Wie is Maria Magdalena?

Poster Museum Catharijne Convent

Met enige tegenzin vergezelde ik mijn vriendin naar de tentoonstelling Maria Magdalena in het Catharijne Convent in Utrecht. De tentoonstellingsposter had die tegenzin bij me opgeroepen. Overal zag ik een schaars geklede Kim Kardashian mij aanstaren met een zwoele blik en iets van een reikende mannenhand met duif achter haar. Zo’n plaatje trekt natuurlijk de belangstelling, maar in mijn geval stootte het ook af. Hoezo deze wulpse schone als Maria Magdalena afgebeeld?

Maar hé, kunst kijken vraagt om een open mind en er was het feit dat mijn vriendin, die een katholieke achtergrond heeft, heel graag samen met mij wilde gaan. Eerder hebben we samen ook de tentoonstelling over Maria gezien in hetzelfde museum en naar aanleiding daarvan hele interessante gesprekken gevoerd. Ik leerde meer over katholieke tradities, en mijn vriendin keek op van sommige bijbelse feiten omdat de bijbel niet echt gelezen werd in haar jeugd.

De tentoonstelling

De eerste stop is een filmvoorstelling. Mijn eerste hobbel. Fragmenten, aan elkaar gepraat door Herman Pleij, uit de Passion en Jesus Christ Superstar komen voorbij. Ook van voor mij onbekende films waarin thema’s spelen als Jezus die een relatie zou hebben gehad met Maria (Magdalena?) en zelfs dat zij zwanger zou zijn geweest van hem. Heel menselijk om te denken dat een man van die leeftijd toch wel verliefd moet zijn geworden op een vrouw die zo dicht bij hem stond. En liefde moet wel seksueel zijn, dus…Het is Jezus proberen te vatten in onze menselijke maat. Bronnen voor deze verhalen komen blijkbaar uit documenten die nooit erkend zijn door de vroege kerk. Dan Brown heeft er gretig uit getapt.

Ik hou het voor gezien en loop door naar het vervolg van de tentoonstelling. Prachtige objecten: handschriften, middeleeuwse houtsnijkunst en met goud geborduurde kerkelijke gewaden. En natuurlijk schilderijen uit alle eeuwen.

De verwarring

Maar wie is nu Maria Magdalena? Ik begrijp dat de verwarring over de Maria’s is ontstaan in de 5e eeuw toen paus Gregorius de Grote drie (of vier?) vrouwen uit het evangelie vereenzelvigde. Er komen ook zoveel Maria’s voor in het Nieuwe Testament! Er is Maria van Magdala en Maria, de zus van Martha en Lazarus uit Bethanië. En niet te vergeten Maria de moeder van Jezus. Of Maria de moeder van Andreas. In ieder geval drie Maria’s vloeiden samen tot een persoon in de middeleeuwse kerk. 1. De vrouw die Jezus voeten zalft en droogt met haar haren, de prostitué. (was dit misschien Maria uit Bethanië?). 2. Maria van Magdala en 3. Maria van Bethanië, als rijke vrouw gezien.

Maria Magdalena kwam uit Magdala, een stadje aan de noordwestkust van het meer van Tiberias. Zij was een rijke vrouw, maar ‘bezeten door zeven demonen’.  Jezus had haar bevrijd en genezen en zij was hem gaan volgen als zijn discipel, samen met andere vrouwen uit aanzienlijke families. Ze steunden hem ook financieel. Dat is te lezen in Lukas 8.

Maria die uit Magdala kwam wordt dus in de middeleeuwen dezelfde als de vrouw die uit de prostitutie kwam en Jezus gaat volgen. Zij wordt een hoopvol voorbeeld voor alle zondaars, er is vergeving voor alle zonden( zelfs die van de prostitutie). In de middeleeuwen wordt deze Maria altijd afgebeeld met een zalfpot. Zo herken je haar. Zij zalfde immers de voeten van Jezus volgens Lukas in hoofdstuk 7. Er onstaat daardoor ook een dubieus beeld van de vrouw als verleidster.

En vandaar dus Kim Kardashian als tja, wat? Verleidelijke vrouw? Met een witte duif die haar aangereikt lijkt te worden, als teken van verzoening? Vergeving? Of is ze een nieuwe Eva, onschuldig en naakt? Hmm, er zit meer in dan ik eerst dacht. Overigens vind ik dit schilderij van Egbert Modderman een stuk mooier.

Apostel der apostelen

Maria Magdalena is pas in de 20e eeuw, zo begrijp ik, ontkoppeld van de persoon van de ‘zondige vrouw’. In andere, buiten-bijbelse, vroege geschriften wordt ze ook de Apostel der apostelen genoemd. Deze kerkvaders noemen haar zo: Clemens van Alexandrië, Tertullianus, Origines, Ambrosius van Milaan, Johannes Chrysostomus en Hiëronymus).
Eerst dacht ik, huh? Dat had ik nooit eerder gehoord en in mijn gereformeerde oren klinkt dat vreemd. Er waren toch twaalf apostelen, allen man? Maar, en dat was eerlijk gezegd nooit zo tot me doorgedrongen, Maria Magdalena is natuurlijk de allereerste getuige van de opstanding van Jezus. Die ontmoeting bij het graf (beschreven in Johannes 20:10) die mij altijd weer ontroert. Maria zit daar als een hoopje verdriet en huilt tranen met tuiten omdat het dode lichaam van haar geliefde meester weg is. Gestolen? Ze ontwaart een figuur en vraagt of hij misschien weet wat er is gebeurd? Ze denkt dat hij de tuinman is of zo. En dan noemt die persoon haar naam. ‘Maria!’. Alleen dat.
Ze weet onmiddellijk wie het is. Ze wil hem om de hals vliegen maar Jezus zegt, nee, ga de leerlingen vertellen dat ik weer leef. Zo is zij de brenger van goed nieuws. De apostel van de apostelen. In de katholieke kerk is er sinds 2016 op 22 juli een feestdag ter ere van haar. Ik vind die naamdagen een mooie traditie. De dagen van het jaar wijden aan het herdenken van gelovigen die voor ons leefden. Het is boeiend om je te verdiepen in hun leven en geloof. Dat kan altijd natuurlijk, maar op de manier zoals de katholieke kerk het doet geeft daar wat structuur aan.

Wie was Maria voor mij?

Goed, terug naar de tentoonstelling. Ik heb die niet af kunnen maken vanwege hoofdpijn. Wat me bijbleef waren vooral toch de vele bronnen ook uit later eeuwen die iets te zeggen hadden over Maria van Magdala. Mystieke groepen die een zelf samengestelde Maria vereerden, moderne groepen die haar afbeelden als sterke vrouw, die eigen keuzes  maakt, of juist weer als misbruikte vrouw. Of verleidelijke vrouw. Je kunt alle kanten op blijkbaar met Maria, wanneer er weinig bekend is over haar leven.

Aan het eind van de tentoonstelling kun je een keuze maken wie Maria voor jou is vooral. Feministe, verleidster, kroongetuige enzovoort.

Ik heb daar nooit zo over nagedacht. In mijn kerkelijke traditie gaat de aandacht vooral naar Jezus, de Opgestane Heer. Maar het is waardevol om na te denken over de rol van mensen in het verhaal van de bijbel en de geschiedenis die er op volgt. Zo werkt God gewoon. Door gewone mensen met een doorsnee leven. Dat is tenminste wel duidelijk als je de bijbel leest.

Maria van Magdala maakte een keuze om door het land te reizen met een rabbi. . Dat was zeker niet gebruikelijk in die tijd voor een vrouw om te doen. Een zekere moed was haar dus niet vreemd. Ze moest ook opboksen tegen wellicht een neerbuigende houding van de mannen om haar heen die niet gewend waren aan vrouwelijke leerlingen. Een populaire leraar volgen is een ding, maar ze bleef hem ook trouw wanneer hij werd vernederd en uitgescholden en uiteindelijk gekruisigd. Haar relatie met en liefde voor Jezus moet dat allemaal mogelijk gemaakt hebben. Ze was trouwens niet de enige vrouw die hem zo volgde. Lukas schrijft in hoofdstuk 8 over vele vrouwen die Jezus volgden en financieel ondersteunden.

Maria van Magdala brengt Jezus als persoon dichterbij voor me. Wij weten nu meer over de inhoud van de boodschap van Jezus en het nieuwe leven dat Hij bracht, maar Maria kende Hem allereerst als persoon, als zwak mens geworden God.

Wat zou er verder gebeurd zijn met haar? Volgens latere tradities is ze naar Zuid Frankrijk gegaan. Er zijn daar verschillende altaren gewijd aan haar en er doen allerlei verhalen de ronde. Niet te verifiëren, hoewel het zo is dat vele christenen gevlucht zijn naar alle windstreken in de tijd van vervolging rond het jaar 70 AD.

Fascinerend dus. De tentoonstelling en wat er achter weg kwam. Vanwege de lockdown heb ik de tweede helft niet meer kunnen zien. Helaas.

Bronnen

Shiva -Het verhaal van een ‘leprakind’

Straatkind
Hij is vier en heeft een broer en een zus. Zijn naam is Shiva. Ze leven op straat. Ze bedelen, dwalen rond en komen ‘thuis’ bij zieke ouders. Hun huis is een verzameling lappen en plastic ondersteund door stokken. Wat dekens, een paar pannen en een vuurtje voor het krot waarop gekookt wordt. De ouders hebben lepra.
Langzaam maar zeker verwoest de ziekte hun lichaam. Hulp zoeken toen het begon durfden ze niet. Als er ook maar iets naar buiten lekt over de ziekte worden ze verstoten uit de gemeenschap. Lepra is immers een straf van de goden.
Als de ziekte niet meer te verbergen is (lichaamsdelen worden aangetast) valt het vonnis. Het hele gezin wordt naar een leprakolonie verbannen. Afgezonderd van de gezonde mensen. Ze kunnen er slapen en voor het hoognodige wordt gezorgd. Maar overdag moeten ze er weg, naar een plek in de stad waar gebedeld mag worden. Voor Shiva en de andere kinderen is er geen school. Soms krijgen de ouders medicijnen, maar de ziekte is al te vergevorderd. Er is geen houden meer aan. (lees over het stigma van lepra in een artikel in de Indian Times van januari 2019)

foto courtesy of Indian Times

Het tehuis
De moeder kan niet langer voor haar kinderen zorgen. Ze verliest haar vingers, kan niet meer lopen. Shiva en zijn broer en zus worden van de straat gered door christelijke hulpverleners die begaan zijn met hun lot. Ze worden in een kindertehuis geplaatst. Waar al vierhonderd andere kinderen wonen. Allemaal kinderen van leprapatiënten. Blijf uit hun buurt. Zoals de melaatse in het evangelie moest roepen: Melaats, melaats.

Shiva is vier en wil naar zijn vader en moeder. Hoe ellendig hun situatie ook is. Hij weet niet anders. Hij graaft een gat onder het hek van het tehuis en ontsnapt. Een dag lang zoekt men hem. Als hij gevonden wordt krijgt hij straf. Weglopen mag niet. Voor Shiva van vier is de situatie niet te bevatten. Maar hij legt zich er bij neer.

Tot zijn zevende woont hij in het grote kindertehuis. Slaapt op een zaal met 30 andere kinderen. Eet in een grote eetzaal met een metershoog plafond en een stenen vloer. Het tehuis staat in de bergen en het kan er vriezen in de winter. Maar er is geen verwarming en geen warm water. Tot zijn dertigste zal hij niet de luxe van warm, stromend water kennen. Het klinkt als een verhaal van Dickens. Maar dit is het India van de jaren tachtig in de 20e eeuw. De 21e eeuw kent nog steeds vele Shiva’s.

Als hij twaalf is verhuist hij naar een (jongens)hostel. Drie kilometer verderop. Verbonden aan het hostel is een kleine boerderij. Met een paar koeien, varkens, kippen en een groentetuin. Zelfs een veld met tarwe voor de dagelijkse roti’s (brood). Alles wordt door de jongens onderhouden, die ook hun eigen eten koken. In de vroege ochtend staan ze op om hun taken te verrichten. Voor de kookploeg betekent dat deeg maken voor de roti’s voor een grote groep kinderen, voor het ontbijt en voor ’s avonds bij het eten. Deeg kneden, roti’s bakken, linzen weken en kruiden mengen. De rijst kan later. Voor de tuinploeg groente plukken, onkruid wieden, schoffelen. Voor de veeploeg koeien melken, stallen schoonmaken en beesten voeren. Daarna ontbijten. En naar school.

Na de middelbare school
School is klaar om twee uur. Daarna weer taken doen, studeren, een paar uur vrij, eten, opruimen en ’s avonds studeren tot 21.30 uur. Dag in dag uit. Alles doen de jongens zelf. Tot schoonmaken aan toe. En beesten helpen doden en slachten. Shiva leert ontelbaar veel vaardigheden die hem later goed te pas zullen komen.

Als school is afgerond wil de jongen verder leren. Niet een laag baantje ergens, maar studeren. Daar is echter geen geld voor. Ga maar werken, zegt zijn omgeving. Het tehuis zorgt voor de basis. Tot en met de middelbare school en dan sta je er alleen voor. Maar Shiva is zeer intelligent en leergierig en wil meer. Van huis uit Hindu, in het tehuis christen geworden, wil hij het christelijk geloof verder bestuderen. Hij wil Hoger Onderwijs. Wie kan hem sponsoren? Iemand vraagt hem om vrijwillig een jaar in de bergen onder de lokale bevolking te werken. Na dat jaar kan hij gesponsord worden. Shiva vertrekt en leeft in een grot. Als een soort Mowgli in Junglebook (van Rudyard Kipling). Met een bladerdek als bed, een open vuur om te koken, een waterval als douche. Hij helpt de dorpelingen met zaaien, jagen, oogsten. En vertelt hen over Jezus. Leest hen voor uit de bijbel. Laat hen zien hoe veel ontferming er is bij Jezus over hun harde bestaan. Zelf is hij het meest geraakt door die liefde. Jezus raakte een melaatse aan, ongehoord in Israel in die tijd en in het India van vandaag.

Jezus geneest een melaatse

Na een jaar gaat Shiva terug, in de hoop naar school te kunnen. Maar degene met wie de afspraak was is (met andere buitenlanders) het land uitgezet door een anti-christelijke regering. Niemand weet verder van de belofte. Er verlopen jaren tot het eindelijk mogelijk is met een beurs te gaan studeren. Maar dan krijgt zijn vader een herseninfarct en heeft zorg nodig, want zijn moeder is inmiddels door de lepra ernstig gehandicapt geraakt. Als oudste zoon zorgt Shiva voor de ouders tot hij weer weg kan. Want studeren zal hij. Hij weet dat hij alleen met studeren de cirkel van armoede kan doorbreken.

Het verhaal duurt lang en de obstakels waren hoog en veel, maar er komt een dag dat hij niet als student maar als docent verbonden is aan een opleiding. Hij heeft zich gespecialiseerd in religiewetenschappen. Is een expert op het gebied van Hindoeïsme. Zorgt voor zijn moeder die nog steeds in de leprakolonie wonen moet. Gaat er op bezoek met zijn twee dochtertjes die hun oma, die verstoten en zwaar mismaakte vrouw, omhelzen.

Opnieuw, ongehoord onder zijn volksgenoten. Shiva neemt de twee meisjes mee op kampeertochten waarbij hij hen leert vissen en vuurtjes stoken. En hoe ze de vis klaar moeten maken, met mes en al. Alles wat hij zelf gemist heeft als kind wil hij hen meegeven. Hij laat de slager zien hoe die een varken moet slachten, niet in hompen, maar in lekkere delen als haas en karbonades. Alles wat hij leerde komt van pas. Het leven in het kindertehuis was verre van ideaal. Er zijn verbeterpunten gekomen en er zijn er nog te gaan. Maar honderden kinderen als Shiva zijn van de straat gered en hebben kansen gekregen die van onschatbare waarde zijn. Een kindertehuis is niet altijd de oplossing. Maar in het geval van leprapatiënten de enige. Kinderen kunnen niet bij hun ouders blijven, zegt Shiva. Er is voor hen geen toekomst in de kolonies.

Sloppenwijk bij het spoor in Delhi

De Indiase regering beweert dat lepra niet langer voorkomt in India. Volgens Shiva is dat een politieke uitspraak en is lepra zelfs groeiend. Vooral in de arme staten als Bihar en West Bengalen. Omdat mensen naar andere staten vluchten om daar nog een tijd anoniem te leven voor ze terechtkomen in de lepradorpen, lijken de cijfers in de arme staten te zakken, maar de werkelijkheid is anders, zegt Shiva en  andere ex-bewoners van het kindertehuis vallen hem bij. Ngo’s en hulpinstanties uit het westen gaan, volgens hen, af op cijfers van de regering, die echter corrupt is en geen juiste statistieken verstrekt. Het is een schijnbaar onoplosbaar probleem. Lepra is een vloek, daar praat je niet over, je zoekt geen medische hulp, waardoor de lepra zich blijft verspreiden. De mentaliteit van de Indiase bevolking moet eerst veranderen, zegt Shiva. Het hindoeïsme leert dat ziekte een verdiende straf is van de goden en een teken van het kwaad. Die opvatting is diep verankerd in de cultuur. Terwijl lepra goed te behandelen valt maakt het stigma dat maar weinigen zich tot een arts wenden. Tot het te laat is.

Wat zal ik schrijven? Van geluk?

Boottocht op de Zaan tijdens een van de huwelijksjubilea

Ze willen niet echt vloeien, de woorden uit mijn ‘pen’. Ik zie het aan de vele ‘concepten’  die ik heb opgeslagen. Er spelen een aantal dingen waar ik (nog) niet over schrijven kan of wil. Het lijkt wel of die een soort stop vormen op mijn inspiratie. Ik heb al eens een poging gedaan erover te schrijven, maar het wil niet goed lukken. Schrijven zet zaken aan, waardoor ze gelijk erger lijken. Nog maar niet dus!

vijftig jaar!

Maar het gewone leven biedt veel goeds. Hoe bijzonder is het om in vijf weken tijd uitgenodigd te zijn op drie feesten van bevriende stellen die vieren dat ze 50 (!) jaar getrouwd zijn? Aan de ene kant maakt het dat ik me stokoud voel…mijn vrienden, 50 jaar geleden getrouwd?? Dat overkwam mijn grootouders.. Maar al gauw bedenk ik dat voor echtgenoot en mij de 43 jaar ook voorbij gevlogen zijn. Niet als een permanente roze wolk, dat niet. Maar juist door de dalen heen is de band gekweekt die nu onverbrekelijk is geworden.

De dwang van het voelen

Ik dacht daaraan in een gesprek met iemand waarin de zo bekende ‘ik moet voor mezelf kiezen’ uitspraak voorbij kwam. Natuurlijk zijn er situaties in een relatie waarin alles onhoudbaar is geworden. Ontrouw, verlating, mishandeling, situaties waarin er geen sprake meer is van samen.  Toch denk ik dat niemand meer de 50 jaar zal halen als dat zinnetje vooraan in je hersenpan staat, zoals het nu vaak lijkt. Het zelf is op zo’n voetstuk geheven dat alles moet wijken voor ‘het geluk’ van het zelf. En de definitie van geluk is dan je goed voelen. Op je plek voelen. Liefde voelen.

Wat ik persoonlijk heb geleerd door de jaren heen is dat ‘voelen’ een verschrikkelijke jojo is. Up, up, up en down. Nieuwe ervaringen die adrenaline geven en een kick. Nieuwe liefdes die door de waterval van dopamine’s maken dat je letterlijk in de zevende hemel lijkt te zweven. Maar ja, van elke bergtop moet je weer neerdalen en dan is het gewone leven soms best een domper.

Depressie als kentering.

Wat dan? Mijn leerschool is de depressie geweest. Depressies nemen naast veel andere nare dingen je gevoel van welzijn weg. Het is een rare mengeling van gevoelloosheid en tegelijk verdriet over die gevoelloosheid. Een contradictie, ik weet het maar zo was het (en is het, soms) en veel lotgenoten zullen het herkennen. In de psalmen wordt het mooi verwoord door David: Ik heb zo’n heimwee naar de tijd dat ik vrolijk was.

Hoe kun je leven met een gebrek aan een ervaring van welzijn? Dat is zwaar. Maar het dwong me min of meer na te gaan denken over wat het leven uiteindelijk waardevol maakt voor me. Waar leef ik voor? Voor wie leef ik? Wat is zinvol, ook als het niet de kick brengt die ik vroeger misschien als geluk benoemde.

Dat is een lange weg. En niet voor iedereen met verlammende depressies. Maar die bezinning heeft mij wel veel gebracht. Ik ben niet toevallig hier. God heeft me bedacht. Heeft mij talenten gegeven. Misschien is de depressie wel een talent waarmee ik mag werken. (Waarom zou een talent alleen iets positiefs zijn, iets waar je ‘happy’ van wordt?) Anderen beter begrijpen? Voeling hebben voor wie kwetsbaar is en aan de rand van de samenleving staat? Anderen eraan herinneren, puur door eigen kwetsbaarheid, dat ‘goed leven’ niet persé carriére, geld, gezondheid, succes of vul maar aan betekent. Goed leven heb ik ontdekt is samen leven, anderen meenemen op weg, steunen en gesteund, troosten en getroost worden.  En hoopvol zijn. Omdat dit leven niet het een en al is.

Succes verzekerd?

Is dat een succesformule? Nee, natuurlijk niet. Het is moeilijk om in een succesmaatschappij, van ongekende welvaart, te leven en vol te houden dat dat geen geluk brengt. Om in een maatschappij te leven waarin Jezus meestal een vloekwoord is en niet de Godmens die het ons heeft voorgeleefd: leven met de armen, zieken genezend en uiteindelijk sterven. De bijbel noemt dat ‘lijden’. Zelf God identificeerde hij zich met ons.

Dat inspireert mij. En de Geest van God geeft me mogelijkheden. En opent ook mijn ogen. Voor wie om mij heen, in het leven van alledag, wellicht een steuntje kan gebruiken. Of een beetje begrip. Of een klankbord. Of een goed gesprek. Ik noem dat nu geluk.

 

 

 

Afhankelijkheid

klagen.jpg (500×500)
bron: hein de haan overvloeiendegenade

Wat maakt afhankelijkheid zo moeilijk? Die vraag speelt voortdurend door mijn hoofd. Persoonlijke omstandigheden zijn de aanleiding. Die hebben een soort ‘met de billen bloot’ situatie doen ontstaan. Iedereen heeft daarvan wel een eigen versie te vertellen. De details verschillen, maar je kent dat gevoel wel. Dingen die je het liefst onder controle hebt, de baas bent, onder eigen beheer houdt, niet wil delen met jan en alleman, enzovoort.

En dan is er een bepaalde noodzaak dat toch te doen en hoppa: daar sta je dan in je blootje! Zo voelt het. Geen beschermend laagje, geen facade, geen ‘alles- is -dik -voor -mekaar, hoor’ muurtje waarachter het zo veilig schuilen is. Dat is iets wat we hier in het westen (of is het menselijk?) ontzettend moeilijk vinden, autonoom en onafhankelijk als we willen zijn. Ziektes, ok, die willen we nog wel delen. Allerlei lichamelijke kwalen vormen onderwerp van gesprek. Maar alle andere sores? Psychische problemen? Mondje dicht, men zou eens kunnen denken dat je zwak bent. Relatieproblemen? Welnee! Daar zwijgen we over, want iedereen om je heen lijkt zo gelukkig, dat ga je niet in de groep gooien! Opvoedingsproblemen? Financiële problemen? Kom op, wie zou daar nu over praten? Alleen als je als een loser gezien wil worden. En daarbij: Klagen mag niet, hebben we geleerd.

Zo kwakkelen we met z’n allen door het leven. Gordijnen dicht en deuren op slot. Tot het niet meer gaat en er de meest vreselijke situaties zijn ontstaan. Kan dat nou niet beter?

Ik ben dankbaar voor de huiskringen in onze kerk. Kleine groepen die om de twee weken bij elkaar komen en bidden en bijbellezen en over God en de dingen van het leven praten. Er is een sfeer van vertrouwen en openheid. Wordt alles gedeeld? Nee, niet altijd en iedere keer, maar het is wel een omgeving waar het kàn. Een omgeving die ertoe uitnodigt, omdat ieder bereid is facades af te leggen en iets van achter de gordijnen te tonen. Dan is het niet zo erg als ik dat ook doe. Ik ben gewoon één van de ‘losers’ onder velen. Dingen worden relatief, vloeiend en niet meer zo opgeklopt. Voor God staan we allemaal als losers en worden we allemaal winners, door Jezus.

Dan ontstaat ook een energie om te zoeken naar hoe we elkaar kunnen helpen. Geestelijk, lichamelijk, concreet en practisch.

Kringen zijn (net als familie) een broedplaats voor het ontwikkelen van een gezonde onderlinge afhankelijkheid.

En zonder (kerkelijke) kringen? Dan pleit ik er toch voor om minder krampachtig over onze persoonlijke problemen te zijn. Iedereen worstelt immers met van alles in het leven? We kunnen elkaar zo goed helpen door allereerst te luisteren. En nog eens te luisteren. En dan nóg eens te luisteren. En vragen te stellen. Niet gelijk met je eigen verhaal komen. Maar het verhaal van die ander aanhoren en door vragen te stellen te proberen begrijpen. Je verplaatsen in de ander. Meeleven. Zo kostbaar!

Soms is luisteren het enige wat je hoeft te doen. Uit eigen ervaring weet ik dat je verhaal kunnen vertellen soms genoeg verlichting geeft om er weer tegenaan te kunnen. Maar meedenken kan ook tot andere hulp leiden. Practische hulp, concreet in het helpen plannen, in het (helpen) bedenken van oplossingen.

Onze worstelingen en problemen (bijna) net zo vrijmoedig delen als onze verkoudheden en buikpijnen, wat zou dat heilzaam zijn!

Wat vinden jullie? Delen we te weinig met elkaar? Schamen we ons teveel voor de sores in onze levens? Ik hoor graag in een reactie van jullie wat je ervan vindt!

 

Risen – de film

images (300×450)

Vanavond in Amersfoort de recent uitgebrachte film Risen gezien. Ik had erover gelezen in het Nederlands Dagblad  (de recensie kan alleen door abonnee’s worden gelezen) en in Christianity Today. Beiden schreven een zeer positieve recensie. Ik hecht daar waarde aan. Ik heb altijd wat aarzeling bij films over bijbelse thema’s. Sommige films zijn te zoetsappig en kunstmatig. Of ze zijn juist weer te ‘glamorous’; Jezus loopt dan als het ware met een ‘halo’ rond zijn hoofd op aarde. Ook kan ik er niet zo goed tegen wanneer de persoon van Jezus erg uitgewerkt in beeld wordt gebracht. Ik kijk te sympathetisch en neem zo’n beeld mee. Dan zit ik er bij mijn gebed nog aan vast.

Aan de andere kant vind ik films over de bijbel ook weer heel boeiend. Iedere keer als ik zo’n film zie confronteert het me met de gewoonheid van de dingen. Als je opgroeit met de bijbel vanaf je jeugd, ontstaat er onwillekeurig een gevoel van een aparte wereld waarin die bijbelverhalen plaatsvinden. Niet mijn wereld, maar de bijbelwereld. Films hebben mij geholpen om die twee werelden met elkaar te verbinden. Dat lijkt tegenstrijdig, omdat de films fantasie zijn en niet de realiteit. Maar in films identificeer ik me met de personen en hun realiteit. Zo komt ook de bijbelse wereld dichterbij.

De eerste ervaring van dat soort  had ik  tijdens de film Jesus Christ Superstar. Ik zag die op mijn 18e, denk ik. En opeens drong er iets door van het alledaagse, het door-en-door menselijke van de Mensenzoon Jezus. Ja, hij was God, maar dat was niet te zien. Wie niet beter wist zag een gewone man, met een Mediteraans uiterlijk. Hoe vreemd ook, die film heeft een rol gespeeld in de ontwikkeling van mijn geloof in de levende Jezus.

Nu dan Risen. Ik dwaal behoorlijk af…Het verhaal wordt verteld vanuit het perspectief van een Romeinse officier, een harde, dorgewinterde krijger. Hij is aanwezig bij de kruisiging en dood van Jezus. Hij is erbij wanneer het graf verzegeld wordt, op verzoek van de Joden. Hij moet het onderzoek leiden naar de verdwijning van het lichaam van Jezus. Subliem gespeeld door Joseph Fiennes. Heel ingehouden, heel overtuigend. Door verschillende ontmoetingen gaat hij twijfelen aan het verhaal van de Joodse Raad en de soldaten die zeggen dat het lichaam gestolen is. Maar wat er dan is gebeurd?

Een ontmoeting met de opgestane Heer Jezus brengt een keerpunt in zijn leven. Ik beleefde persoonlijk de spanning, de schrik, de verbijstering en de ongekende blijdschap dat deze Romeinse officier alsnog Jezus ontmoet en de last die hij draagt bij Hem mag neerleggen. ‘Wat zoek je, Clavius?’, zegt Jezus tegen hem.  Clavius zoekt rust en een dag zonder doden, zonder geweld. ‘Daar kwam ik voor’, is wat Jezus hem laat weten.

Het publiek mag zelf een antwoord geven op de vraag.

Minpunten? Uiteraard. Niet alles is rechtstreeks tot de bijbel terug te voeren. Maria Magdalena was geen vrouw van lichte zeden, zoals de film beweert. Jezus wordt in de film niet op Golgotha gekruisigd. De lijkwade van Veronica met het (vermeende) gezicht van Jezus wordt in het graf gevonden. Niemand heeft het over engelen, noch bij het graf, noch bij de hemelvaart. En we weten natuurlijk niet af van ene Clavius die zich bekeert. De apostelen zijn iets te blije types. En toch….

Zeker het kijken waard.

 

Huppakee, weg?

Huppakee, weg. Er is veel geschreven over de uitzending van de Levenseindekliniek over hulp bij het sterven van mensen die ‘klaar zijn met leven’. Een vrouw met dementie in haar spraakvermogen kon het alleen maar zo verwoorden: ‘huppakee, weg’. Volgens haar man bedoelde ze te zeggen dat ze dood wilde. (overigens had ze eerder een verklaring opgesteld over haar wens niet te willen leven met dementie). Ze kreeg dus het drankje dat de dood tot gevolg had.

Gelukkig was er veel ophef over de documentaire. Waren dit nu mensen die moesten stérven? Konden ze niet op een andere manier geholpen worden? Maar blijkbaar vonden hun naasten en de mensen van de kliniek van niet. Huppakee, weg.

Lijden is niet fijn. Je zoekt het niet op. Als we lijden willen we dat het weg gaat. En het liefst ‘huppakee’, snel! En waarom zouden we lijden? Waarom moeilijke dingen verdragen? Er zijn zoveel manieren om te vluchten. In alcohol, in shoppen, in eten, in drugs, in roken, in duizend ontsnappings mogelijkheden. Of je stapt eruit, uit het leven. Of je doet die NIPT-test zodat gehandicapt leven (eventueel) voorkomen kan worden. Want je kunt het niet (meer) aan.  

Maar wat, als lijden nu eens een weg is die God met je gaat om juist heel dichtbij te komen? Door alle schijn ’goden’ weg te nemen. Ga maar eens door een periode van hevige pijn. In je lijf, in je hart of in je leven, dat maakt niet uit. Dan helpt uiteindelijk niks meer. Alleen God en de mensen door wie Hij naast je wil komen staan. Dat is zó bijzonder als de tijden duister zijn. Dan verzamelen de mensen die jou liefhebben zich om je heen, op een manier die anders nooit gebeuren zou. Het leven krijgt een diepgang die je er zelf nooit in aan had kunnen brengen. Ik hoor het zoveel mensen zeggen, gelovig of niet: de liefde en saamhorigheid toen die en die stierf , tijdens mijn ziekte, enz. was zo groot, het was in zeker opzicht de mooiste periode van mijn leven, hoe raar dat ook klinkt. 

De leegheid die oude mensen ervaren als niemand meer naar hen omkijkt en die hen naar de dood doen verlangen,  is een aanklacht tegen onze samenleving, tegen ons. Palliatieve zorg bij lichamelijke pijn aan het einde van het leven doet de vraag naar euthanasie dalen. Die ‘palliatieve zorg’ moeten we ook ontwikkelen voor ouderen die eenzaam zijn en geen ‘zin’ meer in hun leven ervaren. Een taak die bij uitstek opgepakt kan worden door geloofsgemeenschappen als de kerk. Zij kunnen de omhelzende armen vormen van God op aarde.

Problemen dus opgelost? Geen lijden meer? Huppakee, weg? Nee. Dat zit er niet in. Maar lijden hoeft niet het begin van de ondergang te zijn, het kan een opmaat zijn naar betoon en ervaring van liefde en bewogenheid, van God en mensen. Jezus Christus heeft ontzettend geleden. Hij werd juist totaal van God en mens verlaten. Voor ons! Zo hoeven wij nooit te lijden.  Hij loopt nu vlak  naast je, of je dat nou voelt of niet. Tot het allerlaatste einde. En ook dan worden we opgevangen in liefdevolle armen. En mogen we eindelijk bijkomen. Van alle verdriet en alle pijn en al het lijden. Helemaal getroost worden zoals een kind dat het uitbrult, tot rust komt bij mamma op schoot.

Heb de weg die God met je gaat lief
Het is Zijn weg met jouw ziel en leven

(vrij naar) Augustinus

NB Ik wil ter verduidelijking toevoegen dat ik hier niet bedoel te zeggen dat we ieder leven tot het uiterste moeten rekken; wie stervende is mag sterven. Noch dat we het lijden moeten verheerlijken of zoeken. Lijden zelf is niet goed. Het is iets wat God niet bedoeld heeft oorspronkelijk. Maar nu het er is, in een wereld na de zonde, kan zelfs dát niet een barriẽre vormen voor Gods liefde voor en Zijn doel met ons.  Integendeel! Hij maakt het kwade goed.

Een tijd om blij te zijn

Ik schreef mijn vorige blog nog blinkend en bonkend van plezier over de geweldige vierdagen van onze veertigste trouwdag. Bij het publiceren was er wel een stemmetje in mijn hoofd dat iets riep van ‘zou je dat nou wel doen?’, maar ik wilde het graag delen.

Nu vind ik het tijd om te zeggen dat ik me realiseer dat er onder de lezers van mijn blog genoeg mensen zijn die mijn verslag met gemengde gevoelens lazen. Vrouwen of mannen van wie de partner gestorven is of chronisch ziek met dementie, of van wie de partner hen verlaten heeft. Mensen die graag een partner zouden willen, maar nooit hebben gevonden. Of stellen die graag kinderen hadden gewild en steeds tegen dat gemis aanlopen, ook of juist bij huwelijksjubilea.

Het blijft een raadsel waarom God ieders leven zo verschillend leidt. Wat maakt dat het ene stel elkaar wel trouw blijft en de andere, even gelovige man of vrouw, bedrogen wordt? Waarom is het ene huwelijk onhoudbaar vanwege bijvoorbeeld een (niet erkende) persoonlijkheidsstoornis van een van beiden? Waarom sterft de een zo vroeg en ben je jong weduwnaar of weduwe en bereiken wij veertig jaar en sommigen zelfs de 60e of de 70e trouwdag? Waarom krijgen mensen, soms zelfs tegen hun zin, kinderen en krijgen anderen die er naar smachten er geen?

Ik heb ook geen antwoord op die vraag.  Zelfs de bijbel staat vol met klaagzangen over het verschil in zegen tussen mensen. Zeker als het ook nog zo is tussen gelovigen en ongelovigen. De laatsten hebben het dan vooral allemaal goed voor elkaar en de gelovigen bijten op een houtje en zitten in de misère. Hoe kan dat nou,  God, bent u me soms vergeten, roepen de psalmenschrijvers (lees psalm 42 maar eens) De bijbel is heel eerlijk en realistisch over het leven. Geen rozentuin. Nog niet.

Eén ding is duidelijk. God die ons vergeten zou? De hele bijbel roept keihard nee:  Nee, ik vergeet jullie niet. Het raadsel wordt niet opgelost, maar één antwoord kunnen we wegstrepen: dat God ons vergeten zou of nog erger dat Hij onverschillig zou zijn. Dat gevoel krijg je toch, als er mensen worden onthoofd, of kleine kinderen aan kanker sterven?

Ik heb eens een boek gelezen (titel helaas vergeten) over de vraag naar het waarom van het lijden waarin de schrijver redelijk nuchter stelt dat het er ‘gewoon’ bij hoort sinds de zondeval. Het is duidelijk niet meer goed op aarde. ‘The pain of the universe’, noemde ze het. Die term is altijd blijven hangen. Pijn is een motto, zoveel kun je van deze wereld wel zeggen. Of je nu veertig jaar getrouwd ben met kinderen of alleenstaand zonder kinderen, we kennen allemaal de zeerte, de leegte, de duisternis bij tijden in ons leven. Het wordt pijnlijker en donkerder wanneer je blijft vasthouden aan een soort ‘recht op geluk’. Dat recht bestaat niet namelijk. En dat gaat rechtstreeks tegen ons gevoel in.

Waarom heb ik al twintig jaar last van depressies en lopen anderen vrolijk en vitaal over deze aardbol? Die vraag verergert het lijden. En is ook eigenlijk een valse voorstelling. Want hoe weet ik dat anderen vrolijk en vitaal zijn? Wat weet ik van hun sores en moeiten?

Ziektes en tegenslagen, onvervulde verlangens zijn onderdeel van de ‘pain of the universe’ Iedereen krijgt zijn pakket te verwerken. Ergens opgenomen in een voor mij onbereikbaar, niet te bevatten script van God waar ik verder vanaf blijf. ‘Niets loopt uit de hand’ is de troostende betekenis. En verder gaan we een leerproces in: niet wat ik als geluk, maar wat God voor ons als geluk definieert: Hem kennen en dichtbij Hem zijn. Zo simpel. En zo moeilijk.

Veertig jaar getrouwd. Met een man die mijn depressies kan verdragen, die mijn geloofstwijfels steeds weer geduldig aanhoort en die geleerd heeft niet altijd oplossingen te bedenken maar gewoon er te zijn en te luisteren. Mijn depressies zijn vreselijk (geweest). Mijn twijfels vond ik nog erger. Mijn leven is anders gelopen door de ‘pain of the universe’, de gebrokenheid. Ik had heel anders gewild, Maar heel langzaam begin ik te zien dat wat  gebrek en beperking is (dat blijft het) zélf de weg vormt naar een vruchtbaar leven.  De bloembol, het zaad, dat moet sterven om tot bloei te komen. Veel groei in de natuur vindt plaats in het duister.

‘Waarom’ blijven vragen is vruchteloos en op den duur ziek- en bitter makend. ‘Waartoe’ vragen zet de Geest in beweging in je leven. En alle ‘pain in the universe’ , samengebald in een inktzwart moment van dood, is al een keer gedragen door één enkel mens, Jezus en het heeft hem niet gebroken. Hij kwam uit het graf op eigen kracht en Hij is God bekleedt met macht, zingt een oud lied. Sinds die tijd is de pijn nog niet geleden, maar de straf waar die pijn een uiting van is, is voorbij.

Helpt dat nou allemaal als je man er met een ander vandoor is, als je je lichaam oud ziet worden en er geen kinderen komen, als je in een oorlogsgebied woont, als je kind op sterven ligt, of gehandicapt? Wordt alles nu makkelijk en dragelijk? Nee. De tranen blijven. Met één verschil. Er is hoop: Dit is niet het einde, niet het enige, het is  (maar) een fase in de eeuwigheid. En er is de nabijheid in liefde van Jezus, die weet wat het is om te huilen (en ongetwijfeld ook om te lachen!)

Zo simpel. Zo moeilijk. Augustinus zei al: Geef Heer wat U vraagt, en vraag dan wat U wilt.

Graag hoor ik reacties op wat ik schrijf. Hoe gaan jullie om met de pijn in je leven?

Dankbaar III – Schoonheid, geweld en rouw

Vandaag mijn derde dankbaarheidsstukje. Genomineerd door Willemien Wierenga Bremmer op Facebook.

Maar dankbaar voor wat? Schrijven over dankbaarheid op een dag dat bekend wordt dat er een vliegtuig in het  luchtruim boven Oekraine is neergeschoten met bijna 300 mensen aan boord, waaronder 173 Nederlanders. Niemand overleefde de aanslag, (bedoeld of onbedoeld).

In Gaza wordt zwaar gevochten en sterven mensen, in Syrie gaat de strijd maar door. In Nigeria worden meisjes ontvoerd en meerdere malen per dag verkracht. ik voel me bijna schuldig om nu over onbenullige dingen te schrijven waar ik dankbaar voor ben.

Dankbaar dat God de zee en het strand geschapen heeft, zonsondergangen boven de weilanden rondom mijn woonplaats, de geuren van het pas gemaaide gras dat straks als hooi gaat dienen, de mini-padjes in mijn tuin, die altijd net wegspringen als ik wat onkruid trek, de libellen die verzot zijn op onze vlinderstruik.

Dankbaar ben ik voor schoonheid. In de natuur, in kunst en in het alledaagse leven. De felle kleuren van kranen en boten die afsteken tegen de blauwe wolkenlucht in de havens van Rotterdam of Scheveningen, de blauwgroene roestkleur van verweerde materialen, het lijnenspel van machines en fabrieken op een industrieterrein. Overal vind je schoonheid, als je goed kijkt.

Ik zie de rokende puinhopen van het ontplofte vliegtuig in Oekraine. Ik luister naar het nieuws, ik hoor de verslagen. Wat is er gebeurd? Waarom? Wie zaten er allemaal in dat vliegtuig? Met een Marokkaanse jongen praat ik over Gaza. De haat tegen het beleid van Israel is groot, ook in Europa onder moslims. De haat van pro Russische separatisten in Oekraine tegen de regering in Kiev is groot. De haat van de ene moslim groepering in Syrie tegen de andere is groot. De haat van Boko Haram tegen de regering Nigeria is groot. En geweld is het antwoord. Steeds meer geweld. Waar gaat dit heen, nu Nederlanders en andere Europese inwoners betrokken raken bij deze conflicten?

Vandaag kies ik ervoor me te concentreren op dankbaarheid als tegenwicht tegen angst. Dankbaar zijn is niet hetzelfde als voelen. Soms is het ervoor kiezen en jezelf toespreken.  Zo ben ik dankbaar voor de belofte van Jezus dat Zijn Koninkrijk aan het komen is.  Dat daar vrede en gerechtigheid heersen. Dat wie rouwen daar worden getroost en haat overwonnen wordt door  liefde.

En daarom toch ruimte om dankbaar te zijn voor schoonheid! Een voorproef van hoe het worden zal! Geweld en haat hebben niet het laatste woord.

 

 

Tante Fie – klein in memoriam

IMG_5948Mijn deftige tante Fie, die het eeuwige leven leek te hebben, is maandag gestorven. Ze werd 97 jaar. Zachtjes is ze naar de hemel gegleden, naar haar geliefde Heer. Ze verlangde al jaren om te gaan. Niet om dood te gaan in de zin van levensmoe, maar wel om eindelijk het leven te beginnen waar ze als gelovige al haar hele leven naar toe leefde: Haar Heer zien en ontmoeten. Zijn op de plek waar alles goed komt. Waar we zullen kennen zoals we zelf gekend zijn.

Tante Fie had een sterk geloof in God. Ze sprak erover met wie ze ook maar tegenkwam. Gewenst of ongewenst, niemand kon haar de mond snoeren, daarvoor was ze te ‘onaantastbaar’. Het geloof en de kracht die ze putte uit haar vertrouwen in God maakte ook dat ze de stormen in haar leven kon ondergaan zonder te om te vallen. Kinderloosheid was een groot verdriet. De scherpe kritiek op haar man die ‘voor zichzelf’ een gemeente begon. Not done in die tijd, en misschien ook wel niet zo wijs. Maar toch gezegend in het leven van vele mensen in die streek. Daar ging het ook om. Maar de kritiek was niet makkelijk te verdragen. Pleegkinderen kwamen en gingen en soms liep het helemaal mis, ondanks zorg en toewijding. Misschien wel door de kinderloosheid, waardoor ze een bepaalde feeling miste met hoe je omgaat met oudere kinderen. Een pleegkind bleef en bezorgde haar kleinkinderen en zelfs achterkleinkinderen. Toch nageslacht.

Ik weet van vroeger nog hoe beledigd ik me voelde zo rond mijn tiende, als ik naar de keuken gedirigeerd werd ‘want daar stond voor de kinderen limonade’. Ik was een kind en ik dronk nog limonade, maar waarom ik naar de keuken moest? Ja, nu snap ik het, als je geen kinderen hebt probeer je een zekere rust te behouden want je kunt niet tegen alle lawaai die kinderen veroorzaken. Ik heb nu alle begrip en zou soms mijn kleinkinderen ook ergens naar een veraf kamertje willen sturen voor de appelsap. Maar als je kind bent wil je nergens heen gestuurd. (Of er moet wel iets heel leuks tegenover staan).

Tante Fie praatte deftig. Of dat aangeleerd was of dat ze dit van huis uit meegekregen had? Ze kwam uit Vlaardingen. En was van een ‘betere’ komaf volgens mijn moeder. Streng opgevoed. Je altijd nuttig maken, niet lezen doordeweeks, dat was tijdverspilling. Breien, haken, verstellen, dat waren zaken die je deed wanneer je even ‘niks’ te doen had. Ze bleef een zeer energieke vrouw. Altijd in de weer om mensen te bezoeken. Zieken, armen en nooddruftigen, binnen en buiten de gemeente. Een heuse diacones, in de bijbelse betekenis van het woord.

Haar echtgenoot, mijn moeders broer, kwam uit een ander soort nest. Mijn moeder hield nooit op te vertellen dat haar vader zo’n lezer was. Hij las voor aan tafel, nam boeken mee van de markt of de dubbeltjesbibliotheek en bracht zijn liefde voor lezen vooral over op mijn moeder en haar broer. Zowel tante Fie als mijn moeder adoreerden de broer/echtgenoot. Heel hun leven zijn ze met elkaar opgetrokken, natuurlijk ook met mijn vader erbij, die eveneens veel van zijn zwager hield maar zich ook wel eens aan hem ergerde. Mijn vader was zo’n totaal ander mens! Ze deelden de liefde voor lekker eten en een borreltje, hadden beiden gevoel voor humor en konden samen gieren van de lach! Maar mijn vader was een zakenman in hart en nieren en kon niet altijd overweg met de geestelijke benadering van het leven van mijn oom. Mijn vader kon dan een gezicht trekken van: ja,ja, klets jij maar verder, maar er moeten ook mensen blijven die zich echt nuttig moeten maken..

Zaterdag gaan we haar begraven. Op de kaart staat een tekst uit Johannes 11:25:

Ik ben de opstanding en het leven; wie in Mij  gelooft zal leven ook al is hij gestorven.

Deftige tante Fie, geniet van uw nieuwe leven!

Huis van Vrede

huisvanvredevrouwen

R. uit Iran overhandigt me gastvrij een bord met een vet gebakken ei. Of ik worstjes wil? Uh..nee bedankt, daar is mijn maag nog niet aan toe. Ik zit aan tafel met een Nederlandse vrouw uit Kanaleneiland met haar dochtertje van anderhalf, in een mooie kerstjurk. Naast haar een Indisch ogende jongen van een jaar of 8,9 met een groene snottebel. Mijn buurjongen, zegt de vrouw, hij komt mee naar de bijeenkomsten. En verder (behalve mijn echtgenoot) zit er dan R., politiek vluchteling uit Iran, mèt verblijfsvergunning. We eten een gezamenlijk kerstontbijt in Huis van Vrede, een geloofsgemeenschap op Kanaleneiland, een mooie wijk in Utrecht. Zo omschrijft de kerk zichzelf op haar blog huisvanvrede.org

Kanaleneiland, een mooie wijk? Dat is toch die wijk waar al die Marokkaanse jongeren je het leven onveilig maken? Daar is toch dat asbestschandaal pas geweest? Dat is toch die verpauperde Vogelaarwijk?

Ik geloof dat al die aannames wel een kern van waarheid in zich hebben. Het is een wijk waar je als vrouw, volgens mijn dochter die er werkt, soms hele rare woorden naar je hoofd geslingerd krijgt door jongetjes die nauwelijks uit de luiers zijn. Dat asbestschandaal was en is iets waar bewoners slachtoffer zijn van een woningbouwvereniging die zo min mogelijk geld wil uitgeven en dus de kantjes erbij afloopt. En de verpaupering is met het blote oog waar te nemen. Vooral in de wijken die op de lijst staan gesloopt te worden.

Maar vanmorgen zit ik aan de ontbijttafel in een nieuw gebouwde school, Hart van Noord, waar op zondagen Huis van Vrede samenkomt. Hier gaat het om mensen, om liefde, om relaties. En om Jezus. Daar wordt niet geheimzinnig over gedaan. Meneer Jezus, zoals een Marokkaans meisje hem, in antwoord op een vraag van de voorganger tijdens de overdenking, respectvol noemt.

Want na het ontbijt toveren vele handen de zaal om van eetcafé tot kerkzaal, met stoelen in rijen achter elkaar en ruimte voorin voor de voorganger en de muziek. Vandaag twee zangers en een celliste. We zingen wat liederen, ontvangen de zegen en alle kinderen mogen naar voren. Vandaag is de overdenking speciaal voor hen. Daar zitten ze dan. Wel dertig kids, uit alle stammen en talen. Chinese kinderen, Afrikaanse kinderen, blanke kinderen, kinderen uit het Nabije oosten, Turkije, Marokko, een zeer gemêleerd gezelschap.

Achterin komen er nog steeds mensen binnen voor het ontbijt. Er wordt zachtjes gekeuveld door de eters. Die zijn hier voor de gezelligheid en om hun kinderen mee laten doen. Zelf blijven de moeders achterin zitten. Maar de boodschap en de beamerplaatjes zijn overal hoor- en zichtbaar. De bevlogen voorganger communiceert de kerstboodschap helder en duidelijk: Het verdrietige lammetje dat gehoord had dat het geofferd moet worden, is blij als hij hoort dat iemand anders zich gaat offeren, zodat er geen dieren meer hoeven te sterven en alle mensen vergeven zijn en bij God mogen komen.huisvanvredekinderen

Na de bijeenkomst praat ik met Chinese vrouwen. Waar ze vandaan komen? Ze wonen al jaren in het A(siel) Z(oekers) C(entrum). Nieuw voor mij. Chinese asielzoekers. Ze zijn eenzaam, zitten opgesloten in kleine kamers, de gebruikelijke moeiten. Komen er wel mensen op bezoek soms, vraag ik aarzelend. Oh ja, mensen van de kerken doen heel veel en komen geregeld. Ik slaak een zucht van verlichting. Gelukkig wordt er naar hen omgezien.

Ik ben blij en dankbaar vanmorgen. Op Kanaleneiland. Vogelaarwijk, verpauperd en soms onveilig. Hier staat wel het Huis van Vrede. Jezus is er.

%d bloggers liken dit: