Broederliefde

Ik hoor een schreeuw en vervolgens een hartverscheurende huil. niet ongewoon voor wanneer onze twee kleinzoons zich in elkaars nabijheid bevinden. Er gaat een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit van de een op de nader, maar dat wil niet zeggen dat alles zachtzinnig en met liefde geschiedt. Integendeel. Niek van zeven kan Kris van vier zo hevig knuffelen dat Kris bijna gekeeld wordt. En Kris zit Niek zo dicht op de huid dat die herhaaldelijk Kris wegstuurt (die zich niet zonder slag of stoor laat wegsturen) omdat hij ‘even alleen wil zijn.’

Dit keer is het Kris die achter Niek aanzit omdat hij wil knuffelen. En iKris is wel een echte knuffelaar. Maar Niek heeft er geen behoefte aan en duwt hem weg. Kris barst in een klagelijk huilen uit. ‘Ik wil alleen maar een knuffel!’ Niek laat zich niet vermurwen door het tranengeweld. Ik hoor hem zeggen ‘Ja dan ga je zeker klikken tegen mamma, en dan gaat die zeggen dat ik jou knuffelen moet, nou echt niet, hoor!

Kris is ontroostbaar en mijn oma hart breekt. Maar mamma heeft al vaker met het bijltje gehakt en is redelijk immuun voor dit prille leed. Ze weet Kris in een seconde met iets af te leiden.

Back to the US of A

Binnenkort vertrekken mijn echtgenoot en ik naar de Verenigde Staten voor vijf weken. Allereerst staat op het program een bezoek aan drie synodes van drie verschillende kerken in de VS. Kleine kerken met elk hun geschiedenis.

De eerste die we zullen bezoeken is de Reformed Church in the US. De synode wordt gehouden in Rapid City, South Dakota. Kleine stad (70.000 inwoners) in het Middenwesten van de VS. Volop Indian country. Onlangs stond er zelfs een berichtje in de krant (ND) dat een of andere organisatie in de VS vindt dat de Black Hills, het gebied rondom Rapid City, terug moet worden gegeven aan de oorspronkelijke bewoners. Inclusief het beroemde Mount Rushmore met de uit de rotsen gebeeldhouwde koppen van vier voormalige presidenten. In elk toeristisch blaadje dat ik tot nu toe over de plek gelezen hebt wordt ook sterk geleund op de erfenis van de native Americans, zoals ze in politiek correct Engels heten.

We zullen het zien. Na Rapid City gaat de reis met een omweg via Yellowstone Park naar Chicago. Maar daar doen we dan een dag of zeven over. We willen in elk geval naar West Franfurt Illinois, waar de vader van mijn echtgenoot werd geboren en opgroeide. Zelf niet meer gelovig stamde hij uit een Southern Baptist geslacht met een vader als parttime predikant! Door de week werkte hij als postbode en in de avonden en weekeindes als predikant. Volgens een ver familielid is er in de kerk waar hij preekte zelfs een glas-in-lood raam aan hem gewijd. Het bloed kruipt waar het niet gaan kan! We gaan natuurlijk het raam bezichtigen.

In Chicago, waar de synode van de OPC wordt gehouden in de buurt, verblijven we een week in een appartement dat we via www.airbnb.com gevonden hebben. Dat zijn kamers, appartementen en soms complete huizen die door de eigenaar te huur worden aangeboden en waar je meestal zelf voor je maaltijden zorgt. Het is net wat informeler dan een Bed&Breakfast en meestal goedkoper. Het voordeel is dat je veel vrijheid hebt, wat betreft eten en drinken. Je kunt namelijk gebruik maken van de keuken. En met de desastreuze Amerikaanse eetgewoonten vinden we het wel fijn zelf wat controle over onze eetporties te hebben!

Daarna gaan we door naar New York waar we opnieuw in een B&B verblijven in Yonkers, ten noorden van de Bronx in New York City. De synode van de United Reformed Churches wordt gehouden in Nyack, een half uur daar vandaan. Een half uur naar NYC voor mij met de trein en een half uur voor Kim met de auto naar Nyack.

Nu nog de moed verzamelen om alleen al die steden te bezoeken terwijl Kim vergadert!

Een hert met dorst

Psalm 42. Een kunstig lied van de Korachieten, tempeldichters in de tijd van het Oude Testament in Israël. Mannen die aangesteld waren door de priesters om liederen te maken voor de diensten in de kerk van die tijd. Dichters voor speciale gelegenheden. Zoals de Dichter des Vaderlands, zeg maar. Psalm 42 en 43 horen eigenlijk bij elkaar. Dat zie je aan het refrein dat drie keer terugkeert: Mijn ziel waarom ben je zo terneer geslagen? Hoop op God.

Zoals het gaat in een mensenleven, zat ik (‘de ziel’ van ps.42) vorige week in een wat dorre periode. Ik heb wel geleerd inmiddels dat ook mijn geloofsbeleving is als de zee met haar getijden, eb en vloed.  Ik schrik er dus niet meer zo van, maar het blijven periodes die ik lastig vind. Een soort lusteloosheid overkomt je, de dingen staan ver van je af en als ik niet beter wist zou ik denken dat ‘het’ weg is. Zo beschreven sommige van mijn geliefden vroeger wat hen overkwam: op een morgen werden ze wakker en ‘het’ was gewoon weg. Met ‘het’ werd dan hun geloof in God bedoeld.

Als jong kind van 11, 12 jaar (ik was de jongste van vijf en er zat tien jaar tussen de oudste en mij) schrok ik daar enorm van. Je kunt dus iets kostbaars denken te hebben, geloof in God, en dat kan zomaar als sneeuw voor de zon verdwijnen. Ik heb er weken pijn in mijn buik van gehad. Ik was namelijk een heel gelovig kind, al van jongs af aan. Maar ik was ook een heel angstig kind, deels door karakter, deels door omstandigheden.

De ergste schrik verdween, maar, naar me later bleek, ging ondergronds. Om het kort samen te vatten, ik heb jaren lang God in de hemel moeten houden, omdat ik zo bang was dat Hij er anders uit zou vallen. Zulke misvattingen leiden er toe dat je geen vragen durft stellen, geen twijfels mag voelen, want dat leidt onherroepelijk tot datgene waar je juist zo je best voor doet te voorkomen, het verlies van je geloof. En dat geloof was juist een bron van veiligheid. Een vicieuze cirkel die misschien wel herkenbaar is.

Na een weg met veel bochten en gevaarlijke verkeerssituaties, kwam ik op een punt dat ik kon zien dat geloven niet alleen voelen is, maar ook te maken heeft met argumenten en overtuigingen. Ik wilde graag geloven dus de argumenten dronk ik in als een dorstig hert. Na de vele evangelisch getinte boekjes die me frustreerden omdat er iets verondersteld werd dat ik niet (meer) had, namelijk een ervaring van Gods grootheid, veel blijdschap enzovoort, fleurde ik op van C.S Lewis, Philip Yancy, Tim Keller en anderen. Die namen hun uitgangspunt bij de ‘gewone’ mens, met zijn ups en downs, vragen en twijfels. Mensen met veel downs en een klein, wankelig geloof zoals ik.

Wat bij mij soms weg is, is inderdaad de ervaring.  Dat moet ik dan ‘uitzitten’. Als ik naar andere zaken kijk, is daar meestal ook wat matheid en vermoeidheid. Wat vroeger naar bed, opletten dat ik niet te veel inplan. Vaker mijn kleinkinderen zien, (altijd garantie op een stoot feelgood hormonen). En meer van dat soort zaken als remedie.

Maar een preek over psalm 42 leek me afgelopen zondag ook een goed idee. Want ik mis God dan wel, zoals ik een goede vriendin  mis. Ik besloot deze keer eens niet naar de kerk te gaan, en rustig op de bank naar een boodschap te luisteren van Tim Keller, begenadigd spreker uit New York.

Na een inleiding en een herkenbare beschrijving van hoe een mens zich voelt ten tijde van het dorsten naar God als dat dorstige hert, kwam hij met een aantal tips. Iedereen zal door dergelijke periodes heengaan. Geen twijfel mogelijk. Het hoort bij het christelijk geloof en het hoort bij het mens zijn. Wat moet je doen of niet doen? Op zijn eigen humoristische en genuanceerde wijze kwamen de suggesties. De allereerste: onttrek je niet aan je gemeenschap, aan het gezamenlijk dingen doen als bijbel lezen, bidden en samenkomen in de diensten.

Daar zat ik in mijn pyjamaatje op de bank in mijn allereenzaamste upje lekker naar een internet preek te luisteren. Hmm. OK. Misschien niet voor alle weken, maar zo af en toe wel heilzaam. Toch snap ik wel wat Keller bedoelt. Juist als je je dorrig voelt heb je de neiging je terug te trekken en dat is gewoon niet de oplossing.

Het komt altijd weer terug. Communicatie, delen, onderlinge gemeenschap, het kan net zo  helend en heilzaam zijn als een groot glas koud water wanneer je dorst hebt. Maar af en toe een stilte-ochtend mag er zijn.

Het groene gras van de buurman

Aan de hits te zien is mijn laatste blog voelen met je lijf populair. 176 hits die dag, dus veel gelezen in ieder geval. Als iedere lezer 1 of  2 personen wat ruimte en aandacht schenkt om pijnlijke gevoelens te delen bereiken we met elkaar toch weer een paar honderd mensen!

Zo is er het effect van kleine dingen, die grote betekenis hebben in Gods ogen. En er is het verlangen naar Grootse Dingen, die betekenis hebben in mijn ogen en dat van de mensen om me heen. Ik noem dit vanwege een gesprek dat ik onlangs had over onze onhebbelijke en onuitroeibare neiging altijd meer of anders te willen dan we hebben. IJkpunt is wat anderen (lijken te) hebben. Succes. Resultaat. Carrière. Of misschien gewoon hetzelfde als ik, maar dan hoeft die ander zich er niet zo hard voor in te spannen. Groener gras dan het mijne. Het kan echt aan je vreten als je niet oppast.

Toen wij na negen jaar buitenland terugkwamen heb ik jaren moeten vechten tegen een gevoel van voortdurend achter te lopen. Iedereen (ja, ja iedereen….je lijdt namelijk aan tunnelvisie, ziet alleen wie je wilt zien) had een huis vol met mooie spullen en ik moest weer vanaf het begin beginnen, op een paar ‘ouwe meubels’ na…Geld om alles nieuw te kopen was er niet echt, dus deden we het maar met wat we zo hier en daar op de kop konden tikken. Tweedehands, doorgevertjes…Ik vond mezelf zielig..

Ik kan er nu om glimlachen. Maar ik weet me nog wel goed te herinneren hoe dat gevoel van ‘achterlopen’ erin hakte. Ik was jaloers en jaloezie is een soort gif dat door je aderen stroomt. En er werden geen enveloppen met geld door de brievenbus gestopt. Dat las ik dan in een boek van Edith Schaeffer. Als je het echt nodig hebt zorgt God wel dat je het krijgt. Blijkbaar had ik het niet echt nodig. Ook al ging de wasmachine stuk, ik moest gewoon een krediet bij de bank opnemen. Was ik bitter? Het scheelde niet veel. Het ging ook niet om het geld zo zeer, maar omdat ik me achtergesteld voelde. Beteken ik wel iets, als ik minder heb dan vrienden of familie? Het heeft te maken met status. Met schaamte. Met wat je denkt dat hoort. En ook met waar je vindt dat je recht op hebt.

En daar komt een rare aap uit de mouw. Want waar baseer je dat eigenlijk op? En dan blijk je een hele wereld aan verwachtingen en  vooronderstellingen met je mee te slepen. ‘Alle mensen van mijn leeftijd…’, ‘alle domineesvrouwen….’, ‘alle vrouwen met mijn opleiding..’ en zo kan ik er nog wel een paar opnoemen. Vergelijken doe je altijd met wie het beter, succesvoller en gezonder vergaat dan jij. Nooit met wie op een houtje bijt, chronisch ziek is, in een rolstoel zit, van de bijstand moet rondkomen of door wat voor omstandigheden ook, niet verder komt in het leven dan het minimale en met wie aan de zijlijn staat.

Hoe kom je van dat giftige vergelijken af? Hoe kan je leren blij te zijn met wat er is, wat je hebt, wat je bent, wat je doet? Nu, vanavond, vanmorgen, vandaag. Dat is een levenskunst die je blijkbaar een leven lang moet beoefenen. Ik zie het als humor van God dat mijn redelijk wanhopige gebeden verhoord zijn, niet met dikke enveloppes (hoewel ik dat toch wel leuk gevonden zou hebben) en een design interieur maar met een passie voor tweedehands en oud. Zo heb ik wel een eigen, unieke smaak kunnen ontwikkelen.

Bonhoeffer zei, terwijl hij eenzaam opgesloten zat in een Nazi-gevangenis, vrij vertaald: Als je voortdurend verlangt naar wat er niet is raak je verlamd, als je helemaal niets verlangt verdor je. Het gaat om verlangen naar datgene wat God binnen jouw mogelijkheden plaatst.

Binnen die begrenzingen kan levensvreugde ontstaan die niet puur afhankelijk is van externe factoren, al zullen die altijd hun invloed houden.

Dat kun je ook toepassen op te groot van jezelf denken of juist te klein. Je moet beginnen met wat er is. De realiteit. Met zelfkennis. En volgens het advies van Calvijn  heb je daar ook Godskennis voor nodig. Niemand die je zo goed kent als Hij. Gods unieke design, immers?

Voelen doe je met je lijf

‘Ik was misselijk en duizelig en moest van mijn fiets afstappen zo ellendig voelde ik me. Ik realiseerde me dat ik boos was en dat het zich zo bij mij manifesteerde’, aldus een goeie vriendin laatst.

‘Het voelde alsof ik met een mes van mijn buik tot aan mijn hals werd opengereten, zo’n pijn voelde ik’, een citaat van een weduwe uit een filmpje over rouw en verdriet.

‘Het is alsof er een zware steen op mijn borst ligt, waardoor ik niet goed kan ademhalen, alsof er een zwaar gewicht aan mijn voeten hangt, zo moe ben ik, alsof mijn tong drie keer zo dik is, zo moeilijk krijg ik een woord uit mijn mond’, een beschrijving van iemand die depressief is.

Emoties voelen doe je blijkbaar met je lijf. Alle uitdrukkingen in onze taal ten spijt dacht ik lang dat emoties zich ergens anders afspeelden dan in mijn lichaam. Emoties zijn immers ‘geestelijk’, iets van de psyche, dus dat is een andere dan een fysieke ervaring.

Iets ligt als een steen op de maag, het komt je de strot uit, het lood in de schoenen hebben, een waas voor de ogen hebben, ergens de buik vol van hebben, niet lekker in je vel zitten, wie er meer uitdrukkingen paraat heeft mag het zeggen. Waar kunnen we anders mee voelen dan met ons lichaam? Het is het enige instrument dat ons in staat stelt te beschrijven én te signaleren wat er met ons gebeurt. Je lichaam vertelt je feilloos wat je gevoelens zijn.

Andersom is het natuurlijk niet zo dat iedere lichamelijke sensatie eigenlijk een verborgen emotie is. Voor mij was het echter een verbijsterende ontdekking dat gevoel en ervaring zo fysiek en lijfelijk zijn. Dat depressie ook voelt als een stevige griep, dat boosheid zich kan uiten in verlamming, duizelingen, misselijkheid, dat verdriet als een pijnlijke bonk in je borstkas klopt waar je letterlijk benauwd van kan zijn.

Waarom ik dit schrijf? Omdat, anders dan bij werkelijk lichamelijke aandoeningen, erover praten een enorme (tijdelijk, maar toch)verlichting van de ervaren pijn kan geven. Puur het kunnen delen met een ander van datgene wat je ervaart kan de mate van pijn verlichten. Dat is het verschil met ‘echte’ maagpijn, hartfalen, benauwdheid en andere ziektes. Dan zal praten niet helpen. Beter om naar de dokter gaan.

Maar die andere pijn, die moet gedeeld. Geef daarom mensen met verdriet, pijn, boosheid over geleden onrecht of depressie de ruimte om te vertellen. Gewoon. Dat. Ruimte, belangstelling en een luisterend oor. Oplossingen zijn niet direct nodig. Praat zelf maar niet teveel, maar als je het kunt, geef iemand ruimte en aandacht. Het maakt verschil, echt!

Ook dat voel je met je lijf.

Tweede Kamer en de plastic suikerpot

De Tweede Kamer is veel en vaak in het nieuws. Iedereen kent van tv beelden van de vergaderzaal, de prachtige rode panelen achter de voorzitter, het plafond dat als een Nederlandse wolkenhemel blauwgrijs geschilderd is, de hemelsblauwe stoelen in de vorm van een tulp waarin Wilders niet lijkt te passen omdat hij immer dwarszit (pun intended), het grasgroene tapijt dat symbool staat voor de Nederlandse polders. Enzovoort. Een rondleiding door het gebouw is de moeite zeker waard.

Overal is over nagedacht en het gebouw heeft een hoge esthetische uitstraling, de verbinding tussen nieuwbouw en oudbouw is prachtig, er is veel kunst te zien aan de muren en de historie giert door de lucht.

Waarom, oh waarom, worden er echter Tupperware suikerbakjes gebruikt? Let maar eens op, als er een debat is of zo, dan zie je ze staan, ronde plastic bakjes met een blauw deksel. Praktisch maar oerend lelijk. Volgens mij is het nog niet eens van Tupperware maar Curver of zo…

Ik heb ooit een blauwe maandag bij de Tweede Kamer gewerkt en bij mijn sollicitatiegesprek stond er zo’n bakje op tafel. Ik concludeerde dat de man die mij interviewde zijn lunch zeker in zo’n rond bakje meenam. Ik gebruik geen suiker dus het duurde even voordat ik tot mijn grote verbazing ze later overal tegenkwam, gevuld met suikerklontjes. En zie ik ze nog steeds op tv. Al die miljoenen voor een mooie, representatieve Tweede Kamer en dan van die onnozele suikerpotten.

Kan de HEMA niet een ontwerpwedstrijd uitschrijven voor nieuwe suikerpotten in de Tweede Kamer?

Huis Marseille – Guy Tillim

 

Gezien: Guy Tillim, Second Nature, fotografiemuseum Huis Marseille Amsterdam

Verbijsterende foto’s. Vooral landschappelijk, opnames van Tahiti,  en als tegenpool, stedelijke landschappen in Rio de Janeiro.

Verbluffend vond ik met name de serie Polynesische foto’s. Iedereen denkt  wel eens bij een schilderij, dit moet een foto zijn. Maar voor het eerst stond ik voor foto’s (groot formaat!) en dacht dit moet geschilderd zijn. Zo tastbaar, zo gruizig, zo net of er met grove kwaststreken dikke plakkaten verf op geschilderd en gekneed is.

Het zijn echt foto-opnames. Gemaakt met een technische camera, waarmee, volgens mijn vriendin, oneindig scherper gefotografeerd kan worden. Groot en lastig om mee rond te lopen, maar met ongekende mogelijkheden. De foto’s doen iets met je hersenen merkten we. Alles is even haarscherp en je hersenen hebben moeite met de focus. Je bent gewend aan perspectief, diepte en focus. Als het hele vlak even scherp is lijken dingen of bol of vlak te worden. Een hele vreemde gewaarwording.

De foto’s zijn realistisch, niet geromantiseerd, wat op een zg. paradijselijk eiland makkelijk kan. Het zijn scene’s waar je aan de ene kant zo kunt binnen stappen, aan de andere kant vreemd sprookjesachtig. Vaak met een licht dreigende sfeer vanwege de donkere luchten. Eindeloos mooi.

Guy Tillim is Zuidafrikaan en werd in 1962 geboren in Johannesburg. Hij studeerde economie aan de universiteit van Kaapstad. In de jaren tachtig begon hij met fotograferen, vooral als fotojournalist ook voor grote buitenlandse media. Hij heeft veel prestigieuze prijzen gewonnen.Hij is bekend voor zijn soms schokkende beelden van armoede en geweld in Afrika.

Huis Marseille is een tot museum verbouwd  prachtig 17e eeuws pand aan de Keizersgracht wat alleen al een bezichtiging waard is.

Info:Guy Tillim – Second Nature
tentoonstelling: t/m 3 juni, 2012
Locatie: Huis Marseille – Keizersgracht 401
Entree: € 5,– (€ 3,– voor studenten / 65+ / groepen > 8 personen / CJP / Stadspas / Rembrandtpas, gratis te bezoeken met de museumkaart)