Vrouw van een dominee 1988-2011- De eerste gemeente

Het rare van domineesvrouw ‘zijn’ is dat het eigenlijk niks is. Bakkersvrouwen werken alle eeuwen door in de bakkerswinkel en boerinnen in de stal of op het land, maar wat doet een domineesvrouw? Dat is in ieder tijdperk anders. Vroeger vergezelde zij haar man vooral op bezoeken, ze ging zelf de gemeente in om goed te doen en soep te brengen bij armen. Vaak was ze ook de een van de weinigen met een opleiding en leidde Bijbelstudies en dergelijke. Maar die tijden waren ook in 1988 al lang voorbij.

Toen ik ‘begon’ als domineesvrouw was ik 33 jaar en ik had geen flauw idee wat er eigenlijk van mij verwacht werd. Ik had geen rolmodel want we waren lang weg geweest en nog niet zo lang voor ons vertrek lid geworden van de kerk waarin echtgenoot predikant was geworden. Als kind herinner ik me weinig van de rol van de vrouw van de predikanten van mijn ouders. Dus wie of wat was ik nu geworden? Ik was het vanuit Korea wel enigszins gewend om gezien te worden vanwege het beroep van mijn man. Ik werd tenslotte ‘weledele vrouw van de geleerde(saamoniem)’ genoemd. Maar verder dan dat ging het niet. Af en toe mocht ik mee naar een etentje

Als onbeschreven blad zou ik dus startten. Waar? Dat werd nog een hele klus voor we onze bestemming wisten. Vijf gemeentes nodigden ons uit om kennis te maken. Harderwijk, Dedemsvaart, Zaanstad, Rozenburg en Roden. In iedere gemeente werden we verwacht om een dag door te brengen. Kennismaken met de kerkenraad. Kennismaken met de stad/het dorp/de regio en ’s avonds kennismaken met de gemeente. Wat ik me nog heel scherp herinner is dat ik iedere keer halverwege de dag barstende koppijn had en darmkrampen. Ik kan het nu makkelijk plaatsen (te veel indrukken, spanning) maar ik werd er toen steeds door overvallen en verweet het mezelf.

Omdat het de eerste gemeente na de Korea-periode zou zijn mochten we in plaats van drie er zes weken over nadenken. Waar wilden we heen? Waar riep God? Dat laatste vond ik moeilijk. Alle vijf gemeenten waren zonder predikant en kwamen daarom in aanmerking voor mijn gevoel. Hoewel de kleinere gemeentes wat ons betrof het wel meer nodig hadden om iemand van buiten te hebben. We keken ook naar praktische zaken. Passen we in het huis met z’n zessen? Ik was nog jong genoeg om op eventuele gezinsuitbreiding te hopen. Kunnen we na jaren stad wennen op het platteland? Dat soort vragen.

Een andere belangrijke vraag was die van de school. Het is 1988 en kinderen van de kerk gaan allemaal, met een uitzondering daar gelaten, naar de eigen scholen in Rotterdam, Groningen, Amersfoort of Zwolle. Onze oudste is een VWO kind. We leggen Amerikaanse/Koreaanse maatstaven aan wat betreft afstanden reizen en vertrouwen op de vele ouders die zeggen dat ver reizen naar school geen enkel probleem is. De kinderen raken snel gewend en maken huiswerk in de trein (of lol). Ouders hebben er meer problemen mee, zegt men over het algemeen.

Dat geeft voor ons de doorslag om naar Noord-Holland te gaan. Een soort verzet tegen de gangbare trend dat men wegtrekt uit steden waar geen eigen onderwijs is om met duizenden op een kluitje rond de middelbare scholen te gaan zitten. Zo keken we er toen tegen aan. Heldhaftig. Later  heb ik daar spijt van gekregen. Niet voor mezelf. Ik hoefde niet iedere dag in de trein of bus. Maar spijt voor onze oudste die dat reizen wél moeilijk vond. Heldhaftig zijn ten koste van anderen is makkelijk..

Mijn eerste ervaringen als domineesvrouw begon ik dus op te doen in het Zaanse. De eerste pastorie die ik bewoonde was die aan de Schepenlaan.

5 gedachtes over “Vrouw van een dominee 1988-2011- De eerste gemeente

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s