Veertigdagen – De kracht van persoonlijke brieven

Dietrich Bonhoeffer 1901-1945.

Achttien maanden (vanaf juli 1943) heeft hij gevangen gezeten in een Berlijnse gevangenis, op verdenking van betrokkenheid bij een samenzwering tegen Hitler en vanwege zijn verzet in preken en schrijven tegen de Nazi overheersing van de kerk. Bonhoeffer is theoloog en voorganger. De protestantse kerken worden gedwongen te fuseren en verandert in de jaren dertig steeds meer in een karikatuur. Het Oude Testament wordt losgelaten, het Nieuwe Testament gezuiverd van het ‘zwakke gepreek van rabbi Paulus, die het maar heeft over zonde en schuld en genade’. Nazi protestanten hebben het liever over kracht, overwinning en vitaliteit. De kerk is Duits, één, Germaans.

Mensen als Karl Barth, Martin Niemöller en Bonhoeffer sluiten zich aan bij de ondergrondse Bekennende Kirche, die zich bewust uitspreekt tegen wat ze als onbijbels en dwaalleer ziet in de zg. ‘Duitse Kerk’: de kerk is van  de gekruisigde Jezus Christus. Bonhoeffer sluit zich ook aan bij het actieve verzet, dat in de loop van de oorlog meerdere malen poogt Hitler om het leven te brengen.

Barth wordt als Zwitsers staatsburger het land uitgezet, Martin Niemöller wordt in ’37 gevangen genomen en meerdere leidende figuren eindigen in kampen en gevangenissen. Ook Bonhoeffer in 1943. Vanuit zijn cel schrijft en ontvangt hij 18 maanden lang brieven naar en van vrienden, ouders en zijn verloofde Maria. Over zijn leven van dag tot dag in opsluiting. Wat het met hem doet; over praktische zaken (haal je mijn was op? Breng je dit of dat boek mee voor me? Dank je wel voor het eten, de bloemen, de schone pyjama) en diepe gedachten over geloof, theologie en de bijbel.

Ontroerend zoals hij diep verlangend schrijft over de mooie zomerdagen die hij weer hoopt mee te mogen maken in het zomerhuis van zijn ouders, over zijn gemis aan menselijk contact, zijn geestelijke strijd om niet toe te geven aan ontmoediging en bitterheid. Soms humoristisch, soms verwarrend, vooral de theologische gedachtespinsels, die ik vaak moeilijk te volgen vind. Maar altijd weer boeiend. Daar zit die man, anderhalf jaar lang, iedere dag opnieuw vullend met lezen, schrijven en studeren. Wat een discipline! Wat een geduld ook. Inspirerend.

En dan na al die maanden hoop, het einde. Er wordt nieuw bewijs gevonden tegen hem. 17 januari schrijft hij nog een brief aan zijn ouders, de laatste brief. Hij weet dan zelf nog niet wat er staat te gebeuren. Hij is overgebracht naar een Gestapo-gevangenis met veel minder privileges. Op 9 april wordt hij uiteindelijk, samen met vele  anderen, in concentratiekamp Flossenbürg (in Bavaria, tegen de Tsjechische grens aan), opgehangen, 44 jaar oud. Krap 2 weken voor de bevrijding door de Amerikanen.

De feiten wist ik zo ongeveer, maar die krijgen een andere meer persoonlijke lading, nu ik al die brieven gelezen heb. Tragisch. Maar wat droeg Bonhoeffer die gevangenschap waardig en met Geestkracht. Tot het einde ongebroken (niet onaangevochten!) omdat hij onvoorwaardelijk vertrouwt op Gods leiding in zijn leven.

In een van de brieven aan Maria zijn verloofde schrijft hij (ik heb een engelse vertaling gelezen): “Stifter once said ‘Pain is a holy angel, who shows treasures to men which otherwise remain forever hidden; through him men have become greater than through all joys of the world.’ It must be so and I tell this to myself in my present condition over and over again – the pain of longing —must be there and we shall not and need not talk it away. But it needs to be overcome every time, and thus there is an even holier angel than the one of pain, that is the one of joy in God (21 nov. 1943)

Aanbevolen.

Veertig dagen en notities bij het vasten (5)

Van vasten kan ik niet langer spreken.  Ik vond het woord vanaf het begin al wat pretentieus, maar uit de moeite die het nalaten van koffiedrinken en het wijntje bij het eten me opleverde bleek toch wel iets van het ‘offer’…. Puntje om bij stil te staan :)

Het lukte me niet om het vol te houden. Ik ben zo gewend geraakt aan een bepaalde routine dat ik het niet voor elkaar kreeg (door andere bijzondere omstandigheden) die op te geven.

Jesaja 58 gaf me een ander perspectief, aanvankelijk al genoemd door mijn schoondochter, het doen van ‘goede daden’.

“Is dit niet het ware vasten: Bevrijdt u van het kwaad, hou op uw arbeiders uit te buiten, behandel hen eerlijk….deel uw voedsel met de hongerigen, ontvang hulpelozen, armen en ontheemden in uw huis, geef kleren aan wie het koud hebben en verberg u niet voor familieleden die hulp nodig hebben” (naar Het Boek)

Minder tv kijken, minder facebooken bevalt overigens goed. Dat is geen vasten meer te noemen, eerder een opluchting. Ik hou zeeën tijd over om andere dingen te doen. Me toeleggen op het Betere Boek is bij tijden lastig, als ik een Escape boek in handen krijg…Ik weet, als ik erin begin ben ik voorlopig ‘weg’.

Maar het lezen van Bonhoeffer (Verzet en overgave, in het Engels) en Tim Keller (Generous Justice) is bepaald geen straf! De brieven van B., geschreven vanuit de gevangenis tijdens WO II zijn ongelofelijk boeiend. Iemand die jaren (1942-1944) in een cel zit en brieven schrijft, hopend op vrijlating, hopend op hereniging met familie, verloofde en vrienden. Uiteindelijk wordt hij ter dood veroordeeld wegens samenwerking aan een complot om Hitler te doden. In zijn brieven verwoordt hij hoe hij worstelt om meester te blijven over zijn leven en tijd, ondanks zijn ellendige omstandigheden. Hij bereikt, na veel moeite, een innerlijke vrijheid. Een mooi citaat:

“Desires to which we cling closely can easily prevent us from being who we ought to be and can be; and on the other hand desires repeatedly mastered in the light of present duty make us richer; lack of desire is poverty” (verlangens waar we ons aan vastklampen kunnen in de weg staan van wie we horen te zijn en ook kunnen zijn; en verlangens die we steeds weer behersen kunnen met het oog op plichten in het nu, verrijken ons; zónder verlangens zijn we arme mensen)

Generous Justice van Tim Keller (uitg.Dutton) moet iedereen eigenlijk lezen die vanuit de bijbel argumenten zoekt waarom wij als mensen elkaar hulp, steun en gerechtigheid (het goede, juiste doen) verschuldigd zijn. Geen liefdadigheid, niets geen zielige sloebers een beetje helpen. We zijn het verplicht, omdat God zich vereenzelvigt met hen. Rijk en arm zijn gelijk in Gods ogen. We hebben allemaal verlossing nodig van zonden en dat schenkt Hij, onverdiend. Dat noemt iemand ‘scandalous’ justice.(gerechtigheid van God die nergens op gegrond is  = Genade)

Armen lopen veel meer kans op uitbuiting dan de ‘rijken’. Zij hebben vaak niet de middelen om zich te beschermen tegen een slechte behandeling. Daarom hebben ze extra bescherming en steun nodig, zegt God zelf in de bijbel.

Het kwartet van de kwetsbaren in de bijbel: weduwen, wezen,(toen per definitie maatschappelijke outcasts) armen en de vreemdeling (!). In onze tijd uit te breiden met de bijstandsmoeder, de asielzoeker, de Oost-Europeanen, de werkeloze, mensen in de schuldsanering, de lichamelijk en geestelijk gehandicapten, enzovoort. Het gaat er niet in de eerste plaats om, denk ik, dat de overheid dat allemaal op zich met nemen. Maar als God zich de God van weduwen en wezen noemt, mogen wij als gelovigen niet achter blijven.

Ik raak door zulke boeken enthousiast en laat me makkelijk meevoeren. Het zet me echt in vuur en vlam. Ik heb inmiddels wel geleerd dat ik op mijn eigen kleine plekje met mijn eigen kleine kracht een paar kleine dingetjes kan doen. Maar genoeg. Het gaat om de intentie en de richting van wat je doet. Het penningske van de weduwe, zullen we maar zeggen.

Veertigdagen – notities bij het vasten (3) en driemaal taart

Polykarpus van Smyrna

Het is zaterdag. Van de veertigdagentijd in aanloop op Pasen zijn er 10 dagen voorbij, gerekend vanaf Aswoensdag, vorige week de 22e februari. Om me meer bewust voor te bereiden op Pasen, het feest van de Opstanding van Jezus Christus, laat ik in deze periode een aantal dingen na (een soort vasten). Zaken die ik lekker of leuk vind. Niet om mezelf te kwellen op masochistische wijze, maar meer als oefening. Hoe belangrijk zijn ze eigenlijk? En kan ik me, door het missen van sommige dingen waaraan ik gewend ben, me meer open stellen voor geestelijke         dingen? Sta ik meer open voor God en alles wat Hij belooft? Dat is van oudsher één van de doelen van het vasten geweest. Contemplatief en gericht op verdieping en verrijking van het geloof. Het hoorde niet om de ascese op zích te gaan.

Ik vind het heel boeiend om te lezen over geloofstradities in de vroege kerk. De gelovigen van toen stonden relatief dichtbij de gelovigen uit het Nieuwe Testament. Sommigen hadden nog rechtstreeks apostelen of leerlingen van apostelen gekend. (voor de geïnteresseerden bijv. Polycarpus, Ignatius). Jezus van Nazareth, de man, de mens, komt dan ontzettend dichtbij. Er zijn al brieven van einde 1e eeuw, van schrijvers die dus zeker persoonlijke kennis moeten hebben gehad van mensen uit de kringen rondom Jezus. Fascinerend. Het doet me realiseren hoe ik als kind dat opgroeide in een christelijk gezin en de kerk lange tijd in twee werelden leefde. Die van de kerk en het geloof. En de ‘gewone’ wereld. Lange tijd heb ik niet beseft dat Jezus een historische figuur was. Je geloofde gewoon in Hem. Punt.

Pas later begonnen die twee werelden langzaam te integreren tot één wereld. Met een zelfde geschiedenis. Van Abraham, Alexander de Grote, de Batavieren, Jezus van Nazareth, de Romeinen, Napoleon enzovoort. Excuus voor deze gebrekkige rondgang door de wereldgeschiedenis.

Maar goed, veertigdagentijd en vasten. Het gaat wat met vallen opstaan. Door niet meer te tv zappen houd ik uren tijd over om me te verdiepen in het Betere Boek. De eerlijkheid gebied te zeggen dat ik wel snel zit te dutten boven dat boek. Geestelijk verdiepende literatuur is voor de hersenen toch meer aanpoten dan, zeg maar, DWDD.

Ik ontzeg mezelf op eet- en drink vlak bepaalde geneugten en (op de koffie na!, ik word zo flauw van thee) went dat allemaal vrij snel. Door het culinaire te combineren met extra tijd voor lezen en bezinnen ontstaat er inderdaad een meer bewuste levensstijl die wel prettig is. En dat is een openbaring want je begint met het idee, dit gaat heel vervelend worden enzovoort, maar nu ervaar ik in feite zegen.

Ik zeg erbij dat ik inmiddels al 4 verjaardagen en feestjes achter de rug heb waar ik me niet geheel onthouden heb van een en ander. Maar het bewust zijn blijft wel.

Ik lees (als ik niet dut..)Tim Keller, Generous Justice en Letters from prison van Bonhoeffer, beide boeiend!

C.S. Lewis-Hound of heaven

C.S.Lewis

Ik ben weer eens begonnen in een C.S. Lewis boek. Eigenlijk een dagboekje met korte stukjes uit verschillende publicaties van de Engelse professor in Engelse literatuur in Oxford (1898-1963). Deze man heeft zijn beroemdheid o.a. te danken aan zijn diepzinnige boeken over het christelijk geloof. Aanvankelijk overtuigd atheïst werd hij (tot zijn eigen verbazing) steeds meer in de richting van het christelijk geloof getrokken in zijn zoektocht naar ‘waarheid’. God ‘achtervolgde hem als the Hound of heaven’, hij moest zich wel gewonnen geven. Niet door overweldigende emoties, of een bekeringservaring maar in feite door onderzoek en redenatie. De verklaring die het christelijk geloof geeft voor het leven en het universum zoals hij het ervoer en waarnam was de meest aannemelijke voor hem, zou je kunnen zeggen, op een gegeven moment. Lewis las en zocht antwoorden in (Griekse) filosofie, maar vond die niet consequent. Uiteindelijk geeft hij zich over en knielt voor God om zijn geloof te belijden en om vergeving te vragen. Hij noemt zichzelf ‘waarschijnlijk de meest onwillige bekeerling, schoppend en schreeuwend werd hij over de streep getrokken’, in zijn eigen woorden. Als je decennia als atheïst door het leven bent gegaan is het een hele vervreemdende ervaring op een dag wakker te worden als christen. Hij zei er zelf nog dit over: a young man who wishes to remain a sound atheist cannot be too careful of his reading.

C.S. Lewis is een hele knappe man, wiens logica en intelligente argumenten ik niet altijd helemaal kan vatten. Maar van wat ik kan begrijpen word ik meestal heel blij. Omdat hij met zoveel humor aantoont waarom het christelijk geloof gewoon het meest past bij deze wereld en de mensen die erop wonen en de problemen en vragen die hen bezighouden. Hij is wars van vage, of puur emotionele argumenten. Het gaat in de eerste plaats er om of iets ‘waar’ is. Daar is hij heel duidelijk over. Hij heeft geen boodschap aan slechte associaties met de kerk, slechte herinneringen aan je vader, het gaat erom of wat het christelijk geloof als leer verkondigt waarheid is. Ik realiseer me dat het begrip ‘waarheid’ door veel mensen als veel te stellig wordt gezien, maar ik kan het niet helpen dat het mij aanspreekt. Heeft Jezus geleefd ‘ja’ of ‘nee’? Was wat hij claimde God én mens te zijn, waar of niet waar? ´Christianity, if false, is of no importance, and if true, of infinite importance. The only thing it cannot be is moderately important.´

Lijkt de wereld om je heen een fijn afgesteld mechanisme waarin toch de wreedheid en gruwel bestaan van aardbevingen en natuurrampen? Lijken de mensen om je heen tot alle goeds in staat en maken ze er toch een potje van? Ben je zelf altijd van goeie wil en snauw je toch weer je partner af? Ben je van de overlevingstheorie en zie je toch steeds onverklaarbare daden van liefde die niets met nut of noodzaak te maken hebben? Dat zouden wel eens aanwijzingen kunnen zijn dat de dingen niet zijn wat ze lijken. Oosterse religies geven geen antwoord op het probleem van het bestaan van lijden en kwaad terwijl iedereen toch naar het goede lijkt te verlangen. Niet meer verlangen, dan houdt het lijden vanzelf op te bestaan. Niet meer gehecht zijn aan iets of iemand. Maar past dat bij mensen van vlees en bloed? De Islam loop een eind met het christendom op, maar komt uiteindelijk ook met een soort zelfverlossing. Goede daden moeten de doorslag geven.

Het bijzondere van het christelijk geloof is dat het als enige religie een uitleg geeft voor zowel het kwade als het goede. En ook voor de paradox van mensen die het goede willen en toch het kwade doen. En niet alleen een uitleg, maar ook een uitweg biedt die niet van menselijke inspanning (goede daden in de weegschaal) afhangt. Wat Luther herontdekte in de 15e eeuw door de bijbel te lezen: van buitenaf komt er vergeving en nieuw leven naar je toe, door Jezus Christus. De Godmens.

C.S. Lewis is het lezen waard. Net als je denkt nu snap ik er niets meer van kan hij in een prachtig simpele metafoor weer duidelijk maken waar het over gaat.

.

Maarten ‘t Hart

Dochter Jesseka schrijft een studie over o.a. Maarten ‘t Hart. Er liggen dus op haar bureau altijd stapels boeken over en van Maarten. Toen ik laatst bij har logeerde en geen boek mee had pikte ik een van de romans op die er lagen, De Steile Helling. Geen ‘t Hart kenner had ik nog nooit van die titel gehoord. Ik ben ook geen fan van hem omdat hij altijd zo badinerend doet over christen zijn en soms rechtstreeks God belachelijk maakt, om te scoren in literair Nederland. Hoewel dat lang niet meer zo populair is als eens.

Goed, toch gaan lezen en wil even zeggen dat ik het een meesterlijk geschreven boek vind. De sfeer, de beschrijving van het landschap in en rond Maassluis en het milieu van de arbeiders waarin de hoofdpersonen opgroeien onderaan de dijk, de lichte ironie, de humor, ik kan me niet herinneren eerder zo geboeid te zijn geweest door een roman van hem.

Het blijft tragisch dat kerklid zijn gelijk stond aan een bekrompen, begrensd leven waarin talent, kunst en schoonheid niet belangrijk waren en werden onderdrukt. Het tegenovergestelde zou toch waar moeten zijn. Veel mensen zijn op die wijze ernstig beschadigd geraakt en hebben afscheid van God genomen, terwijl het hier uiteindelijk om gedrag van mensen gaat.

Moet ik The Needle’s Eye uitlezen of niet?

Af en toe heb je van die boeken waar je geen klik mee krijgt. Ik heb me recent door een boek van Margaret Drabble heen geworsteld (The Needle’s Eye) en betrapte me op het laatst er op dat ik hele stukken oversloeg. Niet om het einde te weten te komen, zoals soms met een spannende detective, maar om mezelf nog meer gefilosofeer te besparen van de hoofdpersoon&co die niet anders leken te doen dan lange gedachtenspinsels te hebben waarin ze zichzelf onderzochten. Ik werd er zo moe van…Ik veerde helemaal op als er weer ‘s een gesprek plaatsvond.

Het intrigeert me waarom je soms totaal niet in een verhaal kan komen terwijl de plot heel interessant lijkt. Ik hoef een hoofdpersoon niet perse aardig te vinden of eenzelfde opvatting over het leven te hebben om geboeid te raken. De plaats van handeling mag echt overal zijn, al is het in Enumatil,om maar wat te noemen. Alle onderwerpen vind ik interessant. Historisch, eigentijds, psychologisch enz. Ik hou van 19e eeuwse schrijvers, 21e eeuwse schrijvers, iedere cultuur is me welkom. Je kunt me niet snel afschrikken. En toch is er dan zo af en toe een boek wat me werkelijk totaal niet boeit.
…. " [W]hile addressing itself to a spiritual dilemma so profound that manyreaders…will not grasp it at all, [this novel] is at the same timeintensely humorous, readable, ‘unserious’ in its depiction of totalhuman beings…", las ik op internet in een recensie in de New York Times.  Nou, ik vond het niet geestig, onleesbaar en dat geestelijke dilemma is mij dus inderdaad ontgaan.
Aangezien Drabble een zeer gerenomeerde schrijfster is ligt het waarschijnlijk aan mij.Toch kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat het allemaal wat pretentieus is. Ik zal de literatuurkenners in de familie er eens op bevragen.

De NS publieksprijs voor Japin’s ‘De Overgave’ is terecht. Ik vond het een zeer boeiende roman, met een knappe plot en onverwachte en verrassende ontwikkelingen. Ik smul van dit soort boeken over een combinatie van historische thema’s en andere culturen. Ook zijn andere roman ‘De zwarte met het witte hart’, over 2 Afrikaanse prinsjes die in de 19e eeuw door hun vader naar Nederland werden gestuurd en hun (tragische) wedervaren, vond ik erg mooi om te lezen. Sinds ik weet dat Japin met 2 mannen samenwoont heb ik wel iets meer moeite met hem, maar ja, hoe weeg je dat mee? Beethoven en Mozart waren ook geen voorbeelden voor de samenleving op ethisch gebied, zal ik maar zeggen en toch kan ik van hun muziek genieten.

I always get my sin

We hebben een tijdje terug een schitterend boekje gekregen met bovenstaande titel. Hoe sommige Nederlanders het Engels vermoorden. Het soort boek dat je even oppakt en vervolgens kijkt je gezelschap glazig toe hoe je over de grond rolt van het lachen, zonder helemaal te snappen waar het over gaat.

Voor de liefhebber hier wat citaten.

‘I am the first woman state secretary of the inside and I’m having my first period’

(In gesprek met een paardenfokker): ‘What do you do? I fuck horses. Pardon?  Yes, horses!’

‘I don’t want to shoot my herbs.’   (ik wil m’n kruit niet verschieten)

‘ Keep it in the wholes.’  (houdt het in de gaten)

‘You are an excellent undertaker.’   (u bent een uitstekend ondernemer)

‘I have bitten myself fast in the subject’.

‘May I thank your cock for the lovely dinner?’

En nog veel meer kromme zinnen.
Verzameld door Maarten Rijkens, uitgegeven door BZZToH, Den Haag.

Boven is het stil

Bovenishetstill Net een prachtig boek uit gelezen, debuutroman van Gerbrand Bakker. ‘Boven is het stil’. Ik vind om te beginnen zowel de titel als de omslag al heel mooi. Ik zoek boeken vaak in eerste instantie uit op gevoel. Omslag en titel bepalen in een winkel of ik een boek oppak of niet. Tenzij ik natuurlijk naar iets bepaalds op zoek ben.

Dit boek heb ik gekregen, maar zonder het gelezen te hebben had ik er al een bepaald gevoel bij. Nu na lezing klopt het gevoel. De leegte op de omslag en de stilte in het verhaal komen goed overeen.

Helmer, een boer van in de vijftig leeft al z’n hele leven op de boerderij van zijn vader. Zijn tweelingbroer Henk zou vader opvolgen als boer, maar komt om bij een tragisch ongeluk. Als vanzelfsprekend volgt Helmer, die eigenlijk studeerde in Amsterdam, Henk op. Vader verwacht het gewoon en er wordt niet over gesproken. De boerderij staat in het prachtige Noord-Holland met z’n eindeloze polders en bolle wolkenluchten. De natuur wordt knap en beeldend beschreven. Je ruikt de koeien, hoort de vogels, voelt de ezelvacht. Dat was de eerste eigen daad van Helmer. Twee ezels kopen. Moeder sterft, vader wordt bejaard en Helmer neemt een besluit. Vader gaat naar boven om te sterven en beneden wordt Helmers domein. Hij verft, behangt, koopt een nieuw bed en van de verkoop van drie schapen schaft hij een antieke kaart van Denemarken aan. Iemand uit de buurt is daarheen verhuisd om daar een boerenbedrijf te starten. Iedere avond voor het slapen gaan noemt hij een aantal plaatsnamen op. De verloofde van zijn gestorven broer neemt na lange jaren contact op en haar zoon uit een huwelijk met een andere man die ze Henk heeft genoemd, komt een tijdje bij Helmer wonen en werken. De buurvrouw met haar twee zoontjes speelt een rol in het verhaal en op een gegeven moment ontmoet hij de vroegere knecht van zijn vader. Allemaal hebben ze een eigen aandeel in Helmers ontwikkeling van ‘alleen maar de overgebleven helft van de tweeling’, geleefd door een bazige vader en zijn eigen passiviteit, naar een eigen persoon.  Heel ontroerend en subtiel beschrijft Bakker die groei.  Heel ingehouden  (in het engels mooie term: understated) maar tegelijkertijd is er een zekere  spanning die het hele boek aanhoudt.   
Aanbevolen!

Nogmaals depressie en medicijnen
Wegens vertraging van de vlucht uit Londen waarmee onze kinderen terug kwamen vanmiddag uit de VS hebben we een aantal uren op Schiphol doorgebracht. Krantjes gekocht en zo toch redelijk aangenaam onze tijd doorgebracht. In Trouw een interview met de schrijfster van het boek ‘De depressie-epidemie’, Trudy Dehue. Zij is hoogleraar wetenschapstheorie en geschiedenis van de psychologie aan de Universiteit in Groningen. Volgens mij heb ik eerder gereageerd op een artikel in NRC over hetzelfde boek. Toen was het een kort door de bocht, samenvattend artikel van een journalist. Nu dus een interview met de schrijfster zelf.

Opnieuw vond ik dat het begrip ‘ depressie’ wel heel breed gehanteerd wordt. Vaak wordt als synoniem het woord ‘neerslachtigheid’ gebruikt. Of droefheid. Dehue vindt in het algemeen dat het overmatig gebruik van anti-depressiva enerzijds het onvermogen aantoont van de westerse mens om met negatieve gevoelens om te gaan en aan de andere kant als het toegeven aan de druk in de maatschappij om te presteren. "Met pillen kun je wel promoveren of carriere maken, en anders ben je een loser".

In het interview verwijst ze naar Japan waar droefheid en neerslachtigheid juist als een vorm van wijsheid wordt gezien.

Juist die verwijzing geeft mij sterk het gevoel dat er echt een betere definitie van depressie moet komen als er zulke artikelen worden geschreven. Hier heb je te maken met een soort idealisering of romantisering van een verschrikkelijke ziekte die je leven echt tot een lijden kan maken. Ik zeg niet dat dit perse voor mij geldt, maar ik kan zo wel tien mensen noemen voor wie dit wel zo is. Daarom heb ik echt een uitgesproken hekel aan dit soort interviews. Ik heb het boek niet gelezen, dus misschien ligt het daarin allemaal meer genuanceerd. Maar hier is weer een artikel verschenen waarin mensen die het aangaat zich niet begrepen voelen en zelfs miskend.

Wie werkelijk weet wat een depressie is, vergelijkt het niet zo makkelijk met neerslachtigheid of droefheid. Depressie is desintegratie, angst, onrust, slapeloosheid, extreme vermoeidheid, verstikkende, verlammende onmacht om te doen of voelen wat je wilt. Een zwaar ziektegevoel, dat je leven tot stilstand lijkt te zetten. 

De depressie waar het in het interview over gaat is  wat anders en kan daarom niet als maatstaf genomen worden voor alle vormen van..

In Korea waar evenals in Japan psychische problemen ook niet besproken worden en zg. niet bestaan, wordt alles gesomatiseerd, volgens een psychiater die we daar ooit spraken. Droefheid en neerslachtigheid mogen dan voor wijsheid worden verward (leuk citaat van Martin Bril uit Volkskrant vandaag: "Als ik iets in onze hond waardeer is het de intense droefheid waarmee ze de wereld in kan kijken. Misschien verwar ik het met wijsheid".) de pillenindustrie draait daar nog heviger dan hier durf ik te beweren voor kwalen als maagpijn, hoge bloeddruk en andere stressgerelateerde kwalen. Ook kennen ze daar een begrip dat gelijk staat aan ‘algehele malaise’ (die geen griep is) waar vele duizenden ziektedagen mee worden verantwoord. Het ligt allemaal toch wat ingewikkelder daar in het Oosten.

En in het Westen trouwens ook.

Willem Jan Otten-Specht en zoon

De verteller in deze roman van Otten is een stuk schilders linnen. Eerst aan de rol, dan gespannen op een frame, gekocht door Felix Vincent, een kunstschilder, die in opdracht portretten schildert, naar het leven. Dit doek wil hij voor iets bijzonders gaan gebruiken, een Pieta.

Door de “ogen” van het eerst nog onbeschilderde doek leer je de kunstschilder kennen. Van een rijke man krijgt hij het verzoek, voor veel geld, een portret van zijn geadopteerde zoon te schilderen. Echter, van een foto, waarop deze ligt te slapen. Dit heeft de schilder nog nooit gedaan, maar Valary Specht, de opdrachtgever, wil dat zijn zoon op die manier tot leven wordt gewekt. De zoon is gestorven. Vincent neemt de opdracht aan Ook wel uit geldnood en worstelt om dit schilderij te maken. Het Doek zal er voor worden gebruikt. Ondertussen horen en zien we alles door de ogen van het doek. Het doek ziet de schilder als Schepper die aan ‘hem’ een  identiteit, een bestaan zal geven. ”Schepper! neuriede ik, schepper! Doe met mij wat je wil! Maak iemand van mij.” Zo wordt Specht en zoon een scheppingsverhaal, wat natuurlijk associaties met  de scheppingsgeschiedenis in de Bijbel oproept en met God zelf als Schepper. De intensieve betrokkenheid van de schepper van het schilderij op zijn maaksel geeft een ontroerende kijk op hoe God Zich met Zijn schepping verbonden moet voelen, vond ik. Origineel!

Er gebeurt van alles in het leven van de schilder. Er is erotiek en zelfs porno.
Er komen twijfels over wie die zoon van Specht nu eigenlijk is, wat ligt hij in dat bed eigenlijk te doen? Leeft hij, is hij dood? De “ontknoping” van die verhaallijn bleef voor mij wat onduidelijk.

Het is een heel toegankelijk geschreven boek. Met diepere lagen. Ik vind zelf de thematiek van leven en dood boeiend. Een Piëta is een treurende Maria met haar gestorven zoon Jezus liggend op haar schoot. Het verdriet om de gestorven zoon. Dat wordt heel tastbaar in het boek, maar op een subtiele manier. Dood tot leven wekken, wat levend leek blijkt dood, wat niets is krijgt van de schepper een bestaan, een gedaante. Wat dood leek blijkt levend.

Kortom een boek dat tot nadenken en napraten uitnodigt. Aanbevolen dus.

Engelenwoede

Prachtige titel, die meteen intrigeert. Het gaat in het boek met die titel om mensen. Mensen met engelengeduld dat op een gegeven moment op is. Wat dan ontstaat is engelenwoede. Die woede leidt tot verdere ontwikkelingen in de onderlinge verhoudingen.
Fascinerend voor mij is de plot van het boek: de ik-figuur is een predikant die geconfronteerd wordt met de frustratie van zijn vrouw. Zij is het, in haar ogen, verkrampte leven in de pastorie zat. Ze stelt hem voor een keus, of haar of een ander beroep en ze vertrekt. In een schriftje volgen we de worsteling van de predikant. Met haar bezwaren, met zijn eigen dilemma’s en met de eindeloze gebeurtenissen in  het bestaan van een dominee. Geboorte, ziekte, sterven, preken, vergaderingen, bijeenkomsten enz. Ondertussen doen de twee tieners die bij vader zijn gebleven, hun uiterste best het de beide ouders naar de zin te maken, ieder op eigen wijze. In de hoop dat het allemaal snel weer goed komt. Het is de engelenwoede die uiteindelijk maakt dat zaken in een stroomversnelling komen.

Mooi boek, dat me wel overtuigde. Er zit echt ontwikkeling in de personen. Wel wat snel, maar dat is toch geloofwaardig gemaakt. En subtiel.

Zelf getrouwd met een predikant herken ik veel van de gevoelens en situaties zoals beschreven in het boek. Vooral dat alles altijd maar doorgaat, wat ook je eigen persoonlijke situatie is. De telefoon kan maar zo gaan en hoppa, weg is manlief, letterlijk of figuurlijk. Tegelijk is ook mooi beschreven hoe de predikant, ondanks alles, heel sterk een roeping voelt naar de gemeente en die ook niet kan verloochenen. Niet hoogdravend maar je proeft goed zijn eigen worsteling daarin. Ook de sterke behoefte van de vrouw af en toe los te komen van de verstrengelde (persoonlijk/werk) situatie in de pastorie herken ik goed. Zij kiest ervoor stewardess te zijn. Een eigen leven voor de vrouw naast de gemeente maakt het mogelijk om juist het in de gemeente uit te houden. Zo kun je beiden tot je recht komen.

Engelenwoede-Verbaas, uitg. Boekencentrum, Mozaiek Zoetermeer (ISBN 9789023992431)