Familie – 45 jaar na dato

@daphnespeckle fotografie

Zo ben je met z’n twee-en en zo word je omringd door elf prachtige mensen.
Wat een verhalen, wat een geschiedenissen, wat een toekomsten! Nederland, Amerika, Puerto Rico, Korea, de Antillen, Griekenland.
Tennis, tafeltennis, voetbal, boulderen, snowboarden, fietsen, playmobil en lego.
Gitaar, piano, klarinet, dwarsfluit.
Letterkunde, dierenliefde, liefde voor lezen, styling, zorg voor buddy’s en gehandicaptensport. IT, legal advice, moeder- en vaderschap.
Preken maken en Engelse les, NT2.
Maar vooral: samen eten, samen delen, samen lachen en (soms) samen huilen.

We missen elkaar in deze quarantainetijd. Ik werd onlangs 65 jaar en we zouden het in Drenthe vieren. Het ging niet door. Klein leed. En de alternatieve viering was ook feestelijk.

Ik ben God dankbaar voor deze mooie mensen. Voor alles wat ik van hen ontvang aan warmte en liefde en wat ik van ze mag leren. Dat zijn Gods armen om mij heen.

Ik eindig met een lied van onze zoon Lukas Batteau, singer songwriter.

De kleindochter en het zusje

Al dagen wachten we op de geboorte van een kleinkind. Moeder is uitgerekend maar de dame (we weten dat het een meisje is) heeft nog geen haast. De grapjes (rolbevestigend) vliegen door de ruimte van de familie-App en de onderlinge communicatie. ‘Zal je altijd zien met meisjes! Nog even dit, nog even dat, altijd te laat!’ Als ik grote broer van 7 uit school haal omdat de bevalling lijkt te beginnen, maar niet doorzet, verzinnen we welke make-up ze waarschijnlijk nog snel aan het opdoen is. We hebben lol samen. Lippenstift, poeder, parfum, ogenschaduw, en wat dies meer zij.

Thuis wachten het jongere broertje van bijna 3 en de andere oma. Die was al bij de aanstaande ouders, maar heeft zich nu even teruggetrokken bij ons. De jongens vermaken zich terwijl de oma’s om de minuut hun telefoons checken of er al iets gebeurd is. Leve het tijdperk van de WhatsApp. Moeder laten we met rust, maar ik mag met de aanstaande vader, zoonlief Appen. Hij staat het genadig toe dat er vanaf de achterste banken af en toe een wijs advies van de oma’s hun richting uitgeroepen wordt. Ondertussen halen ze gezellig hun eigen bevallingsverhalen op.

De (bijna) driejarige voelt dat er iets aan de hand is en wordt steeds drukker. Kleinzoon van 7 blijft er rustig onder. Terwijl er buiten met badmintonrackets en tuinfakkels oorlogje wordt gevoerd probeer ik iets te eten te bedenken dat de mannetjes ook lusten. Geen fans van warm eten heb ik daar aardig wat denkkracht voor nodig, en dan ook nog dit warme weer. Struikelend over de LEGO, Ipads en autootjes bedenk ik een maaltijd met pasta. Losse pasta, met vlees apart en de saus absoluut niet vermengd met beiden. De oudste eet zich moedig door de droge slierten spaghetti met erwtjes erbij. De jongste speelt, na felle weigering ook maar iets te proeven, verder met LEGO. Uiteindelijk wordt dat een boterham met smeerkaas. Ook goed.

Het is 19.00 uur en we hebben al even niets van het thuisfront gehoord. Beide jongens zitten achter een schermpje en ondertussen worden er door echtgenoot luchtbedden geregeld, want naar huis gaan zit er niet meer in. Het is warm. Het is licht. Er hangt spanning en opwinding in de lucht. Ga dan maar eens slapen als kind.

Om 19.30 uur ben ik zelf wel toe aan bed, dus ik neem het initiatief om een zekere beweging richting de slaapkamers in te zetten. Na een half uur liggen beide mannen op bed maar daar is ook alles mee gezegd. Maar slapen is een heel ander verhaal. Ik lig met de jongste in ons bed. Althans, na een minuut of tien krijg ik hem zover niet langer van de stoel op het bed te springen, maar om lekker te gaan liggen. Ik zing me een uur schor. Steeds zakken de oogjes half dicht, maar dat heerlijke moment van diepe ademhaling en slaap blijft uit. Ik weet dat de grote broer nog op zijn ipad zit (5 minuutjes had ik gezegd, maar geen horloge gegeven). Ik laat het los en geef me over en zet welgemoed een derde rondje van mijn slaapliedjes-medley in. Ondertussen app ik de andere oma of zij wil komen liggen. Misschien lukt het haar beter. De kleine heeft vaker bij haar geslapen.

Ze klimt in het bed naast de halfwakkere peuter en juist dan komt het verlossende bericht: geboren! De kleindochter is gearriveerd om 20.39 uur. Het is inmiddels 21.15. We barsten in gejubel uit en ik draag het net niet slapende, nu verbouwereerde kind naar beneden. ‘Je zusje is geboren!’ Met slaperige oogjes kijkt hij me vorsend aan. En knielt neer bij de LEGO. Boven ligt zijn broer in een diepe slaap. Wat ik ook probeer om hem wakker te maken zodat hij kan video bellen met zij ouders, het antwoord is snurk, smak, smak, en een draai naar de muur. Wachten tot morgen. Hij mag wat later naar school gelukkig.

Om 23.00 uur zijg ik neer op het inmiddels opgeblazen luchtbed in de woonkamer. Het huis is gevuld met mensen, alle kamers bezet. Wat een rijkdom om zoveel ruimte te hebben, bedenk ik, terwijl ik op het (bij beweging) nogal lawaaiige bed lig. En ik verwonder me dat zo’n minimensje van 7 pond zoveel teweeg kan brengen. Maar wat is ze kostbaar.

kamperen in de woonkamer

De volgende morgen hoor ik de oudste kleinzoon wakker worden en vertel hem dat er een verrassing is! Ik hoef hem niet te vertellen wat dat is. ‘Is het zusje er?!’ Pappa belt even later en ik hoor in de achtergrond het gesprek. Heel belangstellend, iets waar sommige volwassenen van kunnen leren, vraagt hij aan zijn moeder hoe het nu gaat, hoe de bevalling was en hoe het met de baby is. De driejarige kijkt ook even naar de baby en zijn enige, korte commentaar is: ze is dood. De twee broers spelen regelmatig schietspelletjes waarbij de een met gesloten ogen op de grond valt. Die is dan dood. Blijkbaar doet de baby met gesloten ogen hem daaraan denken. We lachen en zeggen nee hoor, ze slaapt! Dan komt het verhaal van het dochtertje van Jairus weer voorbij dat we gisteren lazen. Met zijn armpjes in de lucht gilt hij: ze leeft weer! Hallelujah!

 

Ontbijten voor we naar huis gaan

Na een tour de force om alles en iedereen weer schoon, aangekleed en klaar te krijgen voor de rit naar huis, staan we dan eindelijk oog in oog met het nieuwste wonder van de familie. De kleindochter en het zusje.

Karel Hendrik Sonneveld 1914 –1986

Mijn vader, 20 jaar, 1934
Mijn vader, 20 jaar, 1934

Vandaag zou hij 101 geworden zijn, mijn vader. Betrekkelijk jong gestorven, voor deze tijd tenminste, net na zijn twee-en-zeventigste verjaardag in 1986. Zo lang geleden al. Onze kinderen hebben slechts een vage herinnering aan hem. Behalve de jongste, die zich goed herinnerd aan zijn sterfbed nog een psalmversje gezongen te hebben (in het gebrekkige Nederlands van een Engelssprekende driejarige)

Op sterven

Wij woonden in die jaren in Zuid-Korea. Ik kreeg een telefoontje uit Nederland dat mijn vader op sterven lag. Zijn gezondheid was al jaren zwak, maar er was vrij laat longkanker geconstateerd. Vanwege zijn slechte conditie was een operatie niet mogelijk. Ik vertrok met onze jongste naar Nederland. Echtgenoot bleef achter met de drie andere kinderen, die op school zaten, bijgestaan door onze adjoemoni.

In Nederland aangekomen bleek het iets beter met mijn vader te gaan.  Hij was weer wat gaan drinken waardoor het onmiddelijke sterfgevaar was geweken. Altijd al mager en knokig, schrok ik alsnog van hem, zo intens mager als hij nu was. Een tijd van wachten begon. Beter zou hij niet meer worden. Lang had hij niet meer te leven. Maar geen dokter kon zeggen hoelang het zou gaan duren.

Ik logeerde bij vrienden in de buurt. Ons kleintje mocht daar blijven wanneer ik naar het ouderlijk huis ging. Daar werd een ziekenhuisbed neergezet in de huiskamer en kwam de thuiszorg om mijn vader te wassen en te verzorgen. Maar veel van de rest van de verzorging deden we zelf. Als vijf broers en zussen met mijn moeder. We draaiden een rooster. Ook ’s nachts. Omdat ik van ver kwam en ons dochtertje bij (voor haar) vreemden logeerde, hoefde ik niet in de nachtdienst mee te draaien. Als ik na een late avondwake in mijn koude logeerbed kroop, naast het kleintje, kwam er steevast een warm handje in mijn richting gekropen…mommy, fluisterde ze dan slaperig…Dat maakte de hele moeilijke dag weer goed.

Een lang proces

Het duurde en duurde maar. Mijn moeder raakte uitgeput en wilde graag dat mijn vader naar het ziekenhuis zou gaan. De huisarts raadde het af. Het zou het stervensproces verstoren. In het ziekenhuis moesten ze hem een infuus geven, een sonde voor voeding en alle organen zouden protesteren na weken van nauwelijks gefunctioneerd te hebben. We aanvaardden het advies van onze arts. Hoewel het me een licht ongemakkelijk gevoel gaf. Leed mijn vader nu dorst? Hoe beoordeelde je dat eigenlijk. Pijn had hij niet. Wel was hij erg benauwd en hoestte veel. Eten deed hij niet en heel af en toe nam hij een slokje ergens van. Meestal sliep hij, maar soms kon je een gesprekje voeren. Het vreemde was dat hij steeds bleef vragen wat er met hem was. En dat hij bleef zeggen dat ‘als het maar weer lente wordt, knap ik weer op’.

Over het sterven zelf konden we niet praten. Hij ontkende de ernst van de situatie. pappa (2)Dat herinner ik me als heel vervreemdend. We konden geen afscheid nemen, niet echt terugkijken. Volgens de huisarts was het mogelijk een uitzaaiing naar de hersenen, die hem zo vreemd deed reageren. Hij bleef mijn vader voorhouden dat hij ernstig ziek was en op sterven lag. Heel af en toe, meestal ’s nachts was er even een besef van het einde. Een van mijn broers las een psalm met hem, wel uit eigen beweging, geloof ik.

Kan ik blijven?

Mijn ticket was een maand geldig. Opnieuw een ticket kopen was uitgesloten, zo duur als dat was. Ik begon me zorgen te maken of ik wel aanwezig zou kunnen zijn bij het sterven en alles wat daarop volgt. Zou ik wel kunnen rouwen samen met mijn familie? Of zou ik dat opnieuw moeten missen?  Een aantal jaren daarvoor was een van mijn zwagers plotseling overleden en ik had ervaren dat ik, geografisch zo ver verwijderd van iedereen, daar nooit echt over had kunnen rouwen. Voor rouw heb je anderen nodig, die de persoon net zo hebben lief gehad als jij en hem net zo missen zullen. Op je eentje rouwen is een raar, eenzaam proces.

Een paar dagen voor mijn ticket verliep overleed mijn vader. Ik was erbij en weet nog hoe schokkend het was. Hij stierf in mijn moeders armen, met mijn zus en mij aan het bed. Hij stierf tijdens een hoestbui. Niet rustig en vredig zoals later mijn moeder en schoonmoeder in hun diepe comaslaap. Dat had ik hem achteraf gegund. Palliatieve zorg was er in die jaren nog niet echt.

Veel mensen ervaren aanvankelijk opluchting als één van de emoties na het sterven van iemand met een lang en moeilijk ziekbed. Dat was bij ons allemaal zeker het geval. Mijn vader was een gelovige man die zijn hele leven vol overgave psalmen en gezangen had gezongen en een rotsvast vertrouwen had in zijn Heer en Heiland Jezus Christus. Hoewel gebrekkig en menselijk falend in gedrag en levensstijl (zoals iedereen), was hij een kind van God. Voor hem brak nu eindelijk de tijd van rust en vrede aan, na lange jaren van onrust en zakelijke conflicten die zijn gezondheid hadden aangetast. Ruimte voor opluchting alom dus.

Naar die stad wilde ik terug, Busan Zuid-Korea
Naar die stad wilde ik terug, Busan, Zuid-Korea

Ook de begrafenis heb ik nog mee kunnen maken. Na vier weken was ik verscheurd van binnen. Man en drie kinderen aan de andere kant van de wereld. Geen contact, behalve door brieven en héél af en toe een telefoontje. Onvoorstelbaar voor mensen van nu om te bedenken hóe ver je van elkaar gescheiden was, zonder internet en smartphone. Ik kon nu wel rouwen met mijn familie. Maar nu miste ik mijn man en soulmate, en mijn kinderen, die me konden troosten. Gelukkig was mijn terugreis aanstaande. De dag na de begrafenis liep ik alweer inkopen te doen voor Sinterklaas, om echte Hollandse cadeau’s aan de kinderen te kunnen geven. Ik kon niet wachten tot we samen weer in het vliegtuig konden stappen om de lange reis (23 uur, van deur tot deur, toen) terug te aanvaarden.

Het is allemaal vele jaren geleden, 29 jaar om precies te zijn. Maar het is een ervaring die diep in mijn ziel gegrift staat. Ik besef pas nu dat ik het die maand altijd koud had. En dat dat natuurlijk kwam omdat ik mijn gezin zo miste. Ik werd pas weer warm als ik dat kleine handje voelde ’s nachts….Toch ben ik dankbaar dat ik die maand heb kunnen doorbrengen met mijn vader en mijn familie. Ik heb me afhankelijk gevoeld van God en het heeft me sterker gemaakt in wie ik ben. Dat is een beetje een cliché, maar ik kan er geen andere woorden voor vinden. Juist het alleen doormaken van zo’n moeilijke periode heeft mijn vertrouwen doen groeien dat God er is, ook als ik er alleen voor sta. In dat kleine warme handje ’s nachts, heb ik Zijn Hand gevoeld.

Met z’n dertigen naar het strand en zo

clermont gite
Onze gite in Clermont-sur-Lauquet

Na onze stille week in het uitstervende Clermont-sur-Lauqet zijn we nu aangeland in het meest levendige deel van de vakantie, de reünie van de Franse familie van echtgenoot. Laat ik het even toelichten. De enige broer van echtgenoots moeder in de VS trouwde een Franse vrouw en kreeg met haar drie kinderen, eind jaren veertig tot midden jaren vijftig. Twee volle neven en een nicht van echtgenoot dus. Vanwege het werk van hun vader, echtgenoot’s uncle Woody, woonden ze in zowel Spanje en Frankrijk. Twee van hen werkten in de VS, nicht Christine niet. Deze neven en nicht vestigden zich in Frankrijk, waar ze zelf gezinnen kregen. En scheidden en andere kinderen kregen en stiefkinderen.
last pics

Zo waren we met een groep van 25 à 30 personen op camping Laroque des Albères aangekomen. Dat de andere campinggasten niet erg blij met ons waren zou later blijken, maar wij vonden het een lumineus idee om nu eens niet in één huis te zitten (zoals op vorige reünies in Puerto Rico in een hotelletje en de VS, in 2 grote huizen), maar ieder zijn eigen plek te laten hebben.

We waren door de campingbaas bij elkaar in de buurt geplaatst. Ieder had een tent, huisje, stacaravan of blokhut (wij: net genoeg ruimte voor een bed, een tafel en een aanrechtje, +badkamer. Type waardeloos  huisje/ luxe tent, afhankelijk van hoe je er naar kijkt). We waren boven of onder elkaar gesitueerd, want de camping, aan de voet van Les Albères, uitlopers van de Pyreneeën, was  steil. De benen zijn weer in goede conditie.

breathtaking view from  the mountain all the way to the mediterranean
breathtaking view from the mountain all the way to the mediterranean

Het camping idee was dus prima, alleen hadden we er geen rekening mee gehouden dat we onderdeel uitmaakten van een rumoerige familie, die tot in de late uurtjes doorzakte en de hele buurt al ‘fluisterend’ uit de slaap hield. Drie families met twee vintage caravans en een aantal tenten hadden een soort nomadenkamp geïnstalleerd waar de hele dag en avond grote delen van de rest van de familie mee-at, dronk en -snackte. Ook alle aanwezige kinderen (zeven of zo) hingen er graag rond.
Deze familie begroet elkaar op ieder moment van de dag alsof ze elkaar in geen maanden gezien hebben, met veel kussen, lachen en uithalen van plezier. Zachtjes praten was er ook niet bij, vooral niet na tienen als de pastiche en vin rijkelijk vloeiden en iedere flauwe grap tien keer zo leuk is.

Bonte avond
Bonte avond

the zebra's
Zebra’s

Het zat er dik in. Na een paar avonden werden we in de ban gedaan. Bij familiedingen moesten we naar een plek op het parkeerterrein alwaar een verzamelpunt werd ingericht, met licht van de camping. Ze hadden er zelfs een slinger opgehangen ter vergoeding van de verbanning. Daar beleefden we wél een hele leuke avond. De (franse) kinderen hadden met oma Christine een heel spektakel ingestudeerd. Dans, rap, zang, van alles. Christine is o.a regisseuse van beroep geweest, dus ze had de wind er goed onder. En sommige kinderen hadden absoluut talent! Inmiddels was het acht uur en er was wél gedronken maar nog niet gegeten. Dat heeft een uitwerking die ik niet hoef uit te leggen. Vooral op degenen (de meesten) die die dag waren raften. Nicht Christine had naast het regisseren ook de taak op zich genomen om voor iedereen te koken. Om half negen/negen uur kregen we na gazpacho (koude tomatensoep),een verrukkelijke varkenscurry met couscous. Alles uit plastic. Met zovelen moet je soms je principes opzij zetten…

Voor ons was dat late eten wel even aanpassen. Met onze sobere boterhammen lunch red je het niet tot negen uur ’s avonds. Na een aantal dagen wit, slap en hongerig naar de maaltijd te hebben zitten smachten zijn we ook een tussenmaaltijd in gaan lassen. ‘Gouter’ zoals de Fransen het noemen, rond vier of vijf uur.

Even pauze in de schaduw
Even pauze in de schaduw

In de hete felle zon beklommen we met zijn allen een berg, inclusief het jongste (3) lid van de familie. Met de hele club naar het strand in Collioure, een pittoresk stadje aan de Middellandse Zee. Als Nederlander zou ik gedacht hebben, dat is totaal onmogelijk. Maar ik heb in de loop van de tijd geleerd los te laten. Met grote groepen, zeker wanneer het om Latino familie gaat is alles mogelijk. Of niet. Je moet het laten gebeuren. Of niet. Geen haast hebben, niet denken ‘dit kan efficiënter’. ‘Go with the flow’ is het devies. En dan gebeuren er ongelofelijke dingen. Of anders morgen wel. Of ooit. Of niet. Geen probleem. Maar na lang zoeken hebben we elkaar allemaal gevonden op het strandje, línks van het paleis van de koningen van Mallorca! Rechts en achter zijn namelijk ook strandjes. Die hebben wij allemaal gezien… Maar een duik in de heldere, koele, licht golvende Middellandse Zee spoelde al het stof en zweet weer weg.

Couillure beach1

Met de hele groep raften zat er niet in want de minimum leeftijd was 8 jaar. Tot groot verdriet van de 6 en 7 jarigen..Met een aantal zijn we naar een roofvogelshow gegaan in de buurt, maar niets woog op natuurlijk tegen de heftig spannende boottocht van de groteren. Zelfs niet de gigantische gieren die gezellig even naast ons kwamen zitten..

Op de laatste avond was ‘potluck’ en BBQ, de Amerikaanse inbreng, zeg maar, van de kant van echtgenoot en stamvader Woody. Inmiddels waren we echt naar de buitenste der buitenste ring van de camping verwezen. Op de vorige plek waren er namelijk klachten binnengekomen van nu weer een naburige camping over ‘lawaai’.

De camping bracht een spotlicht. En verder was er kaarslicht. Zo brachten we die avond opnieuw door met ‘spectacle’, ingestudeerd of niet. Niet alleen de kinderen hielden een modeshow en een dans-act, zelfs de volwassenen dartelden, onder begeleiding van muziek, over de geïmproviseerde catwalk omzoomd door kaarsjes. Iedere act werd begroet met gejoel en gejubel. Deze Franse familie kan een feestje bouwen! Alle uitbundige Spaanse, Franse, Griekse, en Antilliaanse genen gingen met ons aan de haal. Of we werden erdoor aangestoken. Mijn genen gaan niet verder terug dan Duitse..niet de meest exotische dus…

Heel bijzonder was nog dat neef Alain (61), kleinzoon Niek (9) wist over te halen zijn Kungfu vormen te doen. ‘Doe jij Kungfu voor mij? Dan doe ik Tai-chi voor jou!’ Met het felle licht van de lamp, de donkere sterrenhemel boven ons en de perfect gekozen muziek op de achtergrond deed Niek vol overgave en ernstig zijn Kungfu bewegingen. Vloeiend als een danser en krachtig als een krijger. Daarna wandelde Alain als een vogel over de catwalk.

Farewell pictures
Farewell pictures

Natuurlijk is er in deze familiegroep ook het verdriet en de pijn van het leven en wat ze hebben meegemaakt. Maar er was deze week duidelijk een drang om er een bijzondere week van te maken en te genieten van elkaar als familie. Er waren goeie gesprekken, we hebben elkaar veel beter leren kennen en wat ook mooi meegenomen is: ik heb nog nooit zoveel Frans gehakkeld als deze week. Ik heb er weer 25 familieleden bij!

Tante Fie – klein in memoriam

IMG_5948Mijn deftige tante Fie, die het eeuwige leven leek te hebben, is maandag gestorven. Ze werd 97 jaar. Zachtjes is ze naar de hemel gegleden, naar haar geliefde Heer. Ze verlangde al jaren om te gaan. Niet om dood te gaan in de zin van levensmoe, maar wel om eindelijk het leven te beginnen waar ze als gelovige al haar hele leven naar toe leefde: Haar Heer zien en ontmoeten. Zijn op de plek waar alles goed komt. Waar we zullen kennen zoals we zelf gekend zijn.

Tante Fie had een sterk geloof in God. Ze sprak erover met wie ze ook maar tegenkwam. Gewenst of ongewenst, niemand kon haar de mond snoeren, daarvoor was ze te ‘onaantastbaar’. Het geloof en de kracht die ze putte uit haar vertrouwen in God maakte ook dat ze de stormen in haar leven kon ondergaan zonder te om te vallen. Kinderloosheid was een groot verdriet. De scherpe kritiek op haar man die ‘voor zichzelf’ een gemeente begon. Not done in die tijd, en misschien ook wel niet zo wijs. Maar toch gezegend in het leven van vele mensen in die streek. Daar ging het ook om. Maar de kritiek was niet makkelijk te verdragen. Pleegkinderen kwamen en gingen en soms liep het helemaal mis, ondanks zorg en toewijding. Misschien wel door de kinderloosheid, waardoor ze een bepaalde feeling miste met hoe je omgaat met oudere kinderen. Een pleegkind bleef en bezorgde haar kleinkinderen en zelfs achterkleinkinderen. Toch nageslacht.

Ik weet van vroeger nog hoe beledigd ik me voelde zo rond mijn tiende, als ik naar de keuken gedirigeerd werd ‘want daar stond voor de kinderen limonade’. Ik was een kind en ik dronk nog limonade, maar waarom ik naar de keuken moest? Ja, nu snap ik het, als je geen kinderen hebt probeer je een zekere rust te behouden want je kunt niet tegen alle lawaai die kinderen veroorzaken. Ik heb nu alle begrip en zou soms mijn kleinkinderen ook ergens naar een veraf kamertje willen sturen voor de appelsap. Maar als je kind bent wil je nergens heen gestuurd. (Of er moet wel iets heel leuks tegenover staan).

Tante Fie praatte deftig. Of dat aangeleerd was of dat ze dit van huis uit meegekregen had? Ze kwam uit Vlaardingen. En was van een ‘betere’ komaf volgens mijn moeder. Streng opgevoed. Je altijd nuttig maken, niet lezen doordeweeks, dat was tijdverspilling. Breien, haken, verstellen, dat waren zaken die je deed wanneer je even ‘niks’ te doen had. Ze bleef een zeer energieke vrouw. Altijd in de weer om mensen te bezoeken. Zieken, armen en nooddruftigen, binnen en buiten de gemeente. Een heuse diacones, in de bijbelse betekenis van het woord.

Haar echtgenoot, mijn moeders broer, kwam uit een ander soort nest. Mijn moeder hield nooit op te vertellen dat haar vader zo’n lezer was. Hij las voor aan tafel, nam boeken mee van de markt of de dubbeltjesbibliotheek en bracht zijn liefde voor lezen vooral over op mijn moeder en haar broer. Zowel tante Fie als mijn moeder adoreerden de broer/echtgenoot. Heel hun leven zijn ze met elkaar opgetrokken, natuurlijk ook met mijn vader erbij, die eveneens veel van zijn zwager hield maar zich ook wel eens aan hem ergerde. Mijn vader was zo’n totaal ander mens! Ze deelden de liefde voor lekker eten en een borreltje, hadden beiden gevoel voor humor en konden samen gieren van de lach! Maar mijn vader was een zakenman in hart en nieren en kon niet altijd overweg met de geestelijke benadering van het leven van mijn oom. Mijn vader kon dan een gezicht trekken van: ja,ja, klets jij maar verder, maar er moeten ook mensen blijven die zich echt nuttig moeten maken..

Zaterdag gaan we haar begraven. Op de kaart staat een tekst uit Johannes 11:25:

Ik ben de opstanding en het leven; wie in Mij  gelooft zal leven ook al is hij gestorven.

Deftige tante Fie, geniet van uw nieuwe leven!

Waken en dromen

SAM_0570SAM_0571

Tien dagen lang was ik in de VS verband met het sterven van schoonmoeder Blanca. Met de hele familie verzameld als in een reünie, waren de dagen vol en druk en duizelde het me soms van de gesprekken en emoties. En van de hoeveelheden kopjes, mokken en glazen die er per dag doorheen gingen, afgezien nog van borden en bestek. Ik lag ’s nachts vaak nog lang klaarwakker in bed.

Ieder familielid is een leven en ieder leven is vol van gebeurtenissen. Vrolijke, moeilijke, verdrietige. Al die levens zijn weer verbonden aan andere levens, van vroeger of nu, partners die kwamen en gingen, men woonde hier en daar (in de VS een onderwerp wat er toe doet, met een land zo groot als Europa) , kortom, de verhalen zijn eindeloos. Alsof het ene verhaal van het sterven van Blanca, vrouw, moeder, oma, grootoma al niet genoeg was…

Maar wachtend op dat sterven en later wachtend op het begraven, is de familie bij elkaar en spreekt en vertelt en herinnert. Zes kinderen, vier jongens en twee meisjes. Geboren in een tijdspanne van tien jaar in het Cambridge (VS) van de jaren veertig en vijftig van de vorige eeuw. Met een opvoeding gericht op het ontwikkelen van talenten, met name creatieve. Muziek, toneel, dans, schilderen, veel cultuur.  Alleen mijn echtgenoot, waarschijnlijk omdat hij de oudste was en dientengevolge leed aan het verantwoordelijkheidsyndroom heeft zich gestort in het serieuze bestaan van de theoloog. De anderen hebben zich allemaal ontwikkeld tot zangers, liedjesschrijvers en musici. Daarnaast beoefenen ze allemaal een of ander beroep dat dient om de rekeningen te betalen.

Tijdens de tiendaagse wake is er dus ook heel wat gezongen en gemusiceerd. In de grote ziekenhuiskamer werd zoveel geluid geproduceerd dat ik met mijn Nederlandse lawaai-angst wel eens bezorgd was of we niet door de ziekenhuisbeveiliging eruit geknikkerd zouden worden, wegens overlast. Amerikanen hebben wat dat betreft weinig last van zorg voor de buren. Mijn schoonfamilie heb ik er niet op kunnen betrappen, tenminste. Maar het was mooi en geweldig dat de gelegenheid er was. Blanca was niet gelukkiger dan wanneer haar kinderen en kleinkinderen met hun instrumenten om haar heen zaten en bij toerbeurt hun liederen zongen.

Voor de Nederlandse tak was dat wel eens lastig. Op Lukas Batteau na kwalificeren wij ons niet op het gebied van muziek of kunst. Althans niet in de uitvoering ervan. Onze talenten zijn wat minder zicht- en hoorbaar! Maar het fenomeen dat velen van ons ZZP’ers zijn was ook wel weer iets heel bijzonders in Blanca’s ogen. In Nederland weten we ondertussen dat daar rijp en groen tussen zit, maar mijn schoonmoeder had grote bewondering voor ondernemerschap. Zelf was ze in haar leven altijd wel bezig met een of ander project of bedrijfje. Voor haar telde vooral dat je dingen met je hart deed. Dat dat wel eens tot een romantisering van de werkelijkheid leidde bij haar maakt niet uit. Haar enthousiasme was roerend.

Tien dagen lag ik ’s nachts lang wakker van de drukte.. Nu ben ik verdraaid ’s nachts zo druk in mijn dromen, dat ik doodop wakker word! Alles komt nu in het kwadraat nog een keer voorbij: Enorme stapels  afwas, grote groepen bezoekers en ik heb niets in huis,  eten koken voor een weeshuis, terwijl ik het gas niet aan krijg, de meest frustrerende situaties….Gelukkig zijn er nu de stille dagen om bij te komen.

Wachten en verdragen

Na het sterven van Blanca is er nu een tijd van regelen en wachten aangebroken. Sommige familieleden zijn terug gegaan naar hun eigen huis omdat ze in de buurt wonen, nou ja, voor Amerikaanse begrippen dan. Toch nog wel drie tot vier uur rijden. De anderen, die van de Westkust zijn gekomen en uit Arkansas, blijven tot de begrafenis. Die zal vrijdag 22 maart plaatsvinden. We slapen niet allemaal in hetzelfde huis maar zijn overdag wel veel samen. De sfeer verandert. Was alles voor het sterven gericht op Mom en cirkelden alle emoties om haar op handen zijnde sterven, nu beginnen de normale familiespanningen op te treden. De een vind dat de ander te veel regelt, de ander houdt zich heel lang goed, maar gaat dan plotseling weg, om af te koelen tijdens een wandeling. Men verzoent zich weer. Er gaan honderden verhalen rond, oude foto’s worden bekeken. Weet je nog…., kun je je herinneren dat..? Dat soort verhalen. Plotseling zijn er tranen, om een parfumgeur van Mom die opstijgt uit een kast, een sieraad, een gewoonte die we ons herinneren. ’s Avonds om half zes was borreltijd. Op een houten plank lagen de kaasjes, de toastjes, de druiven en dronk ze haar dagelijkse cocktail, bereidt door Chris die zelf geen alcohol dronk. Toen onze kinderen jong waren, een hemel op aarde want zij kregen coke en chips. Gisteren merkte ik dat ik het houten bord pakte en zocht naar wat er in huis was, puur om de traditie voort te zetten.

De laatste jaren zat ze steevast na het douchen ’s ochtends op haar hoekje van de bank. Eigenlijk was er geen kussen meer, eerder een deuk in het zitoppervlak. Het tapijt onder haar voeten leek meer op een ijsbaantje, zo glad was het geworden door haar schuifelvoetjes. Daar zat ze en vandaaruit regelde ze haar projecten, belde ze eindeloos met al haar kinderen, sommigen dagelijks: Denk je eraaan dat zo en zo jarig is morgen? Denk je aan je medicijnen..? Op de grote tafel stond permanent haar doos met verjaardagskaarten en daar schreef ze de kaarten aan haar uitgebreide familie. Altijd op tijd een kaart. En altijd op tijd de kerstcadeautjes bij ons in Nederland of Korea, zodat we ze met Sint konden geven.

Ze hield ook metersdikke scrapboeken bij van alle activiteiten van haar zelf, haar kinderen, haar kleinkinderen en haar neven en nichten. Alles werd geprint wat via de mail kwam, alle programmaboekjes, alle uitnodigingen, alle foto’s, alles ging in het scrapbook. Over haar vakanties schreef ze verslagen. Geen literair verslag, maar opsommingen. Waar waren ze geweest, wat hadden ze gezien en wat hadden ze gegeten. In haar onleesbaar handschrift. Vervolgens stuurde ze die naar haar kinderen…Die ze dan wel of niet lazen.

Maar haar emails van de laatste 5 jaar werden alsmaar interessanter. Leesbaarder, dank zij de pc, maar ook begon ze te schrijven over vroeger. Haar jeugd als kind van immigranten uit Puerto Rico met een strenge autoritaire vader. Hoe ze haar best moest doen te ontsnappen aan zijn aandacht door haar broertje, die overal mee naar toe moest als chaperon, in het complot te betrekken. Hoe ze opgroeide in het New York van de jaren ’20 en ’30 van de vorige eeuw. Fascinerende lectuur.

Aan mijn eigen emoties kom ik nog niet zo toe. Deze familie heeft heftige emoties en neemt veel ruimte in door hun spraakzaamheid, muziek en ervaringen. Ik ben er wel aan gewend geraakt in de loop van bijna 40 jaar en kan er ook van genieten. Maar ik heb de eenzaamheid en stilte nodig om bij mezelf te komen. Die tijd komt wel. Het is nu nog even wachten en verdragen voor iedereen.

 

Last Reunion

photoEn zo zitten we allemaal weer in een kamer bij elkaar. De familie. Net als we in 2011 in Lenox, VS, onze reünie hielden. De broers en zussen, sommige neven en nichten, aanhang. Het is even lawaaierig en luidruchtig als altijd. Sommigen spelen gitaar, we zingen, oude anekdotes doen de ronde en er wordt keihard gelachen. Dan slaan de emoties weer toe, de een na de ander barst in tranen uit. Om de beurt zitten we naast haar bed, houden haar hand vast. In het midden van de kamer staat namelijk het  sterfbed van Blanca, de Mater Familias van deze familie. Geen betere omgeving dan deze voor haar om haar laatste weken, dagen, uren door te brengen. Al haar baby’s bij elkaar. Haar zes kinderen. Ze is 91 jaar en ze heeft 67 jaar gezorgd voor haar zes kinderen, hun partners, haar kleinkinderen en zelfs achterkleinkinderen. .  

Fijne paasdagen, maar echtgenoot ziek

Hele fijne paasdagen gehad. Zaterdag de kerkzaal klaargemaakt met een paar anderen voor het paasontbijt van de volgende ochtend. Om half negen zijn we begonnen, erg vroeg als je bedenkt dat die nacht de klok een uur vooruit ging..eigenlijk was het half acht! De opkomst was goed, meer dan 50 mensen.

Ik moest die morgen tijdens de dienst oppassen op de kleuters, voor het eerst sinds vele jaren. Gezellig, maar wel vermoeiend zeg! Ik had stoer m’n mede-oppasmoeder naar de dienst gestuurd, maar toen de eerste beker chocolademelk over de tafel vloog was het toch wel even lastig met 5 kinderen…We hadden de paas-cd van Elly en Rikkert opstaan. Hele vrolijke muziek, die we heerlijk meezongen.

’s Avonds kwamen onze kinderen.  Tweede paasdag hebben we echtgenoots verjaardag gevierd. Hij kreeg een prachtige Gispen lamp voor aan het plafond. Dochters waren met baby Niek in de Maxi-Cosi Utrecht ingegaan. Lichtelijk optimistisch, want in antiek en retro-winkels is het moeilijk manoeuvreren met een wandelwagen, zeker op zaterdagmiddag!

Maandagmiddag 15.00 uur hadden we eindelijk alles zo op orde en regel dat we met z’n allen een wandelingetje richting boulevard konden maken. Koffie gedronken ergens. Niek zat voor het eerst in onze oude Snuggly, waar dochter Sas heel wat maanden van haar leven in heeft doorgebracht. Het hele weekend was echtgenoot niet lekker, vooral ’s avonds. Oorsuizen, spanning in z’n hoofd, moe. Z’n bloeddruk is te hoog, ondanks medicatie en hij heeft nu met steun van onze huisarts een maand ziekte verlof. Is de werkstress te hoog? Dat is nu de vraag.

%d bloggers liken dit: