Categorie archief: Persoonlijk

Een wandeling met een les

De lucht is staalblauw. De lentetooi van de bomen waar we tussen lopen is tegen die achtergrond nog feller, zinderend groen. Het bospad slingert en komt uit op een open plek. Er staat een eenvoudig monument met daarop de geschiedenis van wat zich hier afspeelde. Onder mijn voeten zanderige grond, bedekt met naalden en bladeren van de vorige herfst. Het ruikt zo sterk naar bos, oude grond en nieuwe bloei dat het me de adem beneemt.

monument Den Treek

Toch, deze open plek, nu vol nieuwe groei en aanplant, blijkt een dodengrond. Precies op deze plek staan op  16 oktober 1942 vijftien mannen. Tussen de 30 en de 50 jaar.  Het is dan rond de 13 graden, normaal voor de tijd van het jaar. Heel af en toe laat de zon zich zien. Die dag is het droog maar de dagen ervoor was er regen gevallen. Ik ruik de geur van het vochtige bos.

We staan op een plek in het bos op het landgoed Den Treek-Henschoten. Een groot landgoed tussen Woudenberg en Amersfoort in particulier bezit van de familie de Beaufort. Prachtig gebied om te wandelen, fietsen of paardrijden. We lopen er zaterdagmiddag, Bevrijdingsdag, en genieten van de natuur. We stuiten op een bord dat verwijst naar een monument even verderop. We volgen de aanwijzing en arriveren op de stille, open plek. En op dat moment krijgt de omgeving een andere lading. Hier zijn mensen bruut vermoord. Hier hebben mensen voor het laatst de doordringende bosgeur ingeademd, de vogels horen zingen, modderige bosgrond geroken toen ze erdoor heen werden gejaagd, op weg naar hun dood.

Ik hoor de honden blaffen, de schreeuwende bevelen, het geluid van vrachtwagens die de gevangenen afleveren. Ik zie de gezichten van die vijftien mannen. Angst, ongeloof, gelatenheid? Twaalf verzetsmensen en drie gijzelaars lees ik op het bord bij het monument. Als vergeldingsactie voor het verzet tegen de Nazi’s worden ze hier vermoord.

Eerst komt er een vrachtauto uit kamp Amersfoort. De mannen stappen uit en worden opgewacht door dertig Duitse soldaten. Ze worden direct gefusilleerd. Vervolgens arriveert de tweede truck met de rest van de gevangenen. Voor hen moet het nog afschuwelijker zijn geweest. Als er nog onzekerheid was over het doel van de reis dan is die bij aankomst direct verdwenen. Er liggen zes lijken. Het is onafwendbaar, de dood is nog maar een paar seconden van hen verwijdert. Ook deze mannen worden onmiddellijk doodgeschoten. En ter plekke begraven. Na de oorlog wordt het massagraf gevonden en krijgen de mannen, na identificatie aan de hand van gevonden persoonlijke spullen, alsnog een waardige begrafenis. Op deze site is het hele verhaal te lezen.

Opgehaald uit kamp Amersfoort (politieke gevangenen) en st. Michielsgestel, waar gijzelaars uit het hele land waren geïnterneerd. (Waaronder ook mijn opa, van moederskant. Actief in politiek en maatschappelijke organisaties in Schiedam is hij met vele anderen op 4 mei 1942 om zes uur ’s ochtends van zijn bed gelicht en nog dezelfde dag naar st. Michielsgestel gebracht. Vanuit dit kamp worden in augustus en later dus, op 16 oktober, in totaal zes mensen doodgeschoten).

Mijn grootvader heeft in de periode dat hij geïnterneerd zat in St. Michielsgestel een dagboekje bijgehouden. Ik kreeg daaruit de indruk dat het daar wel meeviel. Men had relatief veel vrijheid om de dagen door te brengen zoals men wilde. Er werd van alles georganiseerd door de gevangenen aan lezingen en muziek. Maar in augustus werden de eersten opgehaald om vermoord te worden. Toen bleek dat het de Duitsers menens was. En nu met dit verhaal van deze executies realiseer ik me dat er een enorme spanning en onzekerheid geheerst moet hebben.

Ik zal nog een blog wijden aan mijn herinneringen over deze ervaring van mijn grootvader. Ik heb hem helaas niet gekend, maar veel gehoord in de verhalen over hem van mijn moeder.

20180506_212139

Handschrift van mijn grootvader, een bladzijde uit het dagboekje

20180506_212105

Tekening van mijn grootvader gemaakt door mede-kampgenoot

20180506_212029

Rechts mijn grootvader, Jacob van Katwijk.

Hier is een uitzending te zien van Andere Tijden over het gijzelaarskamp st.Michelsgestel

Advertenties

De stilte, lawaai en de tuin

Stilte

Er is niets waar ik zo gelukkig van word als een stille morgen. De klok in de keuken tikt, de deur naar de tuin staat open en op de achtergrond klinken de geluiden van buiten. Vogels die blij zijn met het lenteweer, een stem in de verte van iemand die in de tuin zit. Een klusser die af en toe de stilte verbreekt met gehamer. Een deur die dichtklapt en de startende motor van een vertrekkende auto. Soms verpest de klusser de rust door iets met een elektrische machine te doen, de gesel van de nieuwbouwwijken. Maar als hij klaar is klinkt de stilte nog doordringender. Mijn lijf ontspant voelbaar. Ik drink het zwijgen van de motor in als verkoelend water.

Lawaai

Alleen de ochtenden kennen deze sfeer voor mij. In de wijk waar ik woon zijn de middagen drukker en meer gevuld met geluiden. Vooral met het geluid van wat ik al een gesel van de Nederlandse wijken noemde, met haar dicht op elkaar gebouwde rijtjeshuizen, de elektrische machines. Iedere klus wordt tegenwoordig uitgevoerd door apparaten met een bulk decibellen waar je niet goed van wordt. In de postzegeltuinen worden de bladeren met een blazer weg getrompetterd, de tegels gezandstraald met een hels kabaal, de heggetjes met veel lawaai geknipt, het hout voor de kachels in de tuin met veel elektrisch geweld in stukken gezaagd. Het onkruid verbrand met een soort vlammenwerper en om het af te maken al het schuurwerk met schuurmachines die een geluid produceren als van een leger muggen met een megafoon.

De onkruidwieder, maar dan wat groter 🙂

Het is niet anders. Zelfs wij hebben ons ertoe verlaagd een snoei-apparaat aan te schaffen om onze als een monster groeiende Hedera in bedwang te houden. Maar ik voel me altijd lichtelijk schuldig over het geluid dat dit ding produceert.

De tuin

Dat brengt me op een ander fenomeen van de rijtjeshuizen. De aparte gewaarwording dat je soms op minder dan twee meter afstand van elkaar buiten zit en toch, gescheiden door een flinterdunne heg of schutting, een soort van privé creëert. Ik moet eerlijk zeggen dat ik nog steeds niet de juiste houding heb kunnen ontwikkelen. Misschien omdat ik hoog-gevoelig ben, maar ik ben mij zo bewust van de mensen die vlak naast me zitten dat ik niet echt ontspannen kan. In mij is voortdurend een tweestrijd gaande: zal ik even goeiemorgen zeggen? Zal ik even erkennen dat ik weet dat ze er zitten? Feit is dat noch de linker- noch de rechterburen dat ooit doen. Blijkbaar is dat niet de gewoonte dus. Na zeven jaar heb ik me erbij neergelegd. Maar ongemakkelijk blijft het. Ik ben als een soort oermens die graag wil weten dat de omgeving veilig is. Als aan beide kanten mensen buiten zitten zit ik liever binnen…zo raar is dat.

Wat is eigenlijk normale tuin-etiquette?

Maart

Maart was een drukke en intensieve maand. Niet alleen lijkt iedereen in mijn familie jarig te zijn (waaronder ikzelf en echtgenoot), het was ook nog verkiezingscampagne! Voor het eerst van mijn leven stond ik op een lijst voor de gemeenteraad. Niet dat ik nu verkiesbaar was, want nummer vier, en dat is, in de plaats waar ik woon, voor de ChristenUnie een onbereikbare droom. Het ging in de campagne dus om een goeie enkele zetel. En dan tellen alle stemmen. Dat zie je maar in de plaatsen waar na de verkiezingen nog hertellingen plaats vonden, met 1 stem verschil kon je een restzetel winnen of aan je neus voorbij zien gaan.

Campagne activiteit 

Campagne voeren is wel uit je comfortzone stappen merk ik. Ik ben niet goed in (mezelf) verkopen en dat moet je toch wel kunnen als je in een campagne zit. Maar gaandeweg kreeg ik er lol in. Opnieuw door te werken op mijn eigen manier. In het klein, met de mensen die ik ken en in mijn directe omgeving. Ik ben echt overtuigd ChristenUnie lid. Kan me vinden in de waarden van de partij en dat helpt bij het anderen enthousiast maken.

Maar politiek blijft lastig. Je kunt idealen hebben, ideeën en plannen, maar de praktijk is zo weerbarstig. Compromissen sluiten is onvermijdelijk. Ieder standpunt ligt genuanceerder dan simpel ja of nee. Ik merkte dat toen ik de kieswijzer invulde van onze gemeente. Ik kwam tot mijn grote schrik uit bij de lokale partij! Toen ik mijn antwoorden vergeleek met de standpunten van de plaatselijke CU begreep ik wel waarom. De kieswijzer dwingt tot ja of nee. Terwijl de CU hele genuanceerde posities inneemt. Populistische partijen kunnen niet zoveel met nuances. Gedwongen tot ja/nee keuzes kwam ik dus toch uit bij die partij die totaal niet mijn ideeën vertegenwoordigt.

ChristenUnielunch met Taalmaatjes

Het leukst tijdens de campagne vond ik de lunch met een aantal van mijn taalvriendinnen uit verschillende landen. Ik had wat campagnemateriaal in huis gehaald en de lijsttrekker was er. De dames mochten allemaal stemmen, sommigen voor het eerst. Een Somalische zei dat ze stemmen leuk vond en altijd (ze was al 11 jaar in Nederland) meedeed. Een Syrische dame stemde voorheen PvdA, omdat Wouter Bos ervoor gezorgd had dat ze met haar gezin weg kon uit Ter Apel. Een dame uit Taiwan stemde VVD, want dat stemde haar Nederlandse man. Zo persoonlijk ligt een stem dus. Dit keer gingen ze allemaal voor mij stemmen 🙂

Helpen bij NLDoet

Als Denk in onze stad was geweest zou die weleens aardig wat stemmen hebben kunnen krijgen. Hoewel er ook weer veel negatieve gevoelens zijn over de Turks/Marokkaanse gemeenschap waar mijn taalmaatjes tussen wonen. Drugs, overlast door jongeren, de klacht is vaak hetzelfde. Dus in hoeverre zo’n Turks islamitische partij dan stemmen wint onder moslims uit andere landen?

Ik had trouwens voor de lunch kippensoep met linzen gemaakt, maar vergeten om halal kip te kopen. Twee vrouwen sloegen de soep over. Volgende keer op tijd langs de toko. De Syrische, ook moslima, deed er niet moeilijk over en vond dat de twee Somalische dames gewoon de soep van Margreet moesten eten. Voordat er ruzie ontstond gauw het onderwerp verandert.

We kregen 120 extra stemmen dit keer. In alle wijken een stel meer. Toch mooi als je beseft dat de PvdA nu kleiner is dan de ChristenUnie hier.

Moeten dan alle dominee’s naar het Noorden?

Overspannen woningmarkt

Ik lees in het nieuws dat de woningmarkt overspannen aan het raken is. Huizen worden verkocht boven de vraagprijs. De honderdduizenden euro’s vliegen je om de oren. Mijn vrienden hebben als huizenbezitters al heel wat meegemaakt. Prijzen die daalden, weer opliepen, door de jaren heen waren er steeds weer pieken en dalen. Wie voor langere termijn kocht kon dat allemaal aanzien vanaf de bank (de luie) en hoefde zich weinig zorgen maken. Veel van deze ouderen hebben nu een huis wat hypotheekvrij is. Of met kleine hypotheken voor verbouwingen. Dat zijn goeie investeringen geweest. En ik gun het hun van harte!

Maar voor wie niet voor lange termijn iets kocht, of helemaal niets kocht zijn de tijden zuurder. Want de huren stijgen en de huizen die je huurt voor hoge prijzen slinken. Ik zag vandaag een advertentie voorbij komen voor een appartement in de plaats waar ik woon, voor 700 euro. Wat krijg je voor die som geld? Een studio van van dertig vierkante meters. Dertig vierkante meter! Dat is schandalig vind ik. Maar een student zal het er zo voor neertellen. Schaarste en vraag doen de prijzen stijgen.

Een middengroep

Ik ga geen blog schrijven over de woningmarkt. Nou ja, een beetje wel dus. Het gaat me om een groep in onze samenleving die vanwege hun beroep geen huis hebben kunnen kopen en nu in toenemende mate met toch enigszins zure gebakken peren zitten (om maar wat beeldspraken door elkaar heen te gebruiken). Het gaat om predikanten. Ik kan niet voor alle predikanten spreken. Zeker niet voor de jongere omdat die weer in in heel andere situatie zitten, soms wel met eigen huis. Maar ik weet dat ik zeker voor een aantal spreek. Namelijk voor gepensioneerde predikanten. Tot die groep behoort echtgenoot.

Het Traktement, bron van vergissingen

Ga ik een zielig verhaal ophangen? Alsjeblieft niet. Wel wil ik een realistisch verhaal vertellen. Waarom? Omdat er over deze groep misverstanden bestaan die tot onbegrip leiden en daarom tot een soort isolement.
Over wat voor misverstanden heb ik het dan? Bijvoorbeeld deze, dat ze toch altijd gratis gewoond hebben in een pastorie, zo’n mooi groot pand? Of dat ze toch een hoog salaris hadden? Dat is publiek bekend want een keer per jaar wordt namelijk de begroting van de kerk besproken, in een vergadering van de gemeente, en dan staat er een enorm hoog bedrag op die begroting met daarachter “salaris predikant”. Geen huur en zo’n salaris? Wie wil dat niet?

Nou, zo zat (zit) het dus niet. ‘Vrij wonen’ werd bijvoorbeeld al lang geleden door de belastingdienst afgeschaft. Er moet dus altijd een percentage huur betaald. En dat kan ook niet (ver) beneden de waarde van het pand. Je kunt dus bijvoorbeeld niet voor 200 euro per maand wonen in een pand dat 300.00 waard is.  Ten tweede verzon de belastingdienst in de jaren negentig dat de waarde van het het pand (de dienstwoning) mee ging tellen in de inkomsten van de bewoner.

Vraag me niet hoe dat technisch zat. Ik weet alleen dat het betekende dat er op een gegeven moment alweer meer belasting betaald moest worden. Meer belasting van dat zg.’hoge’ bedrag dat op de begroting stond. Een soort bedrag dat ik zelf als ‘gewone’ werknemer ( ik werkte een aantal jaren part-time als secretaresse) nooit op mijn salarisstrookje zag. Wat ik zag aan het einde van de maand waren bruto en netto bedragen, maar wat op die kerkelijke begroting stond was een totaalbedrag waar alle premies, en alle verdere verplichtingen aan de Nederlandse staat nog vanaf moesten. En aangezien Nederland een uiterst goed ingericht systeem heeft, waar we allemaal de vruchten van plukken, slonk dat hoge bedrag na alle afdrachten als een berg spinazie in heet water.

Ongunstige positie, belastingtechnisch

Beweer ik nu dat die predikanten dus arme sloebers waren? Nee, natuurlijk niet. Het waren gewoon leraren zeg maar, (zoals een docent op de middelbare school), die alleen wel veel meer uren moesten draaien voor hun inkomsten. Om de zes, zeven jaar verhuisden en dan nog het gekke dat (in de kerken waar wij lid van zijn)  ‘leraren’ voor een kleine klas minder salaris krijgen dan leraren die een grote klas hebben. Maar goed, da’s een ander verhaal. Het voordeel van de positie van een ‘echte’ leraar is weer dat die een gewone werknemer is. Zo niet de predikant. De belastingdienst heeft beslist dat de predikant een zelfstandig ondernemer is. Zo moet de arme man een winst-en-verliesrekening bijhouden. Ook schafte de belastingdienst alle aftrekposten af. Voor studeerkamer en zo. Oh ja een pc mocht je nog afschrijven in drie jaar. Maar dan was alle welwillendheid afgelopen. Nou ja, het leek er in onze tijd op alsof iedere nieuwe belastingregeling in het nadeel van predikanten uitviel. Goed. Er zit vast geen opzet achter. Vervelend was het wel.

De beruchte vrije sector

Nu is het zo dat predikanten vanwege het tijdelijke van hun beroep cq woonplaats meestal geen eigen huis hebben gekocht/kunnen kopen. Wanneer dus het pensioen aanbreekt moet er gezocht worden naar een onderkomen in de huursector. Op zich niets mis mee, ware het niet dat die sector zeer prijzig is geworden. Sociale huurwoningen (tot 750) zijn uitgesloten. Kopen eveneens. Hypotheekverstrekkers zijn niet scheutig voor deze mensen. Tenzij hun vrouwen werken, maar dat is meestal niet (meer) het geval en zeker niet fulltime. Wellicht een tip voor de volgende generatie! Koop op tijd! Als het kan.

Zo kom je dus noodgedwongen terecht in de vrije sector. En we weten het allemaal, tussen de sociale huur en de hoge huur ontbreekt het middensegment. De huur begint dus meestal bij de 850 -1000. Waar je ook zoekt. En dan heb ik het niet over villa’s. Maar gewoon over driekamer appartementen. Projectontwikkelaars hebben dat marktsegment volledig ingepikt. Van Groningen of Zwolle naar Assen of Amersfoort overal start de vrije sector boven de 850 euro voor een redelijke ruimte. En voor huizen van een middenhuur bestaan lange wachtlijsten.
Dat betekent dus dat bij een normale teruggang in salaris bij het pensioen (70%) de bizar hoge huur een onevenredig grote hap uit de inkomsten neemt.

Een andere situatie

En wat dan nog? De reden dat ik dit zo uitgebreid vertel is dat er naar mijn inschatting weinig inzicht is in de impact van dit aspect van de economische omstandigheden van gepensioneerde predikanten. Opnieuw ik spreek niet voor iedereen en wie eindelijk geniet van een Zwitser Leven, het zij je gegund. Maar dat is niet het geval voor degenen die ik ken en ik vang uit mijn omgeving genoeg signalen op. De hoge woonlasten van deze groep pensionado’s  zijn bij veel mensen niet bekend.  Bij vrienden, eveneens gepensioneerde leeftijdgenoten, creëert de (bijna) afbetaalde hypotheek ruimte voor andere zaken.  Wie nog studerende kinderen had in de tijd dat er van vrijgemaakte predikanten werd verwacht dat ze naar gereformeerd onderwijs gingen, soms ver van huis, weet dat er voor een eenverdiener met een groter gezin van sparen in die periode weinig kwam. Wie dat wel lukte: Chapeau! Maar bij ons slokten trein- en busabonnementen de guldens op als gulzige biggen. Om nog maar niet te spreken van het vervangen van de eindeloos gestolen stationsfietsen…Vaak was er aan het einde van het salaris nog een stuk maand over, om met Loesje te spreken.

De hoge huren in de vrije sector

Voordat dit nu op een klaagzang gaat lijken, nog dit. Het gaat me erom bewustzijn te kweken voor een groep die na hun pensionering vooral door de hoge huren het niet makkelijk heeft. En ik denk vaak ongezien. Goed dat de overheid meer aandacht heeft voor de middeninkomens en de middenhuur. En dat ChristenUnie en SGP het onrecht aankaarten dat eenverdieners zoveel meer belasting moeten betalen.

Ik denk dat we maar naar Delfzijl gaan verhuizen. Daar is nog wel iets te vinden dat betaalbaar is. Of in Ernstheem.

flatje in Delfzijl

Ernstheem

Ik zie de bui al hangen

Het was maar een korte uitzending. Laat op de avond, dus ik had hem bewaard voor later op ‘uitzending gemist’. Het was een aflevering van Kruispunt over depressie. Een interview met Antoine Bodar, priester en kunsthistoricus, over zijn depressieve periodes en Marjolein van Kooten. De laatste is een vrouw, schrijfster en (psychiatrisch)cabaretier, die van haar ziekte haar beroep heeft gemaakt.

Haar angststoornis is onderwerp van haar theatervoorstelling waar ze met van alles de draak steekt. Humor als wapen tegen psychische aandoeningen. Dat spreekt me zeer aan. Lachen is helend. De ziekte is al erg genoeg maar zelfs als je middenin een donkere periode zit is het mogelijk om te lachen, hoe paradoxaal dat ook klinkt. Echte humor is immers een lach in een traan?

Bodar ontroerde me. Kwetsbaar en open over hele duistere fasen in zijn leven. Suicidaal en zonder enige levenslust. Voor wie het kent bijna moeilijk om aan te horen omdat het zo herkenbaar is. Ik besefte zelf weer even hoe ver weg ik geweest ben. Marjolein van Kooten verwoordde het heel goed, dat dwaze verschijnsel van je slecht voelen en denken dat het altijd zo was en nooit meer goed zal komen. En vervolgens in een goeie periode je niet meer te kunnen voorstellen hoe het was toen het zo donker was. Alsof je in twee dimensies leeft. Daarom noemt zij haar theatershow ‘Ik zie de bui al hangen’. In goede periodes begin je je op een bepaald moment toch zorgen te maken. Dit duurt nu al zo lang…dat kan niet zo blijven, toch? Ik ga zelf momenteel door een hele goeie periode en het bekijken van een programma als Kruispunt kan dat knagend gevoel losmaken.

De humor van Marjolein geeft verlichting. En de woorden van Bodar. Voor een gelovige is het bestaan van God en je leven in de glans van Zijn liefde te mogen zien (niet voelen altijd) een reden om door te zetten. Bodar zegt: Om fier te zijn.

Margreet

februari 7, 2018

The Great Stink

Het is de naam voor een periode in 19e eeuws Londen.  De stank die de Thames verspreidde was zo intens en ondragelijk dat het gemeentebestuur eindelijk besloot dat het genoeg was. Parlementariers konden niet meer werken in het parlementsgebouw aan de Thames, ondanks natte lakens met chloor voor het raam en karrevrachten met kalk en kalkchloor die gedumpt werden in het water.  Het water in de rivier was verandert in een onafzienbare, stilstaande prut, derrie, zeg maar vloeibare kak…

In Duitsland had ene von Pettenkofer halverwege de eeuw een berekening gemaakt dat een mens per dag drie pond ontlasting produceert. In de stad Munchen woonden rond 100.000 inwonders. Dit keer drie pond en tel uit je winst…Per dag! Waar bleef al die smurrie? Volgens de schrijver werden er per dag 10 karrenvrachten afgevoerd en de rest…ja, waar bleef de rest? En de mest van dieren en ‘de menigte van vuiligheden en rottende delen van allerlei aard?’ Nou, in London lag het in de Thames blijkbaar.

Ik las dit verfrissende stukje proza in een boek van Auke van der Woud, Koninkrijk van sloppen, Achterbuurten en Vuil in de 19e eeuw.(o.a. bldz. 269) Een fascinerend boek waar af en toe je maag van omdraait. Veel van de geschiedschrijving over de 19e eeuw is gedaan vanuit het perspectief van de gegoeden. Volgens de auteur slechts 3 to 5 % van de bevolking toen. Dan was er een helft die tot de zogenaamde middenklasse behoorde (ook weer onderverdeeld in hoog, midden en laag) en de andere helft behoorde vervolgens tot de lage klasse. Eveneens onderverdeeld. Een kwart daarvan behoorde  tot de  aller- allerarmsten.

We hebben het over de eerste helft van de 19e eeuw. Nederland telt zo’n vijf miljoen inwoners.  Twee miljoen mensen konden het ‘redelijk’ redden, maar zonder vetpot. Nog eens twee miljoen konden het net, net niet of helemaal niet redden, het werkvolk, het plebs. En een elite groepje van rijken. Die daar niet wakker van lag. Nederland was nog sterk een standenmaatschappij. Gelukkig kwamen er meer en meer protesten tegen de schrijnende armoede van velen. Als er al een idyllisch beeld bestaat door kunst of literatuur dan gaat het over de levens van wellicht 150 tot 200 duizend mensen. Zij bouwden de mooie huizen, droegen de elegante mode, schreven de gedichten en hadden voldoende tijd en geld om over andere dingen na te denken dan overleven.

865da19156f139542f831b35ec1de958.jpg (1386×842)

Ik ben gaan lezen over de 19e eeuw in verband met het bestuderen van mijn familiegeschiedenis. Die gaat (aan beide kanten) veel verder terug dan de 19e eeuw, maar ik moet ergens beginnen. En omdat mijn familie (aan beide zijden) zeker niet in de 19e eeuw tot de happy few behoorde, intrigeert het me mateloos om te weten hoe het leven van deze mensen er dan uitzag van dag tot dag.

Van het boek van Van der Woud wordt een mens niet vrolijk. Wat een armoede. Wat een vunzigheid. Wat een tragiek in het sterven van zoveel mensen (kinderen en volwassenen) als gevolg van de slechte gezondheidszorg en een totaal gebrek aan arbeids- of voedselveiligheid. De Keuringsdienst van Waarde zou overuren gedraaid hebben. Van overheidswege was er weinig tot niets geregeld, uit angst en aversie voor regelgeving. Blijkbaar stond de samenleving in de 18e eeuw bol van de wetjes en regels en was men daarom uit reactie wars van elke vorm van centraal bestuur geworden. Daarbij hing men de gedachte aan dat armoede een soort natuurwet was. Alleen de kerken konden voor enige verlichting zorgen.

 

Ik lees in de huwelijksacte van mijn betovergrootvader Jan van Katwijk dat hij wegens ‘ ‘behoeftige omstandigheden’  is vrijgesteld van het betalen van leges voor de ondertrouw. Bij zijn huwelijk met Gerritje van der Bruggen in 1830, op twintigjarige leeftijd, wordt het eerste kind ge-echt. Hun Maria was al geboren voor er blijkbaar gelegenheid kwam om te trouwen. Zijn vader Pieter stierf toen Jan zes was. Dat moet indertijd een ramp geweest zijn. Als touwslagersknecht verdiende je een klein loon. En van pensioenen had men niet gehoord nog. Zeer waarschijnlijk leefde zijn moeder van de bedeling,  wat verklaart waarom hij in zulke armelijke omstandigheden verkeerde. Hij woonde aan De Baan, een van de sloppen en stegen van Schiedam. In het boek van van der Woud lees ik over de leefomstandigheden in die woningen. Vaak niet meer dan 1 kamer, met in de hoek een ‘stilletje’, een ton voor de behoeftes. 1 kamer voor het hele gezin,  dat in zijn geval zich uitbreidde tot twaalf kinderen die voor zover in kan nagaan allemaal in leven bleven.

verklaringvarmoedejvk

Dat was voor die tijd ongebruikelijk, want de kindersterfte lag op 30%. Een sterk geslacht dus. Deze Jan van Katwijk, die in 1828 te arm is om de leges voor zijn trouwakte te betalen en in behoeftige omstandigheden verkeert, krijgt uiteindelijk een kleinzoon Jan (1856-1956) die zal leven tot hij bijna 100 is! En uiteindelijk een aantal winkels in het centrum van Schiedam heeft aan het Broersveld. Glas(zetters)- en verfwinkels. Als kind zag ik ze nog rijden: wagens met de naam Van Katwijk Schildersbedrijf. Maar de zaken zijn lang geleden verkocht. Mijn overgrootvader is in betrekkelijk miserabele omstandigheden overleden in 1956. Zijn vader was de ververij ingegaan en dat was een gunstige keuze  voor de van Katwijk-familie. Ik begrijp uit het boek van Van der Woud dat ‘upward mobility’ uitzonderlijk was voor de Tweede Wereldoorlog. Eens een dubbeltje….

Wel is het zo dat een voorvader in de 18e eeuw lid was van het Lucasgilde in Schiedam. Het gilde dat  zich daar specifiek bezig hield met alles wat met glas en verf te maken had. Ergens ligt er dus een vroege link tussen die voorvader van Katwijk en Jacob die weer die business inging. Een spoor om verder te onderzoeken. Glas is in de 19e eeuw van groot belang in de stad Schiedam vanwege de jeneverindudtrie. Glazen flessen en zo! 

Onder andere n.a.v Koninkrijk van Sloppen, Achterbuurten en vuil in de negentiende eeuw.
Auteur: Auke van der Woud
Uitgeverij: Bert Bakker
ISBN: 978 90 351 3597 0

 

Bij de wilde beesten af…

9789024568727_VRK.jpg (583×900)    9789024568901-de-dieren-van-ver-l-LQ-f.png (160×247)    56e7a70a0d8906.14579214.jpg (593×900)

Ik ging dus mijn lokale boekhandel steunen. Ik ging een jeugdboek bestellen uit een serie waarin wilde dieren een rol spelen van Piers Torday.  Ik woon in een klein stadje en ben ontzettend blij met alle voorzieningen. Theater, bioscoop, een HEMA en een goeie boekhandel. Die moet je steunen. Dus niks bol.com. Wel makkelijk als je haast hebt natuurlijk, binnen een dag bezorgd. Maar ik ben stoer.

Ik vraag mijn boekhandel naar een bepaald jeugdboek. Helaas niet op voorraad. Maar geen probleem hoor, zo besteld! En voor zaterdag (ons Sintfeest) binnen. Zeker weten? 100% zeker, mevrouw! Per post of koerier uiterlijk vrijdagmiddag binnen. Ik ga gerustgesteld en voldaan naar huis. Mijn plaatselijke man gesteund. En een mooi boek onderweg. En op tijd binnen.

Zaterdagmiddag. Een half uur voor het feest arriveert het boek, gelukkig nog net op tijd! Toch wel even melden, denk ik nog vluchtig, goed voor hem om te weten dat je niet helemaal vertrouwen kunt op de uitgever/Post.nl. Dan barst het Sintgeweld los en ik ben alleen maar blij met het boek. Helaas blijk ik deel drie in plaats van deel twee besteld te hebben.

Maandag naar het ‘staadje’ (Utreg’s voor stadje=centrum) getogen om het boek te ruilen. Ik dacht ‘even’ in de betekenis van terugbrengen en opnieuw bestellen en hoppa op de fiets naar huis. Maar…De boekenman is niet happy als ik nog vrolijk gestemd, deel 3 op de toonbank leg met de vraag het andere deel te bestellen voor me.

‘Wat moet ik met deel 3?’, zegt hij nors. ‘Zit helemaal niet in mijn assortiment. Onverkoopbaar’. Het verbaast me. Hij heeft juist een goed aanbod van de betere jeugdboeken.
Er begint in mij iets te bewegen. Een tweegesprek. ‘Dan hou ik deze wel’, wil de conflicthatende Margreet zeggen, die alle problemen zo gauw mogelijk wil oplossen.
‘Ben je gek’, zegt de flinke Margreet, ‘je moet toch een boek kunnen ruilen, wat is dit nou?!’
Ik zet mijn irritatie om in een creatieve oplossing: ‘Bestel de andere 2 delen, die heb je zo verkocht!’

‘Nee’, zegt de brombeer. Dan wordt het mijn probleem. Dan kost het mij geld. En ik ken dat hele boek niet.’

CY9DiN7WwAEDyby.jpg (468×292)

De inmiddels boos-wordende-Margreet denkt: Je zoekt het maar uit. Ik doe mijn best jouw winkel te steunen en dan sta je zo te jeremiëren…Los het maar op!’
Met veel tegenzin bestelt de man het tweede deel van de steengoede serie van Torday.  De sfeer is niet helemaal ‘je van het’, maar het is me gelukt vriendelijk te blijven. Echtgenoot die verderop staat heeft al een paar keer met opgetrokken wenkbrauwen mijn kant uitgekeken.

Voor ik vertrek wil ik hem nog even attent maken op het feit dat de 100% garantie niet helemaal klopte. Naief verwacht ik een kort, maar gemeend antwoord, zoiets als: ‘Oh echt? Sorry, maar ja, het is inderdaad een drukke tijd…volgende keer zal ik iets meer onzekerheid inbouwen..’
Al was het de helft geweest, dan nog had hij mijn volledige begrip gekregen. Maar ik had het kunnen weten.
Wat zegt mijn boekenman tegen zijn klant die juist voor hem de webshop meed:

Met licht dedain zijn schouders ophalend: ‘ Ach ja…een dag..wat is nou een dag..moet kunnen..gewoon een drukke tijd.’

Er is in mij geen innerlijke tweestrijd meer. Ik vind deze man ronduit onaangenaam. En mijn irritatie begint uit mijn oren te stomen. Maar wat zeg je tegen zo iemand? Duidelijk niet bereid om ook maar enige klantvriendelijkheid te tonen. Ik had het helemaal verpest met mijn ruiling.
Ik probeer het nog een laatste keer.
‘Nee, dat snap ik, maar omdat je het over 100% zekerheid had toen ik het bestelde voor de Sint…’ Aan zijn gezicht zie ik dat het geen zin meer heeft.

Nog niet helemaal overtuigd van de gebeurtenis, loop ik met echtgenoot naar buiten.
‘Ik kon mijn oren niet geloven’ , zegt die ‘daar gaan we dus niet meer heen. Wat een volkomen gebrek aan klantvriendelijkheid!’

online-cursus-klantgerichtheid-en-klantvriendelijkheid-15-638.jpg (638×479)

Ik voel me enigszins gesteund. Maar ik ben een twijfelaar en begin mezelf al snel af te vragen of ik nu onredelijk was? Misschien dat boek niet ter ruiling aan had moeten bieden? Wat vinden jullie, lezers?

Een ding weet ik zeker. Volgende keer wordt het niet meer de lokale boekhandel. Ook niet de beroemde webshop. Ik ga voortaan voor boeken naar Van Rietschoten. Excellente, viendelijke en snelle service!