Rags and Riches

Vodden en rijkdom

Ons verblijf in Amerika staat dit keer in het teken van Rags en Riches. (From Rags to riches: Letterlijk van  ‘vodden tot rijkdom’. Uitdrukking gebruikt om aan te duiden dat je in de VS door hard werken kon opklimmen van een arme sloeber tot iemand van betekenis). Van ghetto Brownsville in New York naar yuppie Boston, van Hyatt Regency in Atlanta, GA, naar de studenten-dorms (slaapzalen)  op de campus van Wheaton College in Wheaton, een voorstad van Chigago.

Slaapkamer van studenten in de ‘dorm’ op Wheaton College. Nu ons verblijf

Ik krijg een soort doorsnee te zien van de Amerikaanse maatschappij  in een hele korte tijd. Van links georiënteerde, veelal Trump hatende democraten, (mijn schoonfamilie) tot rechtse, naar Trump-steun geneigde republikeinen. Van de achterbuurten van New York met bijna uitsluitend zwarte bewoners, tot de chique, voor de rijke elite  ontwikkelde, havenwijken van Boston; van de straten van Atlanta met torenhoge hotels en kantoorpanden en talloze daklozen en bedelaars die er naast leven, tot de studentencampus van Wheaton College met de tijdelijke bewoners van een aantal gereformeerde kerken, in vergadering bijeen. Wat een boeiende tocht. 

Downtown Atlanta
Een van de weinige vroeg 20e eeuwse gebouwen die nog niet afgebroken zijn.
Gezicht vanuit het zwembad bij het hotel in Atlanta

Zwart en blank

Je kunt in Amerika steenrijk worden vanuit het niets. Maar Amerika blijft voor mij het land van het juist vlak naast elkaar bestaan van de vodden en de rijkdom. Het contrast is zo groot, met name in de grote steden. In Atlanta maakte ik een lange wandeling. Om aan de veilige kant te blijven ben ik niet ver afgedwaald van de lange rechte weg waar ons hotel aan staat. Maar die weg is eindeloos lang.  Met aan beide zijden fantastische wolkenkrabbers, met ervoor of ernaast kleine parkjes met daarin kunstzinnige sculpturen, (waarschijnlijk verplicht als je een bouwvergunning krijgt). Flitsend gekleed, gehaast kantoorpersoneel passeert me links en rechts, op weg naar hun lunch in de vele restaurantjes en eettentjes aan beide kanten van de straat. En op muurtjes langs de trottoirs de dakloze (meest zwarte), vervuilde zwervers. Slapend, of voor zich uit starend, lusteloos zuigend aan een rietje dat uit een Dunkin Donut beker steekt. Een van de goedkoopste tenten voor koffie. Men bedelt niet. Op een bordje langs de kant staat dat het verboden is. Als ik het hotel later binnenstap valt het me weer op dat al het personeel Afro-Amerikaans is. Alsof de oude tijden van de slavernij herleven. Dat is overdreven, ik weet het, maar ergens schuurt het.

Mensen zien en waarderen

We vliegen van Atlanta naar Chigago en ook op de vliegvelden zie ik het: bijna uitsluitend zwart personeel. Zoals dat trouwens ook in Nederland steeds meer het geval is, mensen van allochtone afkomst die de minste baantjes vervullen. Er is niets mis met het werk, maar de tweedeling van blank en gekleurd stoort me. Ik nam me een tijd geleden al voor de moeite te nemen om mensen waar dan ook, in welke functie dan ook, te zien. Dank je wel te zeggen voor het schoonmaken van de toiletten en vloeren en trappen. Het helpt mij om me minder een misbruiker te voelen van andermans armoede en onvermogen om op een leukere manier in hun onderhoud te voorzien. En het geeft hen waardigheid. Het werk dat ze doen telt. Maar wat te doen met alle zwervers? Antoine Bodar blijkt een zak met euro’s mee te nemen als hij in Rome wandelt. Toch wat meer papieren dollars pinnen.

Noord en zuid

Die middag is de opening van een landelijke vergadering van de P(resbyteriaanse) C(hurch) A(America) kerken. Men start met een dienst waar 3000 (!) mensen bij aanwezig zijn, in een enorme zaal in het hotel. Een van de toespraken wordt gehouden door een zeer charismatische (etnisch) Koreaanse professor in de sociologie. Tweede generatie, dus volledig Amerikaan. Hij heeft veel humor en spreekt over eenheid in verscheidenheid, het aanvaarden van elkaar. Ook de ontmoeting tussen Kim Jong-un en Trump komt ter sprake. Namen worden niet genoemd maar dat hij menselijkerwijs gesproken bepaald geen fan van noch Trump noch de Noord Koreaanse leider is, is duidelijk. Hij noemt echter nadrukkelijk de beperking van wat wij als mensen zien. Dat er ook een wijdere blik is, die de werking van God durft zien, door alles heen. Niemand wil valse verwachtingen wekken. Maar hoop is altijd aanwezig, zegt hij. De diepe pijn en bitterheid die alle oudere Koreaanse generaties met zich meedragen (er is zelfs een woord voor: ‘Han’, ik schreef er eerder over) de vele gebeden, zou God door deze falende leiders misschien toch een wonder kunnen doen plaatsvinden? Dat was  de teneur van zijn benadering.

Ook hier: vodden en rijkdom. Het verarmde, hongerende Noord Korea en het rijke Zuid Korea en Amerika. Naast elkaar en vijanden. Mijn gebed is dat er een mate van vrede mag komen. Niet ter meerdere glorie van de leiders, maar voor het arme, lijdende volk van Noord-Korea.

 

Nu zijn we dus beland in Wheaton. Bij een kleinere kerkelijke vergadering. Met een stuk minder luxe. De overgang was even wennen.

 

Wordt vervolgd

Auteur: Margreet

Ik vind het heerlijk om te peinzen over de dingen van alledag, de grote en de kleine. Mijn interesses? Lezen, gesprekken met vrienden en kinderen, koken, tweedehands spulletjes zoeken, films kijken, mijn kleinkinderen, mijn Amerikaanse en Franse familie, te veel om op te noemen. Het volle, rijke, soms moeilijke leven met zijn ups en downs, daarover schrijf ik, met plezier.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: