Kleine geschiedenis van en voor mijn vader

Woensdag 12 november was het 100 jaar geleden dat mijn vader geboren werd. 1914, het beginjaar van de Eerste Wereldoorlog die dit jaar herdacht wordt, was tevens mijn vaders geboortejaar. Als vijfde zoon en achtste kind kwam hij ter wereld in Schiedam. Na hem volgden nog twee zonen, van wie er één overleed aan de Spaanse griep in 1918. De jongste werd, typisch voor die tijd, naar het gestorven broertje vernoemd.

Mijn vader werd naar zijn Duitse stamvader vernoemd, Carl Heinrich Buschman, Karel Hendrik. In de eerste helft van de 19e eeuw, rond 1840-45,  was Carl Heinrich met zijn oudere broer naar Nederland gekomen vanuit het straatarme Essern, in de buurt van Hanover. Als Baumann, oftewel boer(-enknecht). Zijn vader, mijn betovergrootvader, Friedrich Wilhelm Buschman was daar in 1833 gestorven en zijn vrouw Catharina bleef achter met zeven jonge kinderen tussen de 16 en 1 jaar.

Carl Heinrich kwam dus met zijn oudste broer naar Nederland. Hij vertrok om hier zijn geluk te beproeven, zoals velen in die tijd vanuit Duitsland naar het relatief rijke Nederland trokken. Waarom Schiedam de bestemming werd weet ik niet. Misschien dat er al familieleden woonden? Als je Geert Mak leest over Schiedam in de 19e en begin 20e eeuw is het de laatste stad waar ik heen zou trekken. Brandersstad (vanwege het stoken van de jenever), Zwart Nazareth vanwege de zwart geblakerde muren, jenever die door de grachten stroomde in plaats van water, baby’s die jenever via de placenta binnenkregen en bij de geboorte  met ontwenningsverschijnselen en al zoet gehouden werden door een speen in gesuikerde jenever gedompeld.  Alcoholisme en armoede alom. Carl Heinrich is er gaan werken in de jeneverindustrie als brandersknecht. Een ellendig bestaan dat ’s ochtends om 3 uur begon tot je om 7 uur ’s avonds weer naar huis kon, al of niet beschonken omdat het loon gedeeltelijk in jenever werd uitbetaald.

Later lees je bij geboorteaangiftes van zijn kinderen (hij trouwt met een Nederlandse dienstbode uit Dordrecht) dat Carl Heinrich zich bouwman en nog later veehandelaar gaat noemen. Hij handelt in vee, en wel met Amerika. Koeien opkopen en verschepen naar de VS. Hij moet zakelijk instinct hebben gehad om aan die koeien te komen!

geboortebewijsCHBduitsland
geboortebewijs Carl Heinrich Buschman, bijgevoegd bij huwelijksaangifte

Het meest opmerkelijke is dat hij op zijn oude dag nog emigreert naar de VS. Zijn oudste zoon Friedrich Wilhelm, mijn overgrootvader,  is dan al getrouwd en heeft kinderen. In 1878 vertrekt de reislustige Carl Heinrich per boot naar St.Louis, VS. Zijn jongste twee (of drie) kinderen en zijn vrouw Helena Poots volgen hem in april ’79. Ze zijn dan beiden in de zestig. Zijn zoons en twee neven van zijn vrouw, gebroeders Poots vertrekken echter naar Stockton, Kansas.

Ook mijn overgrootvader Friedrich Wilhelm handelt aanvankelijk in koeien met de VS. Misschien hield de emigratie van zijn vader wel verband met die handel. Een vertrouwd contact aan de andere kant van de oceaan? Maar de handel loopt voor FW uit op een faillissement. De ruwe zeereis is niet goed voor de dieren, ze komen regelmatig met gebroken poten aan in de VS. Ook overgrootvader FW Buschman moet de stokerij in als brandersknecht. Hoewel het op de geboorteaangiftes blijft wisselen tussen de verschillende beroepen van bouwman en brandersknecht. En is er in 1895 pas sprake van andere bewoners van het ‘keuter’boerderijtje aan de Schie, waar mijn grootmoeder nog geboren is.

Boerderijtje aan de Schie waar mijn grootmoeder Sonneveld-Buschmann geboren werd
Boerderijtje aan de Schie waar mijn grootmoeder Sonneveld-Buschmann geboren werd

Het ondernemersbloed heeft mijn vader zeker geërfd van zijn Duitse voorouders. Ook mijn oma (meisjesnaam Buschman) had een winkeltje aan huis. Voortgezet tot de jaren zestig door mijn ongetrouwde tante Nel. Als kind vond ik het magisch om zo’n winkel binnen te mogen stappen en dan áchter de toonbank te mogen! Een piepklein winkeltje in de Gorzen, de toenmalige arbeiderswijk in Schiedam. Zeer verbeterd sinds de grootschalige renovaties in 1902, toen alle bouwvallige krotten werden neergehaald en er in de plaats kleine, maar leefbare en hygiënische woningen kwamen voor de arbeiders. Met leidingwater en een eigen toilet. Mijn grootouders hebben hun hele leven in dat huisje gewoond. Een woonkamertje met een bedstee, een keuken, een plaats met plée en een zolder waar de kinderen sliepen. Zes stuks, Mijn broer heeft er ooit geslapen toen er alleen nog een vrijgezelle oom sliep in tweepersoonsbed 1. Eerder sliepen drie jongens in het ene en drie jongens in het andere bed. De meiden, ook drie, sliepen ergens in een afgeschutte ruimte beneden.

Winkel Groenelaan 75 Schiedam, jaren zestig
Winkel Groenelaan 75 Schiedam, jaren zestig

Mijn vader was vier toen de oorlog beëindigd werd. Hij zal er niet veel van mee gekregen hebben. Ook zijn vader werkte aanvankelijk voor een van de ruim driehonderd jeneverstokerijen. Voor dag en dauw de deur uit, de hele dag in de hitte van de vuren waarmee de alcohol gestookt werd. Weinig salaris, veel jenever, makkelijk verkrijgbaar. In hoeverre mijn opa alcoholist was, zoals de literatuur claimt dat iedereen die er werkte was, weet ik niet. Wel ben ik blij dat de jeneverindustrie in begon te  storten. In 1881 waren er nog 392 branderijen, maar gaandeweg worden het er minder en moet men overgaan op een andere tak van industrie. Het werd de scheepsbouw. Mijn opa komt te werken voor Gusto, een veel betere werkomgeving kan ik me voorstellen. Uiteindelijk is hij daar magazijnmeester geworden.

Mijn vader leek op mijn oma, volgens mijn moeder. Ik heb haar nooit gekend, maar volgens mijn moeder was ze goedlachs, hield ze van lekker eten en koken en was ze gastvrij. Dat klopt wel met mijn vader’s karakter. Hij hield van een lolletje, van lekker eten en een glaasje (koken daar deed hij niet aan)en was zeer sociaal. (Zie ook mijn eerdere blog over hem, Vaderdag)

Kerkje in Lavelsloh, waar alle Buschmannen gedoopt zijn
Kerkje in Lavelsloh, waar alle Buschmannen gedoopt zijn

Omdat hij voor zijn werk veel reisde heb ik hem als kind weinig meegemaakt. Natuurlijk was hij als ieder betrokken, mannelijk kerklid in die tijd ook altijd druk met kerkelijk werk. Hij had een zwakke rug en ik herinner me vooral dat hij veel lag te rusten en in mijn ogen acrobatische toeren uithaalde met z’n benen in de lucht. Dat had allemaal met die rug te maken.

Mijn vader, 20 jaar, 1934
Mijn vader, 20 jaar, 1934

Hij was heel gelovig (ik zie hem nog biddend op zijn knieën voor het bed) en kon op een soort gedragen manier over dat geloof spreken. Over de heerlijkheid en grootheid van God. Het zei me niet zoveel als kind omdat het woorden waren die ik niet in mijn dagelijkse vocabulaire had. Het was echter menens voor hem. Maar hij was ook zakenman en kon niet goed overweg met mensen die al te rechtlijnig dachten. Hij genoot van het contact met klanten en het binnenhalen van orders voor zijn bedrijf. Hij werkte (ja,ja, als je uit Schiedam komt..) voor een distilleerderij. Een distilleerderij kocht onbewerkte jenever in en gaf dat smaak met eigen recepten. Oorspronkelijk werkte hij voor Rijnbende, tot dat bedrijfje werd opgeslokt door de grotere spelers. Tegen die tijd was mijn vader ‘overtollig’ geworden, iets wat hem tot in het diepst van ziel gekrenkt heeft. Zijn beste jaren had hij in het bedrijf gestoken!

De laatste twintig jaar van zijn leven waren moeizaam. Eerst 24/7 bezig met zijn recht krijgen via een advocaat. Hij was op hele slechte voorwaarden ontslagen en kon dat niet accepteren. Ik vermoed dat hij ook depressief raakte. Een fenomeen dat we in de jaren zestig en zeventig nog niet herkenden, helaas. Het tastte zijn lichaam aan op den duur. Ernstige maagklachten, longemfyseem door het vele roken. kortom vanaf mijn prille puberteit kende ik alleen een sombere, zieke vader. In de jaren tachtig waren er enkele betere jaren. Hij is, met mijn moeder, tweemaal op bezoek geweest in de periode dat ik met mijn gezin in Azië woonde en daaraan heb ik goeie herinneringen overgehouden. Hij overleed toch nog vrij plotseling aan longkanker in 1986. Net 72 geworden.

Nu ik onderzoek ben gaan doen naar mijn familiewortels is het me pas duidelijk geworden hoe het leven van mijn vader en moeder en mijn voorouders verweven is met de lange geschiedenis van de stad Schiedam (1275). Behalve de Duitse wortels komen al mijn voorouders uit die stad. Eeuwen terug kan ik nog hun namen vinden. Ik krijg daar altijd kippenvel van. Onderdeel van zo’n lange keten van mensen die allemaal hun plekje in die stad innamen en hun levens leidden. Het heeft mijn interesse enorm verdiept in de stad die ik eerst alleen als mijn, enigszins naargeestige, geboortestad zag.

6 gedachtes over “Kleine geschiedenis van en voor mijn vader

  1. Pingback: ‘Je komt mar eens anlazere’ | PARELPAD

  2. Engelina

    Hi wat leuk om dit te lezen. mijn familie is ook met schiedam verweven en hebben ook in de jenever stokerijen gewerkt. Dat niet alleen maar ook zij kwamen uit Duitsland en mijn stam vader/moeder uit Hille en Essern. Getrouwd in 1724 in Lavelsloh.
    Wie weet waren het wel bekenden van elkaar in die jaren!.

    1. Wat leuk om te horen! Ja, er vertrokken in die tijd veel Duitsers naar Nederland vanwege armoede. De naam Buschman komt best veel voor in Nederland, maar het lijkt dat er verschillende takken zijn. Misschien eerder vertrokken ook. Wat is de achternaam van jouw stamouders?

      1. Ronald van Westvoorne

        Hallo Margreet,
        Zojuist zit ik delen van je blog te lezen en kom daar je genealogische zoektocht tegen van je familie geschiedenis. Ook ik ben daarmee bezig en kwam op de zoekterm: brandersknecht.
        Waarom? Nu, omdat mijn oudst bekende stamvader Wilhelm Drektraan eveneens geboren in Essern, als brandersknecht in de tweede helft van de 19e eeuw naar Schiedam gekomen is.
        Ik probeer een beeld te krijgen van het werk wat hij kennelijk opzocht in Nederland of wat toen voorhanden was. Tot aan de geboorte van mijn grootvader is zijn nageslacht geboren in Schiedam. Ik ben in Essern geweest om te zien of daar nog iets te vinden is van de oorsprong van mijn familie. Ook bij het kerkje in Lavelsloh ben ik geweest net als op de begraafplaats daarbij. Helaas niets te vinden. Ik kom ook niet aan een geboortebewijs van de in Duitsland geboren familie. Heb jij een suggestie?
        Het is overigens interessant te lezen wat anderen en in dit specifieke geval jou (mag ik jou zeggen) zoal bezighoudt in je gedachtenspinsels en ervaringen. Makkelijk leesbaar is ook fijn. Heel veel succes daarmee.
        Hartelijke groeten,
        Ronald van Westvoorne (voorheen Drektraan)

  3. Pingback: 19 oktober, vakantie en een verjaardag | PARELPAD

  4. Hallo Ronald, wat ontzettend leuk, zeg, onze gedeelde geschiedenis! Ik was nog niet in Lavelsloh geweest. Staat nog wel op mijn lijstje. Ik ben via internet op een genealogische pagina gekomen waar ik alle Buschmannen terug kon vinden, allen geboren in Lavelsloh en omgeving. Ze staan daar ingeschreven in een kerkelijk register met datum van geboorte en doop. Waarschijnlijk worden die registers ergens in een centraal archief in een grotere stad in de buurt bewaard. Deze link geeft wel info over de inwoners van Lavelsloh (kerkelijke regio) en ik zie daar de naam Dreckthran bijstaan. Benieuwd of je dit iets oplevert. Op de homepage staat ook vermeld hoe je aan kopiën kunt komen.
    http://www.ortsfamilienbuecher.de/famlist.php?ofb=lavelsloh&b=D&lang=de&modus=

    Veel succes!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s