Een hert met dorst

Psalm 42. Een kunstig lied van de Korachieten, tempeldichters in de tijd van het Oude Testament in Israël. Mannen die aangesteld waren door de priesters om liederen te maken voor de diensten in de kerk van die tijd. Dichters voor speciale gelegenheden. Zoals de Dichter des Vaderlands, zeg maar. Psalm 42 en 43 horen eigenlijk bij elkaar. Dat zie je aan het refrein dat drie keer terugkeert: Mijn ziel waarom ben je zo terneer geslagen? Hoop op God.

Zoals het gaat in een mensenleven, zat ik (‘de ziel’ van ps.42) vorige week in een wat dorre periode. Ik heb wel geleerd inmiddels dat ook mijn geloofsbeleving is als de zee met haar getijden, eb en vloed.  Ik schrik er dus niet meer zo van, maar het blijven periodes die ik lastig vind. Een soort lusteloosheid overkomt je, de dingen staan ver van je af en als ik niet beter wist zou ik denken dat ‘het’ weg is. Zo beschreven sommige van mijn geliefden vroeger wat hen overkwam: op een morgen werden ze wakker en ‘het’ was gewoon weg. Met ‘het’ werd dan hun geloof in God bedoeld.

Als jong kind van 11, 12 jaar (ik was de jongste van vijf en er zat tien jaar tussen de oudste en mij) schrok ik daar enorm van. Je kunt dus iets kostbaars denken te hebben, geloof in God, en dat kan zomaar als sneeuw voor de zon verdwijnen. Ik heb er weken pijn in mijn buik van gehad. Ik was namelijk een heel gelovig kind, al van jongs af aan. Maar ik was ook een heel angstig kind, deels door karakter, deels door omstandigheden.

De ergste schrik verdween, maar, naar me later bleek, ging ondergronds. Om het kort samen te vatten, ik heb jaren lang God in de hemel moeten houden, omdat ik zo bang was dat Hij er anders uit zou vallen. Zulke misvattingen leiden er toe dat je geen vragen durft stellen, geen twijfels mag voelen, want dat leidt onherroepelijk tot datgene waar je juist zo je best voor doet te voorkomen, het verlies van je geloof. En dat geloof was juist een bron van veiligheid. Een vicieuze cirkel die misschien wel herkenbaar is.

Na een weg met veel bochten en gevaarlijke verkeerssituaties, kwam ik op een punt dat ik kon zien dat geloven niet alleen voelen is, maar ook te maken heeft met argumenten en overtuigingen. Ik wilde graag geloven dus de argumenten dronk ik in als een dorstig hert. Na de vele evangelisch getinte boekjes die me frustreerden omdat er iets verondersteld werd dat ik niet (meer) had, namelijk een ervaring van Gods grootheid, veel blijdschap enzovoort, fleurde ik op van C.S Lewis, Philip Yancy, Tim Keller en anderen. Die namen hun uitgangspunt bij de ‘gewone’ mens, met zijn ups en downs, vragen en twijfels. Mensen met veel downs en een klein, wankelig geloof zoals ik.

Wat bij mij soms weg is, is inderdaad de ervaring.  Dat moet ik dan ‘uitzitten’. Als ik naar andere zaken kijk, is daar meestal ook wat matheid en vermoeidheid. Wat vroeger naar bed, opletten dat ik niet te veel inplan. Vaker mijn kleinkinderen zien, (altijd garantie op een stoot feelgood hormonen). En meer van dat soort zaken als remedie.

Maar een preek over psalm 42 leek me afgelopen zondag ook een goed idee. Want ik mis God dan wel, zoals ik een goede vriendin  mis. Ik besloot deze keer eens niet naar de kerk te gaan, en rustig op de bank naar een boodschap te luisteren van Tim Keller, begenadigd spreker uit New York.

Na een inleiding en een herkenbare beschrijving van hoe een mens zich voelt ten tijde van het dorsten naar God als dat dorstige hert, kwam hij met een aantal tips. Iedereen zal door dergelijke periodes heengaan. Geen twijfel mogelijk. Het hoort bij het christelijk geloof en het hoort bij het mens zijn. Wat moet je doen of niet doen? Op zijn eigen humoristische en genuanceerde wijze kwamen de suggesties. De allereerste: onttrek je niet aan je gemeenschap, aan het gezamenlijk dingen doen als bijbel lezen, bidden en samenkomen in de diensten.

Daar zat ik in mijn pyjamaatje op de bank in mijn allereenzaamste upje lekker naar een internet preek te luisteren. Hmm. OK. Misschien niet voor alle weken, maar zo af en toe wel heilzaam. Toch snap ik wel wat Keller bedoelt. Juist als je je dorrig voelt heb je de neiging je terug te trekken en dat is gewoon niet de oplossing.

Het komt altijd weer terug. Communicatie, delen, onderlinge gemeenschap, het kan net zo  helend en heilzaam zijn als een groot glas koud water wanneer je dorst hebt. Maar af en toe een stilte-ochtend mag er zijn.

Het groene gras van de buurman

Aan de hits te zien is mijn laatste blog voelen met je lijf populair. 176 hits die dag, dus veel gelezen in ieder geval. Als iedere lezer 1 of  2 personen wat ruimte en aandacht schenkt om pijnlijke gevoelens te delen bereiken we met elkaar toch weer een paar honderd mensen!

Zo is er het effect van kleine dingen, die grote betekenis hebben in Gods ogen. En er is het verlangen naar Grootse Dingen, die betekenis hebben in mijn ogen en dat van de mensen om me heen. Ik noem dit vanwege een gesprek dat ik onlangs had over onze onhebbelijke en onuitroeibare neiging altijd meer of anders te willen dan we hebben. IJkpunt is wat anderen (lijken te) hebben. Succes. Resultaat. Carrière. Of misschien gewoon hetzelfde als ik, maar dan hoeft die ander zich er niet zo hard voor in te spannen. Groener gras dan het mijne. Het kan echt aan je vreten als je niet oppast.

Toen wij na negen jaar buitenland terugkwamen heb ik jaren moeten vechten tegen een gevoel van voortdurend achter te lopen. Iedereen (ja, ja iedereen….je lijdt namelijk aan tunnelvisie, ziet alleen wie je wilt zien) had een huis vol met mooie spullen en ik moest weer vanaf het begin beginnen, op een paar ‘ouwe meubels’ na…Geld om alles nieuw te kopen was er niet echt, dus deden we het maar met wat we zo hier en daar op de kop konden tikken. Tweedehands, doorgevertjes…Ik vond mezelf zielig..

Ik kan er nu om glimlachen. Maar ik weet me nog wel goed te herinneren hoe dat gevoel van ‘achterlopen’ erin hakte. Ik was jaloers en jaloezie is een soort gif dat door je aderen stroomt. En er werden geen enveloppen met geld door de brievenbus gestopt. Dat las ik dan in een boek van Edith Schaeffer. Als je het echt nodig hebt zorgt God wel dat je het krijgt. Blijkbaar had ik het niet echt nodig. Ook al ging de wasmachine stuk, ik moest gewoon een krediet bij de bank opnemen. Was ik bitter? Het scheelde niet veel. Het ging ook niet om het geld zo zeer, maar omdat ik me achtergesteld voelde. Beteken ik wel iets, als ik minder heb dan vrienden of familie? Het heeft te maken met status. Met schaamte. Met wat je denkt dat hoort. En ook met waar je vindt dat je recht op hebt.

En daar komt een rare aap uit de mouw. Want waar baseer je dat eigenlijk op? En dan blijk je een hele wereld aan verwachtingen en  vooronderstellingen met je mee te slepen. ‘Alle mensen van mijn leeftijd…’, ‘alle domineesvrouwen….’, ‘alle vrouwen met mijn opleiding..’ en zo kan ik er nog wel een paar opnoemen. Vergelijken doe je altijd met wie het beter, succesvoller en gezonder vergaat dan jij. Nooit met wie op een houtje bijt, chronisch ziek is, in een rolstoel zit, van de bijstand moet rondkomen of door wat voor omstandigheden ook, niet verder komt in het leven dan het minimale en met wie aan de zijlijn staat.

Hoe kom je van dat giftige vergelijken af? Hoe kan je leren blij te zijn met wat er is, wat je hebt, wat je bent, wat je doet? Nu, vanavond, vanmorgen, vandaag. Dat is een levenskunst die je blijkbaar een leven lang moet beoefenen. Ik zie het als humor van God dat mijn redelijk wanhopige gebeden verhoord zijn, niet met dikke enveloppes (hoewel ik dat toch wel leuk gevonden zou hebben) en een design interieur maar met een passie voor tweedehands en oud. Zo heb ik wel een eigen, unieke smaak kunnen ontwikkelen.

Bonhoeffer zei, terwijl hij eenzaam opgesloten zat in een Nazi-gevangenis, vrij vertaald: Als je voortdurend verlangt naar wat er niet is raak je verlamd, als je helemaal niets verlangt verdor je. Het gaat om verlangen naar datgene wat God binnen jouw mogelijkheden plaatst.

Binnen die begrenzingen kan levensvreugde ontstaan die niet puur afhankelijk is van externe factoren, al zullen die altijd hun invloed houden.

Dat kun je ook toepassen op te groot van jezelf denken of juist te klein. Je moet beginnen met wat er is. De realiteit. Met zelfkennis. En volgens het advies van Calvijn  heb je daar ook Godskennis voor nodig. Niemand die je zo goed kent als Hij. Gods unieke design, immers?

Veertigdagen (slot) – Je best doen?

Je best doen voor God. Het klinkt niet eens zo slecht. Ik doe ook mijn best op de tuin. Of mijn werk. Ik wil dingen graag goed doen. Een mooi resultaat zien. Ik had laatst eetgasten en zowel het voor-, hoofd en nagerecht was goed geslaagd. Meestal ben ik niet helemaal tevreden, ik ben namelijk óók een beetje lui én eigenwijs dus ik loop de kantjes er wat van af om tijd te besparen en ik varieer op het recept en de ingrediënten. Maar goed, dit keer echt mijn best gedaan en zie daar een lekkere maaltijd, met complimenten. Voelt goed.

Dus, mijn best doen voor God, is er iets mis mee? Iemand van wie ik hou, daar doe ik immers alles voor?

Dat is dus het gekke. Ik citeer uit een hele oude preek van Kohlbrugge, 1833 (!):
U wilt Gods woord lezen maar u pakt eerst de krant. U wilt hier of daar krachtig getuigen van de weg van het heil, maar de moed zakt u in de schoenen. Iemand wil aan God denken, maar er komt iets tussen en hij is met van alles bezig behalve met God. Of hij wil zich voor God vernederen en is daardoor juist hoogmoedig. Hij wil oppassen voor ijdelheid, maar de spiegel in zijn kamer roept hem toe: oh ijdel mens!

Ondanks de ouderwetse taal herkenbaar. Vooral die krant, quality-time! Ik heb eigenlijk altijd wel een interessanter boek, of iets wat ik eigenlijk nog even af moet maken (de was vouwen, een mailtje sturen) vóór ik aan Bijbel lezen toekom. Eigenaardig wanneer je bedenkt dat God toch heel belangrijk voor me is…

Nog meer mijn best doen dus? Ik investeer ook in mijn relatie met mijn echtgenoot, kinderen en vrienden door tijd te besteden in contact met elkaar. Communicatie is essentieel.

Daar ligt denk ik juist de moeite. Bijbellezen, bidden, het zijn toch in mijn ervaring vaak eenzame bezigheden. Niemand praat terug. Niemand stelt mij vragen. Het vereist soms veel geloof om in wat ik lees ook Gods stem voor mij te horen. Ik leer God wel kennen, wie en wat is Hij, maar voel ik me ook gekend dan?

Kohlbrugge zegt dat je best doen, ‘heiligingskrukken’  zijn die je weg moet gooien. Je best doen is volgens de wet leven. Het enige dat van ons gevraagd wordt is Jezus achterna gaan. Hij is het Woord zèlf immers en als ik de bijbel een tijdje niet lees betekent dat nog niet dat ik vervreemd van God. Ook ons tekortschieten heeft Jezus verzoend.

Hmmm. Dat is voor deze ‘doener’ wel een harde noot om te kraken. Ik ben in mijn geloof best activistisch. Dat heeft, denk ik, met vertrouwen te maken. Als ik niet in beweging kom, wie zal dan naar mij toe komen. Om die lacune te voorkomen ben ik het meest degene die het eerst in beweging kom. Want stel je voor…

Ik las in de psalm voor vandaag dit vers en ik snapte enigszins wat Kohlbrugge tracht te zeggen: He will cover you with his feathers, and under his wings you will find refuge (Hij bedekt je met zijn vleugels, onder zijn vleugels vind je toevlucht) (ps.91-4).

Dat vogeljong heeft immers nog helemaal zijn best niet gedaan? Het enige wat het doet is krijsen en vragen om voedsel. Geheel afhankelijk voor zijn leven van de moeder. Als de bijbel zo’n beeld geeft van God, en ik dat tot me door laat dringen, is het of er toch iemand terugpraat. Een vader/moeder die een arm om me heen legt en zegt: kom eens rustig zitten en vertel me hoe het gaat.

Dan voel en weet ik me gekend. En zo ontstaat er (soms) toch een verlangen naar Bijbellezen dat uitgaat boven plicht en moeten.

Ik heb nu heel erg de neiging om allerlei ‘maar, maar..’ argumenten te gaan noemen (we moeten toch volmaakt zijn , we moeten toch ons inspannen, we moeten ons toch enz.). Ik doe het niet. Even mijn dorst lessen en rusten  bij de genade! Het is tenslotte net Pasen geweest!

(deze blog is o.a. geïnspireerd door een artikel van prof. Barend Kamphuis hoogleraar aan de Theologische Universiteit in Kampen, in het weekblad De Reformatie)

Taalmaatje en de vrede van open kerken

Mijn Taalmaatje is verdrietig. Er wordt over haar geroddeld. En hoe kan ze zich ertegen verzetten? Tegen roddel is geen mens bestand. Met trieste ogen zit ze een beetje in elkaar gezakt in haar stoel. De kleine S., dochtertje van 5 maanden, zit vrolijk in haar wandelwagen en trekt de aandacht van mamma. Even trekt er een lach over haar gezicht. Zullen we naar buiten, vraag ik. Ik kan het probleem ook niet oplossen. Ik heb nog voorgesteld om naar de vervelende buurvrouw te gaan om haar te vragen wat er is. (ik, held in conflicthantering haha..voor een ander is het altijd makkelijker, immers?). Maar dat moest absoluut niet.

Buiten praten we nog wat verder. Ik probeer van de nood een deugd te maken en leg haar het Nederlandse spreekwoord ‘Zoals de waard is vertrouwt hij zijn gasten’ uit te leggen, maar dat is nog een brug te ver. Zij probeert mij uit te leggen waarom ze het aldoor heeft over iemands ogen eruit trekken. Dat blijkt weer een Roemeens spreekwoord te zijn. Zusterlijk leggen we ons neer bij de raadsels van onze talen. We gaan naar de kerk. N. wil graag dicht bij God zijn, dan wordt ze weer rustig.

In de kerk daalt de rust op haar neer. Het is er zo stil en vredig. De tranen komen, en dat geeft niet. Ze brandt een kaars, bidt en staat een poos stil bij het Christusbeeld.

Ik voel ook de frustratie uit me weg trekken. Ik kan dit niet voor haar oplossen. Ik ben maar haar taalmaatje. Ik kan het wel net als zij achter laten bij God en bidden dat de buurvrouw het haar niet moeilijker maakt dan ze het al heeft.

Waarom zijn de protestantse kerken toch altijd potdicht en de katholieke niet?

Veertigdagen – De kracht van persoonlijke brieven

Dietrich Bonhoeffer 1901-1945.

Achttien maanden (vanaf juli 1943) heeft hij gevangen gezeten in een Berlijnse gevangenis, op verdenking van betrokkenheid bij een samenzwering tegen Hitler en vanwege zijn verzet in preken en schrijven tegen de Nazi overheersing van de kerk. Bonhoeffer is theoloog en voorganger. De protestantse kerken worden gedwongen te fuseren en verandert in de jaren dertig steeds meer in een karikatuur. Het Oude Testament wordt losgelaten, het Nieuwe Testament gezuiverd van het ‘zwakke gepreek van rabbi Paulus, die het maar heeft over zonde en schuld en genade’. Nazi protestanten hebben het liever over kracht, overwinning en vitaliteit. De kerk is Duits, één, Germaans.

Mensen als Karl Barth, Martin Niemöller en Bonhoeffer sluiten zich aan bij de ondergrondse Bekennende Kirche, die zich bewust uitspreekt tegen wat ze als onbijbels en dwaalleer ziet in de zg. ‘Duitse Kerk’: de kerk is van  de gekruisigde Jezus Christus. Bonhoeffer sluit zich ook aan bij het actieve verzet, dat in de loop van de oorlog meerdere malen poogt Hitler om het leven te brengen.

Barth wordt als Zwitsers staatsburger het land uitgezet, Martin Niemöller wordt in ’37 gevangen genomen en meerdere leidende figuren eindigen in kampen en gevangenissen. Ook Bonhoeffer in 1943. Vanuit zijn cel schrijft en ontvangt hij 18 maanden lang brieven naar en van vrienden, ouders en zijn verloofde Maria. Over zijn leven van dag tot dag in opsluiting. Wat het met hem doet; over praktische zaken (haal je mijn was op? Breng je dit of dat boek mee voor me? Dank je wel voor het eten, de bloemen, de schone pyjama) en diepe gedachten over geloof, theologie en de bijbel.

Ontroerend zoals hij diep verlangend schrijft over de mooie zomerdagen die hij weer hoopt mee te mogen maken in het zomerhuis van zijn ouders, over zijn gemis aan menselijk contact, zijn geestelijke strijd om niet toe te geven aan ontmoediging en bitterheid. Soms humoristisch, soms verwarrend, vooral de theologische gedachtespinsels, die ik vaak moeilijk te volgen vind. Maar altijd weer boeiend. Daar zit die man, anderhalf jaar lang, iedere dag opnieuw vullend met lezen, schrijven en studeren. Wat een discipline! Wat een geduld ook. Inspirerend.

En dan na al die maanden hoop, het einde. Er wordt nieuw bewijs gevonden tegen hem. 17 januari schrijft hij nog een brief aan zijn ouders, de laatste brief. Hij weet dan zelf nog niet wat er staat te gebeuren. Hij is overgebracht naar een Gestapo-gevangenis met veel minder privileges. Op 9 april wordt hij uiteindelijk, samen met vele  anderen, in concentratiekamp Flossenbürg (in Bavaria, tegen de Tsjechische grens aan), opgehangen, 44 jaar oud. Krap 2 weken voor de bevrijding door de Amerikanen.

De feiten wist ik zo ongeveer, maar die krijgen een andere meer persoonlijke lading, nu ik al die brieven gelezen heb. Tragisch. Maar wat droeg Bonhoeffer die gevangenschap waardig en met Geestkracht. Tot het einde ongebroken (niet onaangevochten!) omdat hij onvoorwaardelijk vertrouwt op Gods leiding in zijn leven.

In een van de brieven aan Maria zijn verloofde schrijft hij (ik heb een engelse vertaling gelezen): “Stifter once said ‘Pain is a holy angel, who shows treasures to men which otherwise remain forever hidden; through him men have become greater than through all joys of the world.’ It must be so and I tell this to myself in my present condition over and over again – the pain of longing —must be there and we shall not and need not talk it away. But it needs to be overcome every time, and thus there is an even holier angel than the one of pain, that is the one of joy in God (21 nov. 1943)

Aanbevolen.

Veertigdagen (6) – Johannes de Doper

Bent u het echt?

Ik was een late vrucht van liefde
van hoogbejaarde ouders
een enig kind -
mijn levensdoel: de God die zij
vereerden voor het wonder -
dat was ik.

Ik leefde in het stof van de woestijn om
me te wijden aan wat ik worden zou,
een soort heraut  -
Ik gaf niet veel om kleding en om wat ik at,
wat honing, heilzaam, zoet en hier en daar
een sprinkhaan

Toen  leek de tijd gekomen,
het gonsde van geruchten -
de mensen leken overspoeld
door een vloed van spijt en schuld.
Ik moest ze wassen en vergeven
in de naam van hem die komen zou
en al onder ons bleek rond te lopen

Toen zag ik Hem, mijn neef, mijn leven.
Ik was zo blij hem eindelijk te zien
tussen die massa mensen.
Ik had zo lang gewacht
en nu stond hij hier,
pal voor mijn neus en
moest ik hem dopen!

Lachwekkend, waar moest hij, dat lam
dan voor vergeven worden?
Ik deed maar wat hij zei, hij zou het wel weten -
en de hemel lachte,
vrede, vrede

Nu ging het dan beginnen
al die lange jaren van bezetting en vernedering
voorbij, de vrijheid gloorde voor ons volk-
Zie hier de lang verwachte Koning!

Maar na een jaar of zo knaagde
de twijfel, ik merkte niets
van overwinning -
wat deed hij nu behalve praten?

Ik zit in de gevangenis, alleen,
ik heb Herodes op zijn kop gegeven.
Maar het duurt vast niet lang
ik reken op de daadkracht van
mijn neef, Israëls nieuwe Koning -

Nu hoor ik net dat prinses Salomé,
de dochter van Herodes,
mijn hoofd eist op een blaadje

Ik snap er niets meer van, waar is nu Jezus,
Hij  kwam ons toch bevrijden?
Nu  zit ik hier van God en mens verlaten
in een donkere cel te wachten op mijn dood -

ik hoor de beulen komen

veertigdagen en notities bij het vasten (4)

En toen was ik toch weer aan de koffie en de wijn. Why? Ik leg het nog wel eens uit. Maar de les voor me is: vraag niet teveel en tegelijk van je zelf. Als er op ander vlak ook nog dingen spelen die extra energie en ‘geefkracht’ vragen is het goed om mezelf even wat ruimte te gunnen. Gaat dat makkelijk? Neen, het. Ik ben zoals dat heet een ‘zwaartillert’. Ik denk erg normatief en moet zéker niet doorgaan voor slap of zwak.

Maar ja, ‘ik ben ook maar een mens’,  moet ik dan tegen mezelf zeggen, heb ik geleerd. En dat voelt best goed. Beetje flauw ook wel, hoor. Want wat blijft er over van discipline, offerbereidheid, mee-lijden met de rest van de wereld als ik na 10 dagen al weer aan de koffie zit? Nou? Ok, ik geef het toe. De geest is gewillig, maar mijn vlees is zwak…..

Het is niet anders. Des te meer bewondering heb ik voor Jezus Christus. Gelukkig hield Hij wél vol.

Vandaag weer even de zee gezien. Oh, wat bloeit mijn hart open als ik die watervlakte zie! De geur, het geluid van de golven, de verre horizon. Het blijft mijn meest geliefde landschap van de schepping! En dan staat er in Openbaring dat ‘de zee er niet meer zal zijn’ op de nieuwe aarde….Zou dat echt waar zijn?

Oh en de lente was weer voelbaar! En bijna zichtbaar in de zachte waas van de boompjes in de verte aan de andere kant van het weiland voor ons huis. Zichtbaar voor mijn ogen maar helaas niet vast te leggen met de lens van mijn compact..

Veertigdagen – notities bij het vasten (3) en driemaal taart

Polykarpus van Smyrna

Het is zaterdag. Van de veertigdagentijd in aanloop op Pasen zijn er 10 dagen voorbij, gerekend vanaf Aswoensdag, vorige week de 22e februari. Om me meer bewust voor te bereiden op Pasen, het feest van de Opstanding van Jezus Christus, laat ik in deze periode een aantal dingen na (een soort vasten). Zaken die ik lekker of leuk vind. Niet om mezelf te kwellen op masochistische wijze, maar meer als oefening. Hoe belangrijk zijn ze eigenlijk? En kan ik me, door het missen van sommige dingen waaraan ik gewend ben, me meer open stellen voor geestelijke         dingen? Sta ik meer open voor God en alles wat Hij belooft? Dat is van oudsher één van de doelen van het vasten geweest. Contemplatief en gericht op verdieping en verrijking van het geloof. Het hoorde niet om de ascese op zích te gaan.

Ik vind het heel boeiend om te lezen over geloofstradities in de vroege kerk. De gelovigen van toen stonden relatief dichtbij de gelovigen uit het Nieuwe Testament. Sommigen hadden nog rechtstreeks apostelen of leerlingen van apostelen gekend. (voor de geïnteresseerden bijv. Polycarpus, Ignatius). Jezus van Nazareth, de man, de mens, komt dan ontzettend dichtbij. Er zijn al brieven van einde 1e eeuw, van schrijvers die dus zeker persoonlijke kennis moeten hebben gehad van mensen uit de kringen rondom Jezus. Fascinerend. Het doet me realiseren hoe ik als kind dat opgroeide in een christelijk gezin en de kerk lange tijd in twee werelden leefde. Die van de kerk en het geloof. En de ‘gewone’ wereld. Lange tijd heb ik niet beseft dat Jezus een historische figuur was. Je geloofde gewoon in Hem. Punt.

Pas later begonnen die twee werelden langzaam te integreren tot één wereld. Met een zelfde geschiedenis. Van Abraham, Alexander de Grote, de Batavieren, Jezus van Nazareth, de Romeinen, Napoleon enzovoort. Excuus voor deze gebrekkige rondgang door de wereldgeschiedenis.

Maar goed, veertigdagentijd en vasten. Het gaat wat met vallen opstaan. Door niet meer te tv zappen houd ik uren tijd over om me te verdiepen in het Betere Boek. De eerlijkheid gebied te zeggen dat ik wel snel zit te dutten boven dat boek. Geestelijk verdiepende literatuur is voor de hersenen toch meer aanpoten dan, zeg maar, DWDD.

Ik ontzeg mezelf op eet- en drink vlak bepaalde geneugten en (op de koffie na!, ik word zo flauw van thee) went dat allemaal vrij snel. Door het culinaire te combineren met extra tijd voor lezen en bezinnen ontstaat er inderdaad een meer bewuste levensstijl die wel prettig is. En dat is een openbaring want je begint met het idee, dit gaat heel vervelend worden enzovoort, maar nu ervaar ik in feite zegen.

Ik zeg erbij dat ik inmiddels al 4 verjaardagen en feestjes achter de rug heb waar ik me niet geheel onthouden heb van een en ander. Maar het bewust zijn blijft wel.

Ik lees (als ik niet dut..)Tim Keller, Generous Justice en Letters from prison van Bonhoeffer, beide boeiend!

Dagboek van een verhuizing – slot

Indiaan_op_deksel 
De oude indiaan stapt van zijn paard af, leidt het naar een stukje weide om te grazen en gaat zelf zitten, met zijn rug leunend tegen een boomstam. Zijn westerse medereizigers, die hij gidst, worden onrustig. Het is nog geen tijd voor pauze, ze willen verder. De Indiaan gebaart dat ze moeten wachten. Hij legt uit: Ik blijf hier wachten op mijn ziel. Mijn lichaam is wel op deze plek, maar mijn ziel heeft het tempo niet bij kunnen houden. Ik wacht hier tot ook zij er is.

Zo heb ik een aantal maanden gewacht op mijn ziel hier in IJsselstein. Maar niet zo rustig als de Indiaan in het verhaal. De verhuizing was ingrijpend en de eerste maanden heb ik eerder ongeduldig en ijsberend rondjes gelopen. Niet dat mijn ziel rondwaarde in Scheveningen, mijn vorige woonplaats. Het leek eerder dat hij opgegaan was in het niets. Vervlogen in de lucht, poef, opgelost in het heelal. Uitdrukkingen als x91je draai niet kunnen vindenx92, x91niet kunnen aardenx92, x91met je ziel onder je arm lopenx92 proberen allemaal iets weer te geven lijkt me, van dat onbestemde, onrustige, onwezenlijke gevoel dat mij bevangt wanneer ik in een nieuwe omgeving belandt ben. Heb ik gerichte bezigheden als uitpakken, slepen met meubels en wat dies meer zij dan gaat het nog wel. Maar dan. Daar zit je dan. Leuk huis. Mooi uitzicht. Leuk stadje. Lekker vrij. Geen druk meer van allerlei afspraken. Ja. Fijn. Dicht bij de kinderen en kleinkinderen, ah, daar ontdek ik iets van die oude ziel! Maar thuis is het nog lang wachten geblazen op miss soul.

Pas nu ik wat genesteld ben realiseer ik me hoe veel energie en kracht het kostte om die eerste maanden door te komen. Ik heb weinig geschreven, veel gezocht naar karweitjes, geworsteld met een unheimisch gevoel dat dreigde om te slaan in depressie en almaar moeten zeggen: het geeft niets, rustig aan, je mag je best vreemd voelen, in opdracht van Ina die me helpt tegenwicht te biden aan die andere,xdcber-strenge ik. Die zegt steeds x91nou, dan heb je eindelijk alle vrijheid, een leuk huis en niks aan je hoofd en dan zit je nog te sikkeneuren, hou daar nou eens mee op!x92 Ik ben best een beetje bang voor die strenge dame die met een zweepje op haar rug loopt en mij dwingt voortdurend flink, vrolijk en efficixebnt te zijn..

Van kinds af aan heb ik verhuizingen, veranderingen, en nieuwe dingen gehaat. Ik ben geen avonturier, geen onderzoeker, en geen ontdekkingsreiziger. Toch brengt het leven me steeds in die positie, van vaak verhuizen, vaak veranderen, veel reizen, en veel mensen ontmoeten. Eigenlijk heb ik daardoor ook geweldig mooie en leuke ervaringen gehad en dat is nog steeds het geval. Het is goed om tot op zekere hoogte buiten je eigen veilige grenzen geduwd te worden om te leren dat de boze buitenwereld ook hele goeie dingen in zich bergt! Maar alles op zijn tijd. Er is een tijd om veiligheid te zoeken en een tijd om er weer op uit te gaan.

Zo heb ik geleerd dat iedere verhuizing nieuwe vrienden oplevert, nieuwe belevenissen en bijdrages aan mijn 'Gouden Boek van Herinneringen' voor later in het bejaardentehuis. Ik durf het weer te geloven.

Mijn ziel is aangeland

Asia Bibi – teken een petitie tegen doodvonnis

Voor het eerst is er in Pakistan een christenvrouw, moeder van 5 kinderen, ter dood veroordeeld voor blasfemie, het bespotten van de naam van Mohammed. In een conflict met vrouwen die geen water van haar wilden aannemen omdat ze onrein zou zijn als christen had Asia gevraagd wat Mohammed dan voor de wereld had betekend? Op grond hiervan is ze aangeklaagd en inmiddels tot de doodstraf veroordeeld. Je kunt een petitie tegen de uitvoering van het vonnis tekenen op http://asiabibi.org/