Categorie archief: kris

Back to normal?

Het leven is weer terug naar normaal. Maar wat is normaal eigenlijk? Van de infectieziekte en alles wat daarmee te maken had kan ik zeggen, dat is afgesloten en voorbij. De pijn is hanteerbaar en verder doe ik (bijna) alles weer zoals anders. En wanneer ik teveel doe waarschuwt mijn lichaam me. Heel nuttig af en toe een pijnscheut!

Nu moet ik de dingen weer gaan oppakken die ik voor de ziekteperiode deed. Mijn vrijwilligerswerk met buitenlandse vrouwen heeft stil gelegen en dat gaat na de vakantie weer van start. Ik heb er een taalklasje bij, wel met buitenlanders, maar ditmaal gemengd en van Duits en Engels sprekenden. Dat is weer een ander soort aanpak, want dit zijn hoogopgeleide mensen. Een uitdaging dus.

Verder ga ik voor ons vertaalbedrijfje Claritas weer wat klussen doen. Genoeg om me niet te vervelen dus. Maar ik zit wel in een raar tussenland. Heel lang kon ik alles op afstand houden vanwege mijn ziekte. En nu begint ‘ het gewone leven’ weer. Daar zou ik heel dankbaar en blij om moeten zijn, maar ik merk een soort aarzeling. Ik wil nog even vasthouden aan het beschermde, zeg maar afgeschermde, leventje. Misschien dezelfde heimwee als die ik voelde na de ziekenhuisopname?

Het is wel echt een genot weer eropuit te kunnen gaan. De kinderen en kleinkinderen zien en dingen te ondernemen. Kleinzoon Noah van 4 zet nog steeds een hoge stoel klaar met een ‘ kussen – voor -de – zere rug’. Nu ik beter ben mag hij weer komen logeren, iets wat hij het liefste doet, logeren bij anderen. Ik kan ook broertje Nathan (3 mnd) weer dragen en op schoot hebben. Een minpuntje: hij is eenkennig en omdat hij me niet veel heeft gezien kijkt hij me eerst met grote ogen aan en trekt dan een langzame pruillip, waarna hij klagelijk in huilen uitbarst. Mamma moet dan snel ingrijpen!

Met de grote kleinzoons van 10 en 7, de Woudenberg boys, is het minder een probleem. Die hebben meegeleefd en zijn blij me weer in normale doen te kunnen zien. Nu is kleinzoon Niek het middelpunt van de belangstelling met zijn gebroken pols. De pols moest onder narcose  gezet worden in het ziekenhuis. Nu hebben we gedeelde ziekenhuiservaring en keuvelen we gezellig samen over infusen en narcoses.

Ik heb een lichttherapielamp besteld in de hoop dat die me wat door de grauwgrijze dagen heen gaat loodsen. Want wat trekt mijn bed dan hard aan me. Slapen wil ik. Zodat het weer snel avond is….Dan kunnen de gordijnen dicht en de lampen aan en lijkt het weer wat tenminste. En naar buiten toe, ook dat is een opdracht iedere dag. Lopen en fietsen. Conditie opvijzelen en goed voor de rug en de grijze cellen. Maar ik moet mezelf wel aan de haren meeslepen op de grijze dagen. Het natte, schimmelige, koude, met naaktslakken bedekte pad langs ons huis is niet erg aantrekkelijk…

Ik heb van alles gelezen in de afgelopen maanden. Ik zal er in een volgend blog wat over vertellen.

Advertenties

Logeren

Samen tekenen

Samen tekenen

‘Je moet niet steeds met een nieuwe bladzijde beginnen, dat is verspilling!’, zegt kleinzoon Kris van zeven tegen zijn neefje Noah van vier. Ze zitten samen aan onze tafel te tekenen en te knippen en plakken.

Noah knipt en plakt

Noah knipt en plakt

Noah tekent met stift een opzetje (sinds we NEMO bezochten, satelieten), maar beslist dan al snel dat het niet helemaal is wat hij wil en gaat door naar de volgende, blanke pagina in zijn schetsboek.

Hij kijkt grote neef Kris met glazige ogen aan en vraagt dan: ‘Wat is verspelling, Kris?’ Ik zie dat hij enigszins onder de indruk is, maar niet helemaal zeker waarvan.

‘Nou’, zegt Kris, ‘dat is wanneer je teveel papier gebruikt, want papier wordt van bomen gemaakt en als jij steeds een nieuwe bladzijde neemt dan moeten er weer bomen worden omgehakt. Dus dat is verspilling want bomen hebben we nodig om te ademen.’

Noah kijkt ernstig. ‘Oh ja’, zegt hij aarzelend. Meestal niet om een antwoord verlegen, is dit nu even het enige dat hij bedenken kan. Hier worden feiten verkondigd die helemaal nieuw zijn voor hem. Dat zijn witte papier ooit een groene boom is geweest lijkt haast niet te geloven. Maar als zijn grote neef het zegt dan moet het wel zo zijn. Hij kijkt naar zijn schetsboek. Hoe gaan we dit oplossen, zie ik hem denken.

‘Je kunt ook de achterkant van je bladzijde gebruiken, of een ander stukje ervan. Je hoeft heus niet steeds een nieuwe te nemen’, onderwijst Kris hem. ‘Ja’, zegt Noah. En kijkt naar zijn papier dat drijft van de lijm en bezaaid is met uitgeknipte vormen van gekleurd vouwpapier. Is er ergens nog een gaatje waar hij een nieuwe tekening kan maken? Hij slaat de bladzijde om en ziet dat het papier doorweekt is.

‘De volgende tekening ga ik ook op de achterkant doen, goed Kris? Dan ga ik niet meer verspellen!’

Kris kijkt mijn richting uit, met een blik van ‘wat is hij schattig, hè oma?’

En vredig gaan ze weer verder.

 

 

Vakantie-ervaringen met ons nageslacht I

Vakanties zijn aangebroken, ook de late, dus het is tijd voor ‘quality time’ met de kleinkinderen. De eerste die bij ons logeren kwam, was onze zesjarige Kris. Gebracht door mamma gaf hij haar al snel te verstaan dat het eigenlijk niet de bedoeling was dat ze nog bleef koffiedrinken. Als kind vond ik dat ook vervelend. Logeren betekent dat jij het onderwerp van aandacht bent en niet je moeder. Mijn moeder bleef altijd eindeloos kwekken en plakken omdat ik nogal heimwee-achtig was aangelegd. Maar dat kwam altijd pas later.

Kris raakte helemaal ongeduldig toen bleek dat zijn moeder ook nog een cd’tje met foto’s van haar recente promotie bij zich had. Of we die allemaal gingen kijken? Dat was wel de bedoeling. We vluchtten dus naar boven, terwijl opa zich over de logé ontfermde.

Eindelijk vertrok mamma en konden we tot zaken komen. Wat gaan we doen? Dat wil Kris altijd graag weten. Gefocust als hij is op zijn ruim twee jaar oudere broer Niek (9), is hij meestal wat gedesoriënteerd in het begin van een partijtje logeren. Hij loopt wat rond. Haalt vervolgens de spelletjes uit zijn rugzak die hij van huis heeft meegenomen en stelt een rondje UNO voor. Ik ben geheel op twee dagen spelletjes doen voorbereid (Kris is de spelletjesman), dus stem van harte in. Tuurlijk! Gezellig!

krispizzaHet regent buiten. Minder geslaagd. Maar niet getreurd, opa is de filmman, en Kris is een kleinkind van deze opa, dus de bioscoop is een goeie optie voor de middag. Welke film er speelt, wil Kris wel eerst weten. Planes 2, zegt opa. Hmmm, reageert Kris twijfelend: ik ben niet zo van Cars en zo… is er niet een andere film? Helaas nee, IJsselstein heeft maar één theater, met één filmzaal. Daar zijn we al trots op. Nou ja, ok dan, zucht Kris. Dan gaan we wel naar Planes. Ook hier blijkt de invloed van zijn broer van 9…Die vindt Cars ‘kinderachtig’…(Hoewel die op zijn zesde er nog mee speelde). Na afloop blijkt dat Kris genoten heeft!

En nu? Even TV kijken, stelt Kris voor. Nee joh, je hebt net 2 uur een film gezien! We gaan boodschappen doen, op de fiets! Dat blijkt nog een hele onderneming, want Kris converseert graag en doet dat het liefst met oogcontact en een omgedraaid hoofd. Als ik achter hem rijd is dat bij tijden niet geheel zonder gevaar. Ik kies zoveel mogelijk achteraf paden. Bij ‘rechts’ verstaat Kris soms ‘rechtdoor’ wat tot twee bijna valpartijen leidt. Oma…!! Je moet ook zeggen waar je heen wil!! Kris staat zijn mannetje. Thuis maakt hij pizzadeeg, met overgave, en houdt nauwkeurig in de gaten dat er op zijn helft géén tomatenschijfjes gelegd worden. Alleen salami en kaas, oma! De pizza smaakt geweldig. De vitamientjes eten we door er rauwe paprika bij te eten. Géén groene, oma.

kriskimstrand14De volgende dag is het stralend weer en besluiten we naar het strand te gaan. Dit keer niet naar Scheveningen maar naar Wassenaarse Slag. Prachtig strand, woelige zee, felle zon. We genieten. De tocht erheen was zo voorbij door het eindeloos spelen van ABC zoeken langs de weg en ‘Ken je mijn vriend?’, een spelletje dat ik al speelde met mijn moeder in de auto. Als we even geen spelletjes spelen is er altijd nog de vragende Kris. Kris reflecteert namelijk op alles wat hij ziet. Hij slikt ook niets voor zoete koek. Waarom? Dat is zijn levenshouding. Analyseren van de werkelijkheid tot op het bot, zeg maar. Het strand bestaat uit zand, maar waarom? En waar komt al dat water in de zee eigenlijk vandaan? Waar was dat eerst? En de schelpen? waarom zitten die in het zand? En wat zit er onder het zand, als je diep graaft? Eerst water, maar dan? Wat dan? Soms heeft Kris zijn eigen antwoorden, en daar kun je dan niet veel aan toevoegen, of het nu juist is of niet. Ook hier staat Kris zijn mannetje. Dat blijkt op de terugweg ook weer tijdens een hernieuwde ronde van het ABC-spel. Volgens Kris komt eerst de O en dan de N. Als ik volhoud dat het alfabet echt vaststaat is Kris het daar zeer mee oneens. Kijk oma, ik doe het gewoon op mijn eigen manier. Jij weet niet hoe dat moet. Als ik (riskant, ik weet het) erop sta dat we het spel volgens mijn alfabet spelen, zoals hij het ook op school leert heerst er eerst een pijnlijk en diep stilzwijgen achterin. Okay dan…, zegt Kris. Als het dan per se moet van jou…

Op de terugweg observeerde Kris nog dat als er helemaal geen andere mensen op de aarde waren het wel heel zielig voor één persoon zou zijn. Wel dieren en zo maar niemand om mee te praten. Je hoorde daarin zijn eigen grote behoefte aan gesprekspartners. Ik zei dat het me deed denken aan het verhaal van Het Begin, over hoe God alles maakte en ook Adam. En dat Adam zei dat hij zich alleen voelde. Nou, zei Kris, dat kan ik me wel voorstellen. Dieren zijn leuk, en wij zijn ook een soort dieren maar toch anders. En vervolgens moesten we verder zingen, want dat vindt Kris ook ontzettend leuk.

En toen kwam na het eten pappa hem weer ophalen.

 

Afzwemmen – of hoe we allemaal een jaar ouder werden

afzwemmen KrisHij mag als eerste beginnen met het moeilijkste onderdeel van het A diploma voor zwemmen: duiken, onder water door een gat zwemmen en dan verder met de schoolslag, één baan heen en een baan terug. En geen kinderbaantje, nee een normale grote mensen baan van 25 meter.

Kleinzoon Kris kan niet wachten om te beginnen,stralend loopt hij in de rij van twintig kinderen het zwembad binnen met de stevige bad juffen en de badmeester van wie hij had leren zwemmen. Eén, twee in de maat. Korte uitleg, de meneer van de zwembond wordt voorgesteld (Kris babbelt vrolijk onder alles door) en zijn naam werd afgeroepen.

Daar staat hij met zijn stevige lijfje, armen naar voren in de duikhouding. En weg is hij. Door het gat, proest naar boven en verder zwemmen. In de schoolslag dus, het onderdeel waarvoor hij een week lang (iedere dag anderhalf uur) extra had moeten oefenen vanwege een griepaanval. We kijken met spanning toe, gaat hij het redden? Zeer geconcentreerd maakt hij de bewegingen: strekken,buigen, strekken..langzaam, maar zeker zwemt hij zijn baantje.

25 meter zwemmen duurt best lang voor een jongetje van 1.10 m. Na driekwart baan verslapt even onze aandacht. De mannen (vader en opa)  raken in gesprek, de vrouwen (moeder en twee oma’s) kijken met aandacht maar wisselen ondertussen de laatste nieuwtjes uit.

Kris tikte aan en begint aan de terugtocht. Neus in de lucht, kin net boven water, zwemt hij dapper het eindeloos lijkende parcours. Er zwemmen kinderen van zijn leeftijd zo iel en klein dat ik ze nog geen drie zou schatten, allemaal met grote inspanning bezig zich te kwalificeren als geoefend zwemmer.

Opeens: Kris begint een afwijking naar rechts te vertonen en komt in aanraking met de lijn die daar hangt. Eerst lijkt het een toevallige botsing, maar al gauw zien we een benauwd gezichtje, bloep, bloep, net boven het water uitkomen. Het gaat niet goed…Hij hangt aan de lijn. Een schreeuw van de badmeester: Kris, in het midden zwemmen!

Het mannetje doet een verwoede poging maar vlucht naar de lijn terug. Er is iets. Buikpijn, zegt zijn moeder, met een van spanning dichtgeknepen keel. Ze kan het weten, want dat is steeds het probleem bij het zwemmen geweest, Kris slikt te veel water door en krijgt vervolgens buikpijn.

Het ventje wordt uit het water gehesen en door één van de bad juffen apart genomen. Met een straffe hand onder zijn kin en een vinger al zwaaiend onder zijn neus spreekt ze hem streng toe. Met zijn vijven van ellende door de tribunevloer zakkend kijken wij toe, we willen allemaal tegelijk schreeuwen laat onze lieveling met rust! Hij kán niet meer!

Maar als een volleerde topsporter na een ferme peptalk met zijn trainer, staat Kris weer op, al ja knikkend en begeeft zich naar het water. Terwijl naast mij een navelstreng knapt, springt hij vol goede moed erin en begint opnieuw aan het eindeloos lange zwemtraject. De zenuwen gieren ons door de gezamenlijke kelen, het huilen staat ons nader dan het lachen en grote broer Niek durft haast niet te kijken. Hoe loopt dit af?

Hij zwemt het hele lange stuk overnieuw, met succes. Het zweet druipt van onze gezichten. Kris is zich van geen spanning bewust en begint welgemoed aan de volgende opdrachten. Borstcrawl, rugcrawl, drijven,watertrappelen, sterretje vormen op je buik, op je rug, het gaat maar door. Maar hij slaagt met glans voor alle onderdelen. En eindelijk is het dan zover: uit handen van de badmeester en -juffen ontvangt hij zijn A diploma!

We hebben allemaal de rest van de dag nodig om weer bij te komen. Behalve Kris. Die is helemaal happy met zijn cadeaus en de buikpijn is weer over. ‘Ja’, zegt hij ‘had je niet gezien dat ik moest overgeven tijdens het rugzwemmen?’

Nee, Kris, als we dat ook nog hadden moeten zien, weet ik niet of we het overleefd hadden. Die aanblik is ons bespaard.

Logeren, leuke gesprekken en de Kerstman

kris, kerstvakantie 2013

Mijn kleinzoon van net 5 is nogal goed van de tongriem gesneden. Hij gebruikt lange volzinnen, met veel komma’s en bijzinnen, zoals: dat heb ik in de film gehoord, dat is die film die heet Madagascar, die film ken jij waarschijnlijk niet, maar in ieder geval, daar zei dat ene figuur, die heet zo-en- zo, dat weet je natuurlijk ook niet, het was trouwens Madagascar 3, maar die zei dat  en dan volgt het feit dat hij oorspronkelijk wilde meedelen. Hij logeert momenteel bij ons dus ik kan weer volop genieten van zijn talenknobbel. Ik moet in verschillende talen zeggen wat blij is. Begin maar met Koreaans, dan Duits.. En na iedere uitleg volgt het woord: logisch, dus, met twee geheven handjes.

We zitten in de auto, op weg naar huis, na bij familie gegeten te hebben, z’n geliefde tante Saskia. Wat zullen we morgen eten, Kris, vraag ik, om wat te kletsen te hebben. Jij vindt schelpjes toch lekker? Met vragende stem: Schelpjes? Ja, van die macaroni, weet je wel? Of vlindertjes? Opnieuw vragend: Vlindertjes? Ik krijg het gevoel dat ik niet helemaal overkom en bedenk dat hij geen macaroni zegt thuis, maar pasta. Pasta schelpjes, voeg ik er dan ter verduidelijking aan toe. Ik draai me naar hem om, verwachtingsvol. Hij kijkt me koel aan. Ik begrijp totaal niet waar je het over hebt, oma. Ik draai me snel weer terug, omdat ik hem niet wil laten zien dat ik moet lachen. Trouwens, ik hou van alle pasta, hoor, klinkt het nog troostend  van de achterbank.

Voor we weer gaan eten gaan we eerst slapen en is er nog de hele dag om te leven en dingen te doen. Na een vroege start, is er van alles om mee te spelen, maar wel het liefst mét oma of opa. Puzzels, werkboekjes van de HEMA, Boggle, alles in nauwe samenwerking met de op dat moment beschikbare volwassene. Die om en om nog even een dut doen om het vroege opstaan te compenseren. Na de koffie gaan we naar het Universiteitsmuseum in Utrecht, enigszins twijfelend of het al wel interessant genoeg is voor hem, maar a la, we zien wel.

Binnentuin Universiteitsmuseum

Binnentuin Universiteitsmuseum

Bij de ingang krijgen we een speurtocht. Er moeten 8 sneeuwballen gevonden en vragen beantwoord. Van de antwoorden verzamel je de letters en als je het goede woord hebt krijg je een verrassing. Dat is een scherpe motivator voor de kleine man. We worden het museum door gejaagd in een afmattend tempo. Iedere poging iets te bekijken, of zelfs hem tot een proefje te verleiden wordt direct getorpedeerd: Ja, maar we gingen toch sneeuwballen zoeken? Kom!

Na een uurtje hebben we de ballen allemaal gelokaliseerd en de (moeilijke!) vragen beantwoord. Echtgenoot neemt Kris mee om de verrassing uit te zoeken: een kompas. Wellicht heeft hij nu wat rust om nog het een en ander te bekijken. Voor ons plezier sjouwt hij nog wat mee, sjok, sjok, bekijkt een verzameling geprepareerde dierentongen op sterk water met ontzag en zegt dan gedecideerd: nu wil ik naar huis. We doen nog een rondje tuin, prachtige binnenhof. In de auto hebben we een vermoeiende conversatie over het kompas. Leg maar eens uit aan een 5 jarige wat nu precies Noord-Zuid-Oost-West is. En Kris geeft niet snel op. Ik ben blij als we bij de Jumbo aankomen!

Kris kerst vakantie12-13

Na de Jumbo waar we pizza’s halen en na Happy Feet gekeken te hebben, oma half slapend, is de dag alweer voorbij. De pizza gaat er in als koek. Nu wil ik een boekje over God. Kris bedoelt de Bijbelboekjes die we vroeger ook aan onze kinderen voorlazen. Tijdens het opruimen zegt hij: Jezus is toch de kleinzoon van de Kerstman? Dat zei jij, oma, vorige keer. Ik wil hem niet gelijk afvallen, maar ondanks het feit dat ik erg flexibel ben in de beleving van religie van mijn kleinzoons, kan ik me niet voorstellen dat ik dit ooit beweerd zou hebben.

Ik probeer mee te denken, Jezus de kleinzoon van de Kerstman….Bedoel je dat Jezus de zoon van God is, heb je dat gehoord? Dat blijkt het goede antwoord. Het is ook erg verwarrend allemaal. De maand december zit zo vol met Personen- met- betekenis voor een kind. En dan bij opa en oma ook nog God en Jezus.

Want er zijn drie Jezussen, zegt Kris en één is de Kerstman en de andere God.

Dat is nog eens een uitdagende Triniteitsleer voor opa Kim!

Een dagje dierentuin- Ouwehands Zoo

Een dierentuin heeft iets dubbels. Sinds jaren bezochten we gisteren met onze kleinzoons van 19 maanden, 4 en 7 jaar Ouwehands Zoo in Rhenen. Ik vond het leuker dan verwacht. Lekker ruim, veel te zien, leuke speelplekken voor de kinderen. Ruime plekken voor de dieren. We zagen prachtige vogels, papegaaien en roofvogels, de meest waanzinnig gekleurde vissen, zo mooi, watermonsters, krokodillen. Vederlichte sterrekwalletjes, beren in het Berenbos (opgekocht in Oost-Europa, waar ze hun dansjes deden op straat), tijgers (slapend op hun zij), gorilla’s en orang oetans, olifanten, giraffen (die ógen..zo overweldigend donkerzacht als fluweel en doordringend).

Dus, ja ik heb met plezier rondgelopen, langer dan ik van te voren had ingeschat. De jongens hadden er plezier in, weten ook veel van dieren en vonden het fascinerend om van alles te herkennen en aan ons te vertellen. Kris (4 jaar) had het recente referentiekader van Madagascar 4. Alle dieren uit de film die hij tegenkwam kregen een naam. ‘Dat is die en die!!’ Ondanks het feit dat het een tekenfilm is krijgen ze er toch aardig wat dierenkennis in mee. Maar ze leren ook veel uit boeken. Niek (7) heeft dikke boeken met plaatjes van roofvogels, slangen en reptielen en Kris leert met hem mee. Ze weten meer dan ik!

Dubbel blijft voor mij dat hier dieren in gevangenschap leven die eigenlijk in de vrije natuur horen te zijn. Ter lering en vermaak van mensenkinderen zitten ze daar in krappe omstandigheden, hoe mooi die verder relatief gezien ook zijn.

Ik weet het niet. Het is leuk, leerzaam en de dieren worden goed verzorgd, geen twijfel aan, maar toch. Dubbel dus.

PS Een dagje dierentuin kost: €67,00, exclusief ijsjes en koffie. Ik had wel netjes zelf boterhammetjes meegebracht..

Woudenberg boys

Woudenberg brothers

Ik heb weer een paar volle genietdagen achter de rug met mijn twee stoere kleinzoons van zeven en vier. Het was warm, dus we zijn veel buiten geweest, o.a. in het Julianapark in Utrecht. De jongens hadden niet zoveel trek in de speeltuin daar. Ik neem het ze niet kwalijk want het was er bloedje warm. Jammer genoeg is er geen zwembadje of iets dergelijks. Zou nog wel een idee zijn voor dit prachtige park. Er zijn een paar springfonteinen, maar je moet er aardig flink op stampen voor er water gaat spuiten. Niek en Kris zagen het niet zo zitten. Kris sprong drie keer achter elkaar heel hoog en kreeg aardig wat water aan het sproeien met dat stevige lijf van hem en viel vervolgens van het speeltuig. Niek is zo licht als een veertje dus hij moest zo hard springen dat het de moeite niet waard was.

speeltuin

We hebben zitten kijken naar een groepje kinderen van een NSO, met warme, paarse, polyester hesjes waarop de naam van het instituut stond. Saartje. Nou, zei Niek, met verachting in zijn stem, op zo’n opvang zou ik niet willen zitten, hoor. En veel zin om met ze te spelen hadden ze ook niet. Dus liepen we een rondje langs de dieren. Deze zaten achter gaas. Er lopen ook dieren rondjes langs de mensen in het park, kippen en hanen. Vooral voor de hanen moet je oppassen. Kris werd in zijn bil gepikt toen hij hem wilde wegjagen van ons eten.

Toen we alle dieren gezien hadden en we terug waren op onze plek, dreigde de verveling. Wat nu?   Als door een wonder, stond er opeens een ijscowagen in het park. Ik gaf Niek geld om ijsjes te kopen. De stemming schoot met een piek omhoog. Kris had opeens weer enorme energie en Niek zag de uitdaging zitten om zelf de bestelling te plaatsen.

Daar gingen ze samen. Ik wil een Skeleto, zei Niek. Ik ook, zei Kris, wat meestal zijn antwoord is op Niek’s plannen. In de verte zag ik Niek omhoog praten naar de meneer in het raampje van de wagen. De Man boog zich diep voorover, naar Niek, om te horen wat hij zei. Zou het lukken? Toch maar er even heen. Halverwege kom ik ze tegen, de mannetjes. Kris heeft een ijsje, maar huilt tranen met tuiten. Niek heeft zijn arm om hem heen. Wat is er aan de hand?
‘Ik wíl geen Cornetto’, roept Kris dramatisch door zijn tranen heen, ‘die lust ik niet!’
‘Ja’, zegt Niek, ‘die meneer begreep mij niet en toen gaf hij twee Cornetto’s.  Ik zei twee Skeleto’s, want ik wist niet meer precies hoe het heette. En nou wil Kris zijn ijsje niet’.

Oh, gelukkig, dit is op te lossen. Ik loop terug en bestel het ijsje dat Kris wilde, een Calypso cola. Helemaal gelukkig droogt hij zijn tranen. Calypso’s, Cornetto’s, ach ja waarom ook geen Skeleto’s?

Pannenkoeken eten met tante Sas

De volgende dag zijn we gaan zwemmen in het Henschotermeer. Een leuke plas in de buurt van Woudenberg, maar erg druk op een warme dag. ‘Wat gaan we doen, dan?’ vraagt Kris. Zwemmen natuurlijk. Oh..OK. Bandjes om en het water in. Een lauwwarme plas, maar Kris vind het steenkoud. ‘Ik hoef niet’, kondigt hij aan en loopt zo kordaat als hij kan in het water, naar de kant. Kris voegt meestal onmiddellijk de daad bij het woord.

Met veel moeite krijg ik hem het water weer in (ik laat mezelf nat maken met een waterflesje, een offer) en als hij eenmaal door is vindt hij het heerlijk. Als een hondje spartelt hij door de plas. Maar Niek heeft het al snel koud. We gaan er uit en liggen te bakken in de zon. Er is weinig ruimte om te spelen in de schaduw en in de zon is het te heet. ‘Ik wil naar huis’, zegt Kris,  ‘het is hier zo heet… En ik wil een ijsje’. Jammer genoeg voor hem heeft oma zich voorgenomen vandaag nog geen ijsjes te gaan kopen.

Tussen de dikke pannenkoek van de vorige avond en een hele snoepketting (met dank aan het pannenkoeken restaurant, kunnen ze niet een beker snoeptomaatjes meegeven of zo?) zit slechts een moeizaam ontbijt (‘dit is ander brood dan dat van mamma’).
‘Ik zie suiker uit je oren komen’, zeg ik. Kris vindt het niet grappig.

Ze hebben er geen van beiden meer zo’n zin in. Niek heeft een poos een Amerikaanse voetbal heen en weer gegooid met opa en is moe.

We leveren de jongens af bij hun mamma vanwege een afspraak bij de oogarts en rijden zelf linea recta naar Kijkduin, waar een andere dochter woont en springen de (koude!) zee in.

Kijkduin

Die zee…wat is dat toch een verrukkelijke plas.