Herfst en de duizend sneetjes van Corona

Herfst
Ik zag ze lopen onlangs in de bossen bij Katwijk. De gezinnetjes met kinderen, leeftijd peuter en basisschool. Met plastic tasjes, rugzakjes, of andersoortig opbergmateriaal. Vaders en moeders in diverse stemmingen, vrolijk roepend of gefrustreerd omdat peuter weg blijft rennen, de achtjarige die geen zin heeft in wandelen maar wel in een boom wil klimmen, om er niet meer uit te komen. De driejarige die bij ieder sprietje stilstaat en het gezelschap ophoudt. De opa’s en oma’s, met volle teugen genietend, zoveel geduldiger dan ooit met eigen koters. 

In de zakken en tassen verdwijnen de glimmende bolle kastanjes, de groenbruine beukennootjes, de eikeltjes met hun parmantige mutsjes, en alles wat de natuur op dit moment aan herfstoogst voortbrengt. De bladeren vertonen hier en daar wat verkleuring maar nog niet echt intens. Wel is er een overvloed aan bessen. Fel oranje duindoorn- en donkerrode meidoorn bessen. Rozenbottels, kardinaalshoed en vlierbessen. Vogels en andere duinbewoners kunnen hun buik vol eten van het overladen herfstmenu.

Heilzame natuur
We herinneren elkaar glimlachend en een tikje melancholisch aan de tijd dat we zelf met onze kinderen herfstspullen gingen verzamelen voor een schaal op tafel. In de bossen bij Bennekom. De basisschoolleeftijd was het leukst. Die waren enthousiast en kwamen met kilo’s kastanjes en vrachten oranje gekleurde bladeren aan. De pubers vertoonden een zeer nadrukkelijke afkeur voor dit soort escapades. Eenmaal in het bos werd het toch altijd leuk. Er is iets met natuur en buiten zijn dat een mens zo’n goed doet. Voor mij is de drempel hoog. Maar eenmaal buiten leef ik op. Zeker nu ik me al een periode wat vleugellam geslagen voel. 

Ik zag op tv het beeld van een verwondde eend. Zijn vleugel was gebroken door een scherp voorwerp. Hij wilde heel graag wegvliegen maar de gebroken vleugel deed niet meer dan wat doelloos klapperen. Het vliegen lukte niet. Het lijfje spande zich tot het uiterste in, maar verder dan een sprongetje kwam het niet. Zo verging het mij de laatste tijd.

Ik zocht op internet wat vleugellam eigenlijk betekent en kwam als eerste bij de verwijzing naar psalm 42 uit.  ‘Hart onrustig vol van zorgen, vleugellam geslagen ziel’. Die omschrijving is heel raak. En geeft goed de gemoedstoestand weer waarin een ziel, mijn ziel in elk geval verkeren kan. Wel willen maar niet kunnen. Terneergeslagen. Droevig. En ziel en lichaam vormen een geheel dus het heeft zijn weerslag evengoed op mijn lichaam. Vermoeidheid, malaise, alsof ik een zware griep heb gehad.

Rouw en de tweestrijd
Rouw om een goede vriend die in korte tijd een pijnlijke dood stierf als gevolg van een zeer zeldzame huidziekte, te laat ontdekt door de drukte rondom corona,  de erbarmelijke situatie van vluchtelingen. En daaronder de laag van pijn om de zelfmoord van mijn zus lang geleden, die weer kwam boven drijven. Immer onverwacht. Nooit direct. Maar de pijn vormt een ondergrond. Soms keurig als een diepe aardlaag, op een plekje waar ik niet vaak spit. En dan opeens (zo lijkt het) komt het weer aan de oppervlakte. Als een deur van een donkere kamer, die je liever dicht houdt, die openspringt door een tochtvlaag. Die kamer is donker omdat het de plaats is van verlatenheid, waar niemand is om te helpen. Waar geen mens meer komt, zelfs God niet, zo lijkt het, want daar beneemt een zus zich uit wanhoop het leven. Het is daar zo duister dat ik er altijd bang voor gebleven ben. 

Sommige periodes in mijn leven vecht ik met een donkere vijand die  lonkt en zegt dat ik het ook niet redden ga. Die mij mijn geloofsvreugde wil benemen. Die meent dat ik maar een rol speel, die meent mij ‘echt’ te kennen. 
In psalm 42 spreekt iemand die de ik beschuldigt, de scepticus, die de ik wil laten twijfelen aan Gods welwillendheid. Aan zijn nabijheid. De ik klampt zich vast aan Gods beloftes en herinnert zichzelf aan eigen helende ervaringen uit het verleden. Een tweestrijd. Een debat. Dat debat herken ik. Het gevecht met die scepticus. Die steeds maar ‘het zal wel’ en ‘denk je nou echt?’ fluisteraar. Heel uitputtend.

Wat mis ik de kerk en het zingen
Er is de droefheid omdat het op deze aarde zo ontstellend mis kan gaan. In het leven van geliefden, van de mensheid in het algemeen en in dat van samenlevingen. En er is door corona het pijnlijke gemis van kerk en samenkomsten. Waar ik me kan laven aan beloftes en steun die ik niet uit eigen kracht hoef op te pompen. Een kerkdienst is als een rivier die stroomt, waar ik mag rusten als ik moe ben en waar het heil me wordt aangereikt als een verkwikkende drank (ja, psalm 23). Mijn broers en zussen, meestal zonder dat ze het beseffen, zijn vaak tot troost. Zo werkt de Geest. Het is Gods vrede, Zijn shalom. En zingend kan een mens soms uitstijgen boven getob en gepieker. Oh, wat mis ik dat zingen!

Wat doet corona met je, vroeg iemand een goede vriendin. Het was in Amerika. It is ‘wounding’, antwoordde ze. Het bezeert me. En dat is het. Corona is als een scherp voorwerp dat je telkens weer op een andere plek een beetje pijn doet. Kleine sneetjes kunnen gemeen zeer doen. En veel kleine sneetjes is heuse pijn. Elkaar niet zien, niet kunnen omarmen, vooral bij groot verdriet. Of vreugde.
Het is een kale tijd en een onzekere tijd. Ik mis ook het reizen naar verre oorden en familie en goede vrienden daar. Een luxeprobleem in zekere zin maar wel een gemis om mee om te gaan. 

Cocktail
Zo is het een hele cocktail geworden. Herkenbaar voor velen, denk ik. Op onderdelen. Mijn les de afgelopen maanden, geoefend met steun van een hulpverlener, is dat verdriet niet ingeslikt (kom op, verman je!) maar gedeeld mag worden. Niet eerst beoordeeld op legitimiteit (mijn zus stierf toch al 30 jaar geleden, de situatie op Lesbos is toch veel erger enz.) voordat je iemand er wat over vertelt, maar gevoeld en gedeeld mag worden in al zijn rauwheid voordat je het weer relativeert. Die tussenstap, van ‘mogen ervaren’ van negatieve emoties (hoe modern therapeutisch het ook klinkt,) is in het voorkomen van depressies (in mijn geval) een belangrijke. 

Davids (en Jobs!) klachten en klaagzangen staan tenslotte ook voor iedereen leesbaar in de bijbel…Ik lees het boek Job in de vertaling van the Message en schrik er soms van hoe direct Job God durft aan te klagen. De beloftes van Gods shalom zijn waar en troostvol. Maar ons verdriet heeft een plek, ook in de bijbel. Gelukkig maar.

Hier is een prachtige vertolking (engels) van psalm 42 door Shane and Shane.

Achter de glazen wand

De glazen wand

Tja, wat doet een mens wanneer de depressie toeslaat en een glazen wand doet neerdalen tussen jou en de rest van hemel en aarde? In het kader van doorbreken van taboes-rondom-psychische-problemen is wat volgt een kijkje in de binnenkant van een/mijn depressie. Ik zeg er eerlijk bij dat dit schrijven pas lukt als ik een beetje achterom kan kijken. Maar relativerend kijken helpt ook. Ik ben niet mijn depressie, ik knok met een depressie.

Dode vogeltjes en onkruid

Ik loop in de tuin en tel alle niet-bloeiende planten, alle dooie bladeren en ik zie bijzonder scherp hoe geen enkele plant eigenlijk op de goede plek staat. Die is aan het woekeren en deze staat in de weg. Deze staat in de schaduw en die teveel in de zon.
Dan zie ik alle niet-dode vogeltjes (zie voor uitleg de blog die ik erover schreef in 2016) tegelijk met het niet-onkruid. Ik zie dingen die er niet zijn. Of beter gezegd ik zie dingen niet die er wel zijn. Alles is als een negatief. Zwart-wit. Grijs-grauw. Ik ben er doodop van. Mijn brein lijdt aan bewustzijnsvernauwing. Verkokering.

Vervolgens ben ik lang bezig met alle schaduwen te lijf gaan die met een beschuldigende vinger mijn kant op wijzen. ‘Jij doet het weer helemaal fout, jij kunt helemaal niks!’ Weg wezen. Wie jullie ook zijn, jullie hebben hier niets te zoeken! Ik weet dat het de depressie is die schuldgevoelens opblaast en het gevoel van falen buiten proporties doet toenemen. Mijn brein is als de naald van een platenspeler die vastzit in een kras op de plaat.

Na al deze ‘handelingen’ wacht er een angstig, paniekerig, innerlijk kind op me. Dat kind maakt altijd een reusachtige groeispurt door tijdens een depressie. Het klaagt, het dreint, het raakt in paniek. En het stopt niet voor het gehoord wordt, erkend en getroost wordt. Het is zinloos om er ‘hou op’ tegen te roepen. Dan gaat het alleen maar harder dreinen. Ik (ja, ik ben er ook nog) moet het rustig toespreken, kalmeren, bevestigen en bemoedigen. Er een moeder voor zijn. Je snapt, ik heb er mijn handen vol aan.

Wat helpt?

Niets doen helpt, soms.
Slapen helpt, soms.
Zwemmen helpt, soms.
Wandelen helpt, soms.
Bidden helpt, soms
TV kijken helpt, soms

Je blijft zoeken naar manieren die gaatjes boren in de glazen wand. Methodes die het waterhoofd van het negatieve bewustzijn weer normale proporties doet aannemen. Wat je ziet en ervaart is niet de werkelijkheid, maar een zwarte perceptie, ingegeven door de depressie. Ik moet mezelf dus herinneren aan wie ik de meeste tijd gewoon ben. Adem inhouden en de golf over me heen laten gaan. Ik kom weer boven straks. Dat geldt natuurlijk niet voor iedereen zo. Soms zijn er zaken waar je mee aan de gang moet. Die tijd is er geweest en ligt achter me. Daarin heb ik heel veel geleerd, nu komt het aan om toepassen.

Medicijnen

Rust, bewegen en een klankbord hebben zijn heilzame middelen. Iemand om af en toe de zware gedachtes te delen. Daar worden ze minder zwaar van en kun je soms ook weer even lachen om jezelf.

En ja, medicijnen. Ik was aan het afbouwen, opnieuw. Nu met extra motivatie omdat Paroxetine erom bekend staat (naast rode wijn) het probleem van het Restless Leg Syndrom te verergeren. Het is gelukt te minderen, maar helemaal zonder gaat niet lukken. Zoveel is wel duidelijk.

De meeste steun ontleen ik aan een tekst in de bijbel. In Handelingen 17 vers 4 staat: ‘In Hem (God) leven we, bewegen we en zijn we’. Gods hand reikt tot achter de glazen wand. Ik voel dat niet, maar dat is de werkelijkheid waarop ik mag vertrouwen. Mijn innerlijke kind vecht met verlatingsangst. De werkelijkheid van Gods belofte: ‘Ik zal jou niet verlaten’, is een stevige grond om op te staan voor mijn wiebelige benen.

Gisteren sprak ik iemand die me vroeg voor haar te bidden en ze beschreef sommige van de symptomen die ik hier noem. De binding en het begrip die je dan ervaart is als een geschenk. Het geeft het lijden van de depressie betekenis omdat je een ander kunt aanvoelen en daarmee tot troost bent. Elkaars lasten dragen noemt de Bijbel dat. En dat maakt die last toch lichter in plaats van zwaarder.

Deel je depressieve gevoelens voor ze te zwaar worden! Dat is een les die ik heb moeten leren en nog steeds leer. Voor mensen met suïcidale gedachten is dat letterlijk van levensbelang. Erover praten lost het probleem niet op, maar zoals het gezegde luidt: gedeelde smart is halve smart. Dat maakt het weer dragelijk en geeft nieuwe energie om aan de ziekte zelf te werken.

Hier nog wat links naar andere goeie blogs over depressie en psychische aandoeningen en het gebruik van medicijnen.

http://judithstoker.blogspot.com/2016/02/taboe-christen-antidepressiva.html

https://www.buzzfeed.com/alisoncaporimo/what-it-feels-like?utm_term=.bdAeLKrdb#.xhYEzeNWj

https://alloftheabove851591781.wordpress.com/tag/maak-van-depressie-geen-taboe/

Wat zal ik schrijven? Van geluk?

Boottocht op de Zaan tijdens een van de huwelijksjubilea

Ze willen niet echt vloeien, de woorden uit mijn ‘pen’. Ik zie het aan de vele ‘concepten’  die ik heb opgeslagen. Er spelen een aantal dingen waar ik (nog) niet over schrijven kan of wil. Het lijkt wel of die een soort stop vormen op mijn inspiratie. Ik heb al eens een poging gedaan erover te schrijven, maar het wil niet goed lukken. Schrijven zet zaken aan, waardoor ze gelijk erger lijken. Nog maar niet dus!

vijftig jaar!

Maar het gewone leven biedt veel goeds. Hoe bijzonder is het om in vijf weken tijd uitgenodigd te zijn op drie feesten van bevriende stellen die vieren dat ze 50 (!) jaar getrouwd zijn? Aan de ene kant maakt het dat ik me stokoud voel…mijn vrienden, 50 jaar geleden getrouwd?? Dat overkwam mijn grootouders.. Maar al gauw bedenk ik dat voor echtgenoot en mij de 43 jaar ook voorbij gevlogen zijn. Niet als een permanente roze wolk, dat niet. Maar juist door de dalen heen is de band gekweekt die nu onverbrekelijk is geworden.

De dwang van het voelen

Ik dacht daaraan in een gesprek met iemand waarin de zo bekende ‘ik moet voor mezelf kiezen’ uitspraak voorbij kwam. Natuurlijk zijn er situaties in een relatie waarin alles onhoudbaar is geworden. Ontrouw, verlating, mishandeling, situaties waarin er geen sprake meer is van samen.  Toch denk ik dat niemand meer de 50 jaar zal halen als dat zinnetje vooraan in je hersenpan staat, zoals het nu vaak lijkt. Het zelf is op zo’n voetstuk geheven dat alles moet wijken voor ‘het geluk’ van het zelf. En de definitie van geluk is dan je goed voelen. Op je plek voelen. Liefde voelen.

Wat ik persoonlijk heb geleerd door de jaren heen is dat ‘voelen’ een verschrikkelijke jojo is. Up, up, up en down. Nieuwe ervaringen die adrenaline geven en een kick. Nieuwe liefdes die door de waterval van dopamine’s maken dat je letterlijk in de zevende hemel lijkt te zweven. Maar ja, van elke bergtop moet je weer neerdalen en dan is het gewone leven soms best een domper.

Depressie als kentering.

Wat dan? Mijn leerschool is de depressie geweest. Depressies nemen naast veel andere nare dingen je gevoel van welzijn weg. Het is een rare mengeling van gevoelloosheid en tegelijk verdriet over die gevoelloosheid. Een contradictie, ik weet het maar zo was het (en is het, soms) en veel lotgenoten zullen het herkennen. In de psalmen wordt het mooi verwoord door David: Ik heb zo’n heimwee naar de tijd dat ik vrolijk was.

Hoe kun je leven met een gebrek aan een ervaring van welzijn? Dat is zwaar. Maar het dwong me min of meer na te gaan denken over wat het leven uiteindelijk waardevol maakt voor me. Waar leef ik voor? Voor wie leef ik? Wat is zinvol, ook als het niet de kick brengt die ik vroeger misschien als geluk benoemde.

Dat is een lange weg. En niet voor iedereen met verlammende depressies. Maar die bezinning heeft mij wel veel gebracht. Ik ben niet toevallig hier. God heeft me bedacht. Heeft mij talenten gegeven. Misschien is de depressie wel een talent waarmee ik mag werken. (Waarom zou een talent alleen iets positiefs zijn, iets waar je ‘happy’ van wordt?) Anderen beter begrijpen? Voeling hebben voor wie kwetsbaar is en aan de rand van de samenleving staat? Anderen eraan herinneren, puur door eigen kwetsbaarheid, dat ‘goed leven’ niet persé carriére, geld, gezondheid, succes of vul maar aan betekent. Goed leven heb ik ontdekt is samen leven, anderen meenemen op weg, steunen en gesteund, troosten en getroost worden.  En hoopvol zijn. Omdat dit leven niet het een en al is.

Succes verzekerd?

Is dat een succesformule? Nee, natuurlijk niet. Het is moeilijk om in een succesmaatschappij, van ongekende welvaart, te leven en vol te houden dat dat geen geluk brengt. Om in een maatschappij te leven waarin Jezus meestal een vloekwoord is en niet de Godmens die het ons heeft voorgeleefd: leven met de armen, zieken genezend en uiteindelijk sterven. De bijbel noemt dat ‘lijden’. Zelf God identificeerde hij zich met ons.

Dat inspireert mij. En de Geest van God geeft me mogelijkheden. En opent ook mijn ogen. Voor wie om mij heen, in het leven van alledag, wellicht een steuntje kan gebruiken. Of een beetje begrip. Of een klankbord. Of een goed gesprek. Ik noem dat nu geluk.

 

 

 

Dog, dochter en dagelijks leven

DOG

De Dog, die zwarte, (zie eerdere blogs) is vertrokken. Ik merk duidelijk verschil met, zeg, 2 maanden geleden. Het was toen iedere dag bikkelen, nadenken over hoe het onbehagen te bezweren, verdragen, verzachten. Dat is heel inspannend merk ik altijd weer. Van al dat gedenk en al die bewuste keuzes wordt een mens moe.

dbd030a611f7b8ac71465c24ad76d278.jpg (236×304)Het meest sprekende kenmerk van terugkeer naar normaliteit is het me niet voortdurend bewust zijn van mezelf. Maarten van Buren schreef in Kikker gaat fietsen, een boek over zijn depressie, dat depressie een soort super bewustzijn teweeg brengt. Maar dan één die alleen het negatieve, het zware en het moeizame waarneemt. Dode vogeltjes en onkruid en de rotzooi in huis, zeg maar. In feite een bewustzijnsvernauwing. Het kost dus enorme inspanning om jezelf steeds er weer van te overtuigen dat het niet de hele werkelijkheid is die je ervaart, maar dat het de depressie is die de werkelijkheid vervormt. Zoals een bril met te sterke (of zwakke) glazen het zicht beïnvloedt. En soms is iedere inspanning tevergeefs. Van Buren gaat fietsen, 100 km of meer om te voorkomen dat het zo ver komt. Goed van en voor hem. Dat zit er voor mij niet in, maar naar buiten gaan is zeker een wapen in de strijd geworden. Lopen, wandelen, fietsen, de deur uit!

De depressie is grotendeels voorbij wanneer de dingen weer ‘vanzelf’ gaan.
Als ik niet bij iedere stap hoef te denken: oh nee, ik moet weer een stap zetten, bij wijze van spreken.
Als ik mezelf weer hoor denken dat ik ‘even’ dit of dat zal doen. Gewoon…éven. Moeiteloos.
Als ik ’s ochtends wakker word en niet gelijk denk: kon ik maar blijven slapen.
De gewoonste zaken worden gelukzalig als ik ze zonder denken kan doen. Ik heb geen grootse dingen nodig, haha. Geef mij maar een dagje huishouden (niet mijn hobby) zonder die donkere schaduw en ik ben gelukkig.

Wat maakt dat de depressie ontstaat en ook weer verdwijnt? Wie zal het zeggen. Natuurlijk zijn er factoren die (in mijn geval) maken dat het risico op depressie groter is. Vermoeidheid. Teveel of te lang geen ‘eigen’ tijd hebben (voor mij altijd een lastige omdat het zo trendy en egocentrisch klinkt, vroeger hadden mensen ook geen eigen tijd..). Maar het is de tijd die ik nodig blijk te hebben om prikkels (die waren er vroeger minder??) te verwerken, tot mezelf te komen, enzovoort. Ik wil dat eigenlijk allemaal niet nodig hebben. Anderen lijken eindeloos door te kunnen gaan, zonder daar last van te hebben. Ik doe dat ook wel, maar de reactie komt later en is meestal onvoorspelbaar. Dát vooral is moeilijk te verteren. Wanneer je ergens huiverig over bent en het dan toch maar doet, gebeurt er niets en doorsta je alles prima. De volgende keer doe je hetzelfde en je valt op je gezicht.

DOCHTERS

Schermafbeelding-2016-01-26-om-13.04.09.png (1613×1077)
Instituut voor Beeld en Geluid

Dochter-1 kwam terug van haar bewogen reis naar Korea en Dochter-2 uit New York is geweest voor 10 dagen. Het was goed. Maar wat gaat de tijd angstaanjagend snel voorbij! Toen we Dochter-2 weer afzetten op Schiphol na 10 dagen, leek het nog geen dag geleden dat we haar ophaalden!
Als gezin zijn we met een hele club van jong en oud naar het Instituut voor Beeld en Geluid geweest en daarna gegeten in een leuk pannenkoekenrestaurant in Baarn, de Wildenburg. (vrij nieuw en zeer kindvriendelijk) Zo kon iedereen elkaar weer zien en spreken na de reis van dochter -1 en de lange afwezigheid van dochter-2.
Beeld en Geluid is trouwens een aanrader voor een familie-uitje. Nostalgie over oude tv programma’s gegarandeerd! Maar ook veel inter-activiteiten, voor zowel kinderen (vanaf 7 zou ik zeggen) als volwassenen! Later kun je verschillende opnames die je ter plekke maakt (je kunt het nieuws lezen, meepraten in programma’s) via een link in je mail terugluisteren/zien. Hilarisch! Lezen van een autocue is moeilijker dan je denkt! En een opname van jezelf is nogal lachwekkend als je blijft zitten ipv te gaan staan. Het enige zichtbare zijn mijn fladderende oogleden terwijl ik mezelf serieus voorstel aan het publiek…

DAGELIJKS LEVEN

Na dochters’ vertrek was het huis een paar dagen vreemd leeg. Het dagelijks leven moest weer worden opgepakt. Tommy, onze kat werd veel geknuffeld, de boel werd weer opgeruimd. En ik ben weer afspraken gaan maken. Gaan bellen met mensen. Weer dingen op de rail gaan zetten. Het is alsof je even van de wereld bent geweest tijdens een depressie.

Wat me staande houd en helpt om door te gaan is een  tekst uit de bijbel in het Nieuwe Testament, Handelingen 17:28:
Want in Hem (God) leven we, bewegen we ons en zijn we.
Dat is een citaat uit een toespraak die Paulus (een zendeling in de 1e eeuw) hield in Athene voor allerlei geleerden en gewone mensen uit die tijd die de Griekse goden vereerden. Paulus vertelt over de God van de bijbel.

Die tekst beschrijft de werkelijkheid die ik geloof. Als de bodem van mijn bestaan soms gaten lijkt te vertonen, moedig ik mijn angstige zelf aan: zak er maar doorheen, je hoeft niet bang te zijn. In God ben je geborgen.  Aan de andere kant van de angst is er dan niet onmiddelijk een luid geroep van Hosanna, maar wel (tijdelijk) Rust. Rust in die zin dat ik de depressieve gevoelens, voor een periode weer, kan accepteren. Een groeiend besef dat lijden een integraal onderdeel is van dit gebroken leven. En dat lijden ook leidt tot het vermogen de meest basale dingen in het leven dieper te waarderen en er meer van te genieten dan al het andere: relaties, liefde, goede gesprekken en samenzijn. Dan is er toch werkelijk zegen.

 

Bloggen is leuk maar soms even niet

don_t-be-a-slave-to-writer_s-blockJa, dan zit je daar opeens weer met een ‘schrijversblok’. Dat overheersende gevoel van ‘alles is al gezegd, wat heb ik er nog aan toe te voegen?’ Als ik eerlijk ben is dat is natuurlijk waar. Niets van wat ik schrijf is super origineel of uniek, het is simpel mijn kijk op dingen, een verhaal over mijn ervaringen. En blijkbaar geef ik bij tijden weer wat anderen voelen of denken, of in ieder geval is mijn weergave interessant genoeg voor een groepje mensen om te lezen. En dat is leuk. En geeft voldoening. Ook al is het soms moeilijk te bedenken waar ik over schrijven wil.

In feite is het bedenken van een onderwerp niet zo moeilijk, maar mijn eigen meetlat ligt soms zo hoog dat ik halverwege het schrijven van een blog ermee ophoud..schrijven is best zwaar. Opnieuw beginnen, schrappen, inkorten, uitbreiden. En soms denk ik, toedeloe, ik ga lekker een detective kijken.

Maar na een inspirerend artikel (€0,95) over bloggen in mijn lijfblad, het Nederlands Dagblad (sommige bloggers schoppen het zelfs zo ver dat ze er hun brood mee verdienen!), voelde ik de vonk weer. Mijn boterham ermee verdienen gaat niet lukken, maar de voldoening van het schrijven is ook een soort loon. Waarom ik er niet aan kan verdienen ligt aan het volgende: om euro’s  te verdienen aan je blog bestaan er  volgens het artikel twee voorwaarden: 1. iedere dag bloggen en 2. focussen op iets wat jou onderscheidt.

En dat focussen, lezers, is mijn probleem.  Ik kan namelijk niet focussen. Daarom is er nog geen meesterwerk verschenen van mijn hand. linus-and-snoopy3Daarom staat ons huis vol met spullen uit alle tijdperken en periodes; en liggen er minstens 4 boeken op een stapeltje waar ik mee bezig ben.  Naast mijn bed en ook beneden. Ik neem me vaak voor hier wat orde in aan te brengen, maar ik zit blijkbaar zo in elkaar. Van veel een beetje. Van weinig alles.

Mijn hoofdinteresses zijn geschiedenis, en kunst in alle vormen en uitingen. Dat zie ik wel terugkomen in de derivaten die mijn bestaan vullen. Genealogie, en vooral de sociale geschiedenis van mijn familie, het verzamelen van oude spullen, vanwege de historie, de boeken die ik lees, de films die ik bekijk. Mijn hart gaat sneller kloppen zo gauw er oude en andere tijden aan te pas komen!

Mijn statistieken laten zien dat de persoonlijke verhalen het hoogst scoren. Familiegeschiedenis, de blogs over de laatste maanden van mijn moeders leven, de blogs over mijn worsteling met depressies. Ook reisverslagen doen het goed. Ook die zijn redelijk persoonlijk, geen tripadvisor blogs.

Dat is denk ik voor mij de beste focus: persoonlijk schrijven over wat ik lees, zie en meemaak: de mooie en de lelijke, de grote en de kleine dingen, in deze tijden of andere tijden.

Wat vinden jullie als volgers van mijn blog?

 

 

Knitted together – antidote to suicide

“We are never “individuals” but always and inextricably bound together in profound ways. Our connectedness is so central to the gospel that Paul uses a compelling metaphor—the body—to capture it (1 Cor. 12; Rom. 12; Eph. 4). In this body, all the parts are needed and work as a whole. If one part of the body cuts itself off forever, then surely the entire body will suffer. And just as the eye can’t say to the hand, “I don’t need you!” (1 Cor. 12:21), neither can it say, “You don’t need me!”

Every person is spiritually stitched to innumerable other persons. Here we find not only the strongest argument against suicide, but also a powerful antidote to it. Along with hotlines and health clinic referrals, we the church also need to foster communities where the darkest of impulses can be named without fear of rejection. Satan would love nothing more than to keep suicidal Christians isolated. But God has given us the answer in each other. As we are knitted together as the church, the gates of hell—and of suicide—will not prevail against us”

Katelyn Beaty is Christianity Today’s managing editor.

Het raadsel mens – toch weer de zee

IMAG1307

Op een gegeven moment in je leven bereik je een plateau. De hevige stormen van de puberteit en adolescentie zijn achter de rug, de kinderen zijn geboren, de hormonen komen tot rust. En vóór je ligt het effen pad van de middelbare leeftijd. Niets geen grote gebeurtenissen meer, het leven is in principe af en nu ga je ervan genieten. Hoop je althans, want diep in je hart is er wel de angst dat het rond die tijd erg saai aan het worden is. Niets meer om naar uit te kijken immers? Oh wacht, kleinkinderen, ze zeggen dat dat erg leuk is. Maar dat moet je natuurlijk maar afwachten. 

Zo ongeveer was het beeld dat ik had van het verloop van mijn leven toen ik, wat zal ik zeggen, een twintiger was? Ik weet het niet precies, want ik wist ook niet dat ik er zo over dacht. Dat zijn vaak verborgen ideeën die je je pas realiseert wanneer het leven anders loopt. Dan denk je opeens: hè? Dit klopt niet! Hoezo niet,  vraagt men dan. Nou, omdat…, en dan komt het hoge woord eruit. Dan blijkt opeens dat je allemaal uitgewerkte beelden met je meedraagt die je op de een of andere manier in je onderbewuste hebt lopen bedenken. Ergens onderweg meegekregen.

Vreemde gewaarwording is dat, vind ik. Want de hevige stormen van puberteit en adolescentie blijken, in mijn leven tenminste, helemaal niet halt te houden voor het grenspaaltje van een bepaalde leeftijd. En het hevige gevoel van tekort gedaan te worden, dat je als kind doet uitbarsten in luid gekrijs, is er af en toe gewoon nog steeds! Even sterk, maar je krijst het niet meer uit natuurlijk. En stampvoeten heb je ook verleerd. Het zou best lekker zijn, zeg, af en toe!

En dan die vlakke, effen weg van de middelbare leeftijd. Laat me niet lachen. In mijn beleving schiet ik van de ene hobbel naar het volgende gapende gat en net als ik op adem kom zit er weer een scheur in de weg waar ik omheen moet laveren.  Middelbaar klinkt zo rustig, zo evenwichtig, zo gemiddeld. En dat voel ik mij zelden. Ik begin nu te hopen dat de meeste middelbaren verborgen onrust kennen. We lijden misschien allemaal wel een beetje onder het verplichte imago van bereikte rust en wijsheid.

Het raadsel mens. Daar komt het op neer. Leven zoals je denkt dat het hoort kan voor veel narigheid zorgen. Ik weet dat uit ervaring. Er is een verschil tussen leven vanuit een overtuiging en dan handelen volgens die overtuiging of  leven vanuit wat je denkt dat anderen vinden dat juist is. Iedereen heeft wel ervaring met de spanning tussen die twee. Meestal hoef je daar niet zo bij na te denken,maar als je vast loopt moet je wel.

En het gekke is dat ik meende dat je tegen de tijd dat je middelbaar was op dat gebied geen vragen meer zou hebben. Dan zou alles klip en klaar en duidelijk zijn. Op alle levensvragen antwoord en met de onbeantwoorde heb je vrede. Zo werkt het dus niet voor mij. Wat dat betreft zie ik eerder een spiraal of een kringloop dan een weg voor me. Vragen of gebeurtenissen die allang aan de orde zijn geweest duiken weer op. Soms ploep, onverwacht, in alle hevigheid. Gebeurtenissen die moeizaam of verdrietig zijn onderga je met ‘gemak’. En de meest triviale tegenslagen ( de koffie is op, je gooit een glas wijn om) brengen soms een vloedgolf aan emotie teweeg.

Inmiddels zullen mijn lezers wel denken dat ik een emotioneel zwaar geteisterd mens ben. Dat ben ik ook tot op zekere hoogte. Al die emoties en gedachten die ik meesleep houden in ieder geval dit blog in stand. Elk nadeel heeft zijn voordeel. Maar één ding heb ik inmiddels wel geleerd en dat is dan toch echt de vrucht van het ouder worden: Alles gaat weer voorbij. Als je 20 bent kun je dat nog niet denken. Weet jij veel? Maar als je zoals ik de middelbare leeftijd hebt bereikt (kijk ik leer het al!) heb je ondervonden dat ook in het leven er getijden zijn. En zolang de Here Jezus niet terug komt, het eb en vloed blijft. En dat je tijdens de gevaarlijk sterke stromingen wordt vastgehouden door Hem en dat je bij warm weer heerlijk mag spartelen in de golven (ik blijf een watermens)

Maar voor wie kleinkinderen heeft of ze kan lenen van nichten en neven: de vreugde die zij geven maakt eb bijna tot vloed!

Vrouw van een dominee 7, Wat als?

Iedereen loopt wel eens rond met de vraag, wat als? Wat als dit of dat niet was gebeurd, wat als ik toen zus of zo had besloten. Niet altijd in negatieve zin bedoeld. Stel je voor dat ik bijna 40 jaar geleden niet had besloten naar l’Abri te gaan in Eck en Wiel voor een paar maanden, dan had ik nu niet Batteau als familienaam gevoerd. Ik zeg maar wat. Natuurlijk, ik hoop dat God  misschien wel iets anders bedacht

Geen enkele gebeurtenis is toeval, geloof ik. De goeie en de slechte krijgen allemaal hun plek in het kunstwerk dat God van ons wil maken. Nu zeg ik er wel direct bij dat ik dat kunstwerk niet altijd kan waarderen, zo ik er al zicht op mag hebben in het hier en nu. Het is grotendeels een kwestie van vertrouwen op wat God daarover zegt in de bijbel. Wij hopen op iets dat we nog niet zien, en we wachten daarop met volharding.(Romeinen 8)

Ik kom hierop, omdat ik mijn vorige blog eindigde met de vermelding van mijn zus Loes. Hoe haar leven een grote invloed had op het mijne tijdens de eerste jaren in de pastorie, na onze terugkeer in Nederland. Ik wilde me voor de volle 100% inzetten als gemeentelid, als vrouw van de dominee, maar het moeizame leven van mijn zus maakte dat het anders liep. Zij was een tweemaal gescheiden vrouw, 9 jaar ouder dan ik, met psychische problemen die door haarzelf niet genoeg onderkend werden. Inmiddels is het 25 jaar geleden en hoe ‘populair’ tot op zekere hoogte therapieën toen aan het worden waren, het taboe op psychisch ziek zijn was nog niet veel minder.

Mijn zus verkeerde in het alternatieve circuit waarin men niet over ziekte of kwalen wilde spreken, maar steeds bezig was om (uitsluitend) vanuit zogenaamde innerlijke kracht het pijnlijke in de ziel te overwinnen. Terugkijkend geloof ik dat zij aan een bipolaire stoornis leed, die zich steeds sterker manifesteerde, omdat de alternatieve ‘trainingen’ een averechts effect hadden. Ze versterkten het ongeremde in haar en na periodes van hoge adrenaline pieken, stortte ze in en kon dan dagen en weken alleen maar slapen en huilen.

Ik beschrijf het zo uitvoerig omdat ik een indruk wil geven van hoezeer het mij bezig hield. Ik heb in vorige blogs, o.a. Kabeljauw in Korea, verteld hoe Loes ruim een maand bij ons was in Korea tijdens een periode waarin ik in het ziekenhuis lag. Zij heeft toen voor me gezorgd (in Koreaanse ziekenhuizen verzorgt de familie de patiënt, uitgezonderd medische handelingen) en er was een sterke zussenband tussen ons gegroeid. Daarom viel ze later vaak op mij terug wanneer ze zich slecht voelde. En juist in die eerste periode in Nederland, waarin ik mijn weg moest zoeken in nieuwe levensomstandigheden, kwam dat op mijn pad.

Ik zag dat toen als een hinderlijke, storende factor. Het was zo belangrijk voor me om een goeie start te maken, om bezig te zijn met wat ik misschien wel zag als een roeping, dat ik een huilende, psychisch gekwelde zus helemaal niet gebruiken kon. Ik wilde het dus graag oplossen voor haar. Als zij zich beter voelde en het leven weer aan zou kunnen, kon ik eindelijk met het mijne verder. Ik had dan wel niet gestudeerd, maar ik ging carrière maken als domineesvrouw.

Hoe help je een zieke zus die geen hulp wil, geen medicijnen, geen therapie, geen arts?  Wat ik me vooral herinner uit die tijd was dat onbeschrijfelijke gevoel van machteloosheid. Het is erop uitgelopen dat mijn zus een einde aan haar leven heeft gemaakt. Ze zette een streep door haar eigen toekomst en indirect ook door al mijn grootse toekomstplannen. Als nabestaande van een familielid dat suïcide pleegt heb ik vooral dit ervaren: er loopt vanaf dat moment een scheur door de bodem van je bestaan. Tegelijk is het zo dat die scheur ervoor zorgde dat ik op den duur gedwongen werd te kijken naar de gesteldheid van de bodem die ik zo stevig achtte. Die was misschien wel brozer dan ik dacht.

Wat als Loes een andere zus was geweest? Zonder problemen en eerder een steun voor mij dan andersom? Zou alles anders gelopen zijn? Zou ik inmiddels bevorderd zijn tot engel? Want dat was immers waar ik naar streefde (besefte ik later), zo sterk te zijn dat ik er voor anderen helemaal zou kunnen zijn. De eerste symptomen van wat in vaktermen wel het Messiascomplex genoemd wordt.

Ook zonder de tragiek van Loes zou het tot een ‘scheur’ gekomen zijn hebben.

Het weer is niet alles, maar ook niet niks

Klagen mag niet. Er zijn veel ergere dingen in de wereld dan een beetje regen. Er zijn hele gebieden op aarde waar ze smachten naar water. En kom op, van een beetje regen is nog nooit iemand overleden. Kijk maar naar de mooie wolkenluchten en geniet van alle weersoorten. Hitte is toch ook niet alles? Nu doe je tenminste nog wat.

Heb ik ze allemaal gehad? De opmerkingen van de optimisten die in alles wel een zonnestraaltje ontdekken? Die bij iedere grijze wolk en na iedere regenbui zeggen: dat hebben we gehad, wat nu valt kan straks niet meer vallen en weer opgewekt aan een nieuwe kruiswoordpuzzel beginnen onder het druppelende afdak van hun voortent.

Mijn zon-doorbakken lijf en ziel kon heel wat grijs weer en regen aan bij terugkomst van een fantastische reis door de VS. En ik ben ook niet van de tropische temperaturen. Maar wat is buiten eten heerlijk, een koud glas witte wijn in de tuin op een warme avond plezierig en de vrolijke sferen van een zomerdag verheffend voor je ziel en lichaam.

Verschillende van mijn vriendinnen lijden eronder dat ze niet in de tuin kunnen werken, waardoor ze een goedkope en gezonde vorm van therapie mislopen. Hun piekerende hoofden vinden rust bij het loswoelen van de aarde en zorgvuldig verwijderen van onkruid. Alles in het leven moet je loslaten, alles loopt anders dan je hoopte of verwachtte, maar op dit kleine plekje grond heb jij (even) overzicht en rust. En met het werken in de zwarte grond is het of je woelende gedachten via je handen daar achterblijven. Even vrede in je hoofd.

Calvijn noemde bidden een vorm van tuinieren. Spitten, graven, woelen. Naar iets dat onder de grond bewaard ligt en dat je vinden kunt, schatten die God daar heeft voor ons. Zelf tuinierster én bidder heeft dat beeld me altijd aangesproken. Tuinieren en bidden kan helend zijn, maar ook zwaar of niet mogelijk. Hoe kan je tuinieren als je je arm breekt, hoe kan je bidden als je hart zwaar is en je hoofd vol?

Misschien is dit wel het antwoord van God: die rust in het wieden van onkruid wanneer het rechtstreekse gebed niet wil. De schat die Hij voor ons heeft, verstopt in de natte, naar zoete schimmel ruikende, rijke aarde. Het is bidden met je handen en ontvangen in je ziel tegelijk.

Dat het toch maar even zomer worden mag.

Een hert met dorst

Psalm 42. Een kunstig lied van de Korachieten, tempeldichters in de tijd van het Oude Testament in Israël. Mannen die aangesteld waren door de priesters om liederen te maken voor de diensten in de kerk van die tijd. Dichters voor speciale gelegenheden. Zoals de Dichter des Vaderlands, zeg maar. Psalm 42 en 43 horen eigenlijk bij elkaar. Dat zie je aan het refrein dat drie keer terugkeert: Mijn ziel waarom ben je zo terneer geslagen? Hoop op God.

Zoals het gaat in een mensenleven, zat ik (‘de ziel’ van ps.42) vorige week in een wat dorre periode. Ik heb wel geleerd inmiddels dat ook mijn geloofsbeleving is als de zee met haar getijden, eb en vloed.  Ik schrik er dus niet meer zo van, maar het blijven periodes die ik lastig vind. Een soort lusteloosheid overkomt je, de dingen staan ver van je af en als ik niet beter wist zou ik denken dat ‘het’ weg is. Zo beschreven sommige van mijn geliefden vroeger wat hen overkwam: op een morgen werden ze wakker en ‘het’ was gewoon weg. Met ‘het’ werd dan hun geloof in God bedoeld.

Als jong kind van 11, 12 jaar (ik was de jongste van vijf en er zat tien jaar tussen de oudste en mij) schrok ik daar enorm van. Je kunt dus iets kostbaars denken te hebben, geloof in God, en dat kan zomaar als sneeuw voor de zon verdwijnen. Ik heb er weken pijn in mijn buik van gehad. Ik was namelijk een heel gelovig kind, al van jongs af aan. Maar ik was ook een heel angstig kind, deels door karakter, deels door omstandigheden.

De ergste schrik verdween, maar, naar me later bleek, ging ondergronds. Om het kort samen te vatten, ik heb jaren lang God in de hemel moeten houden, omdat ik zo bang was dat Hij er anders uit zou vallen. Zulke misvattingen leiden er toe dat je geen vragen durft stellen, geen twijfels mag voelen, want dat leidt onherroepelijk tot datgene waar je juist zo je best voor doet te voorkomen, het verlies van je geloof. En dat geloof was juist een bron van veiligheid. Een vicieuze cirkel die misschien wel herkenbaar is.

Na een weg met veel bochten en gevaarlijke verkeerssituaties, kwam ik op een punt dat ik kon zien dat geloven niet alleen voelen is, maar ook te maken heeft met argumenten en overtuigingen. Ik wilde graag geloven dus de argumenten dronk ik in als een dorstig hert. Na de vele evangelisch getinte boekjes die me frustreerden omdat er iets verondersteld werd dat ik niet (meer) had, namelijk een ervaring van Gods grootheid, veel blijdschap enzovoort, fleurde ik op van C.S Lewis, Philip Yancy, Tim Keller en anderen. Die namen hun uitgangspunt bij de ‘gewone’ mens, met zijn ups en downs, vragen en twijfels. Mensen met veel downs en een klein, wankelig geloof zoals ik.

Wat bij mij soms weg is, is inderdaad de ervaring.  Dat moet ik dan ‘uitzitten’. Als ik naar andere zaken kijk, is daar meestal ook wat matheid en vermoeidheid. Wat vroeger naar bed, opletten dat ik niet te veel inplan. Vaker mijn kleinkinderen zien, (altijd garantie op een stoot feelgood hormonen). En meer van dat soort zaken als remedie.

Maar een preek over psalm 42 leek me afgelopen zondag ook een goed idee. Want ik mis God dan wel, zoals ik een goede vriendin  mis. Ik besloot deze keer eens niet naar de kerk te gaan, en rustig op de bank naar een boodschap te luisteren van Tim Keller, begenadigd spreker uit New York.

Na een inleiding en een herkenbare beschrijving van hoe een mens zich voelt ten tijde van het dorsten naar God als dat dorstige hert, kwam hij met een aantal tips. Iedereen zal door dergelijke periodes heengaan. Geen twijfel mogelijk. Het hoort bij het christelijk geloof en het hoort bij het mens zijn. Wat moet je doen of niet doen? Op zijn eigen humoristische en genuanceerde wijze kwamen de suggesties. De allereerste: onttrek je niet aan je gemeenschap, aan het gezamenlijk dingen doen als bijbel lezen, bidden en samenkomen in de diensten.

Daar zat ik in mijn pyjamaatje op de bank in mijn allereenzaamste upje lekker naar een internet preek te luisteren. Hmm. OK. Misschien niet voor alle weken, maar zo af en toe wel heilzaam. Toch snap ik wel wat Keller bedoelt. Juist als je je dorrig voelt heb je de neiging je terug te trekken en dat is gewoon niet de oplossing.

Het komt altijd weer terug. Communicatie, delen, onderlinge gemeenschap, het kan net zo  helend en heilzaam zijn als een groot glas koud water wanneer je dorst hebt. Maar af en toe een stilte-ochtend mag er zijn.

%d bloggers liken dit: