Auteursarchief: Margreet

Over Margreet

Ik vind het heerlijk om te peinzen over de dingen van alledag, de grote en de kleine. Mijn interesses? Lezen, gesprekken met vrienden en kinderen, koken, tweedehands spulletjes zoeken, films kijken, mijn kleinkinderen, mijn Amerikaanse en Franse familie, te veel om op te noemen. Het volle, rijke, soms moeilijke leven met zijn ups en downs, daarover schrijf ik, met plezier.

Waarom Post.nl het zo niet gaat redden…

Wie een AOW-gat wil vullen moet creatief zijn.
Kom, dacht echtgenoot, na het zien van de wervingsadvertenties van Post.nl voor bezorgers, dat ga ik doen! Een paar uurtjes per dag lekker in de buitenlucht post bezorgen. Goed voor de gezondheid, geen stress, geen verantwoordelijkheid, eitje. Hij is optimistisch ingesteld.

 

 

 

 

 

Na een paar dagen ingewerkt te zijn (meelopen met een route hier en daar door onze woonplaats) begon het eigenlijke werk. Zelfstandig de brieven rondbrengen. Om kwart voor elf zag ik hem opgewekt gaan, richting depot. Ik riep nog: Sterkte! Ik ben van nature namelijk minder optimistisch ingesteld dan mijn echtgenoot. Ik zag allemaal leeuwen en beren in de vorm van verdwalen, verkeerd bezorgde post, stortbuien en lekke banden.

Vooral dat laatste, de staat van zijn fiets, was precair. Op die fiets moeten bezorgers vijftig kilo kunnen dragen. En moet diezelfde fiets op een standaard kunnen leunen die bestand is tegen dat gewicht. Deze fiets had die niet. Kleine handicap al.

Bij het depot moet de post worden opgehaald. Die is er nog niet dan, nee, daar wacht je op samen met de verzamelde bezorgers. Een klein sociaal moment in de dag je gegund door Post.nl. Na twintig minuten of soms langer komt de post. In grote pakketten. Iedereen sjouwt die pakketten naar hun fiets. Stevige jonge en oudere mannen en minder stevige vrouwen. Men vertrekt naar het startpunt van de route. Parkeert de fiets. Dan pas gaat de betaalde werktijd in. Tussendoor fiets je nogmaals naar het depot om spul van je volgende route op te halen. De stopwatch gaat weer even op nul. 

Mijn echtgenoot kwam de eerste dag niet voor half vijf thuis. De tweede dag om vijf uur. Drie routes moest hij lopen. De stakker. De derde dag riep hij: dit is gewoon slavenarbeid! Ik werk voor een habbekrats (9,65 euro). Ik moet voor mijn eigen vervoer zorgen en bijna de helft van de tijd wordt ik niet uitbetaald en rij ik voor mijn lol.

Vanmorgen is hij ermee gestopt. Dat kon gelukkig in de eerste maand.
Post.nl heeft een ernstig tekort aan bezorgers. Ik snap nu wel waarom!
Suggesties van een leek:
1. Zorg als bedrijf voor goeie transportfietsen en het onderhoud ervan!
2. Laat de betaalklok lopen vanaf het moment dat je bezorgers arriveren bij het depot om 11 uur en pas ophouden als alle post bezorgd is.
3. Geef een meer realistische tijdsinschatting voor de duur van de route zodat je niet op een draf door de straten hoeft. Tijd hebt voor een lunchbreak en een plaspauze.
4. En laat dat uurloon wat aantrekkelijker worden! Dit werk wordt onderbetaald!

Misschien dat je mensen dan zo gek krijgt om door weer en wind onze post te bezorgen!

Advertenties

Luchtgaatjes en koeler weer

Dat was best een zware blog, de laatste. Toch ben ik blij gedeeld te hebben hoe een depressie aanvoelt (lees hier de blog). Het heeft mij zelf vaak geholpen te lezen dat er anderen zijn behalve ik, die zich zo voelen en het maakt letterlijk de last wat minder zwaar. Gedeelde smart en zo. Depressie beleven als een donker geheim, terwijl je uiterlijk ‘vrolijk’ doorgaat met je leven, is gevaarlijk. We kennen (of  hebben erover gehoord) allemaal de mensen om ons heen die opeens een einde aan hun leven maken en over wie dan gezegd wordt dat niemand ook maar een vermoeden had dat diegene het zo zwaar had. Dat moeten we met zijn allen proberen te voorkomen. Doel: mensen met psychische aandoeningen oproepen om te vertellen over de moeite en de pijn die die kwalen met zich meebrengen. Zoals lichamelijke afwijkingen dat ook doen. Niet aan jan en alleman natuurlijk. Maar in je eigen kring. Zodat je steun kunt krijgen. En dat helpt. 

Iedereen die reageerde naar aanleiding van de blog: Bedankt! Het is echt fijn om kaartjes of appjes te krijgen met bemoedigende woorden. Dank dat je er de tijd voor nam.

In mijn glazen wand zitten weer luchtgaatjes. Ik ruik soms weer de heerlijke geuren van het normale leven. Ik ben er nog niet, maar er is vooruitgang. Medicijnen doen hun werk, rust helpt, wandelen en fietsen ook en zo is iedere dag weer een beetje beter. Ik ga vrijwilligerswerk doen voor Vluchtelingenwerk. Een aantal uren assisteren in een taalklas in Utrecht voor beginners. Dat werk heeft mijn hart. Via Vluchtelingenwerk kan ik ook een aantal trainingen doen. Ik heb er nu weer de energie voor en ik weet dat ik er veel voldoening aan ontleen. Goed voor de stemming dus.

Blij ben ik ook dat de hitte voorbij is. Dat is echt een aanslag op mijn welzijn. Boven de 25 gr. ben ik in feite al aan het wegsmelten. Wonderlijk hoe je ondanks alles dan toch went aan hoge temperaturen. Aan slapen met een ventilator aan. Aan hele dagen de gordijnen en deuren dicht. De eerste dag onder de 27 was het kil…

Ook de tuin geniet van het koelere weer. Alles trekt bij, begint opnieuw te bloeien en de druiven! Nog nooit hebben we zo’n oogst gehad en nog nooit waren ze zo zoet. De eerste jam-maak-sessie is achter de rug en er zijn er nog wel een paar te gaan. Dat is echt ‘genade’. Niets doen en na een aantal maanden kilo’s en kilo’s donkerpaarse, overzoete druiven plukken! Alle eer voor de smaak van de druiven aan de Schepper!

 

Achter de glazen wand

De glazen wand

Tja, wat doet een mens wanneer de depressie toeslaat en een glazen wand doet neerdalen tussen jou en de rest van hemel en aarde? In het kader van doorbreken van taboes-rondom-psychische-problemen is wat volgt een kijkje in de binnenkant van een/mijn depressie. Ik zeg er eerlijk bij dat dit schrijven pas lukt als ik een beetje achterom kan kijken. Maar relativerend kijken helpt ook. Ik ben niet mijn depressie, ik knok met een depressie.

Dode vogeltjes en onkruid

Ik loop in de tuin en tel alle niet-bloeiende planten, alle dooie bladeren en ik zie bijzonder scherp hoe geen enkele plant eigenlijk op de goede plek staat. Die is aan het woekeren en deze staat in de weg. Deze staat in de schaduw en die teveel in de zon.
Dan zie ik alle niet-dode vogeltjes (zie voor uitleg de blog die ik erover schreef in 2016) tegelijk met het niet-onkruid. Ik zie dingen die er niet zijn. Of beter gezegd ik zie dingen niet die er wel zijn. Alles is als een negatief. Zwart-wit. Grijs-grauw. Ik ben er doodop van. Mijn brein lijdt aan bewustzijnsvernauwing. Verkokering.

Vervolgens ben ik lang bezig met alle schaduwen te lijf gaan die met een beschuldigende vinger mijn kant op wijzen. ‘Jij doet het weer helemaal fout, jij kunt helemaal niks!’ Weg wezen. Wie jullie ook zijn, jullie hebben hier niets te zoeken! Ik weet dat het de depressie is die schuldgevoelens opblaast en het gevoel van falen buiten proporties doet toenemen. Mijn brein is als de naald van een platenspeler die vastzit in een kras op de plaat.

Na al deze ‘handelingen’ wacht er een angstig, paniekerig, innerlijk kind op me. Dat kind maakt altijd een reusachtige groeispurt door tijdens een depressie. Het klaagt, het dreint, het raakt in paniek. En het stopt niet voor het gehoord wordt, erkend en getroost wordt. Het is zinloos om er ‘hou op’ tegen te roepen. Dan gaat het alleen maar harder dreinen. Ik (ja, ik ben er ook nog) moet het rustig toespreken, kalmeren, bevestigen en bemoedigen. Er een moeder voor zijn. Je snapt, ik heb er mijn handen vol aan.

Wat helpt?

Niets doen helpt, soms.
Slapen helpt, soms.
Zwemmen helpt, soms.
Wandelen helpt, soms.
Bidden helpt, soms
TV kijken helpt, soms

Je blijft zoeken naar manieren die gaatjes boren in de glazen wand. Methodes die het waterhoofd van het negatieve bewustzijn weer normale proporties doet aannemen. Wat je ziet en ervaart is niet de werkelijkheid, maar een zwarte perceptie, ingegeven door de depressie. Ik moet mezelf dus herinneren aan wie ik de meeste tijd gewoon ben. Adem inhouden en de golf over me heen laten gaan. Ik kom weer boven straks. Dat geldt natuurlijk niet voor iedereen zo. Soms zijn er zaken waar je mee aan de gang moet. Die tijd is er geweest en ligt achter me. Daarin heb ik heel veel geleerd, nu komt het aan om toepassen.

Medicijnen

Rust, bewegen en een klankbord hebben zijn heilzame middelen. Iemand om af en toe de zware gedachtes te delen. Daar worden ze minder zwaar van en kun je soms ook weer even lachen om jezelf.

En ja, medicijnen. Ik was aan het afbouwen, opnieuw. Nu met extra motivatie omdat Paroxetine erom bekend staat (naast rode wijn) het probleem van het Restless Leg Syndrom te verergeren. Het is gelukt te minderen, maar helemaal zonder gaat niet lukken. Zoveel is wel duidelijk.

De meeste steun ontleen ik aan een tekst in de bijbel. In Handelingen 17 vers 4 staat: ‘In Hem (God) leven we, bewegen we en zijn we’. Gods hand reikt tot achter de glazen wand. Ik voel dat niet, maar dat is de werkelijkheid waarop ik mag vertrouwen. Mijn innerlijke kind vecht met verlatingsangst. De werkelijkheid van Gods belofte: ‘Ik zal jou niet verlaten’, is een stevige grond om op te staan voor mijn wiebelige benen.

Gisteren sprak ik iemand die me vroeg voor haar te bidden en ze beschreef sommige van de symptomen die ik hier noem. De binding en het begrip die je dan ervaart is als een geschenk. Het geeft het lijden van de depressie betekenis omdat je een ander kunt aanvoelen en daarmee tot troost bent. Elkaars lasten dragen noemt de Bijbel dat. En dat maakt die last toch lichter in plaats van zwaarder.

Deel je depressieve gevoelens voor ze te zwaar worden! Dat is een les die ik heb moeten leren en nog steeds leer. Voor mensen met suïcidale gedachten is dat letterlijk van levensbelang. Erover praten lost het probleem niet op, maar zoals het gezegde luidt: gedeelde smart is halve smart. Dat maakt het weer dragelijk en geeft nieuwe energie om aan de ziekte zelf te werken.

Hier nog wat links naar andere goeie blogs over depressie en psychische aandoeningen en het gebruik van medicijnen.

http://judithstoker.blogspot.com/2016/02/taboe-christen-antidepressiva.html

https://www.buzzfeed.com/alisoncaporimo/what-it-feels-like?utm_term=.bdAeLKrdb#.xhYEzeNWj

https://alloftheabove851591781.wordpress.com/tag/maak-van-depressie-geen-taboe/

Onkruid en de les van de stokroos

Hij is er weer. Mister Black Dog. Een combi van medicatie afbouwen, drukte, slechte nachten door de warmte en jawel, ik hoorde hem weer keffen. Altijd weer verbaast me de plotselinge verschijning van het beest. Hij zit verstopt achter een boom. Je loopt voorbij en zonder waarschuwing springt hij je in de nek en blijft daar zitten hijgen. 

Ik ga ‘gewoon’ slapen en voel het op me dalen bij het wakker worden. Een zware, beklemmende deken. Het dekbed vouw je terug bij het opstaan, maar deze deken schud je niet zo eenvoudig af. Je draagt hem mee als een terneerdrukkende, benauwende last.
En het ging zo goed! Dan komt de twijfel.
Ging het wel echt goed?
Natuurlijk was het echt!
Ja maar…
De kenmerkende vermoeiende, innerlijke dialogen waar mensen met psychische problemen meesters in zijn.  Wel waar, niet waar, toch wel, toch niet, enzovoort.
Kappen! wil ik schreeuwen als mijn driejarige kleinzoon, die dat woord geleerd heeft van zijn grote broer. Klep dicht!

Bewegen is het motto tegenwoordig. Sporten, fietsen, wandelen. Maar oh, de warmte…Ik zweet liters alleen al door in het huis wat noodzakelijke dingetjes te doen. Vroeg in de ochtend, zegt een opgewekte, energieke vriendin. Ach, lieverd, zeg ik, ik slaap vaak na een onderbroken nacht pas tegen vijf uur weer in. Ja, ik weet het.. in de avond dan maar. Ik beloof het maar weet ondertussen dat het me niet zal lukken. Of toch wel?

Werken in de tuin biedt altijd verademing. Helaas, door de hitte is er niet veel eer aan te behalen. Ik haal wat dooie bloemetjes van de armetierig bloeiende planten. Het gras is geel, de bosbessenstruik toont wat verdroogde besjes, die ik maar laat zitten voor de vogels als die ze nog pruimen. Zelfs de Hortensia’s, altijd oersterk, laten hun bladeren hangen en de bloemtrossen zijn verbleekt. Het past naadloos aan bij mijn stemming. De Fazantenbes – (Leycesteria formosa) die anders zo mooi staat te pronken is ook al schlemielig. De besjes zijn overrijp. Ze smaken wel heel lekker. Ah, daar haal ik toch weer een flard bemoediging uit de tuin. Schlemielig maar toch van waarde zijn. Niet alles is wat het lijkt.

In de achtertuin zie ik ook alleen maar niet-florerende planten en struiken. Ik weet dat het door de stemming komt. Die werkt als een filter. Bij mij zoomt alles in op onkruid, wat het niet goed doet en wat er ontbreekt. Ik loop langs een van de stokrozen en denk, somber, alweer die lelijke zuurstokroze bloemen. Schoorvoetend moet ik aan mezelf toegeven dat de Oost-Indische kers het best goed doet. Ik ben gek op die felle oranje-rode bloemen. De Lathyrus lijkt het ook wel beter dan anders te doen. Meer bloemen en steviger dan andere jaren. Iets begint een beetje door de dikke mistlaag heen te dringen. Ik voel het droge, gele, stoppelige gras onder mijn blote voeten en ruik de prikkelige geur van hooi. De droge aarde heeft een eigen aroma en er is geen slak te bekennen. En dan zie ik opeens dat de vorig jaar gezaaide stokroos bloeit. De hoop op een andere kleur dan roze had ik al opgegeven. Alles kleurt immers roze in deze tuin?
Deze is intens donkerrood! Ik kan weer (ok, een paar seconden dan) blij zijn. De verrassing van de mooie kleur is een teken van hoop voor mijn vale stemming.

Alexia at the ACME Hotel

Het klinkt als de titel van een popsong. Zoiets als Hotel California. ‘You can get in, but never leave…’

Maar Alexia was onze eerste kennismaking met een robot. We sliepen onlangs een nacht in een hotel in Chigago, in de VS. Een leuk, wat alternatief hotel. Dat zie je al aan de inrichting. De rits is een tromp l’oeil.

hotelkamer chigago

breakfastroom acmehotel

Op tafel stond een cilindervormig zwart ‘ding’. In eerste instantie dacht ik dat het een speaker was of zo voor muziek uit een Iphone. Er stonden meer mij vaag bekend voorkomende digitale apparaten, waarvan het gebruik mij net ontgaat. Ik zie ze bij onze nazaten, die de laatste digitale ontwikkelingen op de voet volgen en steeds kleinere en handigere gadgets tevoorschijn toveren.

Alexia

Nu was deze zwarte toren niet zo erg klein, maar wel intrigerend. Vooral toen er vanuit het niets opeens een vrouwenstem klonk: ‘I do not understand the question’, of iets van dien aard. Ik schrok me een ongeluk, want behalve echtgenoot was er niemand anders in de kamer, en ik was me er ook niet van bewust iemand wat gevraagd te hebben. De zwarte toren  bleek dus een robot, bij nader onderzoek, met de naam Alexia. Voor mij een volkomen nieuwigheid, maar blijkbaar al langer in gebruik aangezien prof. Ad de Bruijne een column eraan wijdde in het Nederlands Dagblad van zaterdag 14 juli. (waarschijnlijk achter betaalmuur) Meerdere mensen rapporteerden dat Alexia een eng lachje had laten klinken, onuitgenodigd. Hoe zit het met de invloed van het kwaad op robotmacht? Daarover ging zijn column.

Onze Alexia vertoonde meer onkunde en onnozelheid. Hoe we haar ook bevroegen over tot hoe laat we in het hotel konden ontbijten, ze deed alsof ze ons niet begreep. ‘ Sorry, I cannot answer that question. Ask public transportation for time tables’, en meer van dat soort vreemde antwoorden. We kregen er wel lol in.
‘Alexia, where is the lobby?’
‘Alexia, What time is check-out?’
Maar Alexia was er niet van gediend. Ze begreep ons niet of wilde ons niet begrijpen. 

De volgende morgen hebben we de handleiding nog eens bestudeerd. Er bleek toch een manier te zijn waarop we haar aan het praten konden krijgen. Net op tijd om haar te horen zeggen: Thank you for checking in at ACME hotel.

Wie is er bang voor wiskunde?

Het is de titel van een nieuw verschenen boek van een leraar wiskunde, Gerardo Soto y Koelemeijer. 

Ik ben bang voor wiskunde. Al decennia. Ik kan wel zeggen dat wiskunde, in mijn tijd nog algebra en meetkunde geheten, mij vele nachtmerries bezorgde in de jaren 1967 -1969. Ik verraad daarbij direct mijn leeftijd maar dat was volgens mij al geen geheim meer.

In 1967 zit ik in klas zes van de School met de Bijbel in Rheden. We zijn een jaar daarvoor verhuisd van stedelijk Schiedam naar dit dorpje onder de Posbank in Gelderland. Mijn moeder brengt me de eerste dag naar school. Op mijn verzoek draagt ze haar zondagse jas en hoed. Ik was al vroeg gevoelig voor kleding. De jas is van donkerrode tweed met zwarte fluwelen kraag en daarbij een zwartfluwelen hoed. Ik kon mijn onzekerheid de baas door trots te zijn op mijn mooie moeder.

In groep zes heb ik mijn draai gevonden en presteer goed. Zonder cito’s krijgen we allemaal een schooladvies. Het mijne is HBS. Maar we moeten wel toelatingsexamen doen. Op een goeie dag in de zomervakantie fietsen we als groepje richting Arnhem. Naar het Christelijk Lyceum Arnhem alwaar de toets zal worden afgenomen. Het is spannend maar ik slaag zonder problemen. Dan vangt mijn middelbare schooltijd aan.

Ik ben een talenmens. Als kind al een lezer vind ik het op de HBS heerlijk om ingewijd te worden in nieuwe talen als Frans en Duits en mijn eigen taal verder uit te pluizen. Uiteraard mopper ik mee over naamvallen en werkwoorden, maar stiekem vind ik het leuk.

Minder blij ben ik met de vakken algebra en meetkunde. Of die al in de eerste klas werden gegeven weet ik niet meer. In mijn herinnering begon de kwelling vroeg en duurde eindeloos lang. Mijn hersenen konden op geen enkele manier de abstracte formules, berekeningen en vormen bevatten. En mijn wiskundeleraar kon op geen enkele manier de disfunctie van mijn hersenen bevatten en raakte geïrriteerd als ik het ‘nog steeds’ niet snapte.

Uren bracht ik door op mijn kamertje met mijn geduldige, lieve oudste broer die zijn uiterste best deed mij enig begrip bij te brengen. Na alle oefening, perste ik soms zowaar het juiste antwoord uit mijn vermoeide brein. Maar kwam ik dan de volgende dag op school en de leraar schreef de opdrachten voor een proefwerk op het bord, stond het huilen me nader dan het lachen. Het was een groot abracadabra voor me. Hoe stom een kind zich dan kan voelen, als iedereen om je heen ijverig zit te pennen en jij hebt geen idee zelfs waar te beginnen! Dat paniekgevoel graaft diep door in een kinderziel.

Uiteindelijk ben ik in de tweede klas blijven zitten met een twee en een drie voor de vakken. Ik mocht, vanwege de goede cijfers voor andere vakken wel verder naar de HAVO. Een toen nieuwe vorm van onderwijs waar op deze school een pilot voor werd gedaan. Ik was dolblij, Alles was beter dan nog een jaar die kwelling te moeten ondergaan.

Er is dus een boek geschreven over dit fenomeen. De angst voor wiskunde. En hoe die voor leerlingen is weg te nemen. Ik wist al langer dat onder die ijverig pennende klasgenoten van mij er heus wel meer waren die minder goed waren dan het leek. Hoe het hen is vergaan weet ik niet. Mij is de ervaring van falen op deze manier altijd bijgebleven. Een leraar die grapjes maakt over jouw ‘eigenwijsheid’ en gebrek aan hersenen slaat een deukje in het zelfvertrouwen.

Vandaar dat ik de publicatie van het boek toejuich. Laten vooral leraren wiskunde hun voordeel ermee doen. En ik ben blij dat ik niet de enige ben die bang is voor wiskunde.

N.a.v Wie is er bang voor wiskunde?
Auteur: Gerardo Soto y Koelemeijer
ISBN:9789462988392

De kleindochter en het zusje

Al dagen wachten we op de geboorte van een kleinkind. Moeder is uitgerekend maar de dame (we weten dat het een meisje is) heeft nog geen haast. De grapjes (rolbevestigend) vliegen door de ruimte van de familie-App en de onderlinge communicatie. ‘Zal je altijd zien met meisjes! Nog even dit, nog even dat, altijd te laat!’ Als ik grote broer van 7 uit school haal omdat de bevalling lijkt te beginnen, maar niet doorzet, verzinnen we welke make-up ze waarschijnlijk nog snel aan het opdoen is. We hebben lol samen. Lippenstift, poeder, parfum, ogenschaduw, en wat dies meer zij.

Thuis wachten het jongere broertje van bijna 3 en de andere oma. Die was al bij de aanstaande ouders, maar heeft zich nu even teruggetrokken bij ons. De jongens vermaken zich terwijl de oma’s om de minuut hun telefoons checken of er al iets gebeurd is. Leve het tijdperk van de WhatsApp. Moeder laten we met rust, maar ik mag met de aanstaande vader, zoonlief Appen. Hij staat het genadig toe dat er vanaf de achterste banken af en toe een wijs advies van de oma’s hun richting uitgeroepen wordt. Ondertussen halen ze gezellig hun eigen bevallingsverhalen op.

De (bijna) driejarige voelt dat er iets aan de hand is en wordt steeds drukker. Kleinzoon van 7 blijft er rustig onder. Terwijl er buiten met badmintonrackets en tuinfakkels oorlogje wordt gevoerd probeer ik iets te eten te bedenken dat de mannetjes ook lusten. Geen fans van warm eten heb ik daar aardig wat denkkracht voor nodig, en dan ook nog dit warme weer. Struikelend over de LEGO, Ipads en autootjes bedenk ik een maaltijd met pasta. Losse pasta, met vlees apart en de saus absoluut niet vermengd met beiden. De oudste eet zich moedig door de droge slierten spaghetti met erwtjes erbij. De jongste speelt, na felle weigering ook maar iets te proeven, verder met LEGO. Uiteindelijk wordt dat een boterham met smeerkaas. Ook goed.

Het is 19.00 uur en we hebben al even niets van het thuisfront gehoord. Beide jongens zitten achter een schermpje en ondertussen worden er door echtgenoot luchtbedden geregeld, want naar huis gaan zit er niet meer in. Het is warm. Het is licht. Er hangt spanning en opwinding in de lucht. Ga dan maar eens slapen als kind.

Om 19.30 uur ben ik zelf wel toe aan bed, dus ik neem het initiatief om een zekere beweging richting de slaapkamers in te zetten. Na een half uur liggen beide mannen op bed maar daar is ook alles mee gezegd. Maar slapen is een heel ander verhaal. Ik lig met de jongste in ons bed. Althans, na een minuut of tien krijg ik hem zover niet langer van de stoel op het bed te springen, maar om lekker te gaan liggen. Ik zing me een uur schor. Steeds zakken de oogjes half dicht, maar dat heerlijke moment van diepe ademhaling en slaap blijft uit. Ik weet dat de grote broer nog op zijn ipad zit (5 minuutjes had ik gezegd, maar geen horloge gegeven). Ik laat het los en geef me over en zet welgemoed een derde rondje van mijn slaapliedjes-medley in. Ondertussen app ik de andere oma of zij wil komen liggen. Misschien lukt het haar beter. De kleine heeft vaker bij haar geslapen.

Ze klimt in het bed naast de halfwakkere peuter en juist dan komt het verlossende bericht: geboren! De kleindochter is gearriveerd om 20.39 uur. Het is inmiddels 21.15. We barsten in gejubel uit en ik draag het net niet slapende, nu verbouwereerde kind naar beneden. ‘Je zusje is geboren!’ Met slaperige oogjes kijkt hij me vorsend aan. En knielt neer bij de LEGO. Boven ligt zijn broer in een diepe slaap. Wat ik ook probeer om hem wakker te maken zodat hij kan video bellen met zij ouders, het antwoord is snurk, smak, smak, en een draai naar de muur. Wachten tot morgen. Hij mag wat later naar school gelukkig.

Om 23.00 uur zijg ik neer op het inmiddels opgeblazen luchtbed in de woonkamer. Het huis is gevuld met mensen, alle kamers bezet. Wat een rijkdom om zoveel ruimte te hebben, bedenk ik, terwijl ik op het (bij beweging) nogal lawaaiige bed lig. En ik verwonder me dat zo’n minimensje van 7 pond zoveel teweeg kan brengen. Maar wat is ze kostbaar.

kamperen in de woonkamer

De volgende morgen hoor ik de oudste kleinzoon wakker worden en vertel hem dat er een verrassing is! Ik hoef hem niet te vertellen wat dat is. ‘Is het zusje er?!’ Pappa belt even later en ik hoor in de achtergrond het gesprek. Heel belangstellend, iets waar sommige volwassenen van kunnen leren, vraagt hij aan zijn moeder hoe het nu gaat, hoe de bevalling was en hoe het met de baby is. De driejarige kijkt ook even naar de baby en zijn enige, korte commentaar is: ze is dood. De twee broers spelen regelmatig schietspelletjes waarbij de een met gesloten ogen op de grond valt. Die is dan dood. Blijkbaar doet de baby met gesloten ogen hem daaraan denken. We lachen en zeggen nee hoor, ze slaapt! Dan komt het verhaal van het dochtertje van Jairus weer voorbij dat we gisteren lazen. Met zijn armpjes in de lucht gilt hij: ze leeft weer! Hallelujah!

 

Ontbijten voor we naar huis gaan

Na een tour de force om alles en iedereen weer schoon, aangekleed en klaar te krijgen voor de rit naar huis, staan we dan eindelijk oog in oog met het nieuwste wonder van de familie. De kleindochter en het zusje.