stuurde? Een leuke rubriek, die ik eerder ook aantrof in NRC Handelsblad. Ik hou van geschiedenis, van zwart-wit foto’s en van familieverhalen.

Maar dan staat er dus op een goede dag een zwart-wit foto van mijn eigen kleine geschiedenis in de krant. Ik zie een jonge, best charmante vader, gehurkt in zijn zwembroek, met vier kinderen in zwemkleding om hem heen. Mijn zusjes Loes en Thea en mijn broers Ed en Jacques. Twee donkere koppies, de meisjes en twee helblonde, de jongens. Mijn oudste broer Ed is een jaar of 9, mijn broer Jacques een jochie van 3. Mijn zus Loes, links voor, is 8 en Thea met haar arm door die van mijn vader, is dan een jaar of 5 of 6. Achter hen liggen de duinen en een leeg, uitgestrekt strand. Is het Ouddorp? Of Katwijk? Rockanje misschien? Geliefde vakantiebestemmingen uit die tijd.

Ik kijk naar die jonge gezichten van mijn broers en zussen en ben ontroerd. Waar zie je sterker een beeld van onbevangen vertrouwen in de wereld, dan in de gezichten van jonge kinderen? De toekomst ligt open, alles kan nog gebeuren. En veel verder dan de volgende duik in zee, een zandkasteel of ijsje denken ze hier nog niet. Het is vakantie en die waren altijd heerlijk, volgens mijn zus in het begeleidend artikeltje. Mijn vader was er voor de kinderen, op het strand spelen, badmintonnen, in de golven springen. Hij had net zoveel plezier als de kinderen, strandmens in hart en nieren als hij was.

Wie maakte de foto? Zou het mijn moeder geweest zijn? Het kan haast niet anders, maar ik kan me het toch eigenlijk niet voorstellen. Mijn moeder was atechnisch, hield niet van apparaten en liet fotograferen aan mijn vader over. Ik zie het zwarte kodakkastje nog voor me. Je keek er van bovenaf in en hield het op buikhoogte vast. Verrassend mooie foto’s maakte hij er mee, al duurde het poseren erg lang. Aan het gezicht van een van de zusjes te zien duurde deze sessie misschien ook lang. Ze heeft er geen zin (meer) in en wordt door mijn vader min of meer in een houtgreep vastgehouden: nog even!

Er ontbreekt natuurlijk iemand op de foto. Dat ben ik. Was mijn moeder zwanger van mij? Het is hier zomer 1954 waarschijnlijk. Ik ben van maart ’55, dus in een zeer pril stadium aanwezig. Mijn moeder wist het misschien nog niet eens. Het verhaal gaat dat ze naar de dokter ging omdat ze zich al een tijd niet lekker voelde. Ze meende al een jaar of twee in de overgang te zijn omdat ze niet meer menstrueerde. Dus het laatste wat ze verwachtte was de mededeling van de arts dat ze zwanger was van de vijfde. En die was al minstens drie maanden op weg. Wellicht is dit de zomer waarin ze meende dat er een makkelijker bestaan was aangebroken zonder luiers en huilende baby’s.

Vandaar dat ik misschien bij deze foto het gevoel krijg er niet bij te horen. Het gezin is af. Klaar. Ontspannen op vakantie. Het volgende jaar zal er een dik, nog onberekenbaar, veel aandacht nodig hebbend, flessen drinkend zusje bijgekomen zijn. Verstoorde ik het evenwicht? Waar zou ik staan op deze foto als ik er bij geweest was? Waarschijnlijk waar nu mijn stralende broertje op mijn vader leunt. Hij zou dan vervolgens staan waar mijn zus in de klemgreep van mijn vader hangt. En zij? Opeens groot zou ze naast oudere zus of broer geplaatst zijn. Of weg gerend omdat ze er geen zin meer in had. De positie die ze voor haar gevoel altijd heeft gehad in ons gezin: ergens tussenin, er niet bij horend. Zij kan zich niet herinneren wat de impact van mijn komst was. Mijn andere zus kan ik het niet meer vragen, ze stierf in 1992. Mijn broers moet ik nog maar eens om een reactie vragen.

Familie dynamiek. Boeiend, fascinerend en niet te onderschatten qua invloed.

Wachten en verdragen

Na het sterven van Blanca is er nu een tijd van regelen en wachten aangebroken. Sommige familieleden zijn terug gegaan naar hun eigen huis omdat ze in de buurt wonen, nou ja, voor Amerikaanse begrippen dan. Toch nog wel drie tot vier uur rijden. De anderen, die van de Westkust zijn gekomen en uit Arkansas, blijven tot de begrafenis. Die zal vrijdag 22 maart plaatsvinden. We slapen niet allemaal in hetzelfde huis maar zijn overdag wel veel samen. De sfeer verandert. Was alles voor het sterven gericht op Mom en cirkelden alle emoties om haar op handen zijnde sterven, nu beginnen de normale familiespanningen op te treden. De een vind dat de ander te veel regelt, de ander houdt zich heel lang goed, maar gaat dan plotseling weg, om af te koelen tijdens een wandeling. Men verzoent zich weer. Er gaan honderden verhalen rond, oude foto’s worden bekeken. Weet je nog…., kun je je herinneren dat..? Dat soort verhalen. Plotseling zijn er tranen, om een parfumgeur van Mom die opstijgt uit een kast, een sieraad, een gewoonte die we ons herinneren. ’s Avonds om half zes was borreltijd. Op een houten plank lagen de kaasjes, de toastjes, de druiven en dronk ze haar dagelijkse cocktail, bereidt door Chris die zelf geen alcohol dronk. Toen onze kinderen jong waren, een hemel op aarde want zij kregen coke en chips. Gisteren merkte ik dat ik het houten bord pakte en zocht naar wat er in huis was, puur om de traditie voort te zetten.

De laatste jaren zat ze steevast na het douchen ’s ochtends op haar hoekje van de bank. Eigenlijk was er geen kussen meer, eerder een deuk in het zitoppervlak. Het tapijt onder haar voeten leek meer op een ijsbaantje, zo glad was het geworden door haar schuifelvoetjes. Daar zat ze en vandaaruit regelde ze haar projecten, belde ze eindeloos met al haar kinderen, sommigen dagelijks: Denk je eraaan dat zo en zo jarig is morgen? Denk je aan je medicijnen..? Op de grote tafel stond permanent haar doos met verjaardagskaarten en daar schreef ze de kaarten aan haar uitgebreide familie. Altijd op tijd een kaart. En altijd op tijd de kerstcadeautjes bij ons in Nederland of Korea, zodat we ze met Sint konden geven.

Ze hield ook metersdikke scrapboeken bij van alle activiteiten van haar zelf, haar kinderen, haar kleinkinderen en haar neven en nichten. Alles werd geprint wat via de mail kwam, alle programmaboekjes, alle uitnodigingen, alle foto’s, alles ging in het scrapbook. Over haar vakanties schreef ze verslagen. Geen literair verslag, maar opsommingen. Waar waren ze geweest, wat hadden ze gezien en wat hadden ze gegeten. In haar onleesbaar handschrift. Vervolgens stuurde ze die naar haar kinderen…Die ze dan wel of niet lazen.

Maar haar emails van de laatste 5 jaar werden alsmaar interessanter. Leesbaarder, dank zij de pc, maar ook begon ze te schrijven over vroeger. Haar jeugd als kind van immigranten uit Puerto Rico met een strenge autoritaire vader. Hoe ze haar best moest doen te ontsnappen aan zijn aandacht door haar broertje, die overal mee naar toe moest als chaperon, in het complot te betrekken. Hoe ze opgroeide in het New York van de jaren ’20 en ’30 van de vorige eeuw. Fascinerende lectuur.

Aan mijn eigen emoties kom ik nog niet zo toe. Deze familie heeft heftige emoties en neemt veel ruimte in door hun spraakzaamheid, muziek en ervaringen. Ik ben er wel aan gewend geraakt in de loop van bijna 40 jaar en kan er ook van genieten. Maar ik heb de eenzaamheid en stilte nodig om bij mezelf te komen. Die tijd komt wel. Het is nu nog even wachten en verdragen voor iedereen.

 

Het ‘schone’ virus en nostalgie

Ik lijd aan een milde vorm van smetvrees. Voordat iedereen schrikt zal ik het wat positiever formuleren: ik heb een grote behoefte aan een schone omgeving. Ik had een schone moeder. Niet dat ze 24/7 aan het poetsen was, maar ze was wel schoon. Ze had een routine die ze tot op hoge leeftijd volgde: ’s ochtends ‘werken’, vervolgens de middagboterham, dan een korte dut. Daarna boodschappen doen en dán (pas nadat de kinderen de deur uit waren)  een uurtje ontspanning. In haar geval, lezen of oer-moeilijke cryptogrammen oplossen. Toen we allemaal nog thuis woonden kwam de ontspanning pas na negen uur. Na het sokken stoppen en elastiek rijgen in de ontelbare onderbroeken.

In mijn kinderjaren kwam op vrijdag altijd de onovertroffen werkster, juffrouw Boenders. (Ja, zo heette ze echt). Ze was overigens getrouwd met meneer Boenders, dus het ‘juffrouw’ was nog een laatste verwijzing naar de Nederlandse standenmaatschappij, waarin ‘lagere’ klassen zich geen mevrouw lieten noemen, denk ik. Juffrouw Boenders was een klein, gerimpeld, hardwerkend vrouwtje. Ze had zelf geen kinderen en ze was gek op mij. Ik was nog thuis (3 jaar) toen ze bij mijn moeder kwam werken en ik heb veel herinneringen aan haar en de uren die ze werkend doorbracht.

De geur van meubelwas en koperpoets (mijn moeder hield van koper), de koude tocht omdat alles open moest, de fascinerende bewegingen van het uitslaan van een stofdoek of een zeem (iedere week de ramen zemen!). Het holle geluid van de mattenklopper op tapijt dat werd uitgeklopt. En ik raakte  besmet door het voldane gevoel dat moeder en juffrouw Boenders uitwasemden als alles weer op z’n plek stond. Schoon, glimmend en stofvrij.

Mijn moeder hield zelfs, tot op enkele jaren voor haar sterven, de gewoonte vol om ’s ochtends ‘werkkleding’ te dragen. Daarin kon ze niet naar buiten eigenlijk, vond ze. En er bezoek in ontvangen kon helemaal niet. Als ik haar wel eens verraste was dat meestal het eerste wat ze uitriep: Maar ik loop nog in mijn werkkleding! Ik zag slechts een keurig geklede oude dame, maar voor haar gevoel liep ze er ‘onverzorgd’ bij.

Een schone, nette, gedisciplineerde moeder dus. Voor wie gezelligheid overigens heel belangrijk was. Poetsen deed ze als we weg waren op school. Als we thuis waren was het ´klaar´. Zogenaamd, want met vijf kinderen was er constant werk aan de winkel.

Naast deze schone moeder was ik ook nog eens belast met een hele schone vader, die ook nog eens uiterst opgeruimd was. Overal keurige stapeltjes, gesorteerd en wel. Uiterst schoon op zichzelf. Ik zie hem nog altijd na z’n middag- of ´na-het-eten´-dut, uitgebreid zich wassend bij de wasbak. Of de vaat spoelend, zo grondig dat afwassen in mijn ogen bijna overbodig leek. En in de tuin hadden vallende herfstblaadjes geen schijn van kans. Desnoods met stoffer en blik werden ze onverbiddelijk verwijderd van het gras. Mijn vader hield van opgeruimd en netjes. Ik ben dus van beide kanten besmet.

Nu is het probleem dat ik wel graag wíl dat mijn omgeving schoon is, maar dat ik geen zin heb in de inspanningen die het vergt om zover te komen. Ik ben namelijk ook enigszins lui in aanleg. Mijn moeder vroeg zich altijd af van wie ik dat toch had. Het rommelige en vooral het knoeien en wild rond ´spatten en sproeien´ met koken. ‘Bourgondisch’ vond ze dat. En het leek wel een beetje op mijn oma Sonneveld, die ook graag kookte en wat minder netjes was. (Alle mindere kwaliteiten kwamen van de Sonneveld kant van de familie, als ik mijn moeder moest geloven, haha)

Hoe dan ook, er bestaat dus een waar spanningsveld in mijn leven tussen schoon willen zijn, maar geen zin hebben in poetsen.

Al mijn hele leven zoek ik naar slimme, weinig inspanning vereisende oplossingen. (jammer dat de kinderen de deur uit zijn) maar als puntje bij paaltje komt is er geen ontkomen aan: emmers, soppen en zweten.

Ik heb het dan vooral over WC’s en badkamers (haren in het putje!), gevolgd door keukens en vloeren. Ik hoop altijd dat één keer goed zuigen en soppen afdoende is, maar de ellende is dat het nooit ophoudt. Voordat je het weet is er al weer (ruim) een week voorbij en heb ik niks gedaan in mijn huis. Ik zie de bacteriën zweven, verbeeld me dat ik ziek word, alles plakt en de stofpluizen en poezenharen vliegen me om de oren. Er móet weer iets gebeuren, dat is duidelijk, maar heeft het werkelijk zin? Haalt mijn sopdoek de bacteriën echt weg of is het maar een illusie?

Zuchtend haal ik de emmers maar weer tevoorschijn. In mijn werkkleding. En in tegenstelling tot ooit mijn moeder, kan ik daar echt niemand in ontvangen.

Zo zal ik het later nooit doen..

Er was eens een tijd (best al lang geleden) dat ik het niet leuk vond dat mijn echtgenoot iedere zaterdag naar het voetbalveld ging om te kijken naar de voetbal wedstrijden van onze zoon Lukas. Er waren toch ook wel eens andere dingen te doen? Klussen in huis, boodschappen, of iets gezelligs met mij bijvoorbeeld. Want de rest van de dag was al gereserveerd voor het afmaken cq schrijven van de preek en andere kerkelijke zaken, aangezien hij predikant is. Er bleef op de vrije zaterdag dus niet veel tijd over voor andere dingen. Ik mopperde er dus geregeld over. Moet het nou al weer? Andere vaders stonden daar toch ook niet iedere zaterdag! Hij kon toch wel eens een keer overslaan? Onder druk deed hij dat dan wel. Maar nooit van harte.

Jaren gingen voorbij en we kregen het een keer over onze kinderjaren, wat was belangrijk, wat deden we, hoe gingen onze ouders om met van alles en nog wat. Opmerkelijk genoeg herinnerde Kim zich weinig van wat hij samen met zijn (jong overleden) vader deed. Dat was een echte geleerde, leefde in zijn eigen wereld, lag veel op de bank in de lucht te staren (in Kim’s herinnering) terwijl hij briljante dingen bedacht, waarschijnlijk.

Wat hem het meest stoorde was het feit dat zijn vader nooit naar sport wedstrijden van hem was wezen kijken. Zijn moeder stond door weer en wind trouw aan de kant hem aan te moedigen, maar vader was er niet, te druk met andere dingen. Kim  had zich toen voorgenomen dat nooit met zijn eigen kinderen te doen, schitteren door afwezigheid.

Voor het eerst viel toen bij mij het kwartje. Daarom stond hij dus altijd langs de kant. Daarom wilde hij geen wedstrijd missen als het even kon. ‘Waarom heb je me dat nooit gezegd’, gilde ik natuurlijk. ‘Nu begrijp ik het, en als ik dat had geweten had ik er niet zo over gezeurd…’

Het frappante was dat hij het zich voor het eerst zo duidelijk realiseerde dat dit verband er lag. Blijkbaar kun je in je onderbewustzijn besluiten nemen en je er aan houden zonder je er echt van bewust te zijn. Pas wanneer je gaat praten en je verdiepen in ‘hoe zat het toen’ kunnen zulke onderliggende motieven boven komen drijven.

Ik vind het een mooi voorbeeld van hoe je belevenissen als kind je beïnvloeden in hoe je tegen het leven aankijkt. Je daarvan bewust worden alleen al kan voor jezelf of je omgeving heel verhelderend zijn. Sindsdien heb ik er niet meer over gemopperd, maar voelde ik eerder vertedering omdat het zo’n duidelijk blijk van vaderliefde was!

Er volgde zelfs een periode dat de teamgenoten van onze zoon, toen inmiddels 16, 17 jaar, van wie de vaders al lang niet meer kwamen kijken, zich afvroegen “wie toch die man was die altijd langs de kant stond te schreeuwen”. Waarbij Lukas enigszins onverstaanbaar mompelde dat het zijn vader was.

%d bloggers liken dit: