Moeten dan alle dominee’s naar het Noorden?

Overspannen woningmarkt

Ik lees in het nieuws dat de woningmarkt overspannen aan het raken is. Huizen worden verkocht boven de vraagprijs. De honderdduizenden euro’s vliegen je om de oren. Mijn vrienden hebben als huizenbezitters al heel wat meegemaakt. Prijzen die daalden, weer opliepen, door de jaren heen waren er steeds weer pieken en dalen. Wie voor langere termijn kocht kon dat allemaal aanzien vanaf de bank (de luie) en hoefde zich weinig zorgen maken. Veel van deze ouderen hebben nu een huis wat hypotheekvrij is. Of met kleine hypotheken voor verbouwingen. Dat zijn goeie investeringen geweest. En ik gun het hun van harte!

Maar voor wie niet voor lange termijn iets kocht, of helemaal niets kocht zijn de tijden zuurder. Want de huren stijgen en de huizen die je huurt voor hoge prijzen slinken. Ik zag vandaag een advertentie voorbij komen voor een appartement in de plaats waar ik woon, voor 700 euro. Wat krijg je voor die som geld? Een studio van van dertig vierkante meters. Dertig vierkante meter! Dat is schandalig vind ik. Maar een student zal het er zo voor neertellen. Schaarste en vraag doen de prijzen stijgen.

Een middengroep

Ik ga geen blog schrijven over de woningmarkt. Nou ja, een beetje wel dus. Het gaat me om een groep in onze samenleving die vanwege hun beroep geen huis hebben kunnen kopen en nu in toenemende mate met toch enigszins zure gebakken peren zitten (om maar wat beeldspraken door elkaar heen te gebruiken). Het gaat om predikanten. Ik kan niet voor alle predikanten spreken. Zeker niet voor de jongere omdat die weer in in heel andere situatie zitten, soms wel met eigen huis. Maar ik weet dat ik zeker voor een aantal spreek. Namelijk voor gepensioneerde predikanten. Tot die groep behoort echtgenoot.

Het Traktement, bron van vergissingen

Ga ik een zielig verhaal ophangen? Alsjeblieft niet. Wel wil ik een realistisch verhaal vertellen. Waarom? Omdat er over deze groep misverstanden bestaan die tot onbegrip leiden en daarom tot een soort isolement.
Over wat voor misverstanden heb ik het dan? Bijvoorbeeld deze, dat ze toch altijd gratis gewoond hebben in een pastorie, zo’n mooi groot pand? Of dat ze toch een hoog salaris hadden? Dat is publiek bekend want een keer per jaar wordt namelijk de begroting van de kerk besproken, in een vergadering van de gemeente, en dan staat er een enorm hoog bedrag op die begroting met daarachter “salaris predikant”. Geen huur en zo’n salaris? Wie wil dat niet?

Nou, zo zat (zit) het dus niet. ‘Vrij wonen’ werd bijvoorbeeld al lang geleden door de belastingdienst afgeschaft. Er moet dus altijd een percentage huur betaald. En dat kan ook niet (ver) beneden de waarde van het pand. Je kunt dus bijvoorbeeld niet voor 200 euro per maand wonen in een pand dat 300.00 waard is.  Ten tweede verzon de belastingdienst in de jaren negentig dat de waarde van het het pand (de dienstwoning) mee ging tellen in de inkomsten van de bewoner.

Vraag me niet hoe dat technisch zat. Ik weet alleen dat het betekende dat er op een gegeven moment alweer meer belasting betaald moest worden. Meer belasting van dat zg.’hoge’ bedrag dat op de begroting stond. Een soort bedrag dat ik zelf als ‘gewone’ werknemer ( ik werkte een aantal jaren part-time als secretaresse) nooit op mijn salarisstrookje zag. Wat ik zag aan het einde van de maand waren bruto en netto bedragen, maar wat op die kerkelijke begroting stond was een totaalbedrag waar alle premies, en alle verdere verplichtingen aan de Nederlandse staat nog vanaf moesten. En aangezien Nederland een uiterst goed ingericht systeem heeft, waar we allemaal de vruchten van plukken, slonk dat hoge bedrag na alle afdrachten als een berg spinazie in heet water.

Ongunstige positie, belastingtechnisch

Beweer ik nu dat die predikanten dus arme sloebers waren? Nee, natuurlijk niet. Het waren gewoon leraren zeg maar, (zoals een docent op de middelbare school), die alleen wel veel meer uren moesten draaien voor hun inkomsten. Om de zes, zeven jaar verhuisden en dan nog het gekke dat (in de kerken waar wij lid van zijn)  ‘leraren’ voor een kleine klas minder salaris krijgen dan leraren die een grote klas hebben. Maar goed, da’s een ander verhaal. Het voordeel van de positie van een ‘echte’ leraar is weer dat die een gewone werknemer is. Zo niet de predikant. De belastingdienst heeft beslist dat de predikant een zelfstandig ondernemer is. Zo moet de arme man een winst-en-verliesrekening bijhouden. Ook schafte de belastingdienst alle aftrekposten af. Voor studeerkamer en zo. Oh ja een pc mocht je nog afschrijven in drie jaar. Maar dan was alle welwillendheid afgelopen. Nou ja, het leek er in onze tijd op alsof iedere nieuwe belastingregeling in het nadeel van predikanten uitviel. Goed. Er zit vast geen opzet achter. Vervelend was het wel.

De beruchte vrije sector

Nu is het zo dat predikanten vanwege het tijdelijke van hun beroep cq woonplaats meestal geen eigen huis hebben gekocht/kunnen kopen. Wanneer dus het pensioen aanbreekt moet er gezocht worden naar een onderkomen in de huursector. Op zich niets mis mee, ware het niet dat die sector zeer prijzig is geworden. Sociale huurwoningen (tot 750) zijn uitgesloten. Kopen eveneens. Hypotheekverstrekkers zijn niet scheutig voor deze mensen. Tenzij hun vrouwen werken, maar dat is meestal niet (meer) het geval en zeker niet fulltime. Wellicht een tip voor de volgende generatie! Koop op tijd! Als het kan.

Zo kom je dus noodgedwongen terecht in de vrije sector. En we weten het allemaal, tussen de sociale huur en de hoge huur ontbreekt het middensegment. De huur begint dus meestal bij de 850 -1000. Waar je ook zoekt. En dan heb ik het niet over villa’s. Maar gewoon over driekamer appartementen. Projectontwikkelaars hebben dat marktsegment volledig ingepikt. Van Groningen of Zwolle naar Assen of Amersfoort overal start de vrije sector boven de 850 euro voor een redelijke ruimte. En voor huizen van een middenhuur bestaan lange wachtlijsten.
Dat betekent dus dat bij een normale teruggang in salaris bij het pensioen (70%) de bizar hoge huur een onevenredig grote hap uit de inkomsten neemt.

Een andere situatie

En wat dan nog? De reden dat ik dit zo uitgebreid vertel is dat er naar mijn inschatting weinig inzicht is in de impact van dit aspect van de economische omstandigheden van gepensioneerde predikanten. Opnieuw ik spreek niet voor iedereen en wie eindelijk geniet van een Zwitser Leven, het zij je gegund. Maar dat is niet het geval voor degenen die ik ken en ik vang uit mijn omgeving genoeg signalen op. De hoge woonlasten van deze groep pensionado’s  zijn bij veel mensen niet bekend.  Bij vrienden, eveneens gepensioneerde leeftijdgenoten, creëert de (bijna) afbetaalde hypotheek ruimte voor andere zaken.  Wie nog studerende kinderen had in de tijd dat er van vrijgemaakte predikanten werd verwacht dat ze naar gereformeerd onderwijs gingen, soms ver van huis, weet dat er voor een eenverdiener met een groter gezin van sparen in die periode weinig kwam. Wie dat wel lukte: Chapeau! Maar bij ons slokten trein- en busabonnementen de guldens op als gulzige biggen. Om nog maar niet te spreken van het vervangen van de eindeloos gestolen stationsfietsen…Vaak was er aan het einde van het salaris nog een stuk maand over, om met Loesje te spreken.

De hoge huren in de vrije sector

Voordat dit nu op een klaagzang gaat lijken, nog dit. Het gaat me erom bewustzijn te kweken voor een groep die na hun pensionering vooral door de hoge huren het niet makkelijk heeft. En ik denk vaak ongezien. Goed dat de overheid meer aandacht heeft voor de middeninkomens en de middenhuur. En dat ChristenUnie en SGP het onrecht aankaarten dat eenverdieners zoveel meer belasting moeten betalen.

Ik denk dat we maar naar Delfzijl gaan verhuizen. Daar is nog wel iets te vinden dat betaalbaar is. Of in Ernstheem.

flatje in Delfzijl

Ernstheem

Advertenties

Slow Traveler – Lukas Batteau

Bron: http://www.ekko.nl/productie/lukas-batteau-1

Op 22 maart kun je opnieuw kennismaken met de muziek van Lukas Batteau. Dan is de releaseshow van zijn laatste CD: Slow Traveler. Muziek en teksten die me raken. Ik ben natuurlijk niet objectief, maar ik heb wel mijn muziekvoorkeuren. En de muziek en teksten gaan ergens over. Je hoort in de teksten de pijn en wrijving van het leven doorklinken. Maar ook hoe die wrijving een soort slijpen is wat tot inzicht en diepere levenservaring leidt.
Zoals bijvoorbeeld in Telescope, het eerste lied dat hij schreef na een periode van burnout: We having nothing to prove…
In het lied hoor je de bewuste acceptatie van onze menselijke beperking en hoe die in feite leidt tot het gebruiken van juist datgene waar we goed in zijn. Ongeacht waardering, hoe fijn die ook is. Maar een mens leeft niet bij de gratie van die waardering.

Wat roem kan doen met een mens hoor je in het nummer Car Crash, een van mijn favoriete nummers omdat de stem zo mooi warm en melodieus is. Lukas schrijft daarover zelf dit:

“Een schip op het strand is een baken in zee”. It’s a Dutch expression and it means something like “A ship on the beach is a beacon to the sea”. It’s the first line of my new single The Car Crash that is out today.

I remember seeing a picture of Amy Winehouse, taken by some paparazzi photographer in the middle of the night. You see her getting out of a taxi with her husband, ghastly pale and thin, she looks like she’s on the verge of death. It’s an ugly sight. But somehow we glorify it, hence the crowd of photographers. We love seeing it happen. Fame is hell someone wrote, and to me that picture portrays it most vividly.

Kom zelf luisteren!

Ekko releaseshow 22 maart!

Voor 10 euro kun je een avond genieten!
Voor 20 euro kun je een avond genieten en heb je de CD. (Ook via mij te bestellen)

Waarom huilen Koreanen?

In de kerk

north-korean-defector.jpg (630×445)

Ik weet het ook niet echt, hoor, het antwoord. Wel dat huilen, uitbundig huilen, een veel voorkomende expressie is (of was) in Korea. Ik woonde in Zuid-Korea in de jaren tachtig en wist niet wat me overkwam toen tijdens de kerkdienst de tijd voor gebed aanbrak. Net zoals ik gewend was in Nederland begon de predikant met voorbedes en dankzeggingen. Maar toen kwam een moment van hardop bidden. Ik verwachtte een gezamenlijk uitgesproken ‘Onze Vader’, of iets dergelijks. Maar binnen een fractie van een seconde onstond een waterval aan geluiden. Eerst nog ingehouden, murmelend, maar langzaam aanzwellend tot een, in mijn oren hysterische hoogte. Die overigens binnen enkele tellen weer verstomde na het belsignaal van de dominee.

Wat gebeurde er? Het was het geluid van honderden mensen die allemaal tegelijk hardop hun persoonlijke gebeden uitspraken. Maar niet alleen dat. Het waren letterlijk smekingen. Men huilde, sloeg zichzelf op de borst, bewoog heen weer als Joden bij de Klaagmuur. Ik was verbijsterd. Is dit Azie, waar men geacht wordt (door westerlingen) ondoorgrondelijk en stoicijns te zijn? Daar klopte in dit geval helemaal niets van. Maar wat was dit voor een verschijnsel? Was dit een gevolg van theologische opvattingen? Men voelde zich zo zondig en schuldig dat dit de enige houding mogelijk was ten opzichte van God in een directe ontmoeting? Wellicht.

Korean-Funeral-2-images.search.jpg (600×398)

Rouwkleding op een boeddhistische begrafenis

Korean-traditional-funeral-3-images.jpg (600×398)

Knielen voor het altaar uit respect voor het overleden familielid

Rouw

De tweede ervaring met dit fenomeen was ook aan het begin van ons verblijf in Busan. We woonden in een klein appartementencomplex. Op de eerste verdieping, pal onder ons, was iemand overleden. De familie verzamelde zich. Dagenlang bivakeerden zij in de flat. Gekleed in de rouwkleding van een kennelijk boeddhistische familie. Over het kostuum droegen de mannen een hennepmantel en een soort hoge hoed van hetzelfde materiaal. Men hing wat rond. In de overdekte ruimte onder de eerste verdieping werd gerookt, veel gedronken en gewacht.

De begrafenis

De begrafenisdag brak aan. Op de binnenplaats werd een altaar opgericht, zoals op de foto. Met op het altaar een grote afbeelding van de overledene. De mannen en vrouwen bogen diep en de stoet vertrok richting de begraafplaats. Uren later hoor ik een hartverscheurend gehuil en geschreeuw. Wat is er in vredesnaam aan de hand? Op het balkon zie ik de begrafenisstoet terugkeren. Volkomen hysterisch, schor huilend, schuddend, bijna flauwvallend, elkaar ondersteunend nadert men de flat. Wat een vertoon. Later begrijp ik dat dit een teken van diep respect is voor de overleden vader of moeder. Hoe harder men huilt des te groter het respect.

Tranen en respect. Daar zit dus een link. Respect tonen door als het ware op commando te huilen. Hoe harder hoe beter. Ons volkomen vreemd. Hoe minder vertoon van emotie hoe beter immers? Wij zeggen dan al gauw ‘theater’. Superieur als we ons meestal voelen.

De burgeroorlog

Maar een tweede reden achter de tranen in de kerk is (of was) er volgens mij ook. In de jaren tachtig was de Koreaanse oorlog (1950 -1953) relatief gezien nog niet zo lang geleden. We hebben het dan over een periode van dertig jaar na de wapenstilstand. Nu ik ouder ben realiseer ik me des te meer hoe kort dertig jaren eigenlijk zijn. In de jaren van de oorlog zijn honderdduizenden Noordkoreanen gevlucht voor het communisme, naar het zuiden. Met achterlating van vaders, moeders, oma’s en opa’s, broers en zussen, kinderen, kleinkinderen. Zelfs vrouw of man. Gevlucht om in leven te blijven. Met niets. In bittere armoede weer een leven moeten opbouwen. En nooit meer je geliefden kunnen zien. Of spreken of schrijven. Niets.

Dan komen er ook tranen wanneer je mag bidden en je nood mag klagen. En hoeveel van de mensen die om mij heen zaten in die vroege jaren tachtig hadden geliefden op die manier verloren? Ik weet het niet. Men sprak er niet veel over. Maar ik weet zeker dat de tranen om die verloren liefdes zich mengden met de tranen van respect en zondebesef. En in Gods liefde vond men gelukkig diepe troost.

De massale huilpartijen op televisie die wij soms zien na het overlijden van een leider in Noord-Korea zijn natuurlijk ‘gedwongen’. Wee degene die niet treurt om de leider. Die toont immers geen respect, heeft diegene niet hoog geacht, niet lief gehad. Hoe harder en hartstochtelijker men snikt des te beter. Bevreemdend voor ons. Gedwongen voor de meesten daar, maar niet zo vreemd als voor ons. Het hoort ergens bij de oude tradities van het land. En wie weet biedt het gelegenheid stiekum wat tranen te storten om alle ellende die al decennia heerst in dat mooie, maar zo wreed verdrukte land.

Ik zie de bui al hangen

Het was maar een korte uitzending. Laat op de avond, dus ik had hem bewaard voor later op ‘uitzending gemist’. Het was een aflevering van Kruispunt over depressie. Een interview met Antoine Bodar, priester en kunsthistoricus, over zijn depressieve periodes en Marjolein van Kooten. De laatste is een vrouw, schrijfster en (psychiatrisch)cabaretier, die van haar ziekte haar beroep heeft gemaakt.

Haar angststoornis is onderwerp van haar theatervoorstelling waar ze met van alles de draak steekt. Humor als wapen tegen psychische aandoeningen. Dat spreekt me zeer aan. Lachen is helend. De ziekte is al erg genoeg maar zelfs als je middenin een donkere periode zit is het mogelijk om te lachen, hoe paradoxaal dat ook klinkt. Echte humor is immers een lach in een traan?

Bodar ontroerde me. Kwetsbaar en open over hele duistere fasen in zijn leven. Suicidaal en zonder enige levenslust. Voor wie het kent bijna moeilijk om aan te horen omdat het zo herkenbaar is. Ik besefte zelf weer even hoe ver weg ik geweest ben. Marjolein van Kooten verwoordde het heel goed, dat dwaze verschijnsel van je slecht voelen en denken dat het altijd zo was en nooit meer goed zal komen. En vervolgens in een goeie periode je niet meer te kunnen voorstellen hoe het was toen het zo donker was. Alsof je in twee dimensies leeft. Daarom noemt zij haar theatershow ‘Ik zie de bui al hangen’. In goede periodes begin je je op een bepaald moment toch zorgen te maken. Dit duurt nu al zo lang…dat kan niet zo blijven, toch? Ik ga zelf momenteel door een hele goeie periode en het bekijken van een programma als Kruispunt kan dat knagend gevoel losmaken.

De humor van Marjolein geeft verlichting. En de woorden van Bodar. Voor een gelovige is het bestaan van God en je leven in de glans van Zijn liefde te mogen zien (niet voelen altijd) een reden om door te zetten. Bodar zegt: Om fier te zijn.

Margreet

februari 7, 2018

The Great Stink

Het is de naam voor een periode in 19e eeuws Londen.  De stank die de Thames verspreidde was zo intens en ondragelijk dat het gemeentebestuur eindelijk besloot dat het genoeg was. Parlementariers konden niet meer werken in het parlementsgebouw aan de Thames, ondanks natte lakens met chloor voor het raam en karrevrachten met kalk en kalkchloor die gedumpt werden in het water.  Het water in de rivier was verandert in een onafzienbare, stilstaande prut, derrie, zeg maar vloeibare kak…

In Duitsland had ene von Pettenkofer halverwege de eeuw een berekening gemaakt dat een mens per dag drie pond ontlasting produceert. In de stad Munchen woonden rond 100.000 inwonders. Dit keer drie pond en tel uit je winst…Per dag! Waar bleef al die smurrie? Volgens de schrijver werden er per dag 10 karrenvrachten afgevoerd en de rest…ja, waar bleef de rest? En de mest van dieren en ‘de menigte van vuiligheden en rottende delen van allerlei aard?’ Nou, in London lag het in de Thames blijkbaar.

Ik las dit verfrissende stukje proza in een boek van Auke van der Woud, Koninkrijk van sloppen, Achterbuurten en Vuil in de 19e eeuw.(o.a. bldz. 269) Een fascinerend boek waar af en toe je maag van omdraait. Veel van de geschiedschrijving over de 19e eeuw is gedaan vanuit het perspectief van de gegoeden. Volgens de auteur slechts 3 to 5 % van de bevolking toen. Dan was er een helft die tot de zogenaamde middenklasse behoorde (ook weer onderverdeeld in hoog, midden en laag) en de andere helft behoorde vervolgens tot de lage klasse. Eveneens onderverdeeld. Een kwart daarvan behoorde  tot de  aller- allerarmsten.

We hebben het over de eerste helft van de 19e eeuw. Nederland telt zo’n vijf miljoen inwoners.  Twee miljoen mensen konden het ‘redelijk’ redden, maar zonder vetpot. Nog eens twee miljoen konden het net, net niet of helemaal niet redden, het werkvolk, het plebs. En een elite groepje van rijken. Die daar niet wakker van lag. Nederland was nog sterk een standenmaatschappij. Gelukkig kwamen er meer en meer protesten tegen de schrijnende armoede van velen. Als er al een idyllisch beeld bestaat door kunst of literatuur dan gaat het over de levens van wellicht 150 tot 200 duizend mensen. Zij bouwden de mooie huizen, droegen de elegante mode, schreven de gedichten en hadden voldoende tijd en geld om over andere dingen na te denken dan overleven.

865da19156f139542f831b35ec1de958.jpg (1386×842)

Ik ben gaan lezen over de 19e eeuw in verband met het bestuderen van mijn familiegeschiedenis. Die gaat (aan beide kanten) veel verder terug dan de 19e eeuw, maar ik moet ergens beginnen. En omdat mijn familie (aan beide zijden) zeker niet in de 19e eeuw tot de happy few behoorde, intrigeert het me mateloos om te weten hoe het leven van deze mensen er dan uitzag van dag tot dag.

Van het boek van Van der Woud wordt een mens niet vrolijk. Wat een armoede. Wat een vunzigheid. Wat een tragiek in het sterven van zoveel mensen (kinderen en volwassenen) als gevolg van de slechte gezondheidszorg en een totaal gebrek aan arbeids- of voedselveiligheid. De Keuringsdienst van Waarde zou overuren gedraaid hebben. Van overheidswege was er weinig tot niets geregeld, uit angst en aversie voor regelgeving. Blijkbaar stond de samenleving in de 18e eeuw bol van de wetjes en regels en was men daarom uit reactie wars van elke vorm van centraal bestuur geworden. Daarbij hing men de gedachte aan dat armoede een soort natuurwet was. Alleen de kerken konden voor enige verlichting zorgen.

 

Ik lees in de huwelijksacte van mijn betovergrootvader Jan van Katwijk dat hij wegens ‘ ‘behoeftige omstandigheden’  is vrijgesteld van het betalen van leges voor de ondertrouw. Bij zijn huwelijk met Gerritje van der Bruggen in 1830, op twintigjarige leeftijd, wordt het eerste kind ge-echt. Hun Maria was al geboren voor er blijkbaar gelegenheid kwam om te trouwen. Zijn vader Pieter stierf toen Jan zes was. Dat moet indertijd een ramp geweest zijn. Als touwslagersknecht verdiende je een klein loon. En van pensioenen had men niet gehoord nog. Zeer waarschijnlijk leefde zijn moeder van de bedeling,  wat verklaart waarom hij in zulke armelijke omstandigheden verkeerde. Hij woonde aan De Baan, een van de sloppen en stegen van Schiedam. In het boek van van der Woud lees ik over de leefomstandigheden in die woningen. Vaak niet meer dan 1 kamer, met in de hoek een ‘stilletje’, een ton voor de behoeftes. 1 kamer voor het hele gezin,  dat in zijn geval zich uitbreidde tot twaalf kinderen die voor zover in kan nagaan allemaal in leven bleven.

verklaringvarmoedejvk

Dat was voor die tijd ongebruikelijk, want de kindersterfte lag op 30%. Een sterk geslacht dus. Deze Jan van Katwijk, die in 1828 te arm is om de leges voor zijn trouwakte te betalen en in behoeftige omstandigheden verkeert, krijgt uiteindelijk een kleinzoon Jan (1856-1956) die zal leven tot hij bijna 100 is! En uiteindelijk een aantal winkels in het centrum van Schiedam heeft aan het Broersveld. Glas(zetters)- en verfwinkels. Als kind zag ik ze nog rijden: wagens met de naam Van Katwijk Schildersbedrijf. Maar de zaken zijn lang geleden verkocht. Mijn overgrootvader is in betrekkelijk miserabele omstandigheden overleden in 1956. Zijn vader was de ververij ingegaan en dat was een gunstige keuze  voor de van Katwijk-familie. Ik begrijp uit het boek van Van der Woud dat ‘upward mobility’ uitzonderlijk was voor de Tweede Wereldoorlog. Eens een dubbeltje….

Wel is het zo dat een voorvader in de 18e eeuw lid was van het Lucasgilde in Schiedam. Het gilde dat  zich daar specifiek bezig hield met alles wat met glas en verf te maken had. Ergens ligt er dus een vroege link tussen die voorvader van Katwijk en Jacob die weer die business inging. Een spoor om verder te onderzoeken. Glas is in de 19e eeuw van groot belang in de stad Schiedam vanwege de jeneverindudtrie. Glazen flessen en zo! 

Onder andere n.a.v Koninkrijk van Sloppen, Achterbuurten en vuil in de negentiende eeuw.
Auteur: Auke van der Woud
Uitgeverij: Bert Bakker
ISBN: 978 90 351 3597 0

 

Advent

De Kerststal

Vorig jaar kochten we deze ‘ kerststal’ in Utrecht. Gemaakt door mensen met een verstandelijke beperking. We waren onmiddelijk weg van de vrolijke uitstraling. Een simpele uitbeelding maar zo goed getroffen. Hier is iets bijzonders gebeurd! Zelfs de schaapjes glimlachen. Ja. ik weet het, als je goed kijkt zie je dat er een oor is afgebroken…Helaas. Aan de andere kant ook weer een mooi symbool. Die oorspronkelijke schapen en mensen zullen ook wel zo hun barsten, littekens en deuken gehad hebben.

Advent
Advent. Wachten op de viering van de komst van een baby. Hoe spannend kan dat zijn! In alle culturen en bij alle volken op aarde is de komst van een nieuw mensenkind reden voor een feest. Maar hier komt God Zelf. Als een doodgewone baby. Bij arme Joodse ouders. Niet te bevatten.  Dat kun je niet geloven, tenzij hij in de rest van zijn leven iets heeft laten zien dat geen mens ooit kan. En dat heeft Hij. ‘Bewezen Gods zoon te zijn door op te staan uit de dood, waarvan vele getuigen nog in leven zijn’ , zal later een volgeling van hem zeggen.

Hij leefde onder ons…

Als baby al vluchteling in Egypte, als kind en tiener opgroeiend in Nazareth, als twintiger waarschijnlijk werkzaam als timmerman, in het bedrijf van zijn vader. Dan, nauwelijks een jonge man reist hij drie jaar door zijn land om met zijn landgenoten te delen wie hij eigenlijk is en waarom hij gekomen is. Dan geeft hij zijn leven en sterft. Na drie dagen staat hij op uit het graf en  gaat terug naar de hemel. Een voor ons onzichtbare werkelijkheid.

Er zijn ontzettend veel verslagen van zijn leven in het begin van de eerste eeuw in Palestina. Van zijn bewogenheid  voor de armen, de zieken, de daklozen en bedelaars. Van de ongelofelijke wonderen die hij deed. Doven gehoor geven…Blinden gezicht, doden weer leven.  Heeft hij iedereen in een keer geholpen? Hele massa’s tegelijk? Nee, af en toe, hier en daar, een aantal.

om het goed te maken tussen God en ons

Het ging namelijk niet in de allereerste plaats om een gezond lichaam of een gezonde geest.  Het ging veel dieper. Het ging erom dat mensen hem zouden erkennen als de Redder van de mensheid. Alle gebrokenheid in de wereld is een symptoom van iets anders. Zoals pijn een signaal is. Ziekte of dakloosheid is ten diepste niet de oorzaak van ons gebrekkige leven. Gezondheid, rijkdom, eer, macht, wat dan ook, staan nooit garant voor geluk. Integendeel. Lees de roddelbladen maar.
Het met onze rug naar God gekeerd staan, is de existentiele oorzaak van alles wat niet goed is in de wereld. Jezus de Godmens wil ons weer de goeie kant op zetten. De weg is vrij. Het obstakel, de zonde is weg.

Met Advent zegt Jezus: Hier Ben Ik. Ik Ben met jullie. Immanuel. Er gaat iets nieuws beginnen! Heden is de Heiland geboren.
Daarom kijken ze zo blij, die simpele figuurtjes om de kribbe.

Bij de wilde beesten af…

9789024568727_VRK.jpg (583×900)    9789024568901-de-dieren-van-ver-l-LQ-f.png (160×247)    56e7a70a0d8906.14579214.jpg (593×900)

Ik ging dus mijn lokale boekhandel steunen. Ik ging een jeugdboek bestellen uit een serie waarin wilde dieren een rol spelen van Piers Torday.  Ik woon in een klein stadje en ben ontzettend blij met alle voorzieningen. Theater, bioscoop, een HEMA en een goeie boekhandel. Die moet je steunen. Dus niks bol.com. Wel makkelijk als je haast hebt natuurlijk, binnen een dag bezorgd. Maar ik ben stoer.

Ik vraag mijn boekhandel naar een bepaald jeugdboek. Helaas niet op voorraad. Maar geen probleem hoor, zo besteld! En voor zaterdag (ons Sintfeest) binnen. Zeker weten? 100% zeker, mevrouw! Per post of koerier uiterlijk vrijdagmiddag binnen. Ik ga gerustgesteld en voldaan naar huis. Mijn plaatselijke man gesteund. En een mooi boek onderweg. En op tijd binnen.

Zaterdagmiddag. Een half uur voor het feest arriveert het boek, gelukkig nog net op tijd! Toch wel even melden, denk ik nog vluchtig, goed voor hem om te weten dat je niet helemaal vertrouwen kunt op de uitgever/Post.nl. Dan barst het Sintgeweld los en ik ben alleen maar blij met het boek. Helaas blijk ik deel drie in plaats van deel twee besteld te hebben.

Maandag naar het ‘staadje’ (Utreg’s voor stadje=centrum) getogen om het boek te ruilen. Ik dacht ‘even’ in de betekenis van terugbrengen en opnieuw bestellen en hoppa op de fiets naar huis. Maar…De boekenman is niet happy als ik nog vrolijk gestemd, deel 3 op de toonbank leg met de vraag het andere deel te bestellen voor me.

‘Wat moet ik met deel 3?’, zegt hij nors. ‘Zit helemaal niet in mijn assortiment. Onverkoopbaar’. Het verbaast me. Hij heeft juist een goed aanbod van de betere jeugdboeken.
Er begint in mij iets te bewegen. Een tweegesprek. ‘Dan hou ik deze wel’, wil de conflicthatende Margreet zeggen, die alle problemen zo gauw mogelijk wil oplossen.
‘Ben je gek’, zegt de flinke Margreet, ‘je moet toch een boek kunnen ruilen, wat is dit nou?!’
Ik zet mijn irritatie om in een creatieve oplossing: ‘Bestel de andere 2 delen, die heb je zo verkocht!’

‘Nee’, zegt de brombeer. Dan wordt het mijn probleem. Dan kost het mij geld. En ik ken dat hele boek niet.’

CY9DiN7WwAEDyby.jpg (468×292)

De inmiddels boos-wordende-Margreet denkt: Je zoekt het maar uit. Ik doe mijn best jouw winkel te steunen en dan sta je zo te jeremiëren…Los het maar op!’
Met veel tegenzin bestelt de man het tweede deel van de steengoede serie van Torday.  De sfeer is niet helemaal ‘je van het’, maar het is me gelukt vriendelijk te blijven. Echtgenoot die verderop staat heeft al een paar keer met opgetrokken wenkbrauwen mijn kant uitgekeken.

Voor ik vertrek wil ik hem nog even attent maken op het feit dat de 100% garantie niet helemaal klopte. Naief verwacht ik een kort, maar gemeend antwoord, zoiets als: ‘Oh echt? Sorry, maar ja, het is inderdaad een drukke tijd…volgende keer zal ik iets meer onzekerheid inbouwen..’
Al was het de helft geweest, dan nog had hij mijn volledige begrip gekregen. Maar ik had het kunnen weten.
Wat zegt mijn boekenman tegen zijn klant die juist voor hem de webshop meed:

Met licht dedain zijn schouders ophalend: ‘ Ach ja…een dag..wat is nou een dag..moet kunnen..gewoon een drukke tijd.’

Er is in mij geen innerlijke tweestrijd meer. Ik vind deze man ronduit onaangenaam. En mijn irritatie begint uit mijn oren te stomen. Maar wat zeg je tegen zo iemand? Duidelijk niet bereid om ook maar enige klantvriendelijkheid te tonen. Ik had het helemaal verpest met mijn ruiling.
Ik probeer het nog een laatste keer.
‘Nee, dat snap ik, maar omdat je het over 100% zekerheid had toen ik het bestelde voor de Sint…’ Aan zijn gezicht zie ik dat het geen zin meer heeft.

Nog niet helemaal overtuigd van de gebeurtenis, loop ik met echtgenoot naar buiten.
‘Ik kon mijn oren niet geloven’ , zegt die ‘daar gaan we dus niet meer heen. Wat een volkomen gebrek aan klantvriendelijkheid!’

online-cursus-klantgerichtheid-en-klantvriendelijkheid-15-638.jpg (638×479)

Ik voel me enigszins gesteund. Maar ik ben een twijfelaar en begin mezelf al snel af te vragen of ik nu onredelijk was? Misschien dat boek niet ter ruiling aan had moeten bieden? Wat vinden jullie, lezers?

Een ding weet ik zeker. Volgende keer wordt het niet meer de lokale boekhandel. Ook niet de beroemde webshop. Ik ga voortaan voor boeken naar Van Rietschoten. Excellente, viendelijke en snelle service!