Allerlei bezoek

Ik heb nogal wat bezoek gehad in de laatste weken. Leuke en minder leuke bezoekers.

Om met de laatste te beginnen, opeens was daar de Black Dog! Onverwacht en natuurlijk altijd onwelkom. Ik vroeg hem wat hij ineens kwam doen, waarom en dat er geen enkele goede reden voor zijn bezoek was. Maar Black Dogs, zoals de mijne, houden er totaal niet van ondervraagd te worden. Hij gaat dan gewoon harder blaffen, zodat ik nauwelijks mezelf nog verstaan kan. Goed, er zat niets anders op dan hem maar te accepteren.

Ondertussen blijf ik natuurlijk stiekum wel vragen stellen, (alsof hij dat niet merkt). En juist van die vragen wordt een mens weer helemaal gek. Bij alles wat ik doe vraag ik me af: doe ik dit uit de juiste motivatie of doe ik dit om die stomme hond maar koest te houden? En moet ik die hond niet confronteren, ook al bijt hij misschien,  in plaats van op mijn tenen langs hem heen te sluipen?

Nou ja, dat gaat dan de hele dag zo’n beetje door. Hoe meer ik mezelf verwijt dat de aanwezigheid van het Beest aan mezelf te danken heb, hoe nadrukkelijker ik die dreigende aanwezigheid ook voel. Geen leuk bezoek dus. De ervaring leert dat acceptatie de beste weg is. Geef het beest een plekje, niet teveel aandacht, gewoon een beetje en hij trekt zich terug. Soms met de staart tussen zijn benen.

Dat was het minder leuke bezoek. Een ander minder leuk bezoek bestond uit drie schattige veldmuisjes, die een overvloed aan keutels – als – hagelslag achterlieten in de keuken. Met pijn in ons hart, bij gebrek aan huiskat, toch maar een paar vallen gekocht. Die bleken effectief en afdoende. Maar niet leuk. Vooral echtgenoot die de dode muisjes naar buiten bracht voelde zich er niet senang bij. Maar wat doe je eraan? Ik heb nog een keer door de keuken heen en weer gerend met een pan en deksel, om er eentje te vangen, zodat ik die bij de sloot kon achterlaten. Zonder resultaat. De laatste heeft echtgenoot opgezogen met de stofzuiger, met hetzelfde doel voor ogen. Maar ook dat mocht niet baten. Drie muizen op bezoek dus en levenloos afgevoerd.

Het leuke bezoek was van dr. Henry (Hendrik) Krabbendam. Echtgenoot had hem op een synode van de Orthodox Presbyterian Church in de VS ontmoet, onlangs. In 1935 geboren in Rotterdam en vertrokken als student naar Canada. Daar zijn vrouw ontmoet en sindsdien in verschillende plaatsen predikant geweest. In Canada en in de VS. Zijn naam deed een belletje bij me rinkelen. Mijn overgrootmoeder heette namelijk Maria Catharina Krabbendam. Zij trouwde met Jan van Katwijk. Hun zoon Jacob zou mijn opa van moeders kant worden, Jacob van Katwijk. Het zou leuk zijn om te zien of de families iets met elkaar te maken hadden.

En ja hoor, mijn betovergrootvader Gerard Krabbendam had een broer Johannes. Henry is een nazaat van Johannes. Die was, gezien het leeftijdsverschil van 20 jaar tussen ons, dan waarschijnlijk zijn overgrootvader. Kijk, dat vind ik leuke bezoekjes! Van genealogie krijg ik op den duur hoofdpijn, maar het is zo ontzettend leuk om te doen.

En last but not least: voor zes weken logeert hier onze lieve kat Charlie! Zijn huidige baasjes zijn aan het verhuizen en dat vinden poezen erg verwarrend en vervelend. Dus mag hij weer even in zijn oude omgeving logeren. Hopelijk verdrijft zijn bezoek alle verdere muizen en wie weet jaagt hij mijn Hond ook wel de stuipen op het lijf!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s