Bestond God toen ook al?

De juf vertelt een verhaal over kinderen die elkaar plagen. Iemand komt in het nauw en wat moet diegene nu doen? Ze legt de vraag voor aan de groep aandachtig luisterende kleuters in groep 2. Noah, kleinzoon van ruim 4, zit op de voorste rij en steekt zijn vinger op.

‘Mag ik eerst iets vragen?’, zegt hij tegen de juf.
‘Natuurlijk’, zegt die, ‘Wat wil je vragen?’
‘Bestond God toen ook al?’, vraagt Noah.
‘Jazeker’, beaamt de juf, ‘die was er altijd al.’

‘Nou, dan weet ik het antwoord ook’, zegt Noah.
‘Dan moet die persoon gewoon even de Here God om hulp vragen, want Die helpt altijd.’

Hoe zoet en gelovig kun je het nog maken verder? Uit de mond van kinderen….

Geloof en depressie?

(Omdat mijn vorige blog door technische problemen bij de provider onbereikbaar is, plaats ik hier wat van de posts over Geloof en Depressie die ik eerder publiceerde)

Ary Jan de Lely, psychiater bij Eleos, komt in 2006 door onderzoek tot een voorzichtige conclusie: er bestaat zoiets als een gereformeerde depressie. Hij bedoelt dan niet dat het gereformeerde geloof tot depressies leidt, maar dat de depressie door mensen met een (bevindelijk) gereformeerde achtergrond anders beleefd wordt.
Hij noemt een aantal symptomen die opvallen bij die laatste groep: afvallen, meer dan niet-kerkelijke mensen gewoon doorgaan met alles, met belangstelling voor anderen; teleurgesteld in zichzelf en schuldgevoelens.
Een beschrijving:

Een eenvoudig geklede, netjes verzorgde vrouw van 42 jaar, die er oud uitziet, slaapt slecht en is te moe om haar kinderen voldoende aandacht te geven. Hoewel ze haar huishouden nog ten volle runt voelt ze zich tekortschieten. Haar stemming beschrijft ze als gewoon, bij navraag blijkt ze nergens van te kunnen genieten, maar dat daar ook geen reden toe is. Wat ze wel moeilijk vindt en waar ze zich ook schuldig over voelt is dat het geloof haar bijna niets meer zegt. Hoewel ze het niet erg zou vinden niet meer wakker te worden (niemand heeft iets aan haar) zal ze zelf geen einde aan haar leven maken.

Ik reken mezelf niet tot de (bevindelijk) gereformeerde kerken die in het artikel genoemd worden. Toch herken ik veel van de beschrijving als ik terugdenk aan mijn periode van depressies. Het lange doorgaan, zonder dat iemand iets aan je merkt. Het wanhopig zoeken naar een geestelijke verklaring waarom God dit duistere gevoel in je leven toelaat. Vervolgens de vervlakking van je gevoel- en geloofsleven, maar nog steeds niet kunnen/willen inzien dat er sprake van ziekte is.  Daar houdt de parallel op, want ik geloof vanuit de Bijbel dat God ook plezier geschapen heeft. Hij genoot zelf intens van Zijn schepping  (Gen. 1).

Toch hielp (en helpt) het wel om mijn gebrek aan genieten en plezier te relativeren in het licht van het vele lijden wat in de Bijbel beschreven wordt, toen en nu. In die zin durf ik ook geen recht op genot te claimen bij God. Waarom ik wel en miljoenen anderen in de wereld niet?

Maar wat is het moeilijk om te weten wat genieten eigenlijk is. Wanneer geniet een mens eigenlijk? Wat is normaal? Daar heb je geen idee meer van tijdens een depressie. Ik weet dat ik op straat mensen gezellig zag staan praten en lachen en dan dacht: kijk, zij leven zonder donkere gevoelens, hoe doen ze dat? Maar ik kijk naar foto’s van mezelf uit die tijd en zie een lachende persoon en ik denk: ben ik dat? Ik weet vaak nog precies hoe het er van binnen uitzag, en toch, die lach, dat gewone hoofd. Voor de buitenwereld niets te zien.

Ik weet niet waar de ene mens met depressie de energie vandaan haalt om door te gaan en de ander niets anders kan dan in bed te blijven liggen. Voor mij betekende blijven liggen: overwonnen worden. Iets waar ik zo’n afschuw van had en wat me zo donker deed voelen dreef me juist het bed uit. Tegelijk was iedere stap uit dat bed een stap in een wereld waar de zwaartekracht dubbel sterk leek: alles trok naar beneden, elke handeling kostte extra inspanning, zelfs praten leek soms onmogelijk omdat de woorden zo’n lange weg moesten afleggen tussen  hersenen en mond, dat ik al moe was voordat ik de woorden kon uitspreken. Maar ik bleef hardnekkig vasthouden aan wat ik jaren als een kracht ervaren had: God kent mijn diepste wezen, mijn gedachtes, mijn tranen, mijn duisternis.

Ervoer ik dat als troost op dat moment? Nee. Het was meer een krachtmeting tussen wanhoop en hoop. Een titanengevecht, waar ik alleen door afleiding even aan ontkwam. God stond eerder zo centraal in mijn leven dat ik niet kon omgaan met wat er gebeurde tijdens de depressie. Er was een diepe teleurstelling in mezelf en in God. Wat had ik fout gedaan? Het leek alsof God zich terugtrok en mij als een klein kind achterliet in een guur en onherbergzaam oord.

Ik las in die tijd (midden jaren negentig) de Narnia sprookjes van C.S. Lewis voor aan onze jongste en heb daar veel troost van ondervonden. De barre tochten van de kinderen door het land Narnia, verlaten en dan weer gevonden door de Grote Leeuw Aslan, gaven net dat lichtje in de duisternis dat me weer (een uur) verder hielp. Zo vaak kwam het in die verhalen voor: alles leek in het tegendeel te verkeren, waar was Aslan nou met zijn beloftes? Het enige wat er vaak opzat voor de kinderen was vasthouden aan eerdere toezeggingen en volhouden, hoe angstig het soms ook werd. Dan was voor even de duisternis minder zwart, (Voyage of the Dawntreader)

Typische verschijnselen van depressie bij gereformeerden  zouden dus zijn: schuldgevoel, doorgaan met dagelijkse werk, anderen blijven helpen  enzovoort. Oh ja, afvallen wordt ook nog als een verschil genoemd tussen bevindelijke mensen met een depressie en niet-kerkelijken. Dat klopt in mijn geval voor ik medicijnen ging slikken.

Er worden geen verklaringen gegeven in het artikel, alleen constateringen. Ik kan me er wel iets bij voorstellen. Het schuldgevoel en de teleurstelling met jezelf komt bij gelovige mensen vaak voort uit het idee dat je faalt, juist als gelovige. Hier zit je dan, somber en zonder hoop terwijl je God kent en een bijbel hebt die alleen maar spreekt van blijdschap en hoop. Dat maakt het ingewikkeld en extra teleurstellend wanneer je daar niet meer op terug lijkt te kunnen vallen. Ten diepste is er de teleurstelling niet alleen met jezelf (wat ben ik een waardeloos vod) maar ook met God (waar blijft U nu met Uw beloftes en troost) Dat maakt de afgrond nog dieper.

Onder (bevindelijk) gereformeerden (daar reken ik mezelf een beetje toe) loop je niet zo snel te schreeuwen tegen God. God is heilig en Zijn wil is heilig en goed. Tegenspoed en teleurstelling zijn ook onderdeel van Zijn weg met jou. Daarin zit denk ik de oorzaak van het lange, taaie doorgaan, ondanks zware depressie. Wie z’n Bijbel kent weet dat alle gelovigen door zware tijden gegaan zijn, dat is niet zo bijzonder. Dus verman je jezelf. Dan maar een periode niet genieten, dan maar jezelf van het een naar het ander slepen.  God zal ooit je er de bedoeling van laten zien. Het is de befaamde woestijnreis waarover zoveel in de Bijbel staat.

%d bloggers liken dit: