Categorie archief: niek

Back to normal?

Het leven is weer terug naar normaal. Maar wat is normaal eigenlijk? Van de infectieziekte en alles wat daarmee te maken had kan ik zeggen, dat is afgesloten en voorbij. De pijn is hanteerbaar en verder doe ik (bijna) alles weer zoals anders. En wanneer ik teveel doe waarschuwt mijn lichaam me. Heel nuttig af en toe een pijnscheut!

Nu moet ik de dingen weer gaan oppakken die ik voor de ziekteperiode deed. Mijn vrijwilligerswerk met buitenlandse vrouwen heeft stil gelegen en dat gaat na de vakantie weer van start. Ik heb er een taalklasje bij, wel met buitenlanders, maar ditmaal gemengd en van Duits en Engels sprekenden. Dat is weer een ander soort aanpak, want dit zijn hoogopgeleide mensen. Een uitdaging dus.

Verder ga ik voor ons vertaalbedrijfje Claritas weer wat klussen doen. Genoeg om me niet te vervelen dus. Maar ik zit wel in een raar tussenland. Heel lang kon ik alles op afstand houden vanwege mijn ziekte. En nu begint ‘ het gewone leven’ weer. Daar zou ik heel dankbaar en blij om moeten zijn, maar ik merk een soort aarzeling. Ik wil nog even vasthouden aan het beschermde, zeg maar afgeschermde, leventje. Misschien dezelfde heimwee als die ik voelde na de ziekenhuisopname?

Het is wel echt een genot weer eropuit te kunnen gaan. De kinderen en kleinkinderen zien en dingen te ondernemen. Kleinzoon Noah van 4 zet nog steeds een hoge stoel klaar met een ‘ kussen – voor -de – zere rug’. Nu ik beter ben mag hij weer komen logeren, iets wat hij het liefste doet, logeren bij anderen. Ik kan ook broertje Nathan (3 mnd) weer dragen en op schoot hebben. Een minpuntje: hij is eenkennig en omdat hij me niet veel heeft gezien kijkt hij me eerst met grote ogen aan en trekt dan een langzame pruillip, waarna hij klagelijk in huilen uitbarst. Mamma moet dan snel ingrijpen!

Met de grote kleinzoons van 10 en 7, de Woudenberg boys, is het minder een probleem. Die hebben meegeleefd en zijn blij me weer in normale doen te kunnen zien. Nu is kleinzoon Niek het middelpunt van de belangstelling met zijn gebroken pols. De pols moest onder narcose  gezet worden in het ziekenhuis. Nu hebben we gedeelde ziekenhuiservaring en keuvelen we gezellig samen over infusen en narcoses.

Ik heb een lichttherapielamp besteld in de hoop dat die me wat door de grauwgrijze dagen heen gaat loodsen. Want wat trekt mijn bed dan hard aan me. Slapen wil ik. Zodat het weer snel avond is….Dan kunnen de gordijnen dicht en de lampen aan en lijkt het weer wat tenminste. En naar buiten toe, ook dat is een opdracht iedere dag. Lopen en fietsen. Conditie opvijzelen en goed voor de rug en de grijze cellen. Maar ik moet mezelf wel aan de haren meeslepen op de grijze dagen. Het natte, schimmelige, koude, met naaktslakken bedekte pad langs ons huis is niet erg aantrekkelijk…

Ik heb van alles gelezen in de afgelopen maanden. Ik zal er in een volgend blog wat over vertellen.

Met z’n dertigen naar het strand en zo

clermont gite

Onze gite in Clermont-sur-Lauquet

Na onze stille week in het uitstervende Clermont-sur-Lauqet zijn we nu aangeland in het meest levendige deel van de vakantie, de reünie van de Franse familie van echtgenoot. Laat ik het even toelichten. De enige broer van echtgenoots moeder in de VS trouwde een Franse vrouw en kreeg met haar drie kinderen, eind jaren veertig tot midden jaren vijftig. Twee volle neven en een nicht van echtgenoot dus. Vanwege het werk van hun vader, echtgenoot’s uncle Woody, woonden ze in zowel Spanje en Frankrijk. Twee van hen werkten in de VS, nicht Christine niet. Deze neven en nicht vestigden zich in Frankrijk, waar ze zelf gezinnen kregen. En scheidden en andere kinderen kregen en stiefkinderen.
last pics

Zo waren we met een groep van 25 à 30 personen op camping Laroque des Albères aangekomen. Dat de andere campinggasten niet erg blij met ons waren zou later blijken, maar wij vonden het een lumineus idee om nu eens niet in één huis te zitten (zoals op vorige reünies in Puerto Rico in een hotelletje en de VS, in 2 grote huizen), maar ieder zijn eigen plek te laten hebben.

We waren door de campingbaas bij elkaar in de buurt geplaatst. Ieder had een tent, huisje, stacaravan of blokhut (wij: net genoeg ruimte voor een bed, een tafel en een aanrechtje, +badkamer. Type waardeloos  huisje/ luxe tent, afhankelijk van hoe je er naar kijkt). We waren boven of onder elkaar gesitueerd, want de camping, aan de voet van Les Albères, uitlopers van de Pyreneeën, was  steil. De benen zijn weer in goede conditie.

breathtaking view from  the mountain all the way to the mediterranean

breathtaking view from the mountain all the way to the mediterranean

Het camping idee was dus prima, alleen hadden we er geen rekening mee gehouden dat we onderdeel uitmaakten van een rumoerige familie, die tot in de late uurtjes doorzakte en de hele buurt al ‘fluisterend’ uit de slaap hield. Drie families met twee vintage caravans en een aantal tenten hadden een soort nomadenkamp geïnstalleerd waar de hele dag en avond grote delen van de rest van de familie mee-at, dronk en -snackte. Ook alle aanwezige kinderen (zeven of zo) hingen er graag rond.
Deze familie begroet elkaar op ieder moment van de dag alsof ze elkaar in geen maanden gezien hebben, met veel kussen, lachen en uithalen van plezier. Zachtjes praten was er ook niet bij, vooral niet na tienen als de pastiche en vin rijkelijk vloeiden en iedere flauwe grap tien keer zo leuk is.

Bonte avond

Bonte avond

the zebra's

Zebra’s

Het zat er dik in. Na een paar avonden werden we in de ban gedaan. Bij familiedingen moesten we naar een plek op het parkeerterrein alwaar een verzamelpunt werd ingericht, met licht van de camping. Ze hadden er zelfs een slinger opgehangen ter vergoeding van de verbanning. Daar beleefden we wél een hele leuke avond. De (franse) kinderen hadden met oma Christine een heel spektakel ingestudeerd. Dans, rap, zang, van alles. Christine is o.a regisseuse van beroep geweest, dus ze had de wind er goed onder. En sommige kinderen hadden absoluut talent! Inmiddels was het acht uur en er was wél gedronken maar nog niet gegeten. Dat heeft een uitwerking die ik niet hoef uit te leggen. Vooral op degenen (de meesten) die die dag waren raften. Nicht Christine had naast het regisseren ook de taak op zich genomen om voor iedereen te koken. Om half negen/negen uur kregen we na gazpacho (koude tomatensoep),een verrukkelijke varkenscurry met couscous. Alles uit plastic. Met zovelen moet je soms je principes opzij zetten…

Voor ons was dat late eten wel even aanpassen. Met onze sobere boterhammen lunch red je het niet tot negen uur ’s avonds. Na een aantal dagen wit, slap en hongerig naar de maaltijd te hebben zitten smachten zijn we ook een tussenmaaltijd in gaan lassen. ‘Gouter’ zoals de Fransen het noemen, rond vier of vijf uur.

Even pauze in de schaduw

Even pauze in de schaduw

In de hete felle zon beklommen we met zijn allen een berg, inclusief het jongste (3) lid van de familie. Met de hele club naar het strand in Collioure, een pittoresk stadje aan de Middellandse Zee. Als Nederlander zou ik gedacht hebben, dat is totaal onmogelijk. Maar ik heb in de loop van de tijd geleerd los te laten. Met grote groepen, zeker wanneer het om Latino familie gaat is alles mogelijk. Of niet. Je moet het laten gebeuren. Of niet. Geen haast hebben, niet denken ‘dit kan efficiënter’. ‘Go with the flow’ is het devies. En dan gebeuren er ongelofelijke dingen. Of anders morgen wel. Of ooit. Of niet. Geen probleem. Maar na lang zoeken hebben we elkaar allemaal gevonden op het strandje, línks van het paleis van de koningen van Mallorca! Rechts en achter zijn namelijk ook strandjes. Die hebben wij allemaal gezien… Maar een duik in de heldere, koele, licht golvende Middellandse Zee spoelde al het stof en zweet weer weg.

Couillure beach1

Met de hele groep raften zat er niet in want de minimum leeftijd was 8 jaar. Tot groot verdriet van de 6 en 7 jarigen..Met een aantal zijn we naar een roofvogelshow gegaan in de buurt, maar niets woog op natuurlijk tegen de heftig spannende boottocht van de groteren. Zelfs niet de gigantische gieren die gezellig even naast ons kwamen zitten..

Op de laatste avond was ‘potluck’ en BBQ, de Amerikaanse inbreng, zeg maar, van de kant van echtgenoot en stamvader Woody. Inmiddels waren we echt naar de buitenste der buitenste ring van de camping verwezen. Op de vorige plek waren er namelijk klachten binnengekomen van nu weer een naburige camping over ‘lawaai’.

De camping bracht een spotlicht. En verder was er kaarslicht. Zo brachten we die avond opnieuw door met ‘spectacle’, ingestudeerd of niet. Niet alleen de kinderen hielden een modeshow en een dans-act, zelfs de volwassenen dartelden, onder begeleiding van muziek, over de geïmproviseerde catwalk omzoomd door kaarsjes. Iedere act werd begroet met gejoel en gejubel. Deze Franse familie kan een feestje bouwen! Alle uitbundige Spaanse, Franse, Griekse, en Antilliaanse genen gingen met ons aan de haal. Of we werden erdoor aangestoken. Mijn genen gaan niet verder terug dan Duitse..niet de meest exotische dus…

Heel bijzonder was nog dat neef Alain (61), kleinzoon Niek (9) wist over te halen zijn Kungfu vormen te doen. ‘Doe jij Kungfu voor mij? Dan doe ik Tai-chi voor jou!’ Met het felle licht van de lamp, de donkere sterrenhemel boven ons en de perfect gekozen muziek op de achtergrond deed Niek vol overgave en ernstig zijn Kungfu bewegingen. Vloeiend als een danser en krachtig als een krijger. Daarna wandelde Alain als een vogel over de catwalk.

Farewell pictures

Farewell pictures

Natuurlijk is er in deze familiegroep ook het verdriet en de pijn van het leven en wat ze hebben meegemaakt. Maar er was deze week duidelijk een drang om er een bijzondere week van te maken en te genieten van elkaar als familie. Er waren goeie gesprekken, we hebben elkaar veel beter leren kennen en wat ook mooi meegenomen is: ik heb nog nooit zoveel Frans gehakkeld als deze week. Ik heb er weer 25 familieleden bij!

Vakantie-ervaringen met ons nageslacht – 2

We zitten in de auto op weg naar het strand. Ditmaal met kleinzoon Niek van 9. Strandspullen achterin, water bij de hand, rijden maar, naar Wassenaarse Slag. Mooier en schoner strand dan Scheveningen, vinden we inmiddels. Ik ben voorbereid op een interactieve autotocht. Eindeloze spelletjes en zo als een paar dagen daarvoor met broer Kris. Maar Niek vraagt of Sky radio aan mag. Natuurlijk! Ik babbel er gezellig tussendoor, gewillig als ik ben verveling te voorkomen.
‘Oma, ssshtt’, zegt Niek, ‘zo kan ik niks horen!’
‘Oh, ok…goed hoor, sorry’. Ik kijk naar buiten en geniet van de groene Hollandse weilanden.

 

meMMandniek

Niek keurt mijn selfie van nieuwe #MaliaMills tankini uit de VS

We rijden in een weldadige stilte, behalve de muziek dan, naar het strand. Niek droomt. Ik had het kunnen weten. Als klein jongetje al vertrok hij naar zijn eigen wereldje, vooral in de auto. ‘Nu even niet, oma’, zei hij dan, als ik contact zocht. Op mijn vraag waaraan hij dan dacht schudde hij zijn schouders: ‘gewoon, niks’.

Dat vraag ik nu niet meer. Af en toe vragen we of hij iets van het Engels verstaat, maar eigenlijk interesseert hem de tekst niet zo. Het is de muziek die hem betovert, of niet.

Niek bestudeert de andere gasten in het pannenkoekenhuis

Niek bestudeert de andere gasten in het pannenkoekenhuis

De volgende ochtend, na een geslaagde stranddag word ik rond kwart over acht wakker. Er ligt iets over me heen gedrapeerd. Het is het tanige, gespierde lijf van Niek.
‘Oma, word ’s wakker, hoe werken de afstandsbedieningen van de TV?’ Ik wrijf de slaap uit mijn ogen en zeg slinks dat hij dat aan opa moet vragen, die weet precies hoe het moet. En ik draai me nog een keertje om.

Als ik beneden kom is hij de klassieker Karate Kid uit de jaren tachtig aan het kijken. Geweldige film. Twee delen zelfs. Niek is een Kungfu’er en vind de Karate Kid uit 2000 nog interessanter. De oudere gaat over karate, de nieuwere over zijn geliefde kungfu. Ook die is meegekomen in de rugzak.

Ik vraag: ‘Hoe vaak heb je die film al gezien inmiddels?’, in de veronderstelling dat het de tachtigste keer is of zo.
‘Niet zo vaak nog, want als ik hem thuis kijk gaat Kris (6) erdoor heen praten en klieren en dan doen we een andere film’. Het lot van de oudste. Hij kijkt er vrij laconiek bij dus hij lijdt er blijkbaar niet onder. Maar nu wil hij dan ook achter elkaar alle twee delen zien! Om half elf is hij nog aan het kijken. Dan komen de tantes en andere oma en mamma om met deze oma te gaan kringlopen. De mannen gaan naar het strand, met de (klein)zoons.

Na een lange warme middag verzamelen we ons weer om iets te eten van de Chinees. Niek is in een scherpe schelp gestapt (een scheermesje) en is bij de reddingsbrigade geholpen. Nu zit hij met zijn voet in een bak (groene) Biotex sopwater, op aanraden van de EHBO’er daar, verzorgd door opa, die zelfs de Biotex vond. Wat een wonder is, aangezien ik zelf niet wist dat we dat in huis hadden. De vrouwen hebben allemaal erg medelijden, maar Niek is een kanjer. Hij heeft niet gehuild zelfs. Met het laptopkussen op zijn schoot smult hij van het bordje bami+saté, met stokjes.

Een tweede nachtje wil hij niet meer blijven. Dat heeft misschien te maken met de schelpensnee. Of misschien met de kerkgang de volgende morgen…een beetje saai. En nu jongere broer nog wel een nachtje bij de andere oma blijft heeft hij nog mooi gelegenheid de rest van de films af te kijken!

Hooikoorts, niet in Limburg

Mijn enthousiaste en poëtische beschrijving van het hooien, hier op onze vakantieplek in Zuid-Limburg, bracht één van mijn lezers tot de verzuchting: arme hooikoortspatiënten!

Laat ik daar nu geen seconde aan gedacht hebben toen ik me op sleeptouw liet nemen door mijn muze! En ik heb nog wel een schoonzoon en een kleinzoon met ernstige allergieën op dit gebied. Ik zag wel de duizenden liters grasstof die in de atmosfeer omhoog  dansten, maar ik zag alleen dat mooie wervelen van fijn gras in de warme lentezon. Ho, pas op – mijn dichtader begint weer te vloeien. Terwijl ik hier mijn medeleven wil tonen aan iedereen die in weken als deze te lijden heeft van alle pollen, grassen, bomen en struiken. Niks geen natuurschoon, geen poëtische beschrijvingen. Maar niezen, hoesten en rode, jeukende ogen, dat inspireert helemaal niet tot dichten, maar tot binnen blijven en frequent medicijngebruik. Ik voel me een gezegend mens dat die kwaal me bespaard is gebleven!

Ondertussen heeft mijn kleinzoon, na jarenlang iedere ochtend 10 druppels onder de tong gehad te hebben tegen bomenallergie, immuniteit opgebouwd tegen één van de bomen-boosdoeners. Van onze kat ging zijn neus ook altijd jeuken en kriebelen, hoewel hij officieel daar geen diagnose voor heeft gekregen. Maar het zal wel een bepaalde gevoeligheid zijn. Nu zijn onze poezen weg, tot zijn grote spijt. Een beetje jeuk en kriebel had hij wel over voor Gina en Charlie. Maar om je kleinzoon als eerste bij binnenkomst een allergiepilletje aan te bieden als ware het een snoepje, vond ik toch wel een hard gelag. En het lijkt of er steeds meer mensen met allergieën zijn. Zo vaak zag ik gasten met tranenende ogen terwijl het onderwerp van gesprek niet heel emotioneel was.

We leven vervreemd van de natuur, dat zal wel de reden zijn. We zijn te schoon, te netjes en moeten terug naar de tijd dat bacteriën welig tierden. Toen stierven de mensen jong, maar ze waren tenminste niet allergisch!

Een dagje dierentuin- Ouwehands Zoo

Een dierentuin heeft iets dubbels. Sinds jaren bezochten we gisteren met onze kleinzoons van 19 maanden, 4 en 7 jaar Ouwehands Zoo in Rhenen. Ik vond het leuker dan verwacht. Lekker ruim, veel te zien, leuke speelplekken voor de kinderen. Ruime plekken voor de dieren. We zagen prachtige vogels, papegaaien en roofvogels, de meest waanzinnig gekleurde vissen, zo mooi, watermonsters, krokodillen. Vederlichte sterrekwalletjes, beren in het Berenbos (opgekocht in Oost-Europa, waar ze hun dansjes deden op straat), tijgers (slapend op hun zij), gorilla’s en orang oetans, olifanten, giraffen (die ógen..zo overweldigend donkerzacht als fluweel en doordringend).

Dus, ja ik heb met plezier rondgelopen, langer dan ik van te voren had ingeschat. De jongens hadden er plezier in, weten ook veel van dieren en vonden het fascinerend om van alles te herkennen en aan ons te vertellen. Kris (4 jaar) had het recente referentiekader van Madagascar 4. Alle dieren uit de film die hij tegenkwam kregen een naam. ‘Dat is die en die!!’ Ondanks het feit dat het een tekenfilm is krijgen ze er toch aardig wat dierenkennis in mee. Maar ze leren ook veel uit boeken. Niek (7) heeft dikke boeken met plaatjes van roofvogels, slangen en reptielen en Kris leert met hem mee. Ze weten meer dan ik!

Dubbel blijft voor mij dat hier dieren in gevangenschap leven die eigenlijk in de vrije natuur horen te zijn. Ter lering en vermaak van mensenkinderen zitten ze daar in krappe omstandigheden, hoe mooi die verder relatief gezien ook zijn.

Ik weet het niet. Het is leuk, leerzaam en de dieren worden goed verzorgd, geen twijfel aan, maar toch. Dubbel dus.

PS Een dagje dierentuin kost: €67,00, exclusief ijsjes en koffie. Ik had wel netjes zelf boterhammetjes meegebracht..

Woudenberg boys

Woudenberg brothers

Ik heb weer een paar volle genietdagen achter de rug met mijn twee stoere kleinzoons van zeven en vier. Het was warm, dus we zijn veel buiten geweest, o.a. in het Julianapark in Utrecht. De jongens hadden niet zoveel trek in de speeltuin daar. Ik neem het ze niet kwalijk want het was er bloedje warm. Jammer genoeg is er geen zwembadje of iets dergelijks. Zou nog wel een idee zijn voor dit prachtige park. Er zijn een paar springfonteinen, maar je moet er aardig flink op stampen voor er water gaat spuiten. Niek en Kris zagen het niet zo zitten. Kris sprong drie keer achter elkaar heel hoog en kreeg aardig wat water aan het sproeien met dat stevige lijf van hem en viel vervolgens van het speeltuig. Niek is zo licht als een veertje dus hij moest zo hard springen dat het de moeite niet waard was.

speeltuin

We hebben zitten kijken naar een groepje kinderen van een NSO, met warme, paarse, polyester hesjes waarop de naam van het instituut stond. Saartje. Nou, zei Niek, met verachting in zijn stem, op zo’n opvang zou ik niet willen zitten, hoor. En veel zin om met ze te spelen hadden ze ook niet. Dus liepen we een rondje langs de dieren. Deze zaten achter gaas. Er lopen ook dieren rondjes langs de mensen in het park, kippen en hanen. Vooral voor de hanen moet je oppassen. Kris werd in zijn bil gepikt toen hij hem wilde wegjagen van ons eten.

Toen we alle dieren gezien hadden en we terug waren op onze plek, dreigde de verveling. Wat nu?   Als door een wonder, stond er opeens een ijscowagen in het park. Ik gaf Niek geld om ijsjes te kopen. De stemming schoot met een piek omhoog. Kris had opeens weer enorme energie en Niek zag de uitdaging zitten om zelf de bestelling te plaatsen.

Daar gingen ze samen. Ik wil een Skeleto, zei Niek. Ik ook, zei Kris, wat meestal zijn antwoord is op Niek’s plannen. In de verte zag ik Niek omhoog praten naar de meneer in het raampje van de wagen. De Man boog zich diep voorover, naar Niek, om te horen wat hij zei. Zou het lukken? Toch maar er even heen. Halverwege kom ik ze tegen, de mannetjes. Kris heeft een ijsje, maar huilt tranen met tuiten. Niek heeft zijn arm om hem heen. Wat is er aan de hand?
‘Ik wíl geen Cornetto’, roept Kris dramatisch door zijn tranen heen, ‘die lust ik niet!’
‘Ja’, zegt Niek, ‘die meneer begreep mij niet en toen gaf hij twee Cornetto’s.  Ik zei twee Skeleto’s, want ik wist niet meer precies hoe het heette. En nou wil Kris zijn ijsje niet’.

Oh, gelukkig, dit is op te lossen. Ik loop terug en bestel het ijsje dat Kris wilde, een Calypso cola. Helemaal gelukkig droogt hij zijn tranen. Calypso’s, Cornetto’s, ach ja waarom ook geen Skeleto’s?

Pannenkoeken eten met tante Sas

De volgende dag zijn we gaan zwemmen in het Henschotermeer. Een leuke plas in de buurt van Woudenberg, maar erg druk op een warme dag. ‘Wat gaan we doen, dan?’ vraagt Kris. Zwemmen natuurlijk. Oh..OK. Bandjes om en het water in. Een lauwwarme plas, maar Kris vind het steenkoud. ‘Ik hoef niet’, kondigt hij aan en loopt zo kordaat als hij kan in het water, naar de kant. Kris voegt meestal onmiddellijk de daad bij het woord.

Met veel moeite krijg ik hem het water weer in (ik laat mezelf nat maken met een waterflesje, een offer) en als hij eenmaal door is vindt hij het heerlijk. Als een hondje spartelt hij door de plas. Maar Niek heeft het al snel koud. We gaan er uit en liggen te bakken in de zon. Er is weinig ruimte om te spelen in de schaduw en in de zon is het te heet. ‘Ik wil naar huis’, zegt Kris,  ‘het is hier zo heet… En ik wil een ijsje’. Jammer genoeg voor hem heeft oma zich voorgenomen vandaag nog geen ijsjes te gaan kopen.

Tussen de dikke pannenkoek van de vorige avond en een hele snoepketting (met dank aan het pannenkoeken restaurant, kunnen ze niet een beker snoeptomaatjes meegeven of zo?) zit slechts een moeizaam ontbijt (‘dit is ander brood dan dat van mamma’).
‘Ik zie suiker uit je oren komen’, zeg ik. Kris vindt het niet grappig.

Ze hebben er geen van beiden meer zo’n zin in. Niek heeft een poos een Amerikaanse voetbal heen en weer gegooid met opa en is moe.

We leveren de jongens af bij hun mamma vanwege een afspraak bij de oogarts en rijden zelf linea recta naar Kijkduin, waar een andere dochter woont en springen de (koude!) zee in.

Kijkduin

Die zee…wat is dat toch een verrukkelijke plas.

Kleine theologie

Fahrenheit speeltuintje

Mijn kleinzoons hebben bij gelegenheid interesse in het christelijk geloof.

Althans in de vorm die dat aanneemt bij hun opa en oma. Zelf zijn ze niet gewend om te bidden of naar de kerk te gaan. Dus het fenomeen bidden intrigeert hen wanneer ze dit waarnemen bij ons. Vooral kleinzoon Niek (7) heeft vele vragen. Hij vraagt zich bijvoorbeeld af waarom we altijd maar bidden voor het eten? Zélfs in het cafeetje waar we een tosti eten. ‘Vergeten jullie het nooit een keertje?’ wil hij weten.

Nou nee, zeggen wij. Waarom dan niet? Het is een manier waarop we willen zeggen dat we geloven dat alle eten van God komt, niet van onszelf, proberen we uit te leggen. ‘Nou, dan heeft God wel honderd armen en benen nodig om alles in de winkels te brengen’, zegt Niek met kinderlogica. Zonder het te beseffen omschrijft hij in kindertaal de grootheid van God die niet te bevatten is. We zeggen, het is meer als de lucht, die is overal en onzichtbaar en geeft aan iedereen leven.

Kris (4) leeft op bij het woordje onzichtbaar. Dat had hij al uitgevonden, dat de lucht onzichtbaar is. Het is er wel, hoor, want je ademt, maar je kunt het niet zien. Net als elektriciteit. Die zie je ook niet. Maar als die kapot is doet de lamp het niet. Dat had hij van pappa geleerd. En hij knabbelt verder aan zijn tosti.

Niek wil weten of wij geloven in één God of in meer goden. We begrijpen niet helemaal waar het vandaan komt, maar we zeggen dat we in één God geloven. Dat vindt weerklank. Eén God is veel sterker dan als je veel goden hebt, vindt hij.  Ja, ik geloof ook in één God, zegt Kris.
Jij bent een na-aper, zegt Niek.

OK, denken we, voor de vragen al te specifiek worden gaan we het maar over iets anders hebben. We willen de ouders niet voor de voeten lopen in de religieuze opvoeding. Dat is best lastig, vooral wanneer je in dit soort gesprekken terecht komt.

Fascinerend vind ik dat kinderen zo diep na kunnen denken. Vooral de oudste kleinzoon is vanaf heel jong nieuwsgierig geweest en heeft voor zichzelf al heel veel ideeën geformuleerd. Over goed en kwaad, over het verdwijnen van de dino’s , over doodgaan en leven na de dood.

Hij bouwt een wereldbeeld, zou je kunnen zeggen. Zoekt naar de betekenis van dingen.
En hij is nog maar zeven.