Uitgelicht bericht

welkom

Leuk dat je op mijn blog terecht bent gekomen. Ik schrijf niet over één onderwerp maar over hele diverse dingen die me bezighouden. Zo bèn ik, moeite om me te focussen, maar daardoor ook weer breed in mijn belangstelling. Ik ben een denker, een gelovige (ik ben een volgeling van Jezus Christus), ik lees graag en hou van kunst kijken. Ik ben ook moeder en oma, met toewijding. Maar ik ben ook iemand met beperkingen. Zo heb ik al jaren diabetes, en nog langer worstel ik met depressies. Vooral dat laatste, die Black Dog zoals ik het noem op mijn site, is een uitdaging om mee te leven. Ik schrijf er regelmatig over. Omdat ik het graag uit de taboesfeer wil halen en ook omdat er met goede medicatie en hulp te leven valt, zelfs met depressies. Dus tevens ter bemoediging. In alles wat ik schrijf probeer ik de humor te zoeken, ik hou namelijk van lachen. Humor maakt veel dragelijk!

Mijn blog is inmiddels 12 jaar oud. Tot mijn verbazing, moet ik zeggen. Via de archieven of de zoekfunctie kun je over bepaalde onderwerpen lezen. Veel plezier en reageer gerust!

 

Advertenties

Familie-archief en de moeite met opruimen

Familie
Ik verzamel. Foto’s, knipsels, papiertjes, het maakt niet uit, als het ook maar iets met de familie te maken heeft stop ik het in de desbetreffende map met de familienaam waaronder het bewaard moet worden. Ik heb inmiddels 12 mappen met familienamen in beide richtingen. Nu raken die mappen regelmatig vol en dwing ik mezelf er weer eens doorheen te gaan. Een mens kan immers niet ALLES bewaren. Veel aantekeningen heb ik op losse papiertjes staan en daar word ik zo nu en dan gek van. Maar op ieder papiertje staat naast dubbele informatie ook net weer iets unieks. Papiertje nog maar even bewaren. Terug in de map dus.

Opschonen

Gisteren had ik een opschoonbui. Ik ben langzamerhand bezig feiten en informatie op te slaan op de pc en foto’s aan het scannen. Een project dat zo verslavend is wanneer ik daar een keer mee bezig ben, dat ik het soms uitstel om verder te gaan. Om te voorkomen dat ik niet weer, uuuuuren later, uit een soort roes ontwaak. Maar goed, met het oog op dat project nam ik een paar mappen terhand om die te ontdoen van wellicht onnodige en/of dubbele paperassen en foto’s.

Ik startte met de map van mijn moeder, of beter gezegd met die van haar familienaam, de familie van Katwijk, de dikste map. Opruimen is, net als genealogie, een gevaarlijke bezigheid, zoals iedereen die het weleens doet zal weten. Ieder ding dat door je handen gaat houdt het risico in zich dat je er tenminste een uur mee bezig kunt zijn. Of een hele dag. En dan denk je na al die vervlogen uren, waar was ik nu ook weer mee begonnen?

Ik besloot de rouwpost die mijn moeder (mijn vader was jaren daarvoor al

Co van Katwijk, 19/10/1997

overleden) ontvangen had na het sterven van mijn oudste zus in 1992 weg te doen. Maar eerst toch nog (even) door te lezen. Wie weet zat er nog iets bij, informatie of zo, over haar. Mijn zus pleegde zelfmoord, al 25 jaar geleden en nog steeds houd me dat bij tijd en wijle bezig. Dus die brieven wilde ik zeker bekijken. De meeste kon ik na vlugge lezing in de papiermand gooien. Mooie woorden, pogingen tot troost, maar niet heel persoonlijk.  Sommige heb ik echter bewaard. Brieven van geschokte, verdrietige mensen met wie ik zelf geen of weinig contact heb of had, maar die mijn zus kenden.  

Een oud-leerling, een studiegenoot.  Wellicht kunnen ze me nog eens wat over mijn zus vertellen, zo redeneerde ik; ik heb er hier al eerder een blog over geschreven. Inmiddels 20 jaar ouder dan zij ooit geworden is, was en blijf ik haar acht jaar jongere, ‘ kleine’ zusje. Zij had al een heel leven achter de rug toen ik kwam kijken, bij wijze van spreken. En van dat leven weet ik tot op heden (te) weinig af.

Er waren een paar uur voorbij gegaan. Tijd voor een pauze. Voor mijn gevoel had ik een lange, verre reis gemaakt. Ik moest nodig landen in het hier en heden. Steeds weer een vreemde ervaring  hoe je zo in gedachten tussen de tijden door kunt bewegen, als een vlinder die rondfladdert in een vlinderstruik.  Ouder en jonger, levenden en gestorvenen, gestorven bekenden  en levende vreemden die vrienden waren. Ik moest een momentje in het heden een boterham eten.

Een oud adressenboekje

adresboekje Ma

’s Middags verder. Volgende item: oud adresboekje van mijn moeder. Foeilelijk ding, zoals mijn moeder meestal eerder nuttige (goedkope) dan mooie dingen voor dat soort zaken had. Weg ermee! Toch even kijken. Ze had de gewoonte (ik heb het van haar!) in alles aantekeningen te maken, gewoon op elk papieren oppervlak dat op dat moment voorhanden was. Wie weet vind ik iets unieks. Slecht plan. Bladzijde voor bladzijde begint zich een heel leven voor me af tekenen. Dat van haar, mijn vader en mezelf, broers en zussen. De adressen van  vrienden en familie, in een stevig, helder handschrift genoteerd. Bij verhuizingen doorgehaald en iets minder duidelijk ernaast of eronder gekrabbeld.

Ik herken de namen van vele vrienden van vroeger. De feestjes en bezoeken beginnen zich als een film in mijn hoofd af te spelen. Ik hoor het geroezemoes en gelach en ruik de rook. Ik vond het gezellig als er mensen kwamen. Er was lekkers, limonade, zoutjes. Alle dames puften Stuyvesant en de heren echte sigaretten. De jenevertjes, de advocaatjes. Ze genoten ervan. Mijn vader dronk graag een borreltje. Mijn moeder niet. Kon er niet tegen en begon na 1 advocaatje al woorden om te draaien. Wat de feestvreugde alleen maar verhoogde.

Ik zie bij de naam van een goeie vriendin van mijn moeder de keuken weer voor me waarin ze samen stonden te smoezen. ‘Kun je het zien?’, vroeg de vriendin bezorgd, alsof ze zich schaamde. ‘Welnee joh’, zei mijn moeder ‘hou je tasje ervoor.’ Verwend kind als ik was rustte ik niet totdat mijn moeder me vertelde wat niet gezien mocht worden. Wist ik veel. ‘Ze krijgt een baby’, fluisterde mijn moeder uiteindelijk, niet bestand tegen mijn gezeur.  Ik was stomverbaasd. Dat was toch juist fijn had ik altijd geleerd. Ik had geen idee van hoe zwaar een groot gezin kon zijn voor vrouwen; van de relatieproblemen van het stel. Nog minder van de verwarring die de aankondiging van mijn eigen komst, zeven of acht jaar daarvoor, had gezaaid. Op een vijfde kind was niet meer gerekend in feite. 

Werden er diepere gesprekken gevoerd op de feestjes en verjaardagsavonden? Ik kan het me niet goed herinneren. Maar ik was een kind dus zal dat niet zo opgevangen hebben. Er was natuurlijk altijd een mannen-en een vrouwenhoek. Men kende elkaar allemaal van de kerk, dus de wortels gingen diep. Van de familie was niet iedereen van dezelfde kerk. Dat lag gevoelig, dus lette men op de woorden. 

Alle adressen van broers en zussen zijn doorgestreept. Op een paar na. Die leefden nog in mijn moeders tijd, maar zijn nu ook overleden. Zwagers en schoonzussen, van beide kanten zijn ze er niet meer. Een hele generatie mensen samengebald in een onooglijk NafNaf adressenboekje met een kartonnen kaft. Metafoor voor onze vergankelijkheid.

En verder

Ga ik het bewaren of doe ik het weg? Eerst moet ik nog wat andere dingen bekijken. De agenda van mijn zus uit het jaar 1992. En het gastenboek wat ik had aangeschaft voor mijn moeder. Toen ze begon te dementeren en vaak zei dat er nooit iemand langs kwam,  zouden we in het boek opschrijven wie en wanneer bij haar langs was geweest. Ze ging het echter gebruiken als een soort dagboek met berichten aan mij, hoe het met haar ging. heel ontroerend. Na 10 jaar wil ik het weer eens lezen.
Daar heb ik echt een nieuwe dag voor nodig. Ik ben moe en stap uit mijn tijdcapsule.
Heb ik nog dingen opgeruimd? Jazeker.

Nou, eerlijk gezegd, beter georganiseerd. Want weggooien, je weet maar nooit of je er spijt van krijgt…:)

Hoe ver rijden Wijhe was…

De reis

Om 9 uur in de morgen fiets ik (hard!) naar het tramstation in de buurt. En oh, opluchting, ik ben op tijd. Onze sneltram is een boemeltje tussen Ijsselstein en het Centraal Station in Utrecht. Ik kan de afstand bijna net zo snel fietsen, maar dan moet ik me heel erg inspannen en dat zweet zo naar. Ik neem dus liever de slow-tram. Heel mindful, dat langzame, zoevende ritme.

Vervolgens pak ik op CS Utrecht de trein naar het station waar mijn vriendin me gaat ophalen, een goed half uur verder. Wanneer  ik bij haar in de auto stap ben ik inmiddels anderhalf uur onderweg. We rijden richting Wijhe. Naar museum de Fundatie. Niet die in Zwolle, maar de dependance Het Nijenhuis, die na ruim een uur rijden wel in Duitsland of zo lijkt te liggen. Bijna 3 uur na mijn vertrek van huis arriveren we bij het kasteel, even buiten Wijhe.

xml_9000001919.jpg (630×903)

Chaja Goldstein – Paul Citroen collectie Fundatie

Helemaal gaar strijk ik neer in de koffiekamer van het kasteel. Koffie met een broodje is alles wat ik wil. Na  twee koppen koffie en een broodje pate (heerlijk, eten we thuis nooit meer..), ben ik weer zo ver dat ik aandacht voor mijn omgeving krijg. Wat een mooie plek is dit! En wat een mooie schilderijen hangen hier al in de koffieruimte aan de muur van Paul Citroen. Portretten. Prachtig.

Kasteel Het Nijenhuis – foto internet

Het kasteel en zijn bewoner

We laten ons via een audio voorlichten wat kasteel Nijenhuis was en is. Boeiend! Eeuwenoud en in het wisselend bezit van een aantal oude adellijke families zoals de familie Bentinck en van Palland , (wie herinnert zich Nina en Frederik nog? Hij was een van Palland). Uiteindelijk in vervallen staat gekocht door de provincie Overijssel die het restaureerde. Dit op aandringen van Dick Hannema (1895-1984) kunstverzamelaar en -kenner.  Ooit directeur van Boymans die niet geheel zonder kleerscheuren uit de oorlog kwam. Hij hield namelijk het museum open en moest daarvoor samenwerken met de Duitsers. Naar eigen zeggen om de kunst te beschermen. Lucette ter Borg schrijft op de Kunst van Waarde webpagina dat hij, afhankelijk van wie sprak, gezien werd ‘als autocratisch museumdirecteur, handige schurk, kunstcollectioneur, meeloper van Hitler, ‘of’  verblinde ijdeltuit… ‘

Hij werd aan de kant gezet, ook omdat hij een vervalsing van de beruchte van Meegeren had aangeschaft als een echte Vermeer. Vanaf eind jaren vijftig woont hij in Het Nijenhuis. Zelf had hij de provincie Overijssel ervan overtuigd dat het kasteel de moeite van het restaureren waard was.  Dit gebeurde en als tegenprestatie voor het mogen wonen in het kasteel stelde hij daar zijn collectie ten toon voor het publiek.  Het hele kasteel is vrij toegankelijk, heel boeiend om alle kamers en kunst die er is te zien. De arme man woonde in het enorme kasteel in zijn eentje als vrijgezel. Alles hangt door elkaar, modern en klassiek,  ‘een maffe collectie’ volgens voormalig directeur Agnes Grondman in 2016.

De kunstverzameling

We dolen rond in de ruimtes, af en toe plezierig verrast door de kunst in velerlei vorm of een verzameling van Chinees aardewerk of fossielen. Hannema was veelzijdig en had een brede smaak. Geen echte focus, hoewel hij indrukwekkend veel van alles heeft. Mooi vond ik de verzameling antieke Chinese monochroom vaasjes,  penseelpotten en dekseldoosjes. In diep rood, groen of geel. (Onderstaande plaatjes zijn niet uit zijn collectie maar van internet als voorbeeld.)

7a08d4be91750f1d73314b66bb2fe2ce--chinese-ceramics-work-of-art.jpg (248×385)  xml_0000001233.jpg (478×620)

In een van de zalen is een speciale expositie van schilderijen van Markus Kruger, Hortus. Hyper realistische landschappen en huizen. Verlaten, geen mensen of dieren te bekennen. Maar er gebeuren wel dingen. Een huis staat in brand, er liggen strobalen in een angstwekkend nette ordening. (in het filmpje met toelichting wordt gesproken over een mathematische ordening..haha, geen wonder dat ik het woord angstwekkend gebruikte).        Een boom groeit door het dak van een huis. Ik voel geen verbinding met de geschetste wereld. Bewondering voor de techniek en het ambacht van de schilder, dat zeker. Maar zijn wereld is onheilspellend en zo leeg. Niemand grijpt in en alles is statisch,  en juist daardoor met een onderliggende dreiging. Een stilte voor de storm. Het doet denken aan de schilderijen van Carel Willink en Edwar

e71e09cbd3f4938b4cea9ea353047ff5.jpg (812×600)

7c475b9fd669fba99c40b807925d0321.jpg (1000×661)

Markus Kruger

De terugreis

Als we na een paar uur kijken eindelijk weer in de auto stappen richting Ede zijn we moe maar voldaan. We hebben nog meer gezien dan ik hier verteld heb.  De vermoeidheid is navenant. Onderweg vrees ik file maar het verkeer komt ons tegemoet. Tot we een verkeerde afslag nemen, richting Arnhem in plaats van richting Utrecht. Och arme…voor we bij een volgende afslag eraf kunnen is er wel drie kwartier voorbij.

Ik bespaar jullie de rest van mijn reis. Om acht uur kom ik binnen en staat er een bord met warm eten te wachten op me. Ik zijg vermoeid neer op de bank en hoewel het een zeer lange dag was, ben ik toch tevreden. Het was de moeite waard, maar een ding weet ik zeker: volgende keer toch maar met de auto.

Briefjes bij de Zara

Goeie aflevering van Arjen Lubach over kinderarbeid in de kledingindustrie. Humor en ernst.

Dat veel kleding door onderbetaalde arbeiders in lage lonen-landen wordt gefabriceerd is bekend. De prijs zegt echter niet alles: ook duurdere merken blijken hun kleding soms met uitbuiting van werknemers te maken. Hoe kun je dan weten waar je kleding vandaan komt en wie het heeft gemaakt?

 

Brief aan Mark Rutte

Deze mooie brief aan premier Rutte van vriendin Frouckje wil ik mijn volgers niet onthouden! Lees het vervolg door op de link te klikken hieronder.

BusyBeezzz

Geachte premier, beste Mark,

Ooit las ik op jouw tijdlijn op Facebook dat je een groot bewonderaar bent van het schilderij De stier (1647) van Paulus Potter dat in het Mauritshuis hangt. (Ik hoop trouwens dat ik je mag tutoyeren.) Van zulke ontboezemingen gaat mijn kunsthistorische hart uiteraard een slagje sneller kloppen en in het geval van De stier zeker, want het is ook één van mijn favoriete kunstwerken. Ik heb er een dierbare herinnering aan, mijn eerste kennismaking met de klassieke beeldende kunst.

Ergens eind jaren 1980 reisde De stier af naar mijn toenmalige woonplaats Leeuwarden. Mijn moeder nam mij en mijn twee broertjes daar speciaal mee naar toe. Nooit vergeet ik hoe er een deur openzwaaide en wij voor dat enorme kunstwerk stonden met daarop de bescheiden kudde dieren, waaronder die jonge stier. Deze ontmoeting met De stier maakte een onuitwisbare indruk op mijn kleine meisjesziel. Voor ons…

View original post 1.100 woorden meer

Kleine familiegeschiedenis 5 – Frankrijk, Zeeland en Kindersterfte

Als er iets verslavend is dan is het dit wel: zoeken naar je familiegeschiedenis. Uren kan ik doorbrengen achter mijn laptopje, klikkend naar weer andere informatie over de inmiddels 20 familienamen, en de mensen die daar achter schuil gaan. Ik ontdek geen spectaculaire dingen, (behalve dan dat mijn schoondochter via haar vader van adellijke afkomst lijkt te zijn, nog verder uit te zoeken) maar juist het alledaagse is zo boeiend. Armoede, of onverwachte beroepen, onontdekte verbintenissen, achtergronden. Ik smul ervan. Nou ja, laat ik dat wat nuanceren. Af en toe zit ik ook met kippenvel of zelfs met tranen in mijn ogen. De kindersterfte in mijn voorgeslacht, vooral in de 19e eeuw aan de Schiedamse kant was schrikbarend. Daarover later meer.

Inmiddels weet ik dat ik aan beide zijden Duitse en Franse voorouders heb. En oer-Hollandse, van die mensen die niet weg te branden waren uit Schiedam. Eenvoudige lieden, hoewel er af en toe een reislustige tussen zat die het na zijn pensioenleeftijd nog voor elkaar kreeg te emigreren naar Amerika om daar vervolgens een veeteeltbedrijf te starten. Maar goed, die was dan ook al jong vanuit Duitsland naar Schiedam gemigreerd en zijn vrouw kwam uit het verre Dordrecht.

De acht mooie dochters van van Bellen begin 1900-derde van links mijn mooie oma

 

Ik weet nu waar mijn oma van Bellen aan moederskant en haar zeven schone zussen hun mooie donkere haren vandaan hebben: Uit Frankrijk! Wellicht nog vroeger terug, uit de Mediterranee. De naam Van Bellen is oorspronkelijk een plaatsnaam:  Belle of:  Baillieul, een plaatsje in Noordfrankrijk. De reden van de reis van Frankrijk via Zeeland naar Schiedam is huiswerk. Hugenoten? Armoede? Al in de 17e eeuw komt de naam van Belle voor in Zeeland, dus misschien gaat het terug naar de tachtigjarige oorlog. Spaans bloed?

Vanmiddag heb ik weer een tijd zitten speuren naar de Sonneveld voorouders. Dat stemde me verdrietig, want de kindersterfte in die lijn is vreselijk, zoals ik al zei. Mijn betovergrootouders Sonneveld, Bruin en Maria de Bruin,  (geboren resp. in 1806 en 1811) kregen tien kinderen van wie er vier overleven voor zover ik kan nagaan. Allemaal op jonge leeftijd overleden, een paar maanden, een jaar, drie-en-half jaar en uiteindelijk een jongen van veertien. Het jongste kind wordt geboren als de moeder vier-en-veertig is. Ze sterft uiteindelijk vier jaar na de dood van de 14 jarige zoon. Ze is dan 57. Wat een zwaar leven! Mijn betovergrootvader was gistwerker. In de jeneverstokerijen in Schiedam, een uitputtend beroep. Niet helemaal duidelijk is of een gistwerker een andere naam voor zakkendrager was. Deze mannen droegen zakken van 50 kilo graan soms wel drie verdiepingen omhoog bij de branderijen. Aan de haven in Schiedam staat nog altijd het mooie Zakkendragershuis, sinds 1725 verzamelpunt voor de arbeiders die op werk wachtten.

Zakkendragershuis Schiedam

Al eerder schreef ik over mijn overgrootouders Buschman – Joppe van wie slechts drie van de dertien kinderen overleefden. Onder wie mijn grootmoeder, moeder van mijn vader.

Hoe dat geweest moet zijn voor deze mensen, daar kan ik me geen voorstelling van maken. Iedere keer weer een kleintje ziek te zien worden, sterven en naar het graf moeten dragen. In de, nog handgeschreven overlijdensaktes komt het akelig dichtbij. Op dat en dat adres, om zeven uur en drie minuten is overleden, enzovoort. Je ziet de ouders bij het bedje zitten van een doodziek kind. Cholera, koorts. Komt het goed? Gaat het toch weer mis? En dan weer een dood kindje moeten oppakken en in een kistje leggen. Hartverscheurend. Ik weet dat men zegt dat in die tijd men zich anders hechtte aan een kind, juist vanwege die hoge kindersterfte. Maar een moeder en een vader blijven rouwen.  Anders dan nu misschien, waar de dood volledig uit het leven verbannen lijkt,  maar niettemin de rauwe. scherpe pijn van verlies.

Ik vroeg me af waarom er zoveel kinderen stierven, juist aan die kant van de familie. Oorzaken van het sterven worden in de akten niet te genoemd. Ik las in een artikel dat onder de arme arbeidersbevolking vrouwen minder borstvoeding gaven omdat ze vaak zelf moesten werken om het inkomen te vergroten. Of snel overgingen op andere (slechte) voeding vanwege het grote aantal zwangerschappen en andere kinderen. In het midden van de 19e eeuw kwam nog 30% van de kinderen jong te overlijden, voor het eerste levensjaar. Maar in het gezin van mijn overgrootouders Buschman overleden negen van de elf kinderen en een generatie terug, bij de ouders van de vrouw eveneens meer dan de helft van het aantal kinderen. Je vraagt je af, was er sprake van een erfelijke ziekte? Wie zal het zeggen. Maar de constante herhaling van dezelfde namen, jaar na jaar, gebruikt tot er eindelijk een Helena of Maarten was die overleefde,  is beklemmend om te lezen

Aan mijn moederskant van de familie zie je een verschil. Er is (tot nog toe, ik zit in de 19e eeuw) minder kindersterfte en er lijkt een direct verband met de sociale status van de familie. Niet rijk, maar toch duidelijk niet behorend bij de armen, de arbeidersklasse.

Wordt vervolgd.

Herrenmenschen in de Eifel

Een paar dagen Monschau

We wisten dat het weerbericht goed was voor het weekend. Ondanks een bewolkte donderdag en een regenachtige vrijdagochtend hielden we de moed erin tijdens onze korte vakantie in Monschau. Dat werd beloond. De vrijdagmiddag en zaterdag waren ongekend mooie Indian Summer dagen met oogverblindendde herfstkleuren. Vanwege de regen togen we vrijdagochtend naar Vogelsang in Schleiden. Ik las in een brochure dat dit een indrukwekkend voorbeeld moest zijn van de megalomane architectuur van het Nationaal Socialisme uit de jaren dertig en veertig van de vorige eeuw. Er was van alles te doen en eromheen lag een prachtig stuk landschap waar we konden wandelen.

Vogelsang

Vogelsang kwam pas een aantal jaren geleden weer in het bezit van Duitsland. Tot die tijd werd het gebruikt door het Belgische leger als oefenterrein. Met Europese subsidie is er een Internationaal Centrum van gemaakt met als thema, Tolerantie en Vrede.

Van onderaf Vogelsang met toren

Zo stijl dat je de gebouwen naar boven of onder nauwelijks ziet

Megalomaan, dat was het complex zeker. De afmetingen, de stijle trappen van het ene gebouw naar het andere, de hoge uitkijktoren, alles diende om te imponeren. In het (nieuw gebouwde) gigantische bezoekerscentrum was een tentoonstelling gaande over de oorspronkelijke bewoners van het instituut.

Een elite van leiders

Dat waren de zogenaamde junkers, door de partij uitverkoren studenten die werden opgeleid tot elite leiders en heersers. De partij miste kader en zocht op deze manier een oplossing.  Geen  militairen, de bedoeling was dat deze mannen bestuurders zouden worden van te bezette gebieden. Het hele idee van ‘junkers’ was ontleend aan de Middeleeuwen. Als kruisvaarders werden de mannen opgeleid om hun ras en natie te beschermen tegen boze invloeden.

Wat me als eerste opviel waren de foto’s van  jonge mannen, meer dan levensgroot geprojecteerd op de wand. Relaxed, pijpje rokend, lachend. Jong en sympathiek. Gewone studenten uit de jaren dertig. Blij geselecteerd te zijn voor een unieke opleiding. In het commentaar werd gezegd (gedeeltes uit de oorspronkelijke toespraken konden worden  beluisterd) hoe afkomst of klasse er in het Derde Rijk niet meer toe deden. Het ging om talent en aanleg. Dit gezegd in de jaren dertig waarin zoveel Duitse mannen werkeloos waren of zonder opleiding zich nauwelijksich  konden ontwikkelen. Kun je ze verwijten dat ze ervoor gingen? Ik voelde een soort medelijden.

Stijle trappen

De gevreesde adelaar, van de troon gestoten

Het voorplein bij aankomst

Ordnungsburgen

Hitler had enorme plannen voor deze opleiding. De mannen zouden er vier jaar over doen, steeds wisselend van instituut, allemaal even afgelegen. Er waren nog drie van dit soort internaten gepland. Veel is er van de plannen niet terecht gekomen, onder andere door het uitbreken van de oorlog. In de gebouwen werden na verloop van tijd Hitlerscholen gevestigd. Eerst middelbaar, later nog weer jongere kinderen. Van alle periodes is veel materiaal, zowel audio als foto’ s bewaard. Zo onschuldig als de foto’ s lijken, zo  onheilspellend is de inhoud van het lees- en audiomateriaal. Hier bivakkeren Heersers en Tirannen in de dop.

Haat en angst

Aan het begin krijg je het gevoel dat alles wel erg zonder kritisch commentaar getoond wordt. Maar gaandeweg de tentoonstelling neemt de beklemming toe. De lezingen waarvan steeds stukjes te horen of lezen zijn, zijn zo doordrenkt van haat tegen alles en iedereen wat niet Duits is, dat je je afvraagt hoe men dat zo heeft kunnen accepteren. Tenzij dit soort taal al langer gebezigd werd en geen verbazing opriep. We hebben het over 1934. Alles was erop gericht, allang voor de oorlog om een rassenpolitiek te bedrijven die niet gunstig was voor wie niet Germaans was. Op een congres voor artsen wordt levendig geapplaudiseerd wanneer de spreker de Joden  ‘ ‘stinkvarkens’ noemt. Het anti-semitisme heeft oude papieren. Niet voor niets emigreerden vele Joodse families al in de jaren twintig en dertig. Denk aan de familie Frank.

 

Veel van de Vogelsang studenten worden ingezet in de Oost-Europese bezette gebieden na 1940. En raken betrokken bij gruwelijkheden die ons inmiddels bekend zijn. Sommigen worden berecht tijdens de Neurenberg processen na de oorlog, maar velen glippen tussen de mazen van het net door.

Sport was zeer belangrijk voor de Herrenmensch

Eigen volk als afgod

Huiveringwekkende geschiedenis, zo onopvallend tentoongesteld, in zekere zin. Gebruiksvoorwerpen, foto’ s, aantekeningen, brieven, audiofragmenten (in vier talen te beluisteren). Maar bij elkaar vormen ze een indrukwekkend getuigenis van hoe mis het kan gaan wanneer een volk van eigen nationaliteit een afgod maakt. Al het andere wordt verwerpelijk. En alles wat gedaan wordt voor het volk krijgt een aura van heldendom. Of het fout is of goed kent geen andere norm dan die van het verheffen van volk en natie. Ik dank God zachtjes dat we hier de ondergang zien van deze mensonterende leer. En ik bid om Zijn ontferming over onze westerse landen waar dit gedachtengoed er toch weer in lijkt te sluipen. Eigen volk eerst.

Buiten is de zon gaan schijnen en we zien de bosrijke omgeving schitteren in oranje, rood en goud. Zo zagen ook de studenten bijna tachtig jaar geleden het. Sporten was een zeer belangrijk onderdeel van het curriculum. Olympische helden. Langs een van de sportvelden is langs de muur nog het overblijfsel te zien van een meer dan levensgrote plastiek van naakte sporters, in de stijl van de oude Grieken. De koppen zijn er af, het is met mos begroeid. Symbolisch voor de ondergang van die wrede, de sterke mens aanbiddende leer.

De kerk als schuldige

In een van de toespraken wordt de kerk aangewezen als de oorzaak voor het miderwaardigheidscomplex van de Duitsers.’ ‘Geen wonder, die kerk die altijd maar weer de zwakken,, de onderworpenen, de verdrukten blijft zoeken! We willen sterk en machtig zijn, weg met de kerken die dat verhinderen…!’ Zo diametraal tegenovergesteld van wat Jezus leert.

En zonder kerken moesten er nieuwe rituelen komen. Germaanse feesten in plaats van de christelijke, Germaanse bevestiging van het huwelijk in plaats van een kerkelijke. Het christelijke werd stelselmatig verdrongen en vervangen waar nodig. Teken aan de wand.

De troost van de natuur en nieuwe hoop

We gaan de natuur in en lopen langs de Ruft, een rivier, ingedamd, uitlopend op een groot stuwmeer. Eromheen de herfstnatuur, verstild en geurend naar blad en mos. Af en toe een vogelgeluid. We ademen diep en de beklemming verdwijnt langzaam en verandert in een gevoel van hoop. Tirannen die denken volken en mensen te kunnen knechten en onderdrukken en als slaven te misbruiken,  komen uiteindelijk ten val. Ze houden geen stand.  Psalm 2 komt in gedachten:

Die in de hemel troont lacht, de Heer spot met hen,
Koningen wees gewaarschuwd.
Bewijs eer aan zijn zoon anders ontvlamt hij in woede en uw weg loopt dood.

Gelukkig wie schuilen bij Hem.

Oude rotten in het vak…

Gearriveerd op onze eenvoudige hotelkamer in Monschau, Dtsl. Ik moet altijd even nestelen..De kamer, de ambiance , de geuren..Het lijkt goed. We zitten vlak boven het cafe gedeelte dus even afwachten hoe druk en vrolijk het daar wordt..

De laptop gepakt en wat muziek opgezocht, voor het thuisgevoel. In de auto luisterden we naar Eva Cassidy en op de CD stond onder andere het lied American Tune, oorspronkelijk geschreven door Paul Simon op een melodie van J.S.Bach uit de Mattheus Passion. Ik zocht het op You Tube en kwam toen ook deze samenzang tegen. Wat werd er toch mooie muziek gemaakt in de jaren zeventig! Deze opname is van later, des temeer reden tot lof.

Wat een stemmen en wat een harmonie!