Van dag tot dag

De dagen verglijden en zijn altijd gevuld. We hebben het voorrecht iedere avond eten te krijgen dus is er veel extra tijd die anders besteed zou zijn aan boodschappen halen en koken. Er komt zelfs tweemaal in de week een hulp die de vloer wat aanveegt en er een natte dweil overheen haalt. Geen Nederlandse poetsbeurt, maar het haalt het stof weer wat weg.

Wat ik de hele dag doe? Geen tuin, geen huishouden, niet koken…Ik geef toe, ik leid een relaxed bestaan. Ik lees een interessant boek van Nancy Pearcy over lichaam en identiteit Love your body, ik schrijf blogs, ik surf (het internet) en ik ga erop uit. Om 10 uur is er ‘chapel’ voor een half uur. Een korte overdenking en (goed) zingen met een bandje. Vandaag had ik overigens mijn eerste Hindi les, van de buurvrouw die lerares is. Gaaf. Ik ben een talenmens en iedere kans die ik krijg om een nieuwe taal te leren grijp ik aan. Ik besef dat het bij het alfabet en wat woorden en zinnen zal blijven, maar het is gewoon leuk. Het is stampen en herkennen van klanken en letters. Het Hindischrift is sierlijk, maar complex. Ik leer nu vijf letters per dag en er zijn er vijftig.

Het kost meer tijd dan thuis om dingen te doen. Water uit de kraan kan niet gebruikt, dus we vullen onze flessen bij de buren die een filtersysteem hebben. Net als je thee of koffie wil zetten zijn de flessen natuurlijk leeg en moet je langs de buren. Douchen is ook geen aangename bezigheid zoals thuis. Het granieten badkamertje is koud, en ondanks het feit dat er volgens mij wel vijf kranen zitten komt er uit geen van allen warm water, helaas. We kunnen een soort boiler aanzetten, gelukkig. Het water wordt dan goed heet, maar je moet absoluut niet op een plens rekenen. De druk is laag, dus een bezemsteel zou voldoende kunnen opvangen. Maar wij mensen hebben wel moeite om het water te voelen. Het is een piesstraaltje. Maar goed, alles went.

Het eten is lekker. En veel. Vaak moeten we de helft teruggeven. Hopelijk zijn er dan mensen in de keuken die er nog wat mee doen. De bedoeling was dat we drie maaltijden per dag zouden krijgen maar het eten stapelde zich hier op. Eieren, roti’s, soep, groentes en dat driemaal per dag. Nu eten we alleen ’s avonds uit de keuken maar ze staan erop ’s ochtends tenminste gekookte eieren te brengen. Op een gegeven moment lagen er iets van 12 eieren te wachten. Toen hebben we toch maar een eierstop ingevoerd.

dagelijks eten

Het klimaat is momenteel heel prettig. Hoewel binnen koud is het buiten al warm en zonnig als in de late lente in Nederland. En alles bloeit de hele winter door. De campus is als een oase! Met oude bomen, overal potten met planten, een plek waar je na de vieze stad op adem komt!

Koffie onder de bananenboom

Het (gewone) leven

Het gewone leven begint hier in Noord India weer op gang te komen. De scholen gaan gedurende de winter dicht vanwege de kou en gebrek aan verwarming. Midden januari begint het schoolleven weer. Niet dat het nu echt zo warm is, maar de zon heeft meer kracht en je kunt tenminste buiten weer opwarmen nadat je handen en tenen bijna afgevroren zijn van de kou binnen. School begint om acht uur en gaat door tot 1 uur ’s middags. Wat ik begrepen heb zonder pauzes. En zes dagen per week!

Onze eerste zondag hier kregen we een lift van een jong stel, naar een leuk eetcafe in Rajpur, een dorpje aan de rand van Dehra Dun. Dochter was daar in de buurt betrokken geweest als vrijwilliger bij een project. Zij, docent journalistiek, hoogzwanger, nog steeds zes dagen per week voor de klas. Hij, docent aan een technische universiteit, heeft het beter met zijn vijf dagen per week. Universiteiten houden het voor gezien bij vijf dagen.

Het is altijd fascinerend levensverhalen te horen. Zij komt uit het Noordoosten van India, groeide op als jongste in een domineesgezin van vijf kinderen. Kwam tot een persoonlijk geloof op latere leeftijd na allerlei ervaringen. Hij, enige zoon in een katholiek gezin, begon zijn zoektocht naar God rond zijn achttiende. Studeerde in Engeland en deed daar mee aan een bijbelstudie en las de bijbel voor het eerst van zijn leven. In de katholieke traditie lees je niet zelf de bijbel, maar vertelt de priester wat er in de bijbel staat. Langzaamaan begon hij interesse te krijgen in wat hij vond in de protestantse kerken. Toen die twee elkaar ontmoetten was er een klik. Probleem: als enige zoon afstand nemen van het katholieke geloof zou een klap in het gezicht van de familie zijn. Een tijdlang ging hij vroeg naar de mis op zondag, om snel daarna op de fiets naar de protestantse dienst te sjezen. Zodat hij maar niet hoefde te liegen als moeder vroeg hoe de mis was geweest. We moesten allemaal lachen om de manier waarop hij het vertelde. Maar het ook iets moois, dat een zoon zo gaf om de gevoelens van zijn moeder en familie.

Hoe dan ook, een keuze moest gemaakt voor het huwelijk plaats kon vinden. Niemand had elkaar nog ontmoet. Hij kwam uit Goa, Zij uit het Noorden. Enorme afstanden om zomaar even op en neer te vliegen om kennis te maken met een schoonzoon/dochter. Het stel was ook geen twintig meer. Telefonisch contact moest dus volstaan. Op de dag voor de bruiloft kwam de familie. Inclusief de 93-jarige grootmoeder van de bruidegom. Hoe zouden ze reageren? De kerkzaal was ‘eenvoudig’ op zijn zachtst gezegd en armoedig als ze eerlijk waren. Geen mooie architectuur als in de katholieke kerkgebouwen. Geen versiering, geen beelden, geen wierook, geen kaarsen. Grootmoeder ontmoette de bruid als eerste en zag de kerkzaal. Tot grote opluchting van iedereen keurde zij alles goed. Toen kon het doorgaan. Oma heeft groot gezag. Zelfs in het moderne India.

Niet miepen, toch?

Het is hier binnen zo verrekte koud. Ik eindigde mijn vorige blog heel dapper maar wennen is best een proces, zal ik maar zeggen. Het gaat gepaard met klagen, aanvallen van ‘dit is toch niet normaal’ en wilde ideeën om via Amazon een grote kachel te bestellen. Maar ja. Dat is dus het proces wat aanpassen heet.

Een voorbeeld. We gaan naar een bijeenkomst en ik denk, dat is binnen, dus ik hoef geen jas mee; buiten is het lekker, dus ik loop er zo heen.
Als we binnen komen zit voorin een man, onherkenbaar vanwege een dikke muts en een sjaal om zijn gezicht. Het enige wat ik zie is een neus en twee ogen. Verder een dikke winterjas. Hij blijkt de spreker. Om mij heen, voor en naast mij, alleen maar dik ingepakte mensen. Wij bibberen ons door de bijeenkomst heen. Buiten wordt de thee geserveerd, in de zon. Wat een verademing, na de ijzige koude van het gebouw.
Eerste les: Binnen dik aankleden, maar wel zo dat je buiten in de zon weer lagen uit kunt trekken.

Nog een voorbeeld. De geur van mottenballen. Niet lekker (eufemisme), vonden we alle drie dus haalden we alle balletjes weg die in ieder gootsteengaatje, afvoerputje en andere openingen liggen. Tot ik wakker word op een nacht en denk, wat ruik ik toch voor vieze rioollucht? Ja dus. Die balletjes lagen er niet voor de lol. Nu verkiezen we de chemische lucht van mottenballen boven de natuurlijke geur van het riool.
Tweede les: Er is een reden voor alles, ook als het vreemd overkomt.

We relativeren hier alles maar met dit lied van Brigitte Kaandorp over haar ‘moeilijke leven’. https://youtu.be/JLNvBvJ-F00

Buiten is het hier fantastisch. Het weer is iedere dag zonnig en de temperatuur nog aangenaam. Ons appartement is gebouwd op een afgesloten terrein en is als een oase in de drukke stad. Met onze dochter als gids zijn we er al veel op uit geweest. Ze woont hier (op een andere plek, in Oud Rajpur, een dorpje vlakbij Dehradun) sinds 3 maanden en heeft behoorlijk haar weg leren vinden. Weet bijvoorbeeld wat de normale prijs is voor alledaagse producten als fruit en zo. En dat helpt want met onze westerse hoofden zijn we al gauw slachtoffer van woekerprijzen. Hoewel je de neiging hebt dat gewoon te betalen, omdat het nog steeds, omgerekend in euro’s, niets lijkt te kosten. Maar dat wordt toch afgeraden.

Zo waren we op de bazaar, de intens drukke dagelijkse markt, zoals je die overal in Azië ziet. Ik waande me weer in Korea, waar ik in de jaren tachtig woonde. Toen was het vooral druk door mensen. Maar hier zijn het de motoren en scooters die je werkelijk van de sokken rijden. Een lange smalle doorgang waar honderden vehikels links en rechts je voorbij razen. Dat bederft de pret enigszins want ik ben gek op al die aparte winkeltjes met producten waarvan ik geen idee heb waar men ze voor gebruikt.

Daarna, voor wat noodzakelijke ‘westerse’ inkopen naar een overdekt winkelcentrum. Het contrast is groot, zoals verwacht en toch altijd schokkend. Vooral omdat daar en niet bij de bazaar, de bedelaars zich verzamelen. Vrouwen met hun vervuilde kleintjes, oude dametjes en jonge jongens. We hadden ons voorgenomen eten te geven, liever dan geld. Toen we de vrouwen met hun kleintjes wat gaven kwamen er in een mum van tijd van overal vrouwen met kinderen op ons af. Wat te doen? Ook de Indiase vrienden hebben er geen antwoord op. De een geeft soms, de ander altijd. De een alleen aan vrouwen met kinderen, de ander alleen aan bejaarden. We zullen onze eigen weg moeten vinden.

Arrival in India

We vliegen laat in de middag via Frankfurt naar Delhi. Wachtend op de Delhi-vlucht zie ik al dat we vergezeld van vele families-met- baby’s de volgende acht uur gaan doorbrengen. Baby’s die geacht worden in door hun ouders gereserveerde, veel te kleine, basinettes te slapen maar dat zelf absoluut niet van plan zijn. Er wordt wat afgeblerd tijdens de vlucht.

Het plaatst me terug in de tijd van onze lange reizen tussen Korea, Amerika en Nederland. Uiteindelijk met vier koters. Ik zie nog de bergen bagage. De lange, lange wachttijden op vliegvelden overal in de wereld als er vertraging was. Sneeuw op de vleugels, oververhitting, storm of regen. Huilende kleintjes. Het eindeloze lopen en wiegen. Het gevoel van bijna-wanhoop dat het nooit zal lukken ze in slaap te krijgen en dan de opluchting als opeens dan toch die oogjes dicht vielen.

De oudere kinderen reisden graag. Films, cadeautjes van de KLM. Uitkijken naar het eten zoals patat, speciaal besteld omdat het in Korea nog niet te krijgen was. Het maakte niet uit dat de frietjes eruit zagen als vette, melige wormen, slap geworden in de heteluchtoven van de vliegtuigkeuken. Eten, cola en filmkijken, het was compleet luilekkerland.

Ik leef mee met de vaders en moeders die urenlang door de gangpaden heen en weer lopen met hun huilende baby’s. En ik kijk geamuseerd naar de grote kinderen die zich in honderd bochten wringen om maar een comfortabele slaaphouding te vinden op de krappe stoelen. Vroeger kon je tenminste nog met een kussen en een deken een slaapplekje creëren op de grond voor een niet al te groot kind. Nu liggen broer en zus uiteindelijk met elkaars voeten in de nek.

Wij hebben voor het eerst slaappillen bij ons. Na het eten is het zover. Beiden nemen we plechtig de pil in en gaan in een slaaphouding zitten. Iets schuiner dan recht. Meer ruimte om te manoeuvreren is er namelijk niet. Hoelang ik slaap weet ik niet, maar zeker drie uur later word ik wakker. En is de vlucht al bijna op zijn eind. Nog maar een keer wat eten, want wat kun je anders doen tijdens zo’n reis. En dan landen we op Delhi Airport.

De overstap naar Dehradun is vermoeiend. Het vliegveld voor binnenlandse vluchten is ver en we moeten dus in een bus erheen. Daar weer door security en als we dan eindelijk willen inchecken ben ik mijn instapkaart kwijt. Blijkt geen groot probleem, maar kost weer tijd. We landen een half uur later in Dehradun, rijden nog een uur in een auto naar ons appartement en dan zijn we na 20 uur reizen op de plaats van bestemming.

Overstappen en onze granieten keuken

Het weer is aangenaam. Een graad of 18. Maar binnen is het als een koelcel. Granieten vloeren, heerlijk koel in de hitte, maar nu, tijdens de korte winter, steenkoud. De inrichting doet me denken aan de zomerhuisjes die mijn ouders huurden in de jaren vijftig/zestig. Het meubilair heeft zijn beste tijd gehad, de deuren piepen en kraken, TL buizen als verlichting en uit de kranen koud water. Het warme water is er na het aanzetten van de boiler en is dan genoeg voor 2 douches. Het is even wennen. Maar het heeft ook wat. Weer even leven zoals miljoenen mensen gewend zijn en dan is dit nog luxe. Gewoon het hoognodige en voor de rest niet miepen.

Alex(i)a at the ACME Hotel

Het klinkt als de titel van een popsong. Zoiets als Hotel California. ‘You can get in, but never leave…’

Maar Alexia* was onze eerste kennismaking met een robot. We sliepen onlangs een nacht in een hotel in Chigago, in de VS. Een leuk, wat alternatief hotel. Dat zie je al aan de inrichting. De rits is een tromp l’oeil.

hotelkamer chigago

breakfastroom acmehotel

Op tafel stond een cilindervormig zwart ‘ding’. In eerste instantie dacht ik dat het een speaker was of zo voor muziek uit een Iphone. Er stonden meer mij vaag bekend voorkomende digitale apparaten, waarvan het gebruik mij net ontgaat. Ik zie ze bij onze nazaten, die de laatste digitale ontwikkelingen op de voet volgen en steeds kleinere en handigere gadgets tevoorschijn toveren.

Alexia

Nu was deze zwarte toren niet zo erg klein, maar wel intrigerend. Vooral toen er vanuit het niets opeens een vrouwenstem klonk: ‘I do not understand the question’, of iets van dien aard. Ik schrok me een ongeluk, want behalve echtgenoot was er niemand anders in de kamer, en ik was me er ook niet van bewust iemand wat gevraagd te hebben. De zwarte toren  bleek dus een robot, bij nader onderzoek, met de naam Alexia. Voor mij een volkomen nieuwigheid, maar blijkbaar al langer in gebruik aangezien prof. Ad de Bruijne een column eraan wijdde in het Nederlands Dagblad van zaterdag 14 juli. (waarschijnlijk achter betaalmuur) Meerdere mensen rapporteerden dat Alexia een eng lachje had laten klinken, onuitgenodigd. Hoe zit het met de invloed van het kwaad op robotmacht? Daarover ging zijn column.

Onze Alexia vertoonde meer onkunde en onnozelheid. Hoe we haar ook bevroegen over tot hoe laat we in het hotel konden ontbijten, ze deed alsof ze ons niet begreep. ‘ Sorry, I cannot answer that question. Ask public transportation for time tables’, en meer van dat soort vreemde antwoorden. We kregen er wel lol in.
‘Alexia, where is the lobby?’
‘Alexia, What time is check-out?’
Maar Alexia was er niet van gediend. Ze begreep ons niet of wilde ons niet begrijpen. 

De volgende morgen hebben we de handleiding nog eens bestudeerd. Er bleek toch een manier te zijn waarop we haar aan het praten konden krijgen. Net op tijd om haar te horen zeggen: Thank you for checking in at ACME hotel.

*Alexia heet dus Alexa!

 

Rags and Riches

Vodden en rijkdom

Ons verblijf in Amerika staat dit keer in het teken van Rags en Riches. (From Rags to riches: Letterlijk van  ‘vodden tot rijkdom’. Uitdrukking gebruikt om aan te duiden dat je in de VS door hard werken kon opklimmen van een arme sloeber tot iemand van betekenis). Van ghetto Brownsville in New York naar yuppie Boston, van Hyatt Regency in Atlanta, GA, naar de studenten-dorms (slaapzalen)  op de campus van Wheaton College in Wheaton, een voorstad van Chigago.

Slaapkamer van studenten in de ‘dorm’ op Wheaton College. Nu ons verblijf

Ik krijg een soort doorsnee te zien van de Amerikaanse maatschappij  in een hele korte tijd. Van links georiënteerde, veelal Trump hatende democraten, (mijn schoonfamilie) tot rechtse, naar Trump-steun geneigde republikeinen. Van de achterbuurten van New York met bijna uitsluitend zwarte bewoners, tot de chique, voor de rijke elite  ontwikkelde, havenwijken van Boston; van de straten van Atlanta met torenhoge hotels en kantoorpanden en talloze daklozen en bedelaars die er naast leven, tot de studentencampus van Wheaton College met de tijdelijke bewoners van een aantal gereformeerde kerken, in vergadering bijeen. Wat een boeiende tocht. 

Downtown Atlanta

Een van de weinige vroeg 20e eeuwse gebouwen die nog niet afgebroken zijn.

Gezicht vanuit het zwembad bij het hotel in Atlanta

Zwart en blank

Je kunt in Amerika steenrijk worden vanuit het niets. Maar Amerika blijft voor mij het land van het juist vlak naast elkaar bestaan van de vodden en de rijkdom. Het contrast is zo groot, met name in de grote steden. In Atlanta maakte ik een lange wandeling. Om aan de veilige kant te blijven ben ik niet ver afgedwaald van de lange rechte weg waar ons hotel aan staat. Maar die weg is eindeloos lang.  Met aan beide zijden fantastische wolkenkrabbers, met ervoor of ernaast kleine parkjes met daarin kunstzinnige sculpturen, (waarschijnlijk verplicht als je een bouwvergunning krijgt). Flitsend gekleed, gehaast kantoorpersoneel passeert me links en rechts, op weg naar hun lunch in de vele restaurantjes en eettentjes aan beide kanten van de straat. En op muurtjes langs de trottoirs de dakloze (meest zwarte), vervuilde zwervers. Slapend, of voor zich uit starend, lusteloos zuigend aan een rietje dat uit een Dunkin Donut beker steekt. Een van de goedkoopste tenten voor koffie. Men bedelt niet. Op een bordje langs de kant staat dat het verboden is. Als ik het hotel later binnenstap valt het me weer op dat al het personeel Afro-Amerikaans is. Alsof de oude tijden van de slavernij herleven. Dat is overdreven, ik weet het, maar ergens schuurt het.

Mensen zien en waarderen

We vliegen van Atlanta naar Chigago en ook op de vliegvelden zie ik het: bijna uitsluitend zwart personeel. Zoals dat trouwens ook in Nederland steeds meer het geval is, mensen van allochtone afkomst die de minste baantjes vervullen. Er is niets mis met het werk, maar de tweedeling van blank en gekleurd stoort me. Ik nam me een tijd geleden al voor de moeite te nemen om mensen waar dan ook, in welke functie dan ook, te zien. Dank je wel te zeggen voor het schoonmaken van de toiletten en vloeren en trappen. Het helpt mij om me minder een misbruiker te voelen van andermans armoede en onvermogen om op een leukere manier in hun onderhoud te voorzien. En het geeft hen waardigheid. Het werk dat ze doen telt. Maar wat te doen met alle zwervers? Antoine Bodar blijkt een zak met euro’s mee te nemen als hij in Rome wandelt. Toch wat meer papieren dollars pinnen.

Noord en zuid

Die middag is de opening van een landelijke vergadering van de P(resbyteriaanse) C(hurch) A(America) kerken. Men start met een dienst waar 3000 (!) mensen bij aanwezig zijn, in een enorme zaal in het hotel. Een van de toespraken wordt gehouden door een zeer charismatische (etnisch) Koreaanse professor in de sociologie. Tweede generatie, dus volledig Amerikaan. Hij heeft veel humor en spreekt over eenheid in verscheidenheid, het aanvaarden van elkaar. Ook de ontmoeting tussen Kim Jong-un en Trump komt ter sprake. Namen worden niet genoemd maar dat hij menselijkerwijs gesproken bepaald geen fan van noch Trump noch de Noord Koreaanse leider is, is duidelijk. Hij noemt echter nadrukkelijk de beperking van wat wij als mensen zien. Dat er ook een wijdere blik is, die de werking van God durft zien, door alles heen. Niemand wil valse verwachtingen wekken. Maar hoop is altijd aanwezig, zegt hij. De diepe pijn en bitterheid die alle oudere Koreaanse generaties met zich meedragen (er is zelfs een woord voor: ‘Han’, ik schreef er eerder over) de vele gebeden, zou God door deze falende leiders misschien toch een wonder kunnen doen plaatsvinden? Dat was  de teneur van zijn benadering.

Ook hier: vodden en rijkdom. Het verarmde, hongerende Noord Korea en het rijke Zuid Korea en Amerika. Naast elkaar en vijanden. Mijn gebed is dat er een mate van vrede mag komen. Niet ter meerdere glorie van de leiders, maar voor het arme, lijdende volk van Noord-Korea.

 

Nu zijn we dus beland in Wheaton. Bij een kleinere kerkelijke vergadering. Met een stuk minder luxe. De overgang was even wennen.

 

Wordt vervolgd

Drie portretten in Harvard Art Museum

Harvard Universiteit in Cambridge ,VS, heeft een prachtig nieuw gebouw neergezet waarin alle kunstbezit nu verzameld is, Harvard Art Museum. We bezochten het onlangs en genoten. De collectie is opgedeeld in zalen die de naam dragen van de weldoeners die de kunst aan het museum schonken. Niet zo maar een schilderij hier of daar, nee, hele zalen vol met oude kunst, moderne kunst, expressionisten, impressionisten, pre-Rafaelieten, Middeleeuwse kunst, Grieks, Romeins enzovoort. Alles komt uit privé-bezit en is nagelaten aan Harvard. Niet nodig om te vermelden dat Harvard een van de rijkste universiteiten van de wereld is.

Robert Smullyan Sloan – Negro soldier

Thomas Eakins – Miss Alice Kurtz

Mary Cassatt – Woman on a striped sofa with dog

Deze portretten trokken mijn aandacht. Het eerste, van Robert Smullyan Sloan (1915-2013 Boston) is een portret uit de jaren veertig van de vorige eeuw. De afbeelding is van een zwarte Amerikaanse soldaat. Hij draagt volgens de informatie een onderscheiding voor goed gedrag en een die aangeeft dat hij heeft deelgenomen aan de strijd in de tweede W.O. in Europa en Afrika. De titel is echter Negersoldaat. Niet wat hij deed, niets over moed en inzet, maar tot welk ras hij behoort beschrijft hem. In de achtergrond zie je de gebouwen van Harlem, de zwarte achterbuurt van New York, waar het leven vaak uitzichtloos was en is. De Afro-Amerikaanse soldaten werden (en worden) in het leger gediscrimineerd en bij thuiskomst hadden ze weinig vooruitzicht omdat ze ook daar weer werden geconfronteerd met racisme. Op het eerste gezicht zie je een prachtig geschilderd portret, maar met de achtergrondinformatie krijgt het een enigszins grimmige lading. Deze moedige man, met zijn mooie outfit en warme, ernstige ogen zal straks weinig toekomst hebben in het racistische Amerika van de jaren veertig en vijftig.

Hoe anders is het leven voor de vrouw in het portret van Miss Alice Kurtz, dochter van een bankier uit Philadelphia. Geschilderd door Thomas Eakins (1844 -1916). Dit meisje heeft andere beperkingen. In haar tijd waren de rollen voor man en vrouw strikt omschreven, zeker voor dochters van de welgestelden. Eakins wijkt af van de traditionele wijze van het weergeven van vrouwen in dat hij niet idealiseert en zich niet in de eerste plaats richt op schoonheid maar op haar innerlijk. Ze kijkt dromerig en niet heel gelukkig. Je hebt het idee dat je kunt voelen wat haar stemming is. Haar vader echter was niet blij met het portret en zette het op zolder nadat het af was. Hij vond het te levensecht en niet complimenteus.

Het derde portret spreekt me aan omdat het zo speels en vrolijk is. De interactie tussen de vrouw en het hondje is zo ontspannen en zonder spanning. Ze heeft simpel plezier in de interactie met het dier. Het is een schilderij van Mary Cassatt (1844-1926), een Amerikaanse die naar Parijs vertrok en tijdgenoot was van de impressionisten, zoals Degas. Dit portret, Woman on a striped sofa with a Dog, is nog in de klassieke traditie. Aanvankelijk probeerde ze geaccepteerd te worden door de Salon. Later schilderde ze in de impressionistische stijl als een van de weinige vrouwen. Meestal moeders en kinderen. Ietwat sentimenteel, maar wel heel treffend.

Drie gezichten, drie tijdperken, drie levens.

Let the party begin

En toen stroomden de familieleden binnen. Uit New York, Nederland, Californië, en Shellburne Falls en nog wat andere plaatsen. De flat (110 m2) van mijn schoonvader barst uit zijn voegen. Met twee W.C.’s, een douche en een wastafel is het nummertjes trekken om aan de beurt te komen. Niet iedereen slaapt hier, gelukkig. Er zijn twee slaapbankjes met matrassen van maximaal 140 cm breed en 180 lang), dus vier personen kunnen hier logeren (en proberen een oog dicht te doen op de krappe matrasjes). Het leukst is de keuken. Er is een antieke gasplaat waarvan twee en als je geluk hebt, soms drie branders het doen. Ernaast is een klein aanrechtblad. Daartegenover is de gootsteen, met daarnaast eveneens een aanrechtbla(a)d(je). Als tien mensen willen eten wordt het krap daar. Onder het aanrecht is de afwasmachine. Heilige grond. Want schoonvader heeft strikte regels voor het inruimen. Alles moet gespoeld als ware het 100% schoon en dan pas mag het erin. Voor nieuwelingen altijd even wennen. Is de afwas gedaan of moet het ding nog draaien? Ook een vurige wens van het hoofd des huizes is, geen spullen op het aanrecht, of in de gootsteen. Spoelen en in de machine. Kan altijd hergebruikt worden.

Verder is schoonvader voor een negentigjarige zeer flexibel. Hij volgt rustig zijn eigen routine. Broodje in de ochtend, broodje voor lunch met chocola als toetje, maakt niet uit hoe laat anderen eten, hij eet op zijn eigen tijd. Om zes uur het nieuws, om zeven uur Big Bang herhalingen voor 2 uur. En om elf uur Seinfeld herhalingen. Als wij op een oor liggen horen we hem schateren in de woonkamer. Daarom leeft hij zolang, zegt echtgenoot. Hij lacht drie uur per dag!

Straks gaan we naar de boot, om zijn negentigste verjaardag te vieren. Een rondvaartboot voor veertig mensen, met eten en drinken voor drie uur. Een enorme uitgave, maar voor hem heel belangrijk. De laatste keer dat ik mijn verjaardag vier, zegt hij steeds. Iedereen is druk bezig met het schrijven van gedichten of speeches. De muzikale leden van de familie gaan zingen en dansen. Het wordt een waar feest. Een teleurstelling, het weer is slechter dan we zelfs hadden durven denken. 12 graden met regen. Eergisteren was het 28 graden. Het weer is volkomen onvoorspelbaar hier. Maar we laten het de pret niet drukken.

IMG-20180604-WA0002

Zes vrouwen maken zich klaar in een smalle kamer en trekken hun mooiste kleren aan in de geest van mijn overleden schoonmoeder. Die deed niets liever dan zich zo mooi en exotisch mogelijk kleden wanneer ze de kans kreeg. We missen haar allemaal. Als we alle zes in vol ornaat zijn blijkt dat we zonder overleg toch een soort dresscode hebben. We dragen wit, crème en goud.  Let’s party!

2018-06-05 17.39.09

 

 

Groene parken en BBQ New York

Als we maandag wakker worden is de grond aan mijn kant van het bed kletsnat. Het raam waarin de tijdelijke Airco geplaatst is blijkt nu te lekken als een mandje. Voor we weg kunnen moet dat raam dicht en echtgenoot trekt en sjouwt het ding eruit. Op dat moment beslis ik dat het nu genoeg is en dat ik geld terug ga vragen. Inmiddels is de helft van het geld teruggestort met excuses. Een airbnb in Brownsville, Crown Heights heeft zo zijn risico’s. 

Vandaag is Memorial Day, dodenherdenking maar met een feestelijk tintje. Veel families hebben vrij, en er wordt volgens traditie overal gebarbecued. Veel musea zijn dicht en eigenlijk hebben we na een dag binnen wel zin in buiten-zijn. Maar wanneer in New York moet je toch minstens naar de MET, of MOMA, of Guggenheim. We checken op internet en gaan in overleg. Eigenlijk vind ik Manhattan te ver, toch zeker een uur, anderhalf onderweg. De musea in Brooklyn zijn dicht (gelukkig) dus we besluiten naar een park te gaan. Met een picknick.

Prospect Park, Brooklyn Bridge Park, welke gaan we doen. We kiezen voor Brooklyn Bridge Park. Met uitzicht op de New York skyline is daar langs de Hudson rivier een schitterend, uitgestrekt park aangelegd op het puin en de afgraving van het nieuwe World Trade Center. Het is er druk maar er is zoveel ruimte, we genieten! We eten onze boterhammetjes, knabbelen onze pretzels met guacamole dip en eten een ijs toe. Ik kan er geen ijsje van maken, daar zijn de Amerikaanse afmetingen niet naar.

Uitgebreide BBQ plekken voor families

Uitzicht op Manhattan

Brooklyn Bridge Park

 

Overal picknicktafels

We lopen einden door het park en relaxen. Zo kan ik New York wel aan. Maar als we teruglopen naar de metro en onze bagage gaan ophalen bij onze dochter denk ik, ik ben blij dat ze daar niet lang meer woont. De wijk zuigt alle energie uit me, en ik ben blij wanneer ik in de bus zit richting Boston. Als ik daar uitstap en richting de flat van schoonvader loop adem ik de zeelucht van de haven in en ben weer thuis. Mijn tweede thuis.

 

 

Koud, warm en sociaal New York

De temperatuur is in de nacht gedaald van 28 naar 15. De regen komt met bakken uit de hemel. We staan vroeg op om naar de kerk te gaan met dochter Saskia. De kerk is in een school in dezelfde wijk, Crown Heights. Maar de wijk is bijna zo groot als Utrecht dus we nemen een taxi na koffie en ontbijt. We worden warm welkom geheten als de ouders-van en krijgen een mok en een kaars. Leuk om zoveel mensen van allerlei etnische achtergronden te zien, afro-Amerikaans, Koreaans, Chinees, Braziliaans, Nederlands…Het doet me weer beseffen hoe wit mijn eigen kerk is thuis.

De dienst is mooi. Informeel met veel zingen en een sterke boodschap. Kijk elkaar in de ogen zoals Petrus de verlamde man in de ogen keek en vraag wat je voor die ander kan betekenen met jouw talent. Petrus zegt, ik heb geen geld, maar wat ik heb kan ik je geven.

2018-05-27 16.56.41

Na de dienst verzamelt er zich een groep rondom ons om te gaan lunchen. Traditie hier, zo mogelijk na de samenkomst in een restaurantje wat eten en napraten. Bij iemand thuis is logistiek niet echt een optie. Niemand heeft een auto, iedereen komt van ver weg, dus in de buurt wat eten de stijl. We komen in een leuke tent terecht, maar het wachten duurt lang en de bediening is slecht. Ik zit naast een goeie vriend van onze dochter, een accountant. Met een Nederlandse achternaam, De Vries, en het uiterlijk van een Spanjaard. Vader is derde generatie Nederlander uit Friesland, moeder is eerste generatie uit Guatemala. Heerlijk die mix.

Tegenover me zit een andere goede vriend, Afro-Amerikaan uit het zuiden van de VS. Naast hem zit Jamie, een Koreaanse vriendin. Ze werkt(e) voor een organisatie die noord Koreaanse vluchtelingen in China helpt. Op de vraag wat ze denkt over de (mogelijke) ontmoeting tussen Kim Jong-un en Trump aarzelt ze. ‘Ze zijn allebei niet goed snik, dus wat kun je verwachten?’ is uiteindelijk haar antwoord.

Naar onze volgende ontmoeting kunnen we lopen. Dit is een bijzondere, want de vrouw (met haar echtgenoot) hebben we sinds 1988 niet meer gezien. De ontmoeting vat onze gemengde geschiedenis goed samen. Roshini Ebenezer komt uit India. Haar vader en moeder studeerden theologie bij echtgenoot en zijn collega in Pusan, Zuid-Korea . Roshini deed mee op onze ‘school’. Onze vier kinderen, de vier kinderen van de andere familie kregen les van een Nederlandse juf of meester en Roshini volgde haar eigen programma in het Engels. (Hier nog meer geschiedenis van onze Kosindis). Roshini studeerde in Amerika en trouwde er. 20180527_154849

Nu ontmoeten we elkaar, in weer een ander cafeetje voor koffie. We praten bij. Roshini werkt voor de Wereldbank, maar is vooral betrokken geraakt bij het werk van haar moeder in India. Het begeleiden van vrouwen naar werk door gebruikmaking en ontwikkeling van hun talenten op het gebied van handwerken en/of koken en bakken. Al 17 jaar is haar moeder daar onvermoeibaar mee bezig en ziet echt resultaat van haar werk. De kinderen van de moeders gaan naar school, volgen een opleiding en zullen ook hun kinderen weer beter kunnen opleiden. 

20180527_160214

Onze dochter is juist in dit soort projecten zeer geïnteresseerd dus een geanimeerde discussie is het gevolg. Wie weet kan ze nog iets betekenen aan de marketing kant van prachtige handbeschilderde zijden producten.

%d bloggers liken dit: