Uitgelicht bericht

welkom

Leuk dat je op mijn blog terecht bent gekomen. Ik schrijf niet over één onderwerp maar over hele diverse dingen die me bezighouden. Zo bèn ik, moeite om me te focussen, maar daardoor ook weer breed in mijn belangstelling. Ik ben een denker, een gelovige (ik ben een volgeling van Jezus Christus), ik lees graag en hou van kunst kijken. Ik ben ook moeder en oma, met toewijding. Maar ik ben ook iemand met beperkingen. Zo heb ik al jaren diabetes, en nog langer worstel ik met depressies. Vooral dat laatste, die Black Dog zoals ik het noem op mijn site, is een uitdaging om mee te leven. Ik schrijf er regelmatig over. Omdat ik het graag uit de taboesfeer wil halen en ook omdat er met goede medicatie en hulp te leven valt, zelfs met depressies. Dus tevens ter bemoediging. In alles wat ik schrijf probeer ik de humor te zoeken, ik hou namelijk van lachen. Humor maakt veel dragelijk!

Mijn blog is inmiddels 12 jaar oud. Tot mijn verbazing, moet ik zeggen. Via de archieven of de zoekfunctie kun je over bepaalde onderwerpen lezen. Veel plezier en reageer gerust!

 

Advertenties

De kunst van het herdenken

Reunie’s

Amerikaanse scholen hebben een lange traditie van het organiseren van reünies. Iedere school, of het nu om de basis-, of de middelbare school gaat of om opleidingen die daarop volgen als universiteit of HBO, overal worden reünies gehouden, meestal tijdens de afstudeerceremonies van jongerejaars. En hoe langer geleden het afstuderen, des te uitgebreider de reünies. Op Harvard wordt de 25e reünie het meest uitgebreid gevierd.

25 jaar geleden maakte ik die mee van echtgenoot. In Cambridge, VS. De hele week was gevuld met een programma van lezingen, workshops, concerten en optredens en niet te vergeten: overvloedige lunches en diners, opgediend in grote tenten. Strak georganiseerd voor de meer dan 1500 afgestudeerden en aanhang. Een herinnering die me is bijgebleven is de eindeloze stoet bussen die ons naar het concertgebouw in Boston brachten om daar een concert bij te wonen. Het verkeer werd stil gelegd om de bussen te laten passeren. Mijn moment van bescheiden en gedeelde roem…Er werd nog net niet naar ons gezwaaid.

Ditmaal is de 50e reünie gaande. De leeftijd van de deelnemers is uiteraard een stuk hoger dan 25 jaar geleden maar er is nog steeds een behoorlijk grote groep  komen opdagen. Allemaal grijs geworden en door het leven getekend. Het is fantastisch om dan mensen gade te slaan die elkaar opeens weer herkennen. Echtgenoot ontmoette vandaag bijvoorbeeld twee vrouwen met wie hij niet alleen aan de universiteit studeerde maar ook mee op de basisschool had gezeten. En een aantal mannen met wie hij in het voetbalteam had gespeeld.

Voetbalmaatjes uit de jaren zestig

Memorial

Vandaag stond een herdenkingsdienst op het programma. Ook een traditie van deze groep alumni. Ieder vijf jaar wordt een samenkomst belegd waarin de overledenen van de jaren daarvoor worden herdacht. Zeer indrukwekkend. In de Harvard Memorial Church kwamen we samen en luisterden naar gebeden en een schriftlezing uit Jesaja 61. De namen van de overledenen werden een voor een voorgelezen door aanwezigen en aansluitend luidde de kerkklok en werd er een aantal minuten stilte gehouden. (Natuurlijk gingen er twee telefoons af, juist tijdens die stilte…)

Harvard Memorial Church

Gedichten en gebeden
Een van de voorgelezen gedichten dat me ontroerde was het onderstaande:

We Remember Them by Sylvan Kamens & Rabbi Jack Riemer

At the rising sun and at its going down; We remember them.
At the blowing of the wind and in the chill of winter; We remember them.
At the opening of the buds and in the rebirth of spring; We remember them.
At the blueness of the skies and in the warmth of summer; We remember them.
At the rustling of the leaves and in the beauty of the autumn; We remember them.
At the beginning of the year and when it ends; We remember them.
As long as we live, they too will live, for they are now a part of us as We remember them.

When we are weary and in need of strength; We remember them.
When we are lost and sick at heart; We remember them.
When we have decisions that are difficult to make; We remember them.
When we have joy we crave to share; We remember them.
When we have achievements that are based on theirs; We remember them.
For as long as we live, they too will live, for they are now a part of us as, We remember them.

Vervolgens werd een Kaddisj Yatom (Joods gebed voor de doden) gelezen. Joodse mannen (ongeveer 20% van de aanwezigen) haalden hun keppel uit hun binnenzak, zette die op en baden hardop mee. Mijn buurman eveneens. Een wat verdrietige man die me eerder al vertelde dat zijn goede vrienden onder zijn jaargenoten al overleden waren. Later las ik wat na over wat Kaddisj is eigenlijk. Opvallend is dat er in het gebed voor overledenen niet gesproken wordt over doden. God is immers een God van de levenden? Voor Hem is niemand dood. Kaddisj bidden is Zijn grote Naam prijzen.

Kaddisj

Moge zijn grote naam verheven en geheiligd worden
in de wereld die hij geschapen heeft naar zijn wil.
Moge zijn koninkrijk erkend worden in uw leven en in uw dagen
en in het leven van het gehele huis van Israël,
weldra en spoedig.
Zegt nu: Amen

Moge zijn grote naam gezegend zijn nu en voor altijd.
Gezegend, geprezen, gevierd, en hoog en hoger steeds verheven
Verheerlijkt, gehuldigd en bejubeld worde de naam van de Heilige,
gezegend zij hij
hoog boven iedere zegening, elk lied,
lof en troost die op de wereld gezegd wordt.
Zegt nu: Amen

Moge er veel vrede uit de hemel komen en leven!
Over ons en over heel Israël.
Zegt nu: Amen

Hij die vrede maakt in zijn hoge sferen,
zal ook vrede maken voor ons en voor geheel Israël
Zegt nu: Amen

Hier een filmpje waar een Rabbi het Kaddisj uitzingt tijdens de herdenking van de terroristenaanval in New York, in 2001

Voorbeeld ter navolging

Een overheersende gedachte na deze ervaring was bij mij dat we in Nederland, in de kringen waarin ik opgroeide, een schreeuwend gebrek hebben aan rituelen om onze geliefde doden te gedenken. Het gemis te benoemen. Het lezen van het gedicht “We remember them” bracht tranen in mijn ogen. Ik herinner me mijn geliefden ook! Als de zon schijnt en als het regent, als ik bezig ben in de tuin en als ik in de natuur wandel. Als ik lees en als ik schrijf. Vooral als ik schrijf. En ik prijs God ook voor al het moois dat ze in mijn leven brachten. Voor de herinneringen, de uitdagingen die hun karakters soms meebrachten. Voor hun lach en hun humor. Voor de pijn die ze deelden met me.

Hoe mooi zou het zijn om vormen te vinden (er zijn er al veel) om die gedachtenis een keer in de zoveel tijd uit te spreken. Als ik hier ben gaan we altijd naar het graf van mijn schoonmoeder, met mijn schoonvader. We leggen bloemen neer en praten over wie ze was, wat ze voor ons betekende. Dat is goed voor ons, maar ook zo goed voor mijn schoonvader die haar pijnlijk mist. Haar noemen is heilzaam. Maar ik ga zelden naar het graf van mijn eigen moeder. Het gaat er niet om dat ik geloof dat ze daar nog is natuurlijk. Het gaat om een vorm, een punt waar je even de focus op die persoon richt en de gedachtenis aan zijn of haar leven eert.

Ik hoor trompetten klinken

Grootvader Jacob van Katwijk was in mijn jeugd een legendarische figuur. Overleden in 1949 ken ik hem alleen uit de verhalen van mijn moeder, die haar vader adoreerde. Ik denk dat zij veel van hem weg had, tenminste in haar interesses en gevoeligheid. Ze vertelde me talloze verhalen over zijn rol in haar leven. Hoe hij voorlas uit boeken die hij op de markt kocht. hoe hij thuiskwam met een jurk die haar moeder geweigerd had te kopen. En, bij een andere gelegenheid, een badpak. Hoe ze hem aan kwam zien lopen met een stapel boeken, ook voor haar. Zij, de lezer, onhandig met naaien en verstellen vond bij hem erkenning die ze miste bij haar moeder. Mijn moeder was een hoog gevoelige vrouw, voordat die karakterisering was uitgevonden. Ze heeft daar veel onder geleden, denk ik. Zich vaak onbegrepen en minderwaardig gevoeld. Bij haar vader voelde ze zich veilig en hij bleef voor haar de grote held. Dat was voor haar en mijn vader niet makkelijk. Hij was in veel dingen het tegenovergestelde, vermoed ik, van zijn vereerde schoonvader. Een doener, geen lezer, niet echt gevoelig, hield van lolletjes op het randje en zo voort. Zoals zo vaak gebeurt, een tegenpool van haar.

Mijn moeder was weemoedig van aard. Gevoelig voor tijdstippen op een dag. Twee uur ’s middags vond ze een vreselijke tijd…als het vier uur was knapte ze op. Dan werd het schemeren, iets wat ik weer verschrikkelijk vond. Doe het licht aan, alsjeblieft! Dan dronk ze haar kopje thee en om vijf uur haar koffietje. Mijn vader dronk dan graag zijn borrel. Het klinkt gezellig maar de herinnering vervult me toch met een eigenaardig gevoel van donkerte. Misschien omdat ik als kind die nostalgie en wat donkere weemoed van mijn moeder inademde.

Eerder schreef ik al een blog (die ik zo gauw niet terug kan vinden)  over haar liedkeuze bij het naar bed brengen. Ze zong graag en ik vond het heel fijn om mee te zingen, maar de liedjes waren vol van weemoed en verdriet. Dwalende herders, stervende kindertjes in zolderkamers en stegen en hongerige roodborstjes (dat laatste was wel het vrolijkste liedje van het repertoire).

Een van de liederen sprak met name tot mijn levendige verbeelding. Mijn moeder vertelde erbij dat mijn grootvader het zong toen hij als gijzelaar gevangen zat in de oorlog. Gevangen zitten en de oorlog, dat riep bij mij als kind beelden op van kerkers en gekwelde zielen wachtend op de dood. Of dat kwam door de tekst van het lied of door mijn eigen fantasie, maar het lied maakte diepe indruk op me. Het is een lied uit de Johannes de Heerbundel, meen ik.

Ik hoor trompetten klinken
de vijand is nabij
Ik zie harnassen blinken
maar niemand is bij mij…

Vooral die laatste zin sneed door mijn kinderziel…daar zat mijn arme opa te wachten op de dood, van iedereen verlaten…Ik zag de harnassen oplichten in het schijnsel van fakkels en de slechteriken naderen om mijn opa om te brengen. De tekst vervolgt:

Het hart klopt door ’t benauwen,
dies laat ik diep beschroomd
’t gezicht ’t gebergt’ aanschouwen,
of daar geen hulp van koomt.
gezang 305

Dat het in werkelijkheid minder erg was en dat zijn gevangenschap niet in een cel maar in een zaal van het seminarie Beekhuis in st. Michelsgestel had plaats gevonden wist ik toen nog niet. Ook niet dat de doodsangst weliswaar ondergronds aanwezig was vanwege het ombrengen van mede gijzelaars door de nazi’s, maar niet direct hem persoonlijk betrof. Mijn moeder had niet voldoende door hoe gevoelig en angstig ik was als kind, anders had ze het misschien beter uitgelegd. Maar het lied is me altijd bijgebleven en doet me onmiddellijk aan de grootvader denken die ik nooit gekend heb. Gelukkig overleefde hij de gijzeling en kwam weer thuis halverwege de oorlog. Hij stierf aan de gevolgen van keelkanker (of lipkanker) in 1949,

Een wandeling met een les

De lucht is staalblauw. De lentetooi van de bomen waar we tussen lopen is tegen die achtergrond nog feller, zinderend groen. Het bospad slingert en komt uit op een open plek. Er staat een eenvoudig monument met daarop de geschiedenis van wat zich hier afspeelde. Onder mijn voeten zanderige grond, bedekt met naalden en bladeren van de vorige herfst. Het ruikt zo sterk naar bos, oude grond en nieuwe bloei dat het me de adem beneemt.

monument Den Treek

Toch, deze open plek, nu vol nieuwe groei en aanplant, blijkt een dodengrond. Precies op deze plek staan op  16 oktober 1942 vijftien mannen. Tussen de 30 en de 50 jaar.  Het is dan rond de 13 graden, normaal voor de tijd van het jaar. Heel af en toe laat de zon zich zien. Die dag is het droog maar de dagen ervoor was er regen gevallen. Ik ruik de geur van het vochtige bos.

We staan op een plek in het bos op het landgoed Den Treek-Henschoten. Een groot landgoed tussen Woudenberg en Amersfoort in particulier bezit van de familie de Beaufort. Prachtig gebied om te wandelen, fietsen of paardrijden. We lopen er zaterdagmiddag, Bevrijdingsdag, en genieten van de natuur. We stuiten op een bord dat verwijst naar een monument even verderop. We volgen de aanwijzing en arriveren op de stille, open plek. En op dat moment krijgt de omgeving een andere lading. Hier zijn mensen bruut vermoord. Hier hebben mensen voor het laatst de doordringende bosgeur ingeademd, de vogels horen zingen, modderige bosgrond geroken toen ze erdoor heen werden gejaagd, op weg naar hun dood.

Ik hoor de honden blaffen, de schreeuwende bevelen, het geluid van vrachtwagens die de gevangenen afleveren. Ik zie de gezichten van die vijftien mannen. Angst, ongeloof, gelatenheid? Twaalf verzetsmensen en drie gijzelaars lees ik op het bord bij het monument. Als vergeldingsactie voor het verzet tegen de Nazi’s worden ze hier vermoord.

Eerst komt er een vrachtauto uit kamp Amersfoort. De mannen stappen uit en worden opgewacht door dertig Duitse soldaten. Ze worden direct gefusilleerd. Vervolgens arriveert de tweede truck met de rest van de gevangenen. Voor hen moet het nog afschuwelijker zijn geweest. Als er nog onzekerheid was over het doel van de reis dan is die bij aankomst direct verdwenen. Er liggen zes lijken. Het is onafwendbaar, de dood is nog maar een paar seconden van hen verwijdert. Ook deze mannen worden onmiddellijk doodgeschoten. En ter plekke begraven. Na de oorlog wordt het massagraf gevonden en krijgen de mannen, na identificatie aan de hand van gevonden persoonlijke spullen, alsnog een waardige begrafenis. Op deze site is het hele verhaal te lezen.

Opgehaald uit kamp Amersfoort (politieke gevangenen) en st. Michielsgestel, waar gijzelaars uit het hele land waren geïnterneerd. (Waaronder ook mijn opa, van moederskant. Actief in politiek en maatschappelijke organisaties in Schiedam is hij met vele anderen op 4 mei 1942 om zes uur ’s ochtends van zijn bed gelicht en nog dezelfde dag naar st. Michielsgestel gebracht. Vanuit dit kamp worden in augustus en later dus, op 16 oktober, in totaal zes mensen doodgeschoten).

Mijn grootvader heeft in de periode dat hij geïnterneerd zat in St. Michielsgestel een dagboekje bijgehouden. Ik kreeg daaruit de indruk dat het daar wel meeviel. Men had relatief veel vrijheid om de dagen door te brengen zoals men wilde. Er werd van alles georganiseerd door de gevangenen aan lezingen en muziek. Maar in augustus werden de eersten opgehaald om vermoord te worden. Toen bleek dat het de Duitsers menens was. En nu met dit verhaal van deze executies realiseer ik me dat er een enorme spanning en onzekerheid geheerst moet hebben.

Ik zal nog een blog wijden aan mijn herinneringen over deze ervaring van mijn grootvader. Ik heb hem helaas niet gekend, maar veel gehoord in de verhalen over hem van mijn moeder.

20180506_212139

Handschrift van mijn grootvader, een bladzijde uit het dagboekje

20180506_212105

Tekening van mijn grootvader gemaakt door mede-kampgenoot

20180506_212029

Rechts mijn grootvader, Jacob van Katwijk.

Hier is een uitzending te zien van Andere Tijden over het gijzelaarskamp st.Michelsgestel

De stilte, lawaai en de tuin

Stilte

Er is niets waar ik zo gelukkig van word als een stille morgen. De klok in de keuken tikt, de deur naar de tuin staat open en op de achtergrond klinken de geluiden van buiten. Vogels die blij zijn met het lenteweer, een stem in de verte van iemand die in de tuin zit. Een klusser die af en toe de stilte verbreekt met gehamer. Een deur die dichtklapt en de startende motor van een vertrekkende auto. Soms verpest de klusser de rust door iets met een elektrische machine te doen, de gesel van de nieuwbouwwijken. Maar als hij klaar is klinkt de stilte nog doordringender. Mijn lijf ontspant voelbaar. Ik drink het zwijgen van de motor in als verkoelend water.

Lawaai

Alleen de ochtenden kennen deze sfeer voor mij. In de wijk waar ik woon zijn de middagen drukker en meer gevuld met geluiden. Vooral met het geluid van wat ik al een gesel van de Nederlandse wijken noemde, met haar dicht op elkaar gebouwde rijtjeshuizen, de elektrische machines. Iedere klus wordt tegenwoordig uitgevoerd door apparaten met een bulk decibellen waar je niet goed van wordt. In de postzegeltuinen worden de bladeren met een blazer weg getrompetterd, de tegels gezandstraald met een hels kabaal, de heggetjes met veel lawaai geknipt, het hout voor de kachels in de tuin met veel elektrisch geweld in stukken gezaagd. Het onkruid verbrand met een soort vlammenwerper en om het af te maken al het schuurwerk met schuurmachines die een geluid produceren als van een leger muggen met een megafoon.

De onkruidwieder, maar dan wat groter 🙂

Het is niet anders. Zelfs wij hebben ons ertoe verlaagd een snoei-apparaat aan te schaffen om onze als een monster groeiende Hedera in bedwang te houden. Maar ik voel me altijd lichtelijk schuldig over het geluid dat dit ding produceert.

De tuin

Dat brengt me op een ander fenomeen van de rijtjeshuizen. De aparte gewaarwording dat je soms op minder dan twee meter afstand van elkaar buiten zit en toch, gescheiden door een flinterdunne heg of schutting, een soort van privé creëert. Ik moet eerlijk zeggen dat ik nog steeds niet de juiste houding heb kunnen ontwikkelen. Misschien omdat ik hoog-gevoelig ben, maar ik ben mij zo bewust van de mensen die vlak naast me zitten dat ik niet echt ontspannen kan. In mij is voortdurend een tweestrijd gaande: zal ik even goeiemorgen zeggen? Zal ik even erkennen dat ik weet dat ze er zitten? Feit is dat noch de linker- noch de rechterburen dat ooit doen. Blijkbaar is dat niet de gewoonte dus. Na zeven jaar heb ik me erbij neergelegd. Maar ongemakkelijk blijft het. Ik ben als een soort oermens die graag wil weten dat de omgeving veilig is. Als aan beide kanten mensen buiten zitten zit ik liever binnen…zo raar is dat.

Wat is eigenlijk normale tuin-etiquette?

Tuinbacteriën en de Black Dog.

Vies, bah, modder, vuil, kattenpoep, gauw handen wassen. Zo leer je als kind meestal naar de grond te kijken. Met je blote handen in de aarde wroeten? Daar kun je enge ziektes van krijgen. Darminfecties en huiduitslag en nog meer.

Er is goed nieuws voor aardewroeters zoals ik. Mycobacterium vaccae particolare! Dit is geen Italiaanse blijde uitroep, maar de als een operatitel klinkende naam van een bacterie. Een van de beste die God in de aarde stopte bij de schepping: wie de bacterie inademt wordt blij en vrolijk. Misschien als troost en bemoediging voor alle zware arbeid dat de mens voortaan zwetend moest gaan verrichten na de val in de zonde?

Ik lees erover in het Nederlands Dagblad van zaterdag 21 april. Een artikel over hoe viezigheid ook zijn goede kanten heeft. Het ‘een-beetje- vies- is heel-gezond verhaal’ dus. Gezond wist ik. Ook dat ik en velen met mij opknappen van het werken in de tuin of gewoon, buiten zijn. Maar dat het te maken heeft met het inademen van een bacterie met zo’n vrolijke naam en dat die daadwerkelijk serotonine en dopamine opwekt in de hersenen is nieuw voor me.

Er zijn wetenschappelijke onderzoeken verricht met opmerkelijke resultaten. (Long)Kankerpatiënten die duidelijk vitaler en minder emotioneel belast raakten door injecties met het bacterie. Ook wordt er geëxperimenteerd met P(ost)T(raumatische)S(tress)S(yndroom) patienten in de VS.

Met je neus boven de aarde dus! En even met je handen wat rond woelen. En dan diep ademhalen. Laat die beestjes maar komen! Zo klein en onzichtbaar als ze zijn, ze verdrijven Black Dogs!

 

Azijnpisser

Ik ben op Facebook lid van verschillende forums. Een voor R(usteloze) B(enen) S(yndroom) medeslachtoffers. Heel leerzaam, vooral om vaak te mogen constateren (in dankbaarheid) dat ik vergeleken met sommigen een milde variant heb. Het leed dat door leden van dat forum gedeeld wordt is echt niet te geloven. En dat als gevolg van zo’n stomme kwaal.

Dan krijg ik veel berichten van een forum voor liefhebbers en verzamelaars van (West-)Duits aardewerk. Ik heb daar ooit lol in gekregen en het is leuk om af en toe nieuwtjes of weetjes te ontvangen. Ik ben geen hartstochtelijke verzamelaar van nature. Vindt het gauw genoeg en richt me weer op wat anders. Hoewel aardewerk en servies me wel enorm blijven boeien. Maar tegenwoordig in het kader van ontspullen, vooral veel kijken, niet kopen.

Dan ben ik ook lid van een tuinforum. Tuinplanten, tuinideeën, moestuinen en siertuinen voor elk wat wils en er zijn meestal wel leuke suggesties te vinden en informatie. Wat ik echter vooral bij dit laatste forum leerde zijn lelijke woorden. Nou ja, leerde…Ik bedoel dan vooral het lichtelijk gebruik ervan.
Iemand vraagt: hoe vinden jullie dit? Zeg van een maaksel of een boeket. Tien mensen vinden het mooi, eentje zegt ‘te onrustig’. Bingo. De reactie is onmiddelijk en meedogenloos: ‘Bullshit!’ Uhm, zegt een ander, kan dat niet wat vriendelijker? NEE, schreeuwt de persoon terug, zij is ook niet vriendelijk. Met andere woorden, de vraag ‘hoe vind je dit?’ is helemaal geen vraag, maar een verkapte manier van zeggen: ‘mooi he?’ (en durf er eens mee oneens te zijn)

Goed, ik kan wel tegen een stootje, hoor. En het was ook niet tegen mij gericht. Maar ik krijg al wel aarzelingen…wil ik hierbij horen?
Het woord BS is niet nieuw, evenals een andere die ik veelvuldig tegenkom ‘mierenn**ker’. Een woord, ik geef het toe, dat ik weleens heel zacht fluister als er al te priegelige mensen in mijn omgeving bezig zijn. Maar hardop zou ik het niet zo snel gebruiken en zeker niet op een forum als Facebook. Veel mensen hebben daar geen enkele moeite mee. Vooral als er gereageerd wordt op iemand die probeert te wijzen op de duidelijke regels van een groep. Die krijgt dan soms de wind van voren. Gelukkig kan diegene zich beklagen bij de forumleider die zulke portretten kan blokkeren.

Ach, er is natuurlijk al veel geklaagd over social media gedrag. Het blijft een fenomeen. Kinderen in het lijf van grote mensen, met grote mensen woordenbagger (ik kan het geen -schat noemen).

 

Nu een woord wat wel nieuw is voor me. Azijnpisser. Ik ben het nu al al meerdere keren tegengekomen. De definitie is zoiets als: wie het niet met me eens is, daar argumenten voor heeft en ik kan niks meer verzinnen, dan noem ik jou een azijnpisser.
Hou je gewoon aan de regels. Azijnpisser!
Google eerst eens voor je een vraag stelt. Azijnpisser!
Enzovoort.

Van het tuinforum ben ik af. Verkoopforums hebben ook een neiging tot degeneratie, die gebruik ik echter met zorg.

Kunst is leuk ook als je niet kunt kopen

Ik was bij de Kunstbeurs in de RAI in Amsterdam. Een vriendin had twee vrijkaartjes en we hebben naar hartenlust rondgelopen en kunst gekeken. Wat een variatie en wat een talent. De Kunstbeurs is een presentatie van galerieën uit heel Nederland. En de kunst is meestal heel toegankelijk. Abstract of realistisch en weinig echt conceptuele kunst. baldessari-boring-art.jpg (500×370)Wat mij niet spijt. Kunst hoeft niet mooi te zijn maar moet me wel raken. Door vorm of kleur of de combinatie van beiden. Door het materiaal wat gebruikt wordt en tot verrassende resultaten leidt. Het mag zo gek of simpel zijn als maar kan. Maar als ik eerst een bordje met ondoorgrondelijke tekst moet lezen om te begrijpen dat wat voor me ligt of hangt een diepe kunstzinnige betekenis heeft en ook nog 10.000 euro kost ben ik snel weg. Het zal wel, denk ik dan. Zoals bij het kunstwerk op het plaatje.

Een paar hoogtepunten waar ik blij van werd. Vrijwel aan het begin van de lange gangen met galeries lopen we een grote hoge tent binnen die een Arabische sfeer ademt.

My Second Skin,
foto Erikjan Koopmans
via Google

Zo’n tent die uit kleurig geweven wandkleden en tapijten bestaat. Als we goed kijken zien we dat het metershoge doeken zijn, waarop enorm uitvergrote details van textieltechnieken staan afgebeeld. Precies 46 lees ik later in een recensie. Handwerktechnieken uit de hele wereld. We knipperen wat met onze ogen maar dan herkennen we steeds meer (of raden): dit moet Chinees zijn, of iets uit Afghanistan, oh en kijk, dat is Indiaas, en dat moet iets uit de Balkan zijn. Geweldig om al die stijlen en tradities zo te eren.  Prachtige borduursels, haakwerk, breisels en weeftechnieken. Ikat uit Indonesië, zijde bloemen uit China; Sits – (oorspronkelijk kwam de stof uit India en is verwerkt vanaf de 17e, 18e eeuw in klederdracht bij ons). Ik ken het vooral van de kraplap uit Spakenburg! 

Sits

Afghanistan

Maar ook uit Afrika zien we voorbeelden, bijvoorbeeld een haaktechniek waarin lipjes van drankblikjes zijn verwerkt.

We voelen ons als kinderen in een snoepfabriek.
Het motief van de kunstenaar tot het maken van dit kunstwerk:‘ In een tijd waarin textiel tot een wegwerpartikel is verworden  brengt zij (Barbara Broekman) een ode aan het vakmanschap van textielarbeid uit alle delen van de wereld.’ 
Meer en meer lees je ook dat juist door het beheersen van deze unieke technieken vrouwen meer in hun waarde komen te staan, onder andere door projecten waarin ze op die manier in hun onderhoud leren te voorzien. Mijn dochter werkte een aantal jaren terug met Marokkaanse en Turkse vrouwen die haar veel van de traditionele handwerktechnieken lieten zien. Uiteindelijk was het de bedoeling die in een modern product te verwerken en op de markt te brengen.

Een oud citaat uit Trouw van 2-9-2006, maar ik vermoed dat dit nog net zo geldig is vandaag als toen. Het is een interview met een Afghaanse vrouw die haar zusters meer zelfstandigheid en aanzien wil brengen door een borduurproject:

Rangina Hamidi wijst op de rand van haar vuurrode omslagdoek die versierd is met kunstig borduurwerk. „Dit is gemaakt door de vrouwen die nu meedoen, zo’n 520 en vrijwel allemaal analfabeet. Toen we begonnen waren het er maar twintig. Dit borduurwerk kunnen alle vrouwen goed omdat ze dat al jong leren. Wij kopen die sjaals van hen en verkopen ze door. We hebben bijvoorbeeld net een order gekregen uit New York.” Uiteindelijk is de bedoeling dat de sjaalproductie op eigen benen kan staan.

Dit is de link naar de site van deze bijzondere kunstenares, Barbara Broekman

Een tweede hoogtepunt voor ons was het werk van Marlies Smulder, fotografe. Ze zet bloemstillevens in scene in een grote spiegelbak waarboven haar camera hangt. Op de RAI was een foto te zien hoe ze werkt. Het resultaat vind ik fenomenaal. Ik heb een afbeelding van internet ‘geplukt’ omdat ik met woorden niet kan weergeven hoe mooi het is. En in feite doet deze foto dat ook niet. Het is een impressie, meer niet. Hier kun je nog meer werk van haar zien.

Marlies Smulders – bloemstilleven

We hebben uiteraard nog veel meer gezien. Tekeningen, sieraden, beeldhouwwerk, maar na twee uur rondlopen waren we geheel verzadigd. Opnieuw, wat een diversiteit en wat een talent. Ik word er heel blij van! Eer aan de Schepper, de grote Kunstenaar.