Categorie archief: Persoonlijk

Familie-archief en de moeite met opruimen

Familie
Ik verzamel. Foto’s, knipsels, papiertjes, het maakt niet uit, als het ook maar iets met de familie te maken heeft stop ik het in de desbetreffende map met de familienaam waaronder het bewaard moet worden. Ik heb inmiddels 12 mappen met familienamen in beide richtingen. Nu raken die mappen regelmatig vol en dwing ik mezelf er weer eens doorheen te gaan. Een mens kan immers niet ALLES bewaren. Veel aantekeningen heb ik op losse papiertjes staan en daar word ik zo nu en dan gek van. Maar op ieder papiertje staat naast dubbele informatie ook net weer iets unieks. Papiertje nog maar even bewaren. Terug in de map dus.

Opschonen

Gisteren had ik een opschoonbui. Ik ben langzamerhand bezig feiten en informatie op te slaan op de pc en foto’s aan het scannen. Een project dat zo verslavend is wanneer ik daar een keer mee bezig ben, dat ik het soms uitstel om verder te gaan. Om te voorkomen dat ik niet weer, uuuuuren later, uit een soort roes ontwaak. Maar goed, met het oog op dat project nam ik een paar mappen terhand om die te ontdoen van wellicht onnodige en/of dubbele paperassen en foto’s.

Ik startte met de map van mijn moeder, of beter gezegd met die van haar familienaam, de familie van Katwijk, de dikste map. Opruimen is, net als genealogie, een gevaarlijke bezigheid, zoals iedereen die het weleens doet zal weten. Ieder ding dat door je handen gaat houdt het risico in zich dat je er tenminste een uur mee bezig kunt zijn. Of een hele dag. En dan denk je na al die vervlogen uren, waar was ik nu ook weer mee begonnen?

Ik besloot de rouwpost die mijn moeder (mijn vader was jaren daarvoor al

Co van Katwijk, 19/10/1997

overleden) ontvangen had na het sterven van mijn oudste zus in 1992 weg te doen. Maar eerst toch nog (even) door te lezen. Wie weet zat er nog iets bij, informatie of zo, over haar. Mijn zus pleegde zelfmoord, al 25 jaar geleden en nog steeds houd me dat bij tijd en wijle bezig. Dus die brieven wilde ik zeker bekijken. De meeste kon ik na vlugge lezing in de papiermand gooien. Mooie woorden, pogingen tot troost, maar niet heel persoonlijk.  Sommige heb ik echter bewaard. Brieven van geschokte, verdrietige mensen met wie ik zelf geen of weinig contact heb of had, maar die mijn zus kenden.  

Een oud-leerling, een studiegenoot.  Wellicht kunnen ze me nog eens wat over mijn zus vertellen, zo redeneerde ik; ik heb er hier al eerder een blog over geschreven. Inmiddels 20 jaar ouder dan zij ooit geworden is, was en blijf ik haar acht jaar jongere, ‘ kleine’ zusje. Zij had al een heel leven achter de rug toen ik kwam kijken, bij wijze van spreken. En van dat leven weet ik tot op heden (te) weinig af.

Er waren een paar uur voorbij gegaan. Tijd voor een pauze. Voor mijn gevoel had ik een lange, verre reis gemaakt. Ik moest nodig landen in het hier en heden. Steeds weer een vreemde ervaring  hoe je zo in gedachten tussen de tijden door kunt bewegen, als een vlinder die rondfladdert in een vlinderstruik.  Ouder en jonger, levenden en gestorvenen, gestorven bekenden  en levende vreemden die vrienden waren. Ik moest een momentje in het heden een boterham eten.

Een oud adressenboekje

adresboekje Ma

’s Middags verder. Volgende item: oud adresboekje van mijn moeder. Foeilelijk ding, zoals mijn moeder meestal eerder nuttige (goedkope) dan mooie dingen voor dat soort zaken had. Weg ermee! Toch even kijken. Ze had de gewoonte (ik heb het van haar!) in alles aantekeningen te maken, gewoon op elk papieren oppervlak dat op dat moment voorhanden was. Wie weet vind ik iets unieks. Slecht plan. Bladzijde voor bladzijde begint zich een heel leven voor me af tekenen. Dat van haar, mijn vader en mezelf, broers en zussen. De adressen van  vrienden en familie, in een stevig, helder handschrift genoteerd. Bij verhuizingen doorgehaald en iets minder duidelijk ernaast of eronder gekrabbeld.

Ik herken de namen van vele vrienden van vroeger. De feestjes en bezoeken beginnen zich als een film in mijn hoofd af te spelen. Ik hoor het geroezemoes en gelach en ruik de rook. Ik vond het gezellig als er mensen kwamen. Er was lekkers, limonade, zoutjes. Alle dames puften Stuyvesant en de heren echte sigaretten. De jenevertjes, de advocaatjes. Ze genoten ervan. Mijn vader dronk graag een borreltje. Mijn moeder niet. Kon er niet tegen en begon na 1 advocaatje al woorden om te draaien. Wat de feestvreugde alleen maar verhoogde.

Ik zie bij de naam van een goeie vriendin van mijn moeder de keuken weer voor me waarin ze samen stonden te smoezen. ‘Kun je het zien?’, vroeg de vriendin bezorgd, alsof ze zich schaamde. ‘Welnee joh’, zei mijn moeder ‘hou je tasje ervoor.’ Verwend kind als ik was rustte ik niet totdat mijn moeder me vertelde wat niet gezien mocht worden. Wist ik veel. ‘Ze krijgt een baby’, fluisterde mijn moeder uiteindelijk, niet bestand tegen mijn gezeur.  Ik was stomverbaasd. Dat was toch juist fijn had ik altijd geleerd. Ik had geen idee van hoe zwaar een groot gezin kon zijn voor vrouwen; van de relatieproblemen van het stel. Nog minder van de verwarring die de aankondiging van mijn eigen komst, zeven of acht jaar daarvoor, had gezaaid. Op een vijfde kind was niet meer gerekend in feite. 

Werden er diepere gesprekken gevoerd op de feestjes en verjaardagsavonden? Ik kan het me niet goed herinneren. Maar ik was een kind dus zal dat niet zo opgevangen hebben. Er was natuurlijk altijd een mannen-en een vrouwenhoek. Men kende elkaar allemaal van de kerk, dus de wortels gingen diep. Van de familie was niet iedereen van dezelfde kerk. Dat lag gevoelig, dus lette men op de woorden. 

Alle adressen van broers en zussen zijn doorgestreept. Op een paar na. Die leefden nog in mijn moeders tijd, maar zijn nu ook overleden. Zwagers en schoonzussen, van beide kanten zijn ze er niet meer. Een hele generatie mensen samengebald in een onooglijk NafNaf adressenboekje met een kartonnen kaft. Metafoor voor onze vergankelijkheid.

En verder

Ga ik het bewaren of doe ik het weg? Eerst moet ik nog wat andere dingen bekijken. De agenda van mijn zus uit het jaar 1992. En het gastenboek wat ik had aangeschaft voor mijn moeder. Toen ze begon te dementeren en vaak zei dat er nooit iemand langs kwam,  zouden we in het boek opschrijven wie en wanneer bij haar langs was geweest. Ze ging het echter gebruiken als een soort dagboek met berichten aan mij, hoe het met haar ging. heel ontroerend. Na 10 jaar wil ik het weer eens lezen.
Daar heb ik echt een nieuwe dag voor nodig. Ik ben moe en stap uit mijn tijdcapsule.
Heb ik nog dingen opgeruimd? Jazeker.

Nou, eerlijk gezegd, beter georganiseerd. Want weggooien, je weet maar nooit of je er spijt van krijgt…:)

Advertenties

Hoe ver rijden Wijhe was…

De reis

Om 9 uur in de morgen fiets ik (hard!) naar het tramstation in de buurt. En oh, opluchting, ik ben op tijd. Onze sneltram is een boemeltje tussen Ijsselstein en het Centraal Station in Utrecht. Ik kan de afstand bijna net zo snel fietsen, maar dan moet ik me heel erg inspannen en dat zweet zo naar. Ik neem dus liever de slow-tram. Heel mindful, dat langzame, zoevende ritme.

Vervolgens pak ik op CS Utrecht de trein naar het station waar mijn vriendin me gaat ophalen, een goed half uur verder. Wanneer  ik bij haar in de auto stap ben ik inmiddels anderhalf uur onderweg. We rijden richting Wijhe. Naar museum de Fundatie. Niet die in Zwolle, maar de dependance Het Nijenhuis, die na ruim een uur rijden wel in Duitsland of zo lijkt te liggen. Bijna 3 uur na mijn vertrek van huis arriveren we bij het kasteel, even buiten Wijhe.

xml_9000001919.jpg (630×903)

Chaja Goldstein – Paul Citroen collectie Fundatie

Helemaal gaar strijk ik neer in de koffiekamer van het kasteel. Koffie met een broodje is alles wat ik wil. Na  twee koppen koffie en een broodje pate (heerlijk, eten we thuis nooit meer..), ben ik weer zo ver dat ik aandacht voor mijn omgeving krijg. Wat een mooie plek is dit! En wat een mooie schilderijen hangen hier al in de koffieruimte aan de muur van Paul Citroen. Portretten. Prachtig.

Kasteel Het Nijenhuis – foto internet

Het kasteel en zijn bewoner

We laten ons via een audio voorlichten wat kasteel Nijenhuis was en is. Boeiend! Eeuwenoud en in het wisselend bezit van een aantal oude adellijke families zoals de familie Bentinck en van Palland , (wie herinnert zich Nina en Frederik nog? Hij was een van Palland). Uiteindelijk in vervallen staat gekocht door de provincie Overijssel die het restaureerde. Dit op aandringen van Dick Hannema (1895-1984) kunstverzamelaar en -kenner.  Ooit directeur van Boymans die niet geheel zonder kleerscheuren uit de oorlog kwam. Hij hield namelijk het museum open en moest daarvoor samenwerken met de Duitsers. Naar eigen zeggen om de kunst te beschermen. Lucette ter Borg schrijft op de Kunst van Waarde webpagina dat hij, afhankelijk van wie sprak, gezien werd ‘als autocratisch museumdirecteur, handige schurk, kunstcollectioneur, meeloper van Hitler, ‘of’  verblinde ijdeltuit… ‘

Hij werd aan de kant gezet, ook omdat hij een vervalsing van de beruchte van Meegeren had aangeschaft als een echte Vermeer. Vanaf eind jaren vijftig woont hij in Het Nijenhuis. Zelf had hij de provincie Overijssel ervan overtuigd dat het kasteel de moeite van het restaureren waard was.  Dit gebeurde en als tegenprestatie voor het mogen wonen in het kasteel stelde hij daar zijn collectie ten toon voor het publiek.  Het hele kasteel is vrij toegankelijk, heel boeiend om alle kamers en kunst die er is te zien. De arme man woonde in het enorme kasteel in zijn eentje als vrijgezel. Alles hangt door elkaar, modern en klassiek,  ‘een maffe collectie’ volgens voormalig directeur Agnes Grondman in 2016.

De kunstverzameling

We dolen rond in de ruimtes, af en toe plezierig verrast door de kunst in velerlei vorm of een verzameling van Chinees aardewerk of fossielen. Hannema was veelzijdig en had een brede smaak. Geen echte focus, hoewel hij indrukwekkend veel van alles heeft. Mooi vond ik de verzameling antieke Chinese monochroom vaasjes,  penseelpotten en dekseldoosjes. In diep rood, groen of geel. (Onderstaande plaatjes zijn niet uit zijn collectie maar van internet als voorbeeld.)

7a08d4be91750f1d73314b66bb2fe2ce--chinese-ceramics-work-of-art.jpg (248×385)  xml_0000001233.jpg (478×620)

In een van de zalen is een speciale expositie van schilderijen van Markus Kruger, Hortus. Hyper realistische landschappen en huizen. Verlaten, geen mensen of dieren te bekennen. Maar er gebeuren wel dingen. Een huis staat in brand, er liggen strobalen in een angstwekkend nette ordening. (in het filmpje met toelichting wordt gesproken over een mathematische ordening..haha, geen wonder dat ik het woord angstwekkend gebruikte).        Een boom groeit door het dak van een huis. Ik voel geen verbinding met de geschetste wereld. Bewondering voor de techniek en het ambacht van de schilder, dat zeker. Maar zijn wereld is onheilspellend en zo leeg. Niemand grijpt in en alles is statisch,  en juist daardoor met een onderliggende dreiging. Een stilte voor de storm. Het doet denken aan de schilderijen van Carel Willink en Edwar

e71e09cbd3f4938b4cea9ea353047ff5.jpg (812×600)

7c475b9fd669fba99c40b807925d0321.jpg (1000×661)

Markus Kruger

De terugreis

Als we na een paar uur kijken eindelijk weer in de auto stappen richting Ede zijn we moe maar voldaan. We hebben nog meer gezien dan ik hier verteld heb.  De vermoeidheid is navenant. Onderweg vrees ik file maar het verkeer komt ons tegemoet. Tot we een verkeerde afslag nemen, richting Arnhem in plaats van richting Utrecht. Och arme…voor we bij een volgende afslag eraf kunnen is er wel drie kwartier voorbij.

Ik bespaar jullie de rest van mijn reis. Om acht uur kom ik binnen en staat er een bord met warm eten te wachten op me. Ik zijg vermoeid neer op de bank en hoewel het een zeer lange dag was, ben ik toch tevreden. Het was de moeite waard, maar een ding weet ik zeker: volgende keer toch maar met de auto.

Het Bevrijdingslied en de Boerenoorlog

Daar komt hij aangelopen. Met een grote logeertas en zijn stoere rugzak.
– Dat is een legertas, oma. Kleinzoon Noah (6) komt een nachtje logeren. Direct na binnenkomst wordt uit de logeertas het legerpak gehaald. Broek, shirt, een kogelvrijvest en een pet in camouflagekleuren. Helemaal in zijn soldatenrol drinkt hij wat sap en is dan klaar om vermaakt te worden, soldaat of niet.

– Ik heb zin om te tekenen. Hij klimt op de stoel en bestelt tekenpapier en zoekt alvast een fineliner uit. – Wil je geen potlood, suggereer ik, dan kun je ook nog uitgummen als er iets fout gaat….ik ken zijn papiervraat: drie streepjes mis en hup, een nieuw velletje.
– Nee, dat is niet nodig. Hij begint, maar is niet tevreden.
– Kun jij een voorbeeld opzoeken op internet van een tank? De laptop erbij en (wat is het makkelijk tegenwoordig) ‘tank’ en afbeelding intoetsen en daar gaan we. Het moet een simpele tank zijn (‘mijn vriendje op school weet niet eens wat simpel is!’ opgetrokken wenkbrauwen). We vinden er een en gaan allebei aan het werk. Ik met potlood want ik wil gummen kunnen. Tenslotte is dit mijn eerste tank.

Nu gaan we (het is inmiddels een teamjob geworden) een legerboot zoeken. Ik vind een geschikte, maar het is inmiddels de bedoeling dat ík teken en hij kijkt. Ik moedig hem aan zelf ook te tekenen, maar dat stuit op weerstand. Om mij tegemoet te komen doet hij een compromisvoorstel: ok, oma, Jij tekent en dan trek ik hem over. Goed?

Na de (redelijk geslaagde) boot stelt hij voor een bij te knutselen. Wie mij kent weet dat ik geen knutselaar ben. Geeft niet, troost kleinzoon me, ik zal zeggen hoe het moet.
– Haal maar een WC rolletje. En drie kleuren papier, geel, zwart en wit. Ik zoek het hele huis af naar zwart papier en vindt uiteindelijk een zwart notitieboekje. We gebruiken de zachte kaft. Handig rolt hij het gele papier om het rolletje, ik knip zwarte strookjes en hij plakt ze met plakband handig vast. Gelukkig is hij geen perfectionist, wat ik tot mijn verbazing wel blijk te zijn. Maar nee, dat maakt niet uit, oma, een beetje scheef. Ok, ik leg me erbij neer. We fabriceren samen een best wel acceptabele bij, al zeg ik het zelf

Tijd om te eten. Een verrassing voor mij: Altijd afzijdig van modder, plakkerig deeg enzovoort, wil het mannetje nu wel het gehakt in hamburgervorm kneden. We eten smakelijk van de hamburgertjes en dan is er nog tijd om even naar buiten te gaan.

– Ik moet nog wel trainen, zegt hij ernstig, terwijl hij zijn pet opzet en het kogelvrije vest aantrekt. Kom op, opa! Acherop de fiets vertrekken ze richting de speeltuin met loopbrug. Drie kwartier later komen ze enthousiast thuis, zingend.

http://

– Dit is een soldatenlied, oma: we are marching to, Pretoria; hij zet in en opa volgt terwijl ze achter elkaar marcheren door de kamer. Het is een aanstekelijke melodie dus ik marcheer ook nog een rondje mee. We krijgen het over de origine van het lied en dat oorlog niet fijn is. Maar dat past nog niet helemaal in het stoere beeld dat hij van het leger heeft. Als we weer op de bank zitten wil Noah ‘het bevrijdingslied’ zingen. We moeten even achter onze oren krabben…Het bevrijdingslied? – Wat ze altijd zingen bij de bevrijding! Er gaat me een lichtje op. Het Wilhelmus? Jaaa, die!

Hij staat ernstig in de houding, de ene arm stram langs zijn lichaam, de ander in saluut. YouTube geeft de muziek en wij zingen. Eén keer, twee keer, uiteindelijk wel 10 keer, denk ik. De laatste keren staan we zelf ook naast hem, in de houding. Als we het herhalen een beetje moe zijn vindt echtgenoot een YouTube versie waar alle verzen gezongen worden. Wij mogen gaan zitten en op den duur is Noah er ook klaar mee.

Bedtijd. – Kan ik in jouw bed slapen? Ik weet dat mijn nacht dan onrustig is, dus ik zeg dat hij lekker in zijn eigen bed kan slapen, dat ik vlakbij ben, dat ik wachten zal tot hij slaapt. Dat accepteert hij zonder probleem. – Kom je dan wel nog bij me liggen, tot ik slaap? Natuurlijk, beste moment van de dag! Ik kruip naast hem en zing mijn medley. Na drie minuten, op de klanken van ‘er schommelt een wiegje’ is hij in dromenland. Om zes uur kruipt er een jongentje tussen ons in. Als hij me, diep in slaap, steeds meer naar de rand van het bed duwt, verhuis ik naar zijn bed. Nog een paar uurtjes slaap!

 

Samen delen is pas fijn…

Wie wat koopt op Marktplaats is meestal goedkoper uit dan in de winkel. Dat in de eerste plaats. Maar ten tweede, spullen krijgen een tweede leven in plaats van bij het grofvuil te eindigen en onze afvalberg weer een stukje groter te maken. Sommige spullen krijgen zelfs een derde leven. Zolang de kwaliteit nog aanvaardbaar is, is dat alleen maar goed.
Maarrr, wie wat koopt op Marktplaats moet vervolgens wel in actie komen. Het is nog geen bol.com: vandaag besteld morgen in huis.

Zo reserveerden wij onlangs een koelkast op Marktplaats. Al zes jaar lig ik op mijn knieeën op de grond om in ons tafelmodelkoelkastje te zoeken naar dat ene plastic bakje met kaas, of tover ik een versnotterd restje sla tevoorschijn dat uit zicht was verdwenen. In het mini-vriesvakje stouwden we onverantwoord veel zooi, wat iedere keer, wanneer we het klepje openden, naar buiten kukelde. Oh, wat een frustraties..en omdat we niet alles kwijt konden in de ene koelkast stond er ook nog een campinggeval. Voor de extra’s.

De nieuwe/tweedehands koelkast

Nu dus de stap gezet en een behoorlijk model, met vrieslades, voor een goeie prijs gereserveerd. In Oss. Niets dichter in de buurt te vinden? Nee, eigenlijk niet. Dit was een Bosch en niet te oud. Nou ja, Oss is ook niet aan het einde van de wereld. Volgende vraag, hoe vervoeren we dat ding. Zonder trekhaak aan de auto geen boedelbak. De grotere auto van onze zoon bleek niet beschikbaar.

Een busje huren is gelijk zo duur dat we dan net zo goed via Bol.com een Zanussi konden bestellen. Nu verhuren we onze auto regelmatig via SnappCar. Een particuliere autoverhuurorganisatie. Op de site van Snapp een ruime, niet te dure, ouwe bak gevonden: een antieke Dodge Ram Van, uit de jaren tachtig. We halen nog een steekwagentje op bij iemand van de kerk en op een mooie vrijdag rijden we in de Dodge richting Oss. Koelkast zag er prima uit, met behulp van de vriendelijke verkoper  met echtgenoot het ding in de grote laadbak gehesen  en voldaan weer richting huis. Dit loopt gesmeerd.

Electrische zaag geleend via Peerby

Onderweg zou ik bij Boels een electrische zaag reserveren want er moest een dik stuk aanrechtblad gezaagd om het nieuwe apparaat te plaatsen. Tja, dat kostte ook weer dertig euro of zo. De sport bleef om de uitgaves zo laag mogelijk te houden. Het was op het nippertje, maar ik besloot toch nog een oproep te plaatsen op de leen-en-deel site Peerby. En zowaar binnen het uur krijg ik een reactie van iemand niet ver van ons vandaan: kom maar halen!

 

St. Jan, ’s Hertogenbosch

Na een korte tussenstop in Den Bosch voor een kop koffie en natuurlijk even een bezoekje aan de kathedraal, rijden we richting huis.

Thuis aangekomen is het even spannend. Het bakbeest moet uit de Dodge, op de steekwagen gehesen en vervolgens naar binnen gereden, een aantal drempels over. Maar het gaat goed. Echtgenoot is sterk en ik haal zelf ook wat moedige capriolen uit. Nu staan er in de keuken dus drie koelkasten. De rest van het verhaal zal ik jullie besparen. Van hoe het zaagsel als een fontein door de keuken en kamer spuit wanneer het zagen begint, hoe ik bij het uit- en inruimen wel twee potten- met -inhoud laat vallen en de smurrie zich tot aan het plafond lijkt te bevinden. Hoe het overgebleven aanrechtblad langzaam naar beneden begint te zijgen, tot echtgenoot liggend op zijn rug in een mix van het zaagsel en water van de inmiddels ontdooiende koelkasten, een noodsteun aanbrengt.

Stoel als steun onder zacht zijgende plank

Maar het resultaat is geweldig. Wat een luxe om rechtop iets uit de koekast te pakken. En met een royaal gebaar twee broden in een lege la in te vriezen. Hier zit een dankbaar mens. Leve de tweedeurs koelkast en leve de deel-en-recycle economie. Je moet wel zeeën van tijd tot je beschikking hebben was het commentaar van zoonlief.

 

Wat zal ik schrijven? Van geluk?

Boottocht op de Zaan tijdens een van de huwelijksjubilea

Ze willen niet echt vloeien, de woorden uit mijn ‘pen’. Ik zie het aan de vele ‘concepten’  die ik heb opgeslagen. Er spelen een aantal dingen waar ik (nog) niet over schrijven kan of wil. Het lijkt wel of die een soort stop vormen op mijn inspiratie. Ik heb al eens een poging gedaan erover te schrijven, maar het wil niet goed lukken. Schrijven zet zaken aan, waardoor ze gelijk erger lijken. Nog maar niet dus!

vijftig jaar!

Maar het gewone leven biedt veel goeds. Hoe bijzonder is het om in vijf weken tijd uitgenodigd te zijn op drie feesten van bevriende stellen die vieren dat ze 50 (!) jaar getrouwd zijn? Aan de ene kant maakt het dat ik me stokoud voel…mijn vrienden, 50 jaar geleden getrouwd?? Dat overkwam mijn grootouders.. Maar al gauw bedenk ik dat voor echtgenoot en mij de 43 jaar ook voorbij gevlogen zijn. Niet als een permanente roze wolk, dat niet. Maar juist door de dalen heen is de band gekweekt die nu onverbrekelijk is geworden.

De dwang van het voelen

Ik dacht daaraan in een gesprek met iemand waarin de zo bekende ‘ik moet voor mezelf kiezen’ uitspraak voorbij kwam. Natuurlijk zijn er situaties in een relatie waarin alles onhoudbaar is geworden. Ontrouw, verlating, mishandeling, situaties waarin er geen sprake meer is van samen.  Toch denk ik dat niemand meer de 50 jaar zal halen als dat zinnetje vooraan in je hersenpan staat, zoals het nu vaak lijkt. Het zelf is op zo’n voetstuk geheven dat alles moet wijken voor ‘het geluk’ van het zelf. En de definitie van geluk is dan je goed voelen. Op je plek voelen. Liefde voelen.

Wat ik persoonlijk heb geleerd door de jaren heen is dat ‘voelen’ een verschrikkelijke jojo is. Up, up, up en down. Nieuwe ervaringen die adrenaline geven en een kick. Nieuwe liefdes die door de waterval van dopamine’s maken dat je letterlijk in de zevende hemel lijkt te zweven. Maar ja, van elke bergtop moet je weer neerdalen en dan is het gewone leven soms best een domper.

Depressie als kentering.

Wat dan? Mijn leerschool is de depressie geweest. Depressies nemen naast veel andere nare dingen je gevoel van welzijn weg. Het is een rare mengeling van gevoelloosheid en tegelijk verdriet over die gevoelloosheid. Een contradictie, ik weet het maar zo was het (en is het, soms) en veel lotgenoten zullen het herkennen. In de psalmen wordt het mooi verwoord door David: Ik heb zo’n heimwee naar de tijd dat ik vrolijk was.

Hoe kun je leven met een gebrek aan een ervaring van welzijn? Dat is zwaar. Maar het dwong me min of meer na te gaan denken over wat het leven uiteindelijk waardevol maakt voor me. Waar leef ik voor? Voor wie leef ik? Wat is zinvol, ook als het niet de kick brengt die ik vroeger misschien als geluk benoemde.

Dat is een lange weg. En niet voor iedereen met verlammende depressies. Maar die bezinning heeft mij wel veel gebracht. Ik ben niet toevallig hier. God heeft me bedacht. Heeft mij talenten gegeven. Misschien is de depressie wel een talent waarmee ik mag werken. (Waarom zou een talent alleen iets positiefs zijn, iets waar je ‘happy’ van wordt?) Anderen beter begrijpen? Voeling hebben voor wie kwetsbaar is en aan de rand van de samenleving staat? Anderen eraan herinneren, puur door eigen kwetsbaarheid, dat ‘goed leven’ niet persé carriére, geld, gezondheid, succes of vul maar aan betekent. Goed leven heb ik ontdekt is samen leven, anderen meenemen op weg, steunen en gesteund, troosten en getroost worden.  En hoopvol zijn. Omdat dit leven niet het een en al is.

Succes verzekerd?

Is dat een succesformule? Nee, natuurlijk niet. Het is moeilijk om in een succesmaatschappij, van ongekende welvaart, te leven en vol te houden dat dat geen geluk brengt. Om in een maatschappij te leven waarin Jezus meestal een vloekwoord is en niet de Godmens die het ons heeft voorgeleefd: leven met de armen, zieken genezend en uiteindelijk sterven. De bijbel noemt dat ‘lijden’. Zelf God identificeerde hij zich met ons.

Dat inspireert mij. En de Geest van God geeft me mogelijkheden. En opent ook mijn ogen. Voor wie om mij heen, in het leven van alledag, wellicht een steuntje kan gebruiken. Of een beetje begrip. Of een klankbord. Of een goed gesprek. Ik noem dat nu geluk.

 

 

 

Voor mij geen rode wijn meer

En opnieuw zit ik met de gebakken peren. Een half glas rode wijn rond vijf uur gistermiddag. En om 22.30 uur begint het gedonder: Rusteloze Benen. En niet even. Nee, om 12.30 uur ben ik het bed maar weer uitgestapt. Rusteloze armen. Het wordt steeds gekker. Ondanks medicijnen, die meestal goed werken, is het met rode wijn echt een drama. Ik drink al weken geen alcohol meer maar gisteren wilde ik een glas proeven van een geschonken fles en het resultaat is: slapeloze onrust.

Het is duidelijk, het rode druivenvocht is voortaan taboe. Jammer, want ik vind een glas af en toe zo lekker. En feestelijk. Maar een nacht wakker (ik was op tot 03.30 uur) is een te hoge prijs. Het fenomeen RLS (Restless Leg Syndrome) blijft een gemene slaapverstoorder.

Al van jongsafaan heb ik er last van, rare kriebelachtige gevoelens in mijn benen waardoor ik ze niet stil kan houden. Lange ritten in de auto konden ontaarden in een kwelling. Indertijd was er weinig over bekend, veel artsen hadden er nooit van gehoord en keken je glazig aan. Tijdens zwangerschappen was het extreem. Een boek lezen was er niet bij.  Zo gauw ik zat begon het. Ik heb nog nooit zoveel gebreid en gehaakt als tijdens zwangerschappen.  Meestal trok dat extreme na de bevalling weer weg. Sinds ik ouder word is het weer geintensiveerd, mede door het gebruik van anti-depressiva.

Inmiddels is er gelukkig veel meer onderzoek naar RLS gedaan. Het wordt nu gezien als een neurologische afwijking en het valt onder de categorie slaapstoornissen. Veel meer mensen dan aanvankelijk bekend was lijden er aan en onder. Op sommige forums lees je hele tragische verhalen van mensen die er 24 uur per dag last van hebben en al ettelijke medicijnen hebben geprobeerd. Vaak komen ze uit op een combi van verschillende soorten. Het meest voorgeschreven middel is een medicijn dat gebruikt word bij Parkinson, pramipexol. Dat is mij ook voorgeschreven en dat heeft een goed resultaat. Mits ik geen rode wijn drink dus.

RLS is vaak een familiale aandoening. Allebei mijn ouders hadden er last van. Mijn vader het meest. Die probeerde de meest uiteenlopende dingen om er mee om te gaan. Hij heeft zelfs een tijd met schoenen aan geslapen. Dat scheen te helpen. Zielig dat er in zijn tijd geen aandacht voor was. Niemand nam je serieus. Nu is er aandacht, maar een oorzaak is nog niet gevonden. Iets met dopamine….en hormonen…

Het is een korte nacht geworden. Vanaf nu dus rode wijnonthouder. Wens me een goede nacht voor de toekomst.

Zomaar wat vragen bij Darwin’s theorie van evolutie

Evolutie, in de zin van ontwikkeling vanuit niets (Big Bang?) tot iets, van simpel tot gecompliceerd, van onpersoonlijk tot persoonlijk is wereldwijd de meest geaccepteerde verklaring van de natuurlijke werkelijkheid om ons heen.

Ik geef hier wat dingen door die daar vragen bij stellen. Al die schoonheid van kunst, muziek, dieren en plantenwereld vanuit een onpersoonlijk toevallig begin?

Liefde, opoffering, caritas als overlevingsstrategie? Dood, lijden, pijn, als iets dat er gewoon bij hoort? Leven zonder een diepere betekenis van opdracht of taak?
Het gaat er bij mij niet in. Ik heb meer geloof nodig om dat te accepteren dan in de verklaring die de bijbel geeft van een Schepper Die Als grote Kunstenaar dit allemaal bedacht en mijn leven vult met schoonheid om van te genieten en lijden toelaat met een doel dat mij nu (meestal) nog ontgaat maar nooit buiten Zijn liefde om gaat.
   Een citaat van Timothy Keller, denker en predikant in New York:
The Church needs artists because without art we cannot reach the world, meer
   En een video (20min) in het Engels gemaakt door geneticist
Over de schoonheid en ordening in de natuur die niet alleen te verklaren valt vanuit het ‘utiliteitsdenken’, veranderingen moeten ‘nut’ hebben. (Even doorbijten wat betreft de enigszins theatrale stem..) prachtige beelden!