Droommeubels bij de meubelfabriek

zitbank Harvink

Ik heb iets met meubels. Met mooi ontworpen meubels. Stoelen, banken, fauteuils, tafels. Ik ga voor mijn plezier dure woonwinkels in om te genieten van beroemde merken als Gispen, Eames, Leolux, Artifors en vele anderen. Mooie lijnen, recht of rond. Hoge kwaliteit bekleding met kleurige stof. Houtnerven die op tafels van puur hout zo mooi uitkomen. Ik kan ervan genieten als van kunst. Meubels ontwerpen en maken is een kunstig ambacht. En (voor mij) even onbereikbaar als Kunst met een grote letter K. Want al dat ontwerpen, bedenken, maken en tentoonstellen is een dure business.
Hoeveel handwerk er nog aan te pas komt in een ‘ meubelfabriek’ werd me eigenlijk vandaag pas duidelijk bij een bezoek aan Harvink in IJsselstein. Ieder jaar houdt men daar een open dag waarbij je een rondleiding door de werkplaatsen krijgt en verder rond mag struinen in toonzaal en outlet.

kleurrijke leren stoffen

We deden de rondleiding die begon bij de stoffen. Grote rekken met zulk prachtig materiaal dat het speeksel me bijna uit de mond liep. En de kleuren! Die kom ik niet tegen op mijn (zeldzame) bezoeken aan de Utrechtse lapjesmarkt.

We liepen door naar de naaisters. Tot mijn verbazing moet ik zeggen zaten daar een rijtje dames al die verrukkelijke stoffen te verwerken tot hoezen en wat dies meer zij. Alles volgens instructies, die met krijtjes op de stof getekend worden door een meneer (jawel, weer een echt mens) die ze uitgesneden heeft volgens mallen. Je kon dat gewoon zien. Ik voelde me als een kind dat voor het eerst ziet dat melk uit de uiers van een koe komt. Bij het begrip meubelfabriek denk ik aan grote machines die, computergestuurd op een lopende band eenheidsmodellen uitspuwen. Hier bleek het tegendeel.

 

Stof snijden aan de hand van een mal

Elk stadium stoel of bank is bewerkt door een homo sapiens. Die met toewijding en fysieke kracht de verschillende onderdelen in elkaar hijst. Het frame komt van buiten. En de het koudschuim voor de kussens ook. Maar de bekleding wordt volledig met de hand gedaan, geheel volgens de wensen van de klant. Die zoekt model, stof en combinatie uit.

Een van de dames aan het werk

Geen wonder dat het product zo duur wordt. Je loopt hier in een schone, plezierige werkplaats, waar mensen met vreugde en trots hun werk doen. Ik vroeg een van de naaisters hoe lang ze dit werk al deed. ‘ Al twintig jaar’ , zei ze met een glimlach. ‘Ik hoef niet meer te werken maar ik vind het zo leuk!’ De ambiance, de arbeidsvoorwaarden, het mooie product waar je aan meewerkt, het geeft duidelijk veel voldoening. Van een rol stof tot zo’ n prachtig vorm gegeven stoel of bank, je ziet het allemaal gebeuren. En daar betaal je als consument, terecht, voor.

Een van de stoffeerders aan het werk

Het is een blijvend dilemma. Als ik de keuze had koos ik voor het echte, Nederlandse, in alle eerlijkheid gefabriceerde product. En niet alleen in meubelland maar ook in alle andere gebieden, zoals kleding en huishoudelijke producten.

Maar een beperkt budget dwingt tot andere keuzes. Het beste is volgens mij tweedehands zoeken naar eerlijke producten die vanwege de kwaliteit makkelijk een tweede of derde ronde meegaan. Ik heb dus een zoekopdracht naar Harvink fauteils op Marktplaats gezet. Eens kijken wat dat oplevert. Niet dat ik echt een stoel nodig heb. Die van Ikea doet het ook nog goed.

Advertenties

Koreaanse soep – voor de koks

Seoul-Kimchi_and_banchan.jpg (2592×1944)Ik zag het op 24Kitchen, Jamie in Korea, op de markt. Hij stond bij een verkoopster van kimchie, het gefermenteerde Chinese koolgerecht met veel rode peper en knoflook dat gegeten wordt als kaas bij ons. Iedere dag, ’s ochtends, ’s middags en ’s avonds, bij elke maaltijd, als bijgerecht. Zonder kimchie geen Koreaanse maaltijd. Het wordt tradtioneel gemaakt van Chinese kool maar ook van andere groenten. Van eenvoudige versies tot hele luxe met dadels, noten, jujubes, peren en wat dies meer zij.

Net als zuurkool moet kimchie rijpen. Vroeger werd het in de herfst gemaakt, in grote hoeveelheden, om daarna in een soort Keulse potten te worden bewaard, de hele winter door, tot de volgende herfst. En soms langer. Ik heb weleens dat soort rijpe kimchie gegeten, maar was daar niet enthousiast over, om het voorzichtig uit te drukken. Er is een dunne lijn tussen overrijp en rot, zeg maar…Maar verse kimchie, zo’n 2 weken oud, daar kun je me voor wakker maken.

Onze hulp in Korea maakte van rettich de meest smakelijke kimchie: Kkakttugie. Blokjes rettich, wortel en gember en dan mengen met de rode pepersaus, knoflook, zout, visconcentraat en rijpen maar. In no time was het op. Ook de kinderen smulden ervan.

kkakdugi-t.jpg (960×640)

Geïnspireerd door Jamie ben ik weer eens naar de Chinese supermarkt in Utrecht getogen, op de Amsterdamse straatweg, waar tegenwoordig steeds meer Koreaanse producten verkocht worden. Ik haalde er kimchie (ja, tegenwoordig uit de fabriek verkrijgbaar)chongga-mat-kimchi-cut-cabbage-kimchi-500g.jpg (600×600),

shi-take paddestoelen, zachte tofu (lekkerder dan de wat droge hardere bij de supermarkt) en noodles.

Thuis maakte ik de soep, een beetje uit mijn hoofd, want ik heb geen aantekeningen gemaakt van Jamie’s recept. Maar alsnog dank aan hem voor de inspiratie!

Ingrediënten (geschat voor 3 a 4 personen):

2 kipfilet
bakje (shitake) paddestoelen, in plakjes
een blok tofu (liefst wat zachte)
kippenbouillon, 1 liter
groene bladgroenten, kool, bosui, spinazie, naar keus
2 kleine winterwortels
Kimchie (optioneel), hoeveelheid naar keus
Koreaanse rode pepersaus (evt. vervangen met sambal of iets dergelijks)
Platte dunne mie, voor 3 a 4 personen.

Bereiding:

Bak de paddestoelen in weinig vet, tot ze een kleurtje hebben. Zet apart.
Snij ondertussen de kipfilet in plakjes of blokjes en de wortel in schijfjes.

In een grote pan bak de kipfilet.
Als de kip kleurt voeg de wortel toe en bak mee. Na een paar minuten voeg de bouillon toe en laat de kip garen.
Voeg de rode pepersaus toe en snij de groenten in grove stukken en voeg toe.

Voeg als laatste de kimchie toe en de in blokjes gesneden tofu.
Even doorverwarmen en proeven. Te flauw? Wat sojasaus toevoegen. Te heet? Wat extra water. (en nog een extra bouillonblokje).
Inmiddels heb je de mie gekookt. Zorg dat die niet plakt.

In een grote kom de mie doen en daarover de soep met inhoud.

Eet smakelijk! Super makkelijk en erg gezond.

Het Bevrijdingslied en de Boerenoorlog

Daar komt hij aangelopen. Met een grote logeertas en zijn stoere rugzak.
– Dat is een legertas, oma. Kleinzoon Noah (6) komt een nachtje logeren. Direct na binnenkomst wordt uit de logeertas het legerpak gehaald. Broek, shirt, een kogelvrijvest en een pet in camouflagekleuren. Helemaal in zijn soldatenrol drinkt hij wat sap en is dan klaar om vermaakt te worden, soldaat of niet.

– Ik heb zin om te tekenen. Hij klimt op de stoel en bestelt tekenpapier en zoekt alvast een fineliner uit. – Wil je geen potlood, suggereer ik, dan kun je ook nog uitgummen als er iets fout gaat….ik ken zijn papiervraat: drie streepjes mis en hup, een nieuw velletje.
– Nee, dat is niet nodig. Hij begint, maar is niet tevreden.
– Kun jij een voorbeeld opzoeken op internet van een tank? De laptop erbij en (wat is het makkelijk tegenwoordig) ‘tank’ en afbeelding intoetsen en daar gaan we. Het moet een simpele tank zijn (‘mijn vriendje op school weet niet eens wat simpel is!’ opgetrokken wenkbrauwen). We vinden er een en gaan allebei aan het werk. Ik met potlood want ik wil gummen kunnen. Tenslotte is dit mijn eerste tank.

Nu gaan we (het is inmiddels een teamjob geworden) een legerboot zoeken. Ik vind een geschikte, maar het is inmiddels de bedoeling dat ík teken en hij kijkt. Ik moedig hem aan zelf ook te tekenen, maar dat stuit op weerstand. Om mij tegemoet te komen doet hij een compromisvoorstel: ok, oma, Jij tekent en dan trek ik hem over. Goed?

Na de (redelijk geslaagde) boot stelt hij voor een bij te knutselen. Wie mij kent weet dat ik geen knutselaar ben. Geeft niet, troost kleinzoon me, ik zal zeggen hoe het moet.
– Haal maar een WC rolletje. En drie kleuren papier, geel, zwart en wit. Ik zoek het hele huis af naar zwart papier en vindt uiteindelijk een zwart notitieboekje. We gebruiken de zachte kaft. Handig rolt hij het gele papier om het rolletje, ik knip zwarte strookjes en hij plakt ze met plakband handig vast. Gelukkig is hij geen perfectionist, wat ik tot mijn verbazing wel blijk te zijn. Maar nee, dat maakt niet uit, oma, een beetje scheef. Ok, ik leg me erbij neer. We fabriceren samen een best wel acceptabele bij, al zeg ik het zelf

Tijd om te eten. Een verrassing voor mij: Altijd afzijdig van modder, plakkerig deeg enzovoort, wil het mannetje nu wel het gehakt in hamburgervorm kneden. We eten smakelijk van de hamburgertjes en dan is er nog tijd om even naar buiten te gaan.

– Ik moet nog wel trainen, zegt hij ernstig, terwijl hij zijn pet opzet en het kogelvrije vest aantrekt. Kom op, opa! Acherop de fiets vertrekken ze richting de speeltuin met loopbrug. Drie kwartier later komen ze enthousiast thuis, zingend.

http://

– Dit is een soldatenlied, oma: we are marching to, Pretoria; hij zet in en opa volgt terwijl ze achter elkaar marcheren door de kamer. Het is een aanstekelijke melodie dus ik marcheer ook nog een rondje mee. We krijgen het over de origine van het lied en dat oorlog niet fijn is. Maar dat past nog niet helemaal in het stoere beeld dat hij van het leger heeft. Als we weer op de bank zitten wil Noah ‘het bevrijdingslied’ zingen. We moeten even achter onze oren krabben…Het bevrijdingslied? – Wat ze altijd zingen bij de bevrijding! Er gaat me een lichtje op. Het Wilhelmus? Jaaa, die!

Hij staat ernstig in de houding, de ene arm stram langs zijn lichaam, de ander in saluut. YouTube geeft de muziek en wij zingen. Eén keer, twee keer, uiteindelijk wel 10 keer, denk ik. De laatste keren staan we zelf ook naast hem, in de houding. Als we het herhalen een beetje moe zijn vindt echtgenoot een YouTube versie waar alle verzen gezongen worden. Wij mogen gaan zitten en op den duur is Noah er ook klaar mee.

Bedtijd. – Kan ik in jouw bed slapen? Ik weet dat mijn nacht dan onrustig is, dus ik zeg dat hij lekker in zijn eigen bed kan slapen, dat ik vlakbij ben, dat ik wachten zal tot hij slaapt. Dat accepteert hij zonder probleem. – Kom je dan wel nog bij me liggen, tot ik slaap? Natuurlijk, beste moment van de dag! Ik kruip naast hem en zing mijn medley. Na drie minuten, op de klanken van ‘er schommelt een wiegje’ is hij in dromenland. Om zes uur kruipt er een jongentje tussen ons in. Als hij me, diep in slaap, steeds meer naar de rand van het bed duwt, verhuis ik naar zijn bed. Nog een paar uurtjes slaap!

 

Samen delen is pas fijn…

Wie wat koopt op Marktplaats is meestal goedkoper uit dan in de winkel. Dat in de eerste plaats. Maar ten tweede, spullen krijgen een tweede leven in plaats van bij het grofvuil te eindigen en onze afvalberg weer een stukje groter te maken. Sommige spullen krijgen zelfs een derde leven. Zolang de kwaliteit nog aanvaardbaar is, is dat alleen maar goed.
Maarrr, wie wat koopt op Marktplaats moet vervolgens wel in actie komen. Het is nog geen bol.com: vandaag besteld morgen in huis.

Zo reserveerden wij onlangs een koelkast op Marktplaats. Al zes jaar lig ik op mijn knieeën op de grond om in ons tafelmodelkoelkastje te zoeken naar dat ene plastic bakje met kaas, of tover ik een versnotterd restje sla tevoorschijn dat uit zicht was verdwenen. In het mini-vriesvakje stouwden we onverantwoord veel zooi, wat iedere keer, wanneer we het klepje openden, naar buiten kukelde. Oh, wat een frustraties..en omdat we niet alles kwijt konden in de ene koelkast stond er ook nog een campinggeval. Voor de extra’s.

De nieuwe/tweedehands koelkast

Nu dus de stap gezet en een behoorlijk model, met vrieslades, voor een goeie prijs gereserveerd. In Oss. Niets dichter in de buurt te vinden? Nee, eigenlijk niet. Dit was een Bosch en niet te oud. Nou ja, Oss is ook niet aan het einde van de wereld. Volgende vraag, hoe vervoeren we dat ding. Zonder trekhaak aan de auto geen boedelbak. De grotere auto van onze zoon bleek niet beschikbaar.

Een busje huren is gelijk zo duur dat we dan net zo goed via Bol.com een Zanussi konden bestellen. Nu verhuren we onze auto regelmatig via SnappCar. Een particuliere autoverhuurorganisatie. Op de site van Snapp een ruime, niet te dure, ouwe bak gevonden: een antieke Dodge Ram Van, uit de jaren tachtig. We halen nog een steekwagentje op bij iemand van de kerk en op een mooie vrijdag rijden we in de Dodge richting Oss. Koelkast zag er prima uit, met behulp van de vriendelijke verkoper  met echtgenoot het ding in de grote laadbak gehesen  en voldaan weer richting huis. Dit loopt gesmeerd.

Electrische zaag geleend via Peerby

Onderweg zou ik bij Boels een electrische zaag reserveren want er moest een dik stuk aanrechtblad gezaagd om het nieuwe apparaat te plaatsen. Tja, dat kostte ook weer dertig euro of zo. De sport bleef om de uitgaves zo laag mogelijk te houden. Het was op het nippertje, maar ik besloot toch nog een oproep te plaatsen op de leen-en-deel site Peerby. En zowaar binnen het uur krijg ik een reactie van iemand niet ver van ons vandaan: kom maar halen!

 

St. Jan, ’s Hertogenbosch

Na een korte tussenstop in Den Bosch voor een kop koffie en natuurlijk even een bezoekje aan de kathedraal, rijden we richting huis.

Thuis aangekomen is het even spannend. Het bakbeest moet uit de Dodge, op de steekwagen gehesen en vervolgens naar binnen gereden, een aantal drempels over. Maar het gaat goed. Echtgenoot is sterk en ik haal zelf ook wat moedige capriolen uit. Nu staan er in de keuken dus drie koelkasten. De rest van het verhaal zal ik jullie besparen. Van hoe het zaagsel als een fontein door de keuken en kamer spuit wanneer het zagen begint, hoe ik bij het uit- en inruimen wel twee potten- met -inhoud laat vallen en de smurrie zich tot aan het plafond lijkt te bevinden. Hoe het overgebleven aanrechtblad langzaam naar beneden begint te zijgen, tot echtgenoot liggend op zijn rug in een mix van het zaagsel en water van de inmiddels ontdooiende koelkasten, een noodsteun aanbrengt.

Stoel als steun onder zacht zijgende plank

Maar het resultaat is geweldig. Wat een luxe om rechtop iets uit de koekast te pakken. En met een royaal gebaar twee broden in een lege la in te vriezen. Hier zit een dankbaar mens. Leve de tweedeurs koelkast en leve de deel-en-recycle economie. Je moet wel zeeën van tijd tot je beschikking hebben was het commentaar van zoonlief.

 

Wat zal ik schrijven? Van geluk?

Boottocht op de Zaan tijdens een van de huwelijksjubilea

Ze willen niet echt vloeien, de woorden uit mijn ‘pen’. Ik zie het aan de vele ‘concepten’  die ik heb opgeslagen. Er spelen een aantal dingen waar ik (nog) niet over schrijven kan of wil. Het lijkt wel of die een soort stop vormen op mijn inspiratie. Ik heb al eens een poging gedaan erover te schrijven, maar het wil niet goed lukken. Schrijven zet zaken aan, waardoor ze gelijk erger lijken. Nog maar niet dus!

vijftig jaar!

Maar het gewone leven biedt veel goeds. Hoe bijzonder is het om in vijf weken tijd uitgenodigd te zijn op drie feesten van bevriende stellen die vieren dat ze 50 (!) jaar getrouwd zijn? Aan de ene kant maakt het dat ik me stokoud voel…mijn vrienden, 50 jaar geleden getrouwd?? Dat overkwam mijn grootouders.. Maar al gauw bedenk ik dat voor echtgenoot en mij de 43 jaar ook voorbij gevlogen zijn. Niet als een permanente roze wolk, dat niet. Maar juist door de dalen heen is de band gekweekt die nu onverbrekelijk is geworden.

De dwang van het voelen

Ik dacht daaraan in een gesprek met iemand waarin de zo bekende ‘ik moet voor mezelf kiezen’ uitspraak voorbij kwam. Natuurlijk zijn er situaties in een relatie waarin alles onhoudbaar is geworden. Ontrouw, verlating, mishandeling, situaties waarin er geen sprake meer is van samen.  Toch denk ik dat niemand meer de 50 jaar zal halen als dat zinnetje vooraan in je hersenpan staat, zoals het nu vaak lijkt. Het zelf is op zo’n voetstuk geheven dat alles moet wijken voor ‘het geluk’ van het zelf. En de definitie van geluk is dan je goed voelen. Op je plek voelen. Liefde voelen.

Wat ik persoonlijk heb geleerd door de jaren heen is dat ‘voelen’ een verschrikkelijke jojo is. Up, up, up en down. Nieuwe ervaringen die adrenaline geven en een kick. Nieuwe liefdes die door de waterval van dopamine’s maken dat je letterlijk in de zevende hemel lijkt te zweven. Maar ja, van elke bergtop moet je weer neerdalen en dan is het gewone leven soms best een domper.

Depressie als kentering.

Wat dan? Mijn leerschool is de depressie geweest. Depressies nemen naast veel andere nare dingen je gevoel van welzijn weg. Het is een rare mengeling van gevoelloosheid en tegelijk verdriet over die gevoelloosheid. Een contradictie, ik weet het maar zo was het (en is het, soms) en veel lotgenoten zullen het herkennen. In de psalmen wordt het mooi verwoord door David: Ik heb zo’n heimwee naar de tijd dat ik vrolijk was.

Hoe kun je leven met een gebrek aan een ervaring van welzijn? Dat is zwaar. Maar het dwong me min of meer na te gaan denken over wat het leven uiteindelijk waardevol maakt voor me. Waar leef ik voor? Voor wie leef ik? Wat is zinvol, ook als het niet de kick brengt die ik vroeger misschien als geluk benoemde.

Dat is een lange weg. En niet voor iedereen met verlammende depressies. Maar die bezinning heeft mij wel veel gebracht. Ik ben niet toevallig hier. God heeft me bedacht. Heeft mij talenten gegeven. Misschien is de depressie wel een talent waarmee ik mag werken. (Waarom zou een talent alleen iets positiefs zijn, iets waar je ‘happy’ van wordt?) Anderen beter begrijpen? Voeling hebben voor wie kwetsbaar is en aan de rand van de samenleving staat? Anderen eraan herinneren, puur door eigen kwetsbaarheid, dat ‘goed leven’ niet persé carriére, geld, gezondheid, succes of vul maar aan betekent. Goed leven heb ik ontdekt is samen leven, anderen meenemen op weg, steunen en gesteund, troosten en getroost worden.  En hoopvol zijn. Omdat dit leven niet het een en al is.

Succes verzekerd?

Is dat een succesformule? Nee, natuurlijk niet. Het is moeilijk om in een succesmaatschappij, van ongekende welvaart, te leven en vol te houden dat dat geen geluk brengt. Om in een maatschappij te leven waarin Jezus meestal een vloekwoord is en niet de Godmens die het ons heeft voorgeleefd: leven met de armen, zieken genezend en uiteindelijk sterven. De bijbel noemt dat ‘lijden’. Zelf God identificeerde hij zich met ons.

Dat inspireert mij. En de Geest van God geeft me mogelijkheden. En opent ook mijn ogen. Voor wie om mij heen, in het leven van alledag, wellicht een steuntje kan gebruiken. Of een beetje begrip. Of een klankbord. Of een goed gesprek. Ik noem dat nu geluk.

 

 

 

Kleine geschiedenis van mijn vader 4 – Van oude mensen

Ik ben de laatste weken weer aan het zoeken. Met name op internet. En wat een grenzeloze wereld aan feiten en documenten is daar te vinden. Wat ik zoek? Feiten en feitjes. Jaartallen, namen, plaatsen alles wat te maken heeft met de geschiedenis van mijn betovergrootvader Buschmann. De opa van mijn oma van vaderskant. Alles wat met hem en zijn nazaten betreft in de Verenigde Staten.  Want, zoals ik al eerder schreef ontdekte ik nog niet zo lang geleden dat de goede man in 1878, op zijn zestigste (!) nog emigreerde vanuit Schiedam, Zwart Nazareth, jeneverstad, naar de prairies van Kansas in Amerika. Eerst vanuit Duitsland naar Nederland als jonge man en alsnog op, voor die tijd toch, hoge leeftijd naar de VS. Al speurend (en gebruik makend van gratis proeftijden van allerlei genealogische websites zoals Ancestry.com) kom ik steeds meer te weten.

Op een goeie dag in 1878 vertrekt Carl Buschman met drie zoons en twee neven van zijn vrouw Helena Poots naar New York. In die tijd nog een lange tocht van rond de twee weken, per stoomboot. Op de scheepslijsten van de Nederlandse Stoommaatschappij heb ik de naam van zijn vrouw en dochter teruggevonden. Die van hem moet ik nog vinden. Op Ellis eiland moet hij vermeld staan in de immigratie-archieven, die ik nog door moet pluizen. Even weer speuren naar een proeftijd ergens! Want alles zit in de VS achter een betaalmuur.

Ik vind hem terug in een kleine nederzetting, Farmington, Kansas, in 1880. Op een lijst van de overheid die land- en veebezit in de staat Kansas in kaart brengt. Samen met zoons en neven heeft hij ontgonnen en nog meer niet ontgonnen land. En vee. Ik zoek nog naar het antwoord op de vraag hoe hij in zo’n korte tijd een redelijk bezit opbouwt. De jongens hebben inmiddels allemaal Engelse namen. Charles, Louis en John. Dochter Catharina is Katie geworden.

Zijn vrouw Helena heeft zich bij hem gevoegd in 1879, samen met hun dochter Catharina, een meisje van 18. Jongste zoon Christiaan (Louis) was 15 bij overkomst. Het zegt wel iets over moeder Helena die op 45 jarige leeftijd haar 10e en laatste kind baart. Dat sterft na een aantal weken. En dan onderneemt ze, op 59 jarige leeftijd nog die enorme tocht naar een onbekend land om daar, met achterlating van al haar oudere kinderen (waaronder mijn overgrootvader), schoondochters, schoonzoons en kleinkinderen en verdere familie, een boerenbestaan op te bouwen. Mijn oma werd een jaar later geboren in1880 en heeft haar grootouders van vaders kant dus nooit gekend. Deze dame, Helena, was dus geen mietje.

Carl of Karel, mijn voorvader kwam van een boerderij in Duitsland. Je ziet in de Nederlandse documenten steeds weer terug komen dat hij een bestaan probeert op te bouwen als boer of beter nog als veehandelaar. Hij begint in Schiedam als brandersknecht wat een hel voor hem geweest moet zijn. Binnen, in de hitte en weinig geld. Al gauw komt onder de (vele!) geboortebewijzen te staan dat hij ‘bouman’ als beroep heeft, boer. Veel grond was het nooit en waarschijnlijk ook gepacht en niet als bezit. Het handelen in vee naar Amerika liep mis omdat de koeien de lange overtocht op een stoomboot niet heelhuids overleefden. Toen moet hij gedacht hebben: ik ga er zelf heen! Hier lukt het niet en zo kunnen tenminste de jongere kinderen nog een toekomst opbouwen. Schiedam eind 19e eeuw was geen prettige plek om op te groeien. Lees het begin van ‘De eeuw van mijn vader’, van Geert Mak er maar op terug.

Zo ben ik nu aangeland op het kerkhof van Stockton, Kansas. Daar heb ik door een reactie van iemand op een genealogisch forum de grafstenen gevonden van beide oudgrootouders. Karl (de Amerikaanse versie van zijn naam) sterft in 1887, dus heeft niet lang kunnen genieten van zijn ‘vrijheid’. En Helena sterft in 1891.  Via een website met foto’s van grafstenen ontving ik deze beelden.

Daar liggen ze dan. De dappere dodo’s. Ik ben eigenlijk wel trots op deze mensen. Maar ik weet nog maar een schijntje, dus de zoektocht gaat door.

grafsteen Karl Heinrich Buschman 1819-1887

grafsteen Helena Buschman Poots 1819-1891

 

Voor mij geen rode wijn meer

En opnieuw zit ik met de gebakken peren. Een half glas rode wijn rond vijf uur gistermiddag. En om 22.30 uur begint het gedonder: Rusteloze Benen. En niet even. Nee, om 12.30 uur ben ik het bed maar weer uitgestapt. Rusteloze armen. Het wordt steeds gekker. Ondanks medicijnen, die meestal goed werken, is het met rode wijn echt een drama. Ik drink al weken geen alcohol meer maar gisteren wilde ik een glas proeven van een geschonken fles en het resultaat is: slapeloze onrust.

Het is duidelijk, het rode druivenvocht is voortaan taboe. Jammer, want ik vind een glas af en toe zo lekker. En feestelijk. Maar een nacht wakker (ik was op tot 03.30 uur) is een te hoge prijs. Het fenomeen RLS (Restless Leg Syndrome) blijft een gemene slaapverstoorder.

Al van jongsafaan heb ik er last van, rare kriebelachtige gevoelens in mijn benen waardoor ik ze niet stil kan houden. Lange ritten in de auto konden ontaarden in een kwelling. Indertijd was er weinig over bekend, veel artsen hadden er nooit van gehoord en keken je glazig aan. Tijdens zwangerschappen was het extreem. Een boek lezen was er niet bij.  Zo gauw ik zat begon het. Ik heb nog nooit zoveel gebreid en gehaakt als tijdens zwangerschappen.  Meestal trok dat extreme na de bevalling weer weg. Sinds ik ouder word is het weer geintensiveerd, mede door het gebruik van anti-depressiva.

Inmiddels is er gelukkig veel meer onderzoek naar RLS gedaan. Het wordt nu gezien als een neurologische afwijking en het valt onder de categorie slaapstoornissen. Veel meer mensen dan aanvankelijk bekend was lijden er aan en onder. Op sommige forums lees je hele tragische verhalen van mensen die er 24 uur per dag last van hebben en al ettelijke medicijnen hebben geprobeerd. Vaak komen ze uit op een combi van verschillende soorten. Het meest voorgeschreven middel is een medicijn dat gebruikt word bij Parkinson, pramipexol. Dat is mij ook voorgeschreven en dat heeft een goed resultaat. Mits ik geen rode wijn drink dus.

RLS is vaak een familiale aandoening. Allebei mijn ouders hadden er last van. Mijn vader het meest. Die probeerde de meest uiteenlopende dingen om er mee om te gaan. Hij heeft zelfs een tijd met schoenen aan geslapen. Dat scheen te helpen. Zielig dat er in zijn tijd geen aandacht voor was. Niemand nam je serieus. Nu is er aandacht, maar een oorzaak is nog niet gevonden. Iets met dopamine….en hormonen…

Het is een korte nacht geworden. Vanaf nu dus rode wijnonthouder. Wens me een goede nacht voor de toekomst.