Categorie archief: kunst

Kunst is leuk ook als je niet kunt kopen

Ik was bij de Kunstbeurs in de RAI in Amsterdam. Een vriendin had twee vrijkaartjes en we hebben naar hartenlust rondgelopen en kunst gekeken. Wat een variatie en wat een talent. De Kunstbeurs is een presentatie van galerieën uit heel Nederland. En de kunst is meestal heel toegankelijk. Abstract of realistisch en weinig echt conceptuele kunst. baldessari-boring-art.jpg (500×370)Wat mij niet spijt. Kunst hoeft niet mooi te zijn maar moet me wel raken. Door vorm of kleur of de combinatie van beiden. Door het materiaal wat gebruikt wordt en tot verrassende resultaten leidt. Het mag zo gek of simpel zijn als maar kan. Maar als ik eerst een bordje met ondoorgrondelijke tekst moet lezen om te begrijpen dat wat voor me ligt of hangt een diepe kunstzinnige betekenis heeft en ook nog 10.000 euro kost ben ik snel weg. Het zal wel, denk ik dan. Zoals bij het kunstwerk op het plaatje.

Een paar hoogtepunten waar ik blij van werd. Vrijwel aan het begin van de lange gangen met galeries lopen we een grote hoge tent binnen die een Arabische sfeer ademt.

My Second Skin,
foto Erikjan Koopmans
via Google

Zo’n tent die uit kleurig geweven wandkleden en tapijten bestaat. Als we goed kijken zien we dat het metershoge doeken zijn, waarop enorm uitvergrote details van textieltechnieken staan afgebeeld. Precies 46 lees ik later in een recensie. Handwerktechnieken uit de hele wereld. We knipperen wat met onze ogen maar dan herkennen we steeds meer (of raden): dit moet Chinees zijn, of iets uit Afghanistan, oh en kijk, dat is Indiaas, en dat moet iets uit de Balkan zijn. Geweldig om al die stijlen en tradities zo te eren.  Prachtige borduursels, haakwerk, breisels en weeftechnieken. Ikat uit Indonesië, zijde bloemen uit China; Sits – (oorspronkelijk kwam de stof uit India en is verwerkt vanaf de 17e, 18e eeuw in klederdracht bij ons). Ik ken het vooral van de kraplap uit Spakenburg! 

Sits

Afghanistan

Maar ook uit Afrika zien we voorbeelden, bijvoorbeeld een haaktechniek waarin lipjes van drankblikjes zijn verwerkt.

We voelen ons als kinderen in een snoepfabriek.
Het motief van de kunstenaar tot het maken van dit kunstwerk:‘ In een tijd waarin textiel tot een wegwerpartikel is verworden  brengt zij (Barbara Broekman) een ode aan het vakmanschap van textielarbeid uit alle delen van de wereld.’ 
Meer en meer lees je ook dat juist door het beheersen van deze unieke technieken vrouwen meer in hun waarde komen te staan, onder andere door projecten waarin ze op die manier in hun onderhoud leren te voorzien. Mijn dochter werkte een aantal jaren terug met Marokkaanse en Turkse vrouwen die haar veel van de traditionele handwerktechnieken lieten zien. Uiteindelijk was het de bedoeling die in een modern product te verwerken en op de markt te brengen.

Een oud citaat uit Trouw van 2-9-2006, maar ik vermoed dat dit nog net zo geldig is vandaag als toen. Het is een interview met een Afghaanse vrouw die haar zusters meer zelfstandigheid en aanzien wil brengen door een borduurproject:

Rangina Hamidi wijst op de rand van haar vuurrode omslagdoek die versierd is met kunstig borduurwerk. „Dit is gemaakt door de vrouwen die nu meedoen, zo’n 520 en vrijwel allemaal analfabeet. Toen we begonnen waren het er maar twintig. Dit borduurwerk kunnen alle vrouwen goed omdat ze dat al jong leren. Wij kopen die sjaals van hen en verkopen ze door. We hebben bijvoorbeeld net een order gekregen uit New York.” Uiteindelijk is de bedoeling dat de sjaalproductie op eigen benen kan staan.

Dit is de link naar de site van deze bijzondere kunstenares, Barbara Broekman

Een tweede hoogtepunt voor ons was het werk van Marlies Smulder, fotografe. Ze zet bloemstillevens in scene in een grote spiegelbak waarboven haar camera hangt. Op de RAI was een foto te zien hoe ze werkt. Het resultaat vind ik fenomenaal. Ik heb een afbeelding van internet ‘geplukt’ omdat ik met woorden niet kan weergeven hoe mooi het is. En in feite doet deze foto dat ook niet. Het is een impressie, meer niet. Hier kun je nog meer werk van haar zien.

Marlies Smulders – bloemstilleven

We hebben uiteraard nog veel meer gezien. Tekeningen, sieraden, beeldhouwwerk, maar na twee uur rondlopen waren we geheel verzadigd. Opnieuw, wat een diversiteit en wat een talent. Ik word er heel blij van! Eer aan de Schepper, de grote Kunstenaar.

Advertenties

Hoe ver rijden Wijhe was…

De reis

Om 9 uur in de morgen fiets ik (hard!) naar het tramstation in de buurt. En oh, opluchting, ik ben op tijd. Onze sneltram is een boemeltje tussen Ijsselstein en het Centraal Station in Utrecht. Ik kan de afstand bijna net zo snel fietsen, maar dan moet ik me heel erg inspannen en dat zweet zo naar. Ik neem dus liever de slow-tram. Heel mindful, dat langzame, zoevende ritme.

Vervolgens pak ik op CS Utrecht de trein naar het station waar mijn vriendin me gaat ophalen, een goed half uur verder. Wanneer  ik bij haar in de auto stap ben ik inmiddels anderhalf uur onderweg. We rijden richting Wijhe. Naar museum de Fundatie. Niet die in Zwolle, maar de dependance Het Nijenhuis, die na ruim een uur rijden wel in Duitsland of zo lijkt te liggen. Bijna 3 uur na mijn vertrek van huis arriveren we bij het kasteel, even buiten Wijhe.

xml_9000001919.jpg (630×903)

Chaja Goldstein – Paul Citroen collectie Fundatie

Helemaal gaar strijk ik neer in de koffiekamer van het kasteel. Koffie met een broodje is alles wat ik wil. Na  twee koppen koffie en een broodje pate (heerlijk, eten we thuis nooit meer..), ben ik weer zo ver dat ik aandacht voor mijn omgeving krijg. Wat een mooie plek is dit! En wat een mooie schilderijen hangen hier al in de koffieruimte aan de muur van Paul Citroen. Portretten. Prachtig.

Kasteel Het Nijenhuis – foto internet

Het kasteel en zijn bewoner

We laten ons via een audio voorlichten wat kasteel Nijenhuis was en is. Boeiend! Eeuwenoud en in het wisselend bezit van een aantal oude adellijke families zoals de familie Bentinck en van Palland , (wie herinnert zich Nina en Frederik nog? Hij was een van Palland). Uiteindelijk in vervallen staat gekocht door de provincie Overijssel die het restaureerde. Dit op aandringen van Dick Hannema (1895-1984) kunstverzamelaar en -kenner.  Ooit directeur van Boymans die niet geheel zonder kleerscheuren uit de oorlog kwam. Hij hield namelijk het museum open en moest daarvoor samenwerken met de Duitsers. Naar eigen zeggen om de kunst te beschermen. Lucette ter Borg schrijft op de Kunst van Waarde webpagina dat hij, afhankelijk van wie sprak, gezien werd ‘als autocratisch museumdirecteur, handige schurk, kunstcollectioneur, meeloper van Hitler, ‘of’  verblinde ijdeltuit… ‘

Hij werd aan de kant gezet, ook omdat hij een vervalsing van de beruchte van Meegeren had aangeschaft als een echte Vermeer. Vanaf eind jaren vijftig woont hij in Het Nijenhuis. Zelf had hij de provincie Overijssel ervan overtuigd dat het kasteel de moeite van het restaureren waard was.  Dit gebeurde en als tegenprestatie voor het mogen wonen in het kasteel stelde hij daar zijn collectie ten toon voor het publiek.  Het hele kasteel is vrij toegankelijk, heel boeiend om alle kamers en kunst die er is te zien. De arme man woonde in het enorme kasteel in zijn eentje als vrijgezel. Alles hangt door elkaar, modern en klassiek,  ‘een maffe collectie’ volgens voormalig directeur Agnes Grondman in 2016.

De kunstverzameling

We dolen rond in de ruimtes, af en toe plezierig verrast door de kunst in velerlei vorm of een verzameling van Chinees aardewerk of fossielen. Hannema was veelzijdig en had een brede smaak. Geen echte focus, hoewel hij indrukwekkend veel van alles heeft. Mooi vond ik de verzameling antieke Chinese monochroom vaasjes,  penseelpotten en dekseldoosjes. In diep rood, groen of geel. (Onderstaande plaatjes zijn niet uit zijn collectie maar van internet als voorbeeld.)

7a08d4be91750f1d73314b66bb2fe2ce--chinese-ceramics-work-of-art.jpg (248×385)  xml_0000001233.jpg (478×620)

In een van de zalen is een speciale expositie van schilderijen van Markus Kruger, Hortus. Hyper realistische landschappen en huizen. Verlaten, geen mensen of dieren te bekennen. Maar er gebeuren wel dingen. Een huis staat in brand, er liggen strobalen in een angstwekkend nette ordening. (in het filmpje met toelichting wordt gesproken over een mathematische ordening..haha, geen wonder dat ik het woord angstwekkend gebruikte).        Een boom groeit door het dak van een huis. Ik voel geen verbinding met de geschetste wereld. Bewondering voor de techniek en het ambacht van de schilder, dat zeker. Maar zijn wereld is onheilspellend en zo leeg. Niemand grijpt in en alles is statisch,  en juist daardoor met een onderliggende dreiging. Een stilte voor de storm. Het doet denken aan de schilderijen van Carel Willink en Edwar

e71e09cbd3f4938b4cea9ea353047ff5.jpg (812×600)

7c475b9fd669fba99c40b807925d0321.jpg (1000×661)

Markus Kruger

De terugreis

Als we na een paar uur kijken eindelijk weer in de auto stappen richting Ede zijn we moe maar voldaan. We hebben nog meer gezien dan ik hier verteld heb.  De vermoeidheid is navenant. Onderweg vrees ik file maar het verkeer komt ons tegemoet. Tot we een verkeerde afslag nemen, richting Arnhem in plaats van richting Utrecht. Och arme…voor we bij een volgende afslag eraf kunnen is er wel drie kwartier voorbij.

Ik bespaar jullie de rest van mijn reis. Om acht uur kom ik binnen en staat er een bord met warm eten te wachten op me. Ik zijg vermoeid neer op de bank en hoewel het een zeer lange dag was, ben ik toch tevreden. Het was de moeite waard, maar een ding weet ik zeker: volgende keer toch maar met de auto.

Droommeubels bij de meubelfabriek

zitbank Harvink

Ik heb iets met meubels. Met mooi ontworpen meubels. Stoelen, banken, fauteuils, tafels. Ik ga voor mijn plezier dure woonwinkels in om te genieten van beroemde merken als Gispen, Eames, Leolux, Artifors en vele anderen. Mooie lijnen, recht of rond. Hoge kwaliteit bekleding met kleurige stof. Houtnerven die op tafels van puur hout zo mooi uitkomen. Ik kan ervan genieten als van kunst. Meubels ontwerpen en maken is een kunstig ambacht. En (voor mij) even onbereikbaar als Kunst met een grote letter K. Want al dat ontwerpen, bedenken, maken en tentoonstellen is een dure business.
Hoeveel handwerk er nog aan te pas komt in een ‘ meubelfabriek’ werd me eigenlijk vandaag pas duidelijk bij een bezoek aan Harvink in IJsselstein. Ieder jaar houdt men daar een open dag waarbij je een rondleiding door de werkplaatsen krijgt en verder rond mag struinen in toonzaal en outlet.

kleurrijke leren stoffen

We deden de rondleiding die begon bij de stoffen. Grote rekken met zulk prachtig materiaal dat het speeksel me bijna uit de mond liep. En de kleuren! Die kom ik niet tegen op mijn (zeldzame) bezoeken aan de Utrechtse lapjesmarkt.

We liepen door naar de naaisters. Tot mijn verbazing moet ik zeggen zaten daar een rijtje dames al die verrukkelijke stoffen te verwerken tot hoezen en wat dies meer zij. Alles volgens instructies, die met krijtjes op de stof getekend worden door een meneer (jawel, weer een echt mens) die ze uitgesneden heeft volgens mallen. Je kon dat gewoon zien. Ik voelde me als een kind dat voor het eerst ziet dat melk uit de uiers van een koe komt. Bij het begrip meubelfabriek denk ik aan grote machines die, computergestuurd op een lopende band eenheidsmodellen uitspuwen. Hier bleek het tegendeel.

 

Stof snijden aan de hand van een mal

Elk stadium stoel of bank is bewerkt door een homo sapiens. Die met toewijding en fysieke kracht de verschillende onderdelen in elkaar hijst. Het frame komt van buiten. En de het koudschuim voor de kussens ook. Maar de bekleding wordt volledig met de hand gedaan, geheel volgens de wensen van de klant. Die zoekt model, stof en combinatie uit.

Een van de dames aan het werk

Geen wonder dat het product zo duur wordt. Je loopt hier in een schone, plezierige werkplaats, waar mensen met vreugde en trots hun werk doen. Ik vroeg een van de naaisters hoe lang ze dit werk al deed. ‘ Al twintig jaar’ , zei ze met een glimlach. ‘Ik hoef niet meer te werken maar ik vind het zo leuk!’ De ambiance, de arbeidsvoorwaarden, het mooie product waar je aan meewerkt, het geeft duidelijk veel voldoening. Van een rol stof tot zo’ n prachtig vorm gegeven stoel of bank, je ziet het allemaal gebeuren. En daar betaal je als consument, terecht, voor.

Een van de stoffeerders aan het werk

Het is een blijvend dilemma. Als ik de keuze had koos ik voor het echte, Nederlandse, in alle eerlijkheid gefabriceerde product. En niet alleen in meubelland maar ook in alle andere gebieden, zoals kleding en huishoudelijke producten.

Maar een beperkt budget dwingt tot andere keuzes. Het beste is volgens mij tweedehands zoeken naar eerlijke producten die vanwege de kwaliteit makkelijk een tweede of derde ronde meegaan. Ik heb dus een zoekopdracht naar Harvink fauteils op Marktplaats gezet. Eens kijken wat dat oplevert. Niet dat ik echt een stoel nodig heb. Die van Ikea doet het ook nog goed.

Een paar dagen bij de buren – Documenta14, Kassel

 Kassel

Naast grootmoederlijke bezigheden ben ik ook vier dagen op reis geweest met echtgenoot en vrienden. Kassel was ons reisdoel. We huurden een appartement  in een plaatsje met de ietwat onsympathieke naam Helsa-(Wickeroden), wat in de buurt lag.

pension helsa

op de bovenste verdieping lag ons ruime appartement

In Kassel vindt iedere vijf jaar Documenta plaats een cultureel festival met moderne, avant-garde kunstuitingen. Dit was nummer 14. Ik had er eerlijk gezegd nog nooit van gehoord, maar men vergelijkt het wel met de Biënnale in Venetië.

Vrienden nodigden ons uit om een keer mee te gaan.  Het leek een leuke gelegenheid ons een paar dagen in Duitse sferen in kunst onder te dompelen.  Wat die kunst ook zou zijn. Maandag vertrokken we via Bad Arolsen naar Helsa . In Bad Arolsen maakten we een stop om het paleis te zien waar koningin Emma opgroeide.

Badarolsen1

Parthenon der verboden boeken

Dinsdagochtend vertrekken we na een heerlijk ontbijt met verse bolletjes en zuurdesembrood naar Kassel. Het eerste wat we zien als we de Friedrichsplatz oplopen is een enorm tempelachtig gevaarte, opgebouwd uit steigerpilaren die (naar we later lezen) het Parthenon moet voorstellen. Wat direct opvalt zijn de boeken die op de 20/25  meter hoge pijlers zijn geplakt achter doorzichtig plastic. Sommige titels herken ik. Vele malen Anne Frank. Kafka, Harry Pottter, zelfs de bijbel zie ik hier en daar.

Het is een werk/idee van kunstenares Martha Minujin (eerder uitgevoerd in Argentinië in 1983). Ze heeft boeken verzameld en gekregen van beurzen, burgers en uitgeverijen die ooit in het verleden of in het heden op een verboden-boekenlijst staan. Navrant: Het Parthenon staat op de plek waar in de jaren dertig een boekverbranding plaatsvond van titels die bij de Nazi’s niet door de beugel konden. Het Parthenon staat natuurlijk ook voor het ideaal van democratie.  Men kan nog steeds boeken doneren. In totaal zijn 100.000 titels nodig! Er zijn nog vele lege plekken! Meer info hier te lezen (Duits).

parthenonkassel  MinkeKimKassel2017

Bintu Were, een opera

Iets anders wat grote indruk op me maakte was de verfilming van de Afrikaanse opera Bintu Were. Het verhaal schetst een dorp in Mali, vrouwen en mannen in authentieke kleding. Fier, zelfbewust, sterk. Maar de zangeres schreeuwt het uit dat ze verkracht is en zwanger gemaakt door iemand van de mannen en dat haar situatie uitzichtloos is. Het is niet wat het lijkt. Ook in dit dorp van fiere krijgers en trotse vrouwen heeft de corruptie toegeslagen. Ze zingt haar ziel uit haar lijf. Er is hier geen toekomst meer, iedereen wil weg.

In de volgende scene komt de smokkelaar op het podium die gouden bergen belooft in Europa. Hij zal ze brengen, maar eerst moeten ze hun laatste cent afstaan. Binou protesteert hevig. Ook het plan om elke willekeurige man aan te wijzen als de vader van haar kind om zo meer kans op een verblijfsvergunning te hebben, stuit haar tegen de borst. Al haar reisgenoten zijn inmiddels omgekleed in westerse kleding. Regenjassen, rokken, t-shirts. Het ontneemt hen een stuk waardigheid. Bintu, inmiddels bevallen, besluit ten einde raad haar kind overboord van het schip te gooien. Er is immers geen toekomst voor het kind. Maar iemand vangt de baby op. In de film zie je dan een reddingsschip dat op zee een nog drijvende baby in een reddingsvest vindt. Aangrijpend beeld.

De verweving van de (verfilmde) opera met echte opnames van vreselijke gebeurtenissen rondom bootvluchtelingen, maken de documentaire zeer de moeite waard en aangrijpend. Er wordt ook door verschillende experts commentaar geleverd. Over de verrijking van culturen in het verleden als gevolg van migratie. Over de onvermijdelijkheid van migratie van arme delen in wereld naar economisch welvarender gebieden. Een verschijnsel immers van alle eeuwen? Kortom een tot nadenken stemmende film. Leuk detail: het project kwam tot stand dankzij sponsoring van het Prins Clausfonds. De opera was een droom van prins Claus zelf.

Vluchtelingen cq migratie

Op verschillende manieren kwam dat thema terug. Ook de oorzaak voor het vluchten, behalve economische toch vaak ook politieke redenen. Onderdrukking, geweld en vervolging.

Interrogation

Reizigers zonder identiteit. Waarheen? Hoelang?

Een golf. Close-up ontwaar je mensen en momsters.

De creativiteit van de kunstenaars om steeds maar weer op geheel eigen wijze een thema te gebruiken en zichtbaar te maken vind ik heel inspirerend. Alle methodes en technieken zijn daarvoor gebruikt. Textiel, verf, beeldhouwen, houtbewerking, installaties met bestaande objecten gebruikt in een andere setting, en ga zo maar door. Het is andere kunst dan de meer toegankelijke die ik meestal zie. Maar juist daardoor verfrissend. Ik vond de visie van veel kunstenaars soms wat naïef. Onderdrukking, vervolging enz. is natuurlijk een gevolg van je  maatschappijvisie. Maar de oorzaak van het probleem wordt nog te vaak gezocht in de richting van economie en klasseverhoudingen. Als dat maar beter wordt dan zijn de moeites en de armoede en de onderdrukking de wereld uit. Volgens mij zit het kwaad dieper dan dat. En is er ten diepste meer nodig dan economische of maatschappelijke verbeteringen, (hoewel ook díe nodig zijn!). We hebben redding van buitenaf nodig. En een verandering van hart. De begeerte naar geld is de wortel van alle kwaad, zegt de apostel Paulus. En wie verlost ons van die verslaving? Die drang om ondanks alles, zelfs ten koste van anderen, onszelf te verrijken. Wie verlost ons van dat waanidee dat we vanwege de kleur van onze huid of onze religie, of onze politieke overtuigingen beter zijn dan anderen? Ik ben daar net zo schuldig aan als ieder ander. En dat irriteert een beetje in de kunst van Documenta14. Ook als communist, anarchist, socialist, ga ik de wereld niet beter maken. Het verleden is er getuige van.

Inpaklint op rol

En dan is er ook nog de kunst van het soort zoals op deze foto. Afgezaagd en nietszeggends…

NRC was niet onder de indruk van de kwaliteit van de kunst en vond dat het maatschappijkritische teveel de boventoon voerde. Uit de recensie blijkt wel dat ik vooral veel NIET gezien heb. Voor de geïnteresseerden hier de link

Documenta14 duurt de hele zomer. Wie weet rijden we nog eens op en neer…

Driemaal schoonheid in Gorssel, Amsterdam en Zwolle

Zelfs wanneer de depressie me lastig valt (zie mijn vorige blogs) kan ik nog opknappen van kijken naar kunst. Het moet geen al te vervreemdende kunst zijn dan, dat is wel een voorwaarde. Kunst verwijdt mijn horizon, haalt me uit mijn eigen beperkte hoofd.  Het ondergaan van het samenspel van kleuren, vormen en licht, zo uniek gecombineerd door de kunstenaar, geeft me altijd een soort ademruimte.

Al met al was het toch zeker een half jaar geleden dat ik een stap in een museum zette, mede door gebrek aan energie en ‘lust’. En laatst in drie weken tijd driemaal op pad. Allereerst naar Gorssel, naar museum MORE. Eeen kolos van een gebouw in een verder zo landelijk dorp vol mooie oude landhuizen en villa’s. MORE staat voor MOderne REalistische kunst. Twintigste eeuwse Nederlandse kunstenaars zijn er rijk vertegenwoordigd. Charlie Toorop, Pyke Koch, Dick Ket, Carel Willink en nog een paar van die namen. Realistisch, want ze schilderen niet abstract, je herkent wat er op het doek staat; maar modern want er wordt niet geschilderd met de insteek exact weer te geven wat men ziet, maar hoe de kunstenaar het ziet.

Een groot deel van de collectie werd gekocht door de rijke zakenman Hans Melchers, uit de Scheringa collectie. Scheringa (juist, Dick ja, die ergens aan het begin van de hele bankencrisis stond) was ook een rijke zakenman en een groot kunstverzamelaar, maar ging failliet en moest de deuren van zijn museum sluiten. Hans Melchers bouwde in Gorssel een nieuw museum als onderdak. In 2017 opent hij een tweede museum in kasteel Ruurlo, daar worden alle Willinks ondergebracht. Geweldig als mensen zo hun geld besteden!

Wij, mijn zus en ik,  gingen de tentoonstelling van Johan van Hell bekijken. Kunst die gewone mensen verbeeldt in een moeilijke periode voor de 2e wereldoorlog.  Verkopers, arbeiders bij een kraam, straatmuzikanten (van Hell was zelf ook musicus).  Kunst over armoede en sociale problemen die niet donker en duister wordt. Het is vaak heel kleurig (de prachtige kleur geel komt veel voor!), maar tegelijk zie je aan de mensen dat het leven zwaar is.

tA 1742.JPG (484×600)

Fruitkoopman – Stedelijk Museum Amsterdam

Een week later trok ik met een vriendin naar huis Marseille (liever nog was ik echt naar Marseille vertrokken, maar dat zat er niet in..). Huis Marseille is een fotografiemuseum, gehuisvest in een oud grachtenpand aan de Herengracht in Amsterdam. Fantastische lokatie! Het is niet groot, maar de foto-expositie is prachtig tentoongesteld in de grote, hoge zalen. We bekeken composities van Scarlet Hooft Graafland. Mooie vergezichten met een verhaal erin verweven. Heel interessant zijn de foto’s waarin ze refereert aan Captain Cook, de ‘ontdekker’ van Australië en Nieuw Zeeland. Een nazaat van een van de oorspronkelijke bewoners, die Cook bij zijn komst op het strand ontmoette, staat met een mini-replica van het schip van Cook op datzelfde strand. Ernaast hangt een doek met een foto van een nazaat van Cook. Ook met uitzicht op zee en met de boot in zijn handen. Die boot zit gewoon in de handbagage van de fotograaf. Zo maakt ze allerlei intrigerende composities op exotische plekken in de wereld. Alleen de foto’s zelf zijn al indrukwekkend, het verhaal of de betekenis erachter maakt ze nog boeiender.

Resolution-Malakula-Vanuatu-2015-©-Scarlett-Hooft-Graafland-150dpi-768x614.jpg (768×614)

Scarlet Hooft Graafland

Nog een leuke link met een interview met de fotografe.

Mijn derde trip was naar Zwolle. De Fundatie, waar ik met een vriendin de tentoonstelling Zie de Mens bekeek. Honderd portretten uit de 20e eeuw. En dat is VEEL. Bereid je er op voor, je bent niet zomaar in een uurtje klaar! Wel erg de moeite waard om te zien. De verschillende stijlen, al naar gelang de overtuiging en theorieën van de kunstenaar. Realistisch, abstract, onherkenbaar gestileerd.

“Afgelopen eeuw verschoof het accent van de geportretteerde naar de kunstenaar, die zijn eigen interpretatie gaf.” Hoe persoonlijker de interpretatie van de kunstenaar, hoe minder boeiend de portretten worden, vonden wij.

Maar er waren ontroerend mooi getroffen gezichten soms. We kwamen tot de conclusie dat de vervorming van het menselijk gelaat zoals je dat in veel abstracte kunst ziet, een ontmenselijking tot gevolg heeft (wat soms ook precies de bedoeling van de kunstenaar is). Het unieke van de mens, zijn eigenheid, zijn ziel, je ziet die het treffendst terug in een realistisch geschilderd portret. Dat kan modern zijn. Maar toch.

fundatie.jpg (600×753)

Christian Schad, Maika

Dit portret is modern, maar het geeft wel de eigenheid van deze vrouw weer.

Drie tentoonstellingen, driemaal genieten en weer aan het denken gezet worden.

Ting en Rotjeknor

We zouden nog eens een dansvoorstelling ‘doen’, hadden echtgenoot en ik afgesproken. Altijd een beetje zoeken, want voor je het weet kosten de kaartjes meer dan ik in een maand verdien aan Nederlandse les geven. Ooit een Podiumkaart gekregen, maar altijd wanneer je iets hebt uitgekozen wat leuk lijkt kun je niet online reserveren…een must, want pas aan de kassa betalen is te onzeker. Zit je op de achterste rij, achter een paal. Of is alles uitverkocht. Niet handig van zo’n kaart dus.

Maar goed, ik las over Scapino en dacht: dat lijkt me leuk. Ik was al tijden niet meer in Rotterdam geweest, dus de combi van een middag ronddwalen en ’s avonds een voorstelling zien was snel gemaakt.

Toen we Rotterdam inreden kwamen de herinneringen naar boven. We reden door naar de buurt van onze eerste gezamenlijke woonplek, de Boezemsingel. De oude panden waren er niet meer, dat wisten we. Ze waren al bouwvallig in de jaren ’70. We huurden een zolderverdieping indertijd. Nu niet meer voor te stellen, maar de douche ging de eerste dag al stuk en we deden de afwas in de wasbak, want een keuken zat er ook niet bij. Er stond een kastje op de overloop met een gasstel. De eerste maanden van ons huwelijk hebben we daar gekampeerd, zeg maar. We hebben drie keer rond gereden om toch weer enigszins een idee te krijgen van de buurt. Echtgenoot wist nog dat we vanuit ons zolderraam uitzicht hadden op de theologische opleiding van de Gereformeerde Gemeente. (Zoiets vergeet je immers niet…) Die zit daar nog steeds, dus vandaaruit konden we een reconstructie maken. De buurt is nu zeer exotisch geworden.

In het centrum liepen we over de Lijnbaan, langs de oude V&D, waar ik mijn eerste kookboek kocht, via de (mooie) Koopgoot, richting de Markthal, een fantastische aanwinst voor Rotterdam. Maar eerst dronken we koffie op het Stadhuisplein, vlakbij het verdwenen Steakhouse, waar we onze eerste ruzie hadden. Alles zag er daar zo aftands en bouwvallig uit! Dan heeft ons huwelijk de tand des tijds beter doorstaan, concludeerden we blij.

Natuurlijk het nieuwe station bewonderd. Wat een vooruitgang. Ik kan me niet herinneren in Rotterdam geweest te zijn in de laatste 40 jaar zonder dat er ergens in die omgeving niet een enorme verbouwing gaande was.

grijze dag, grijze foto

grijze dag, grijze foto van het station

Plafond Markthal

Plafond Markthal

En toen, na in de Markthal bij Jamie’s gegeten te hebben (matig…) naar Tinto in de Ferro Dome. Toen ik af en toe in de stad ‘bouwvallig’ dacht,  wist ik nog niet waar ik

Ferro Dome, Rotterdam

Ferro Dome, Rotterdam

later terecht zou komen. De meest desolate omgeving ooit! Een oud industrieterrein met afgestoten, lege opslagtanks en fabrieken. Zo lelijk dat het weer mooi werd. In een van die fabrieken organiseerde Scapino haar jubileumvoorstelling. Zeventig jaar. Met zg. locatietheater/dans /circus. In samenwerking met de Nits en Codarts Circus Arts. We verwachtten een soort Cirque Soleil, maar dan kleinschaliger en meer experimenteel.

Het was spectaculair. Een club fantastische dansers, musici en acrobaten. De muziek van de Nits deed me wat aan die van Bob Dylan denken. Pop-achtig en gevoelig. Een ontdekking voor me. Muziek waar de dans wonderlijk bij paste. Wat betreft de dans, ik heb weinig verstand van choreografie en meen dat er bij moderne dans nooit veel duiding mogelijk is en dat het knap, maar nogal rommelig plaatsvindt. Dat is modern, denk ik dan. Toch bleek dat een punt van kritiek te zijn in de recensies van enkele kranten. Hoe dan ook, de prestaties waren ongelooflijk. Wat wordt er keihard gewerkt door deze mensen en wat hebben ze een, naar het lijkt, perfecte beheersing over hun lichamen. Iedere beweging is doordacht. Hoekig of vloeiend, altijd indrukwekkend.

Het was een gedenkwaardig dagje uit.

Nog een video van de Nits met Kiteman als voorbeeld van de muziek.

Schoonhoven, Sinterklaas en Schiedam

En toen liep ik opeens in mijn geboortestad, Schiedam. Op een uiterst miezerige, grijze, kille vrijdag.  Ik had echter warm gezelschap in de persoon van mijn oudste dochter, die het reisje had voorgesteld. We waren op weg naar het Stedelijk Museum voor een tentoonstelling van Jan Schoonhoven. Volgens de krantenberichten was hij een van de meest bekende beeldend kunstenaars in Nederland. Tot mijn schande had ik nog nooit van de goede man gehoord. Dochter, die in Trouw over hem had gelezen, attendeerde me erop. Het leek haar een leuke combi: het museum bezoeken en snuiven aan mijn wortels in Schiedam.

Het bleek ‘toevallig’ de sterfdag van mijn vader te zijn, de 27e november. Als familie hebben we bij het sterven van mijn moeder een graf gekocht omdat het ons speet dat de graven van mijn  vader en dat van mijn oudere zus (die in 1992 overleed), beide geruimd zijn. Er is geen graf meer om te bezoeken van die twee. Op mijn moeders graf staat nu een steen met (in liefdevolle herinnering) de drie namen. Vader, moeder en onze zus. Ik kom er niet zo vaak. Maar heb gemerkt dat in het memoreren van geliefden een tastbaar, zichtbaar monument(je) wel belangrijk is. Voor mezelf.

We dronken koffie onder het oude raadhuis. Boven ons de trappen waar mijn ouders, hun broers en zussen en generaties ooms en tantes, oma’s en opa’s, vrolijk vanaf zwierden in hun mooiste bruiloftskleding, op een van de belangrijkste dagen van hun leven (denk ik).

Vervolgens gingen we richting het museum, via een trieste winkelstraat in het centrum. De helft van de winkels staat leeg en de rest was òf gesloten of van vage herkomst. Niet fijn….Schiedam is zo’n prachtig oud stadje, maar economisch lijkt het niet goed te gaan. We ontdekten nog wel, op de valreep, een kringloopwinkel. Daar moesten we natuurlijk even snuffelen.

Bij het museum bleek dat dit tevens functioneert als slaappaleis van de Sint. Er is zelfs een aparte ingang voor zijn bezoekers. Binnenin de hal stond een grote troon waarop de goedheiligman even later in eigen persoon zelfs plaatsnam. Bijgestaan door de pieten (nog roetzwart in Schiedam, maar niet meer van de roet van de jeneverfabrieken) ontving hij groepen kleuters, waarmee hij plechtig de polonaise danste aan het einde van de audiëntie.

Wij bekeken ondertussen de abstracten van Schoonhoven (1914-1994). Hij hoorde bij een kunstenaarsbeweging die geen kunstenaar meer wilde heten of zijn, de zg. nul-kunstenaars. Ze maakten strakke geometrische ontwerpen, kleedden zich bewust in kostuum en zochten naar een uitdrukkingsvorm die zo neutraal mogelijk was. Schoonhoven (zijn hele leven ambtenaar bij de PTT in Den Haag) was gefascineerd, zo las ik, door radiatoren, putdeksels, luxaflex enzovoort. Van papier, karton, wc-rollen, creeërde hij, bijgestaan door een assistent, in de avonduren de meest strakke, regelmatige, ritmische werken.

Ambachtelijk zou ik het noemen. Zo arbeidsintensief moet het geweest zijn. In het begin gebruikt hij nog kleur, als rood, bruin of grijs. Maar later gaat hij over op wit. Als meest neutraal. Door de regelmaat, het lijnenspel, het ritme én de lichtval ontstaat er een bijna meditatieve kunst. Het woord sereen wordt ergens gebruikt. Rustgevend. Er zit ook, in mijn ogen, saai werk tussen. Rijen afdakjes van steigerhout. Hij kon ook niet weten dat je tegenwoordige bij iedere Blokker kerstbomen van steigerhout kunt kopen. Die lijken er namelijk op.

Later, in de motregen bij het graf, waren we allebei toch geroerd. De steen, met de namen, de herinneringen, het gemis, het definitieve en vijandige van de dood…het balt zich samen aan een graf. Op de steen staat: ‘Hoe lief heb ik Uw huis, oh Heer’, uit psalm 90. Hoe het er daar uitziet weet ik niet, maar de belofte troost. Zij zijn Thuis.

==========================================================

PS: voor recensies van de kunstkenners nog twee linkjes
NRC: De kunstenaar die van putdeksels hield
Volkskrant: Prachtige overdaad van wit.